Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2010:BM0822

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
17-03-2010
Datum publicatie
14-04-2010
Zaaknummer
168182 / KG ZA 10-97
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vervoersrecht. Opschorting. Retentierecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 168182 / KG ZA 10-97

Vonnis in kort geding van 17 maart 2010

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TRAXX INTERCONTINENTAL B.V,

gevestigd te Barendrecht,

2. de rechtspersoon naar het recht van Verenigd Koninkrijk

EUROGATE LOGISTICS LIMITED,

gevestigd te Woodford Green,

3. de rechtspersoon naar het recht van Oostenrijk

EUROGATE LOGISTICS GMBH,

gevestigd te Parsching,

4. de rechtspersoon naar het recht van België

EUROGATE LOGISTICS N.V.,

gevestigd te Antwerpen,

eiseressen,

advocaat mr A.J. van Steenderen te Rotterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde sub 1],

gevestigd te [woonplaats],

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde sub 2],

gevestigd te [woonplaats],

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde sub 3],

gevestigd te [woonplaats],

gedaagden,

advocaat mr. Y. van Maarwijck te Steenwijk.

Partijen zullen hierna Traxx Intercontinental c.s. en [gedaagde sub 1] c.s. genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van Traxx Intercontinental c.s..

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [gedaagde sub 1] c.s. is (onder andere) wegvervoerder.

2.2. [gedaagde sub 1] c.s. heeft voor Eurogate Deutschland GmbH (verder Eurogate Duitsland) wegvervoer verzorgd. Eurogate Duitsland is insolvent geraakt en is inmiddels failliet verklaard. Eurogate Duitsland heeft voor een bedrag van ongeveer EUR 16.000,00 schulden aan [gedaagde sub 1] onbetaald gelaten.

2.3. In opdracht van eiseres sub 2 (verder genoemd Eurogate VK) en eiseres sub 4 (verder genoemd Eurogate België) heeft [gedaagde sub 1] eind oktober 2009 een viertal zendingen in ontvangst genomen voor vervoer naar Aalter (België) en Grunsfeld (Duitsland). Tezamen worden deze zendingen gemakshalve aangeduid als “de eerste zending”.

2.4. [gedaagde sub 1] heeft de eerste zending onder zich gehouden. Eurogate VK en [gedaagde sub 1] hebben vervolgens een vaststellingsovereenkomst gesloten. Uit hoofde van deze vaststellingsovereenkomst heeft Eurogate VK een bedrag van EUR 9.300,00 betaald aan [gedaagde sub 1]. Voorts werd overeengekomen:

“d. On basis of this Agreement and upon receipt by [A] of the abovementioned payment, [A] herewith legally and automatically transfers its claim against Eurogate Deutschland GmbH to Eurogate (bedoeld is Eurogate VK - voorzieningenrechter). […]

e. Upon (continued) due fulfilment of the above agreed provisions by both Parties, the Parties hereto irrevocably and unconditionally release each other from all outstanding charges pertaining hereto, so consequently there are no further claims against each other arriving form the above described relationships and/or any other cause, and consequently Eurogate hereby confirms that any (legal) procedurs which may have been initiated shall be withdrawn. To the extend permitted by law, the Paries hereby wave their right under articles 6:228 tot 6:272 inclusive of the Dutch Civil code to rescind (“ontbinden”), or demanding legal proceedings the rescission (“ontbinding”) or nullify, or demand in legal proceedings the nullification of this settlement Agreement on the ground of error (“dwaling”)”

2.5. Op 3 december 2009 kreeg Eurogate Logistics GmbH te Oostenrijk (verder: Eurogate Oostenrijk) opdracht tot vervoer van een zending speeltoestellen van Eindhoven naar Darmstadt (Duitsland) (verder: de tweede zending). Eurogate Oostenrijk heeft op haar beurt [gedaagde sub 1] ingeschakeld.

2.6. Partijen kwamen overeen dat [gedaagde sub 1] deze goederen op 15 december 2009 in ontvangst zou nemen, en deze op 16 december zou afleveren. [gedaagde sub 1] heeft de aflevering van deze tweede zending eveneens geweigerd.

3. Het geschil

3.1. De gewijzigde vordering van Traxx Intercontinental c.s. strekt ertoe dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

1. [gedaagde sub 1] c.s., al dan niet onder de voorwaarde(n) in goede justitie te bepalen, zal veroordelen om onmiddellijk feitelijk de tweede zending naar de plaats van inontvangstneming te (doen) vervoeren, althans daaