Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2010:BM2679

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
07-01-2010
Datum publicatie
28-04-2010
Zaaknummer
07/400181-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

afpersing; nauwe en buwuste samenwerking.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnr. : 07.400181-09

Uitspraak: 7 januari 2010

Vonnis in de zaak van:

het openbaar ministerie

tegen

(verdachte),

geboren op (geboortejaar)

wonende te (adres)

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 24 december 2009. De verdachte is niet in persoon verschenen en is ter terechtzitting verdedigd door M.C. Want, advocaat te Middelburg, die heeft verklaard daartoe uitdrukkelijk te zijn gemachtigd.

De officier van justitie, mr. B.C. van Haren, heeft ter terechtzitting gevorderd de veroordeling van verdachte ter zake van het onder 1 tot en met 3 ten laste gelegde tot:

- een gevangenisstraf van 36 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.

- de vordering van benadeelde partij (slachtoffer) te (adres) van € 3500,-

niet ontvankelijk te verklaren.

TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

(volgt tenlastelegging)

1.

hij op of omstreeks 17 juni 2009 in de gemeente Zwolle, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld (slachtoffer 2) heeft gedwongen tot de afgifte van 600,- euro, in elk geval van enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan (slachtoffer 2), in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of één of meer van zijn mededader(s):

- die (slachtoffer 2) en/of (slachtoffer) onder valse voorwendselen naar Zwolle heeft/hebben laten komen en/of (vervolgens) de auto van die (slachtoffer) - op de afgesproken locatie - heeft/hebben klemgezet en/of klemgereden en/of

- opzettelijk dreigend tegen die (slachtoffer) de woorden heeft/hebben gebezigd: "Je moet nu direct 2000,- euro betalen" en/of "Wij gaan niet weg voordat wij het geld hebben, anders heb jij een kankerprobleem", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- die (slachtoffer 2) en/of (slachtoffer) in hun auto heeft/hebben laten meerijden naar een afgelegen locatie elders en/of (aldaar) die (slachtoffer) krachtig in/tegen diens gezicht heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of (vervolgens) een armklem om diens nek heeft/hebben aangelegd en/of aangeklemd en/of (daarbij)

- opzettelijk dreigend tegen die (slachtoffer 2) de woorden heeft/hebben gebezigd: "Jij moet je bek houden anders sla ik jou ook in elkaar. Jij moet gewoon je mond houden" en/of "Je moet die 9 millimeter uit de kofferbak pakken" en/of "pak die ding er uit", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- die (slachtoffer 2) om/bij diens arm heeft/hebben vastgepakt en/of in een auto heeft/hebben doen plaatsnemen en/of (vervolgens) die (slachtoffer 2) en/of (slachtoffer) (gescheiden van elkaar) naar Zwolle heeft/hebben laten rijden en/of vervoerd naar een pinautomaat;

2.

hij op of omstreeks 17 juni 2009 in de gemeente Zwolle, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld (slachtoffer) heeft gedwongen tot de afgifte van 950,- euro, in elk geval van enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan (slachtoffer), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of één of meer van zijn mededader(s):

- die (slachtoffer 2) en/of (slachtoffer) onder valse voorwendselen naar Zwolle heeft/hebben laten komen en/of (vervolgens) de auto van die (slachtoffer) - op de afgesproken locatie - heeft/hebben klemgezet en/of klemgereden en/of

- opzettelijk dreigend tegen die (slachtoffer) de woorden heeft/hebben gebezigd: "Ik ga niet eerder weg voordat ik mijn geld heb" en/of "wij gaan niet weg voordat wij het geld hebben, anders heb jij een kankerprobleem", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- die (slachtoffer 2) en/of (slachtoffer) in hun auto heeft/hebben laten meerijden naar een afgelegen locatie elders en/of (aldaar) krachtig op/tegen het dashbord van de auto van die (slachtoffer) heeft/hebben geslagen en/of (vervolgens) die (slachtoffer) krachtig in/tegen diens gezicht heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of (vervolgens) een armklem om diens nek heeft/hebben aangelegd en/of aangeklemd en/of (daarbij)

