Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2010:BM1184

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
14-01-2010
Datum publicatie
19-04-2010
Zaaknummer
166621 - KG ZA 10-9
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Verplichting tot levering electriciteit ondanks betalingsachterstand.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 166621 / KG ZA 10-9

Vonnis in kort geding van 14 januari 2010

in de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

advocaat mr. S. Mangal te Almere,

tegen

de naamloze vennootschap

LIANDER N.V.,

(voorheen h.o.d.n. Continuon Netbeheer N.V.)

gevestigd te [woonplaats] en kantoorhoudende te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat mr. J.G. Keizer te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [eiser] en Liander genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de op 11 januari 2010 uitgebrachte dagvaarding

- de fax van mr. Mangal met producties

- de brief van 13 januari 2010 van mr. Keizer met producties

- mondelinge behandeling van 14 januari 2010

- de pleitnota van [eiser]

- de mondelinge wijziging van eis

- de pleitnota van Liander.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [eiser] heeft met betrekking tot zijn woning aan de [adres] te [woonplaats] een contract gesloten met Nuon ten behoeve van de levering van elektriciteit. Deze koopwoning (hierna: de woning) is aangesloten op stadsverwarming.

2.2. Liander is de netbeheerder van het energienetwerk voor de woning. Op grond van een tussen [eiser] en Liander tot stand gekomen overeenkomst dient Liander onder meer zorg te dragen voor de aansluiting en het transport van elektriciteit naar de woning.

2.3. Op 12 januari 2009 is er brand in de meterkast van de woning ontstaan. Naar aanleiding van de in de woning aangetroffen hennepplantage en de gemanipuleerde meterkast (het buiten de meter om elektriciteit wegnemen) heeft er sinds die dag geen energielevering meer plaatsgevonden.

2.4. In de woning verblijft [eiser] thans samen met zijn partner en hun twee minderjarige kinderen (3 en 5 jaar oud).

2.5. In een bij dagvaarding van 16 oktober 2009 door Liander tegen [eiser] bij deze rechtbank aanhangig gemaakte bodemprocedure (164258 HA ZA 09-1649) vordert Liander betaling door [eiser] van een bedrag van EUR 61.922,74 aan kosten terzake illegaal afgenomen elektriciteit, te vermeerderen met rente en kosten. De periode waarover de kosten worden berekend is van januari 2005 tot afsluiting in januari 2009.

Op 13 januari 2010 heeft [eiser] geconcludeerd voor antwoord, waarbij hij tevens een tegenvordering heeft ingesteld.

2.6. [eiser] erkent slechts gedurende de periode november 2008 tot de afsluiting in januari 2008 in de woning illegaal elektriciteit te hebben verbruikt.

2.7. [eiser] heeft geen betalingen verricht die in mindering strekken op het bedrag van de door hem illegaal afgenomen stroom.

2.8. [eiser] heeft Liander tevergeefs verzocht medewerking te verlenen om haar netwerk weer ter beschikking te stellen, zodat een energieleverancier de woning weer van elektriciteit kan voorzien.

2.9. Liander wil het door haar beheerde netwerk aan een energieleverancier ter beschikking stellen, indien [eiser] 25% van de door haar geclaimde kosten (zijnde 25% van EUR 65.000,--) ineens voldoet en het restant in zes betalingstermijnen.

3. Het geschil

3.1. [eiser] vordert samengevat en na wijziging van eis:

- te gelasten dat Liander op straffe van verbeurte van een dwangsom, terstond haar netwerk weer ter beschikking stelt voor energieleveranciers, zodat [eiser] of anderen voor de woning wederom een overeenkomst voor levering van energie kan aangegaan;

- te gelasten dat Liander akkoord gaat met een betalingsregeling terzake de kosten voor het heraansluiten of het ter beschikking stellen van het netwerk en dat de hoogte van het te betalen maandbedrag wordt vastgesteld door middel van een draagkrachtberekening op basis van een alimentatieregeling;

- veroordeling van Liander in de kosten van dit geding.

3.2. Liander voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. De spoedeisendheid vloeit voort uit de aard van het gevorderde.

4.2. De woning van [eiser] is aangesloten op stadsverwarming. Dit betekent dat de woning geen voorziening voor gaslevering kent. Door de afsluiting vanaf 12 januari 2009 op het elektriciteitsnetwerk, beschikt [eiser] vanaf die datum ook niet over verwarming (elektriciteit is nodig om de warmte van de stadverwarming in de woning te laten circuleren), warm water en de mogelijkheid om op een algemeen gangbare wijze te koken.

4.3. Gelet op de omstandigheid dat er thans sprake is van een (langdurige) koude periode en dat naast [eiser] en zijn partner in de woning ook twee jonge kinderen verblijven, ziet de voorzieningenrechter, belangen van partijen afwegende, voldoende reden voor het treffen van een ordemaatregel.