- opzettelijk dreigend tegen die (slachtoffer 2) de woorden heeft/hebben gebezigd: "Jij moet je bek houden anders sla ik jou ook in elkaar. Jij moet gewoon je mond houden" en/of "Je moet die 9 millimeter uit de kofferbak pakken" en/of "pak die ding er uit", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- die (slachtoffer 2) om/bij diens arm heeft/hebben vastgepakt en/of in een auto heeft/hebben doen plaatsnemen en/of (vervolgens) die (slachtoffer 2) en/of (slachtoffer) (gescheiden van elkaar) naar Zwolle heeft/hebben laten rijden en/of vervoerd naar een pinautomaat;

3.

hij op of omstreeks 17 juni 2009 in de gemeente Zwolle, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld (slachtoffer) te dwingen tot de afgifte van 1000,- euro, in elk geval van enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan (slachtoffer), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of één of meer van zijn mededader(s):

- die (slachtoffer) onder valse voorwendselen naar Zwolle heeft/hebben laten komen en/of (vervolgens) de auto van die (slachtoffer) - op de afgesproken locatie - heeft/hebben klemgezet en/of klemgereden en/of

- die (slachtoffer) in zijn auto heeft/hebben laten rijden naar een afgelegen locatie elders en/of (aldaar) die (slachtoffer) krachtig in/tegen diens gezicht heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of (vervolgens) een armklem om diens nek heeft/hebben aangelegd en/of aangeklemd en/of (daarbij)

- opzettelijk dreigend tegen die (slachtoffer) de woorden heeft/hebben gebezigd: "Ik wil mij geld hebben. Je moet 1000,- euro storten en je moet mij 2 dagen van tevoren bellen voor het (bank)rekeningnummer" en/of "Als je het geld niet stort dan komen wij het geld ophalen", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of (daarbij)

- die (slachtoffer) zijn Identiteitskaart heeft doen afgeven en/of achterlaten,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Ten gevolge van een kennelijke vergissing ontbreekt in de tenlastelegging, anders dan onder feit 1 en 2, onder feit 3 de zinsnede “welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of één of meer van zijn mededader(s)”. De rechtbank herstelt deze vergissing. De verdachte wordt blijkens het onderzoek ter terechtzitting daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

BEWIJS

De raadsman van verdachte stelt zich op het standpunt dat de feiten 1, 2 en 3 niet wettig en overtuigend bewezen kunnen worden zodat verdachte daarvan vrijgesproken dient te worden. Gelet op de feiten en omstandigheden is hooguit sprake van een fel civielrechtelijk geschil veroorzaakt door de oplichting van (slachtoffer) en niet van afpersing in strafrechtelijke zin.

Voor zover de rechtbank wel tot een bewezenverklaring mocht komen, is volgens de raadsman sprake van een voortgezette handeling.

De rechtbank gaat uit van de aangiftes van (slachtoffer) en (slachtoffer 2). De rechtbank acht deze aangiftes, vanwege de gedetailleerdheid en de consistentie ervan, dermate overtuigend dat de ontkenning van verdachte en zijn medeverdachten terzijde kan worden geschoven. De rechtbank acht daarbij mede van belang dat de aangiftes onder meer steun vinden in de verklaringen van brandweerlieden (naam 1), (naam 2) en (naam 3), voor zover zij hebben verklaard dat de auto van aangevers door verdachte en zijn mededaders is klem gezet, alsmede in de omstandigheid dat mededader (naam mededader) de identiteitskaart van aangever (slachtoffer) in zijn bezit had. Verder vindt de rechtbank in onder meer tapgesprekken tussen mededader (naam mededader) en verdachte op 2 juli 2009 te 10.02 en 10.45 alsmede in het tapgesprek tussen mededader (naam mededader) en zijn vader op 2 juli 2009 te 10.47 steun voor het relaas van aangevers.

De rechtbank is, gelet op het hiervoor overwogene, van oordeel dat tussen verdachte en zijn mededaders sprake is geweest van een gezamenlijke uitvoering en een nauwe en bewuste samenwerking gericht op het plegen van de ten laste gelegde feiten. Het handelen van verdachte wijst erop dat hij zijn mededaders niet heeft willen weerhouden van hun intentie tot het plegen van de strafbare feiten en op geen enkel moment wijst het handelen van verdachte erop dat hij zich heeft willen distantiëren van het handelen van zijn mededaders. Zijn aandeel in het geheel duidt eerder op actieve betrokkenheid. De rechtbank komt dan ook tot een bewezenverklaring van het onder feit 1, 2 en 3 ten laste gelegde.