4.4. De door [eiser] gevraagde voorziening gaat op punten echter te ver. Zo ziet de voorzieningenrechter geen noodzaak dat anderen dan [eiser] zelf, een overeenkomst voor energielevering aangaan. Ook zou medewerking van Liander om haar netwerk ongeclausuleerd ter beschikking te stellen een onevenredige inbreuk op haar belang betekenen. Dit geldt te meer, nu ter zitting door Liander onweersproken gesteld is dat [eiser] ook voor de door hem erkende schuld ten belope van ongeveer EUR 6.500,-- geen enkele betaling heeft verricht. Dat dit, zoals zijdens [eiser] is betoogd, aan Liander kan worden verweten omdat zij geen betalingsregeling wenst te treffen, kan weinig serieus worden genomen.

4.5. Indien [eiser] wenst dat hij en met hem zijn overige gezinsleden weer gebruik kunnen maken van het netwerk van Liander, dient [eiser] in ieder geval een begin te maken met voldoening van zijn niet betwiste schuld aan Liander. De voorzieningenrechter acht, partijen ter zitting daar over aangehoord hebbende, een bedrag van EUR 100,-- per maand een minimum. Dit door [eiser] maandelijks te betalen bedrag dient te worden voldaan naast de reguliere betalingen uit hoofde van de door [eiser] nog af te sluiten energieovereenkomst.

4.6. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om [eiser] een betaling in termijnen toe te staan voor de kosten die gemoeid zijn met de heraansluiting. Deze kosten moeten, indien [eiser] heraansluiting wenst, volledig en in een keer worden voldaan. Voorts acht de voorzieningenrechter van belang dat [eiser], hangende de bodemprocedure, slechts aanspraak kan maken op (handhaving van de) heraansluiting, indien en voor zover hij de hiervoor genoemde extra betalingen van EUR 100,-- per maand, stipt blijft voldoen.

4.7. De voorzieningenrechter zal, mede gelet op de huidige koude periode, niet het verzoek van Liander inwilligen dat het vonnis niet eerder dan 14 dagen na (schriftelijke) verschijning daarvan, ten uitvoer kan worden gelegd. Het gestelde belang om bij eventuele toewijzing in beroep tegen dit vonnis te gaan dient te wijken voor het belang van [eiser] en zijn gezinsleden op een spoedige aansluiting op het netwerk. Liander heeft ter zitting niet gesteld dat zij niet, zoals door [eiser] is gevorderd, haar netwerk terstond ter beschikking kan stellen voor een energieleverancier.

4.8. Gelet op het vorenstaande komt de vordering in na te melden zin voor toewijzing in aanmerking, waarbij de dwangsom zal worden gemaximeerd tot EUR 100.000,--.

4.9. Aangezien elk van partijen als op enig punt in het ongelijk gesteld is te beschouwen, zullen de proceskosten worden gecompenseerd op de hierna te vermelden wijze.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. veroordeelt Liander om binnen één werkdag na betekening van dit vonnis haar netwerk ter beschikking te stellen, teneinde levering van elektriciteit door een energieleverancier aan [eiser] voor de woning aan de [adres] te [woonplaats] mogelijk te maken,

5.2. bepaalt dat Liander niet eerder aan voormelde veroordeling hoeft te voldoen dan één werkdag nadat [eiser] de normale kosten van heraansluiting volledig heeft voldaan tezamen met een eerste betaling ter aflossing van zijn schuld aan Liander van EUR 100,--,

5.3. bepaalt dat de hiervoor onder 5.2 bedoelde betaling van EUR 100,-- in ieder geval uiterlijk 1 februari 2010 dient te zijn voldaan,

5.4. veroordeelt Liander de aansluiting in stand te houden totdat eindvonnis in de onder overweging 2.5 bedoelde bodemzaak is gewezen,

5.5. bepaalt voorts dat Liander de terbeschikkingstelling van haar netwerk weer mag opschorten indien en zodra [eiser] niet stipt op de eerste maand een bedrag van EUR 100,-- ter aflossing van zijn schuld aan Liander voldoet. Gelet op het onder 5.2 bepaalde, dient de eerste betaling uit hoofde van dit deel van het dictum (5.5) uiterlijk op 1 maart 2010 plaats te vinden.

5.6. bepaalt dat Liander voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij in strijd handelt met het hiervoor bepaalde, aan [eiser] een dwangsom verbeurt van EUR 500,--.

5.7. bepaalt dat uit hoofde van dit vonnis niet meer dwangsommen worden verbeurd dan een bedrag van EUR 100.000,--,

5.8. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.9. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

5.10. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Huijzer en in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2010.