Met betrekking tot het verweer van de raadsman dat sprake zou zijn van een voortgezette handeling overweegt de rechtbank dat hiervan in deze situatie geen sprake is. Bij dat oordeel heeft de rechtbank betrokken dat sprake is van handelingen op verschillende locaties en tijdstippen zodat niet zonder meer kan worden vastgesteld dat de handelingen voortvloeien

uit één ongeoorloofd wilsbesluit. Het bewezenverklaarde zal dan ook worden gekwalificeerd als meerdaadse samenloop.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1 tot en met 3 ten laste is gelegd, met dien verstande dat:

1.

hij op 17 juni 2009 in de gemeente Zwolle, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld (slachtoffer 2) heeft gedwongen tot de afgifte van 600,- euro, toebehorende aan (slachtoffer 2), welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij, verdachte, en/of één of meer van zijn mededaders:

- de auto van die (slachtoffer) - op de afgesproken locatie – heeft/hebben klemgezet en

- opzettelijk dreigend tegen die (slachtoffer) de woorden heeft/hebben gebezigd: "Je moet nu direct 2000,- euro betalen" en "Wij gaan niet weg voordat wij het geld hebben, anders heb jij een kankerprobleem", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en

- die (slachtoffer 2) en/of (slachtoffer) in hun auto heeft/hebben laten meerijden naar een afgelegen locatie elders en aldaar die (slachtoffer) krachtig in diens gezicht heeft/hebben geslagen en vervolgens een armklem om diens nek heeft/hebben aangelegd en daarbij

- opzettelijk dreigend de woorden heeft/hebben gebezigd: "Jij moet je bek houden anders sla ik jou ook in elkaar. Jij moet gewoon je mond houden" en "Je moet die 9 millimeter uit de kofferbak pakken" en "pak die ding er uit", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en

- die (slachtoffer 2) bij diens arm heeft/hebben vastgepakt en in een auto heeft/hebben doen plaatsnemen en vervolgens die (slachtoffer 2) en (slachtoffer) gescheiden van elkaar naar Zwolle heeft/hebben laten rijden en vervoerd naar een pinautomaat;

2.

hij op 17 juni 2009 in de gemeente Zwolle, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld (slachtoffer) heeft gedwongen tot de afgifte van 950,- euro, toebehorende aan (slachtoffer), welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij, verdachte, en/of één of meer van zijn mededaders:

- de auto van die (slachtoffer) - op de afgesproken locatie – heeft/hebben klemgezet en

- opzettelijk dreigend tegen die (slachtoffer) de woorden heeft/hebben gebezigd: "Ik ga niet eerder weg voordat ik mijn geld heb" en "wij gaan niet weg voordat wij het geld hebben, anders heb jij een kankerprobleem", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en

- die (slachtoffer 2) en/of (slachtoffer) in hun auto heeft/hebben laten meerijden naar een afgelegen locatie elders en aldaar krachtig tegen het dashbord van de auto van die (slachtoffer) heeft/hebben geslagen en vervolgens die (slachtoffer) krachtig tegen diens gezicht heeft/hebben geslagen en vervolgens een armklem om diens nek heeft/hebben aangelegd en daarbij

- opzettelijk dreigend de woorden heeft/hebben gebezigd: "Jij moet je bek houden anders sla ik jou ook in elkaar. Jij moet gewoon je mond houden" en "Je moet die 9 millimeter uit de kofferbak pakken" en "pak die ding er uit", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en

- die (slachtoffer 2) bij diens arm heeft/hebben vastgepakt en in een auto heeft/hebben doen plaatsnemen en vervolgens die (slachtoffer 2) en (slachtoffer) gescheiden van elkaar naar Zwolle heeft/hebben laten rijden en vervoerd naar een pinautomaat;

3.

hij op 17 juni 2009 in de gemeente Zwolle, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld (slachtoffer) te dwingen tot de afgifte van 1000,- euro, toebehorende aan (slachtoffer), welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij, verdachte, en/of één of meer van zijn mededaders:

- de auto van die (slachtoffer) - op de afgesproken locatie - heeft/hebben klemgezet en

- die (slachtoffer) in zijn auto heeft/hebben laten rijden naar een afgelegen locatie elders en aldaar die (slachtoffer) krachtig tegen diens gezicht heeft/hebben geslagen en vervolgens een armklem om diens nek heeft/hebben aangelegd en daarbij

- opzettelijk dreigend tegen die (slachtoffer) de woorden heeft/hebben gebezigd: "Ik wil mij geld hebben. Je moet 1000,- euro storten en je moet mij 2 dagen van tevoren bellen voor het bankrekeningnummer" en "Als je het geld niet stort dan komen wij het geld ophalen", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en daarbij

- die (slachtoffer) zijn Identiteitskaart heeft/hebben doen afgeven,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Van het meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

STRAFBAARHEID

Het onder 1 en 2 bewezene levert op telkens:

Afpersing, gepleegd door twee of meer verenigde personen,

Strafbaar gesteld bij artikel 317 van het Wetboek van Strafrecht.

Het onder 3 bewezene levert op:

Poging tot afpersing, gepleegd door twee of meer verenigde personen,

Strafbaar gesteld bij artikel 317 juncto artikel 45 van het Wetboek van Strafrecht.

De verdachte is deswege strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden gebleken zijn die strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten.

OPLEGGING VAN STRAF OF MAATREGEL

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de na te noemen beslissing passend.

De rechtbank heeft het volgende in het bijzonder in aanmerking genomen.

Ter beslechting van een geschil over onverwachte reparaties aan een gekochte auto heeft verdachte samen met twee andere medeverdachten twee personen afgeperst waarbij geweld is gebruikt. De verdachte heeft hierdoor blijk gegeven van een gebrek aan respect voor zowel de persoon als de lichamelijke integriteit van zijn slachtoffers. Verdachte en zijn mededaders zijn volledig voorbij gegaan aan de psychische en lichamelijke gevolgen voor de slachtoffers, die deze feiten als buitengewoon bedreigend en beangstigend hebben ervaren. Het is bekend dat slachtoffers van dergelijke strafbare feiten nog lange tijd kunnen lijden onder de psychische gevolgen van hetgeen hen is aangedaan. Daarnaast brengen feiten als deze bij de burgers in het algemeen gevoelens van angst en onveiligheid teweeg.

De rechtbank heeft voorts acht geslagen op een de verdachte betreffende uitreksel uit de justitiële documentatie d.d. 17 november 2009, waaruit blijkt dat de verdachte zich al eerder aan een dergelijk strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Weliswaar dateert de veroordeling van december 2004 maar daarbij is een forse straf opgelegd die verdachte er kennelijk niet van heeft weerhouden dit strafbare feit opnieuw te plegen. De rechtbank rekent dat verdachte zwaar aan en zal het strafrechtelijk verleden van verdachte, anders dan door de verdediging is bepleit, als strafverzwarend meewegen in de strafmaat.

De rechtbank komt tot een lichtere straf dan die, welke de officier van justitie heeft geëist, nu de rechtbank van oordeel is dat de hierna op te leggen straf voldoende recht doet aan de aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde . De rechtbank is echter wel van oordeel dat in het onderhavige geval een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf noodzakelijk is, omdat aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, gelet ook op het strafrechtelijke verleden van de verdachte, door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak miskend zouden worden. Bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel zouden moeten voeren, acht de rechtbank niet aanwezig.

Benadeelde partij

De vordering van de benadeelde partij (slachtoffer) te (adres) is naar het oordeel van de rechtbank niet van zo eenvoudige aard dat deze zich leent voor behandeling in het strafgeding. De rechtbank zal derhalve bepalen dat de benadeelde partij in die vordering niet ontvankelijk is en dat de vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Wettelijke bepalingen

De oplegging van straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 10, 27 en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het onder 1 tot en met 3 ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert het strafbare feit op, zoals hiervoor vermeld. De verdachte is deswege strafbaar.

Het onder 1 tot en met 3 meer of anders ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

Van het meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden.

De tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, zal bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering worden gebracht.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij (slachtoffer) te (adres) in zijn vordering niet ontvankelijk is en dat hij zijn vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Aldus gewezen door mr. M. Willemse, voorzitter, mr. G.P. Nieuwenhuis en mr. A.J. Louter, rechters, in tegenwoordigheid van mr. O. Bahi als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 januari 2010.

Mr. Willemse voornoemd was buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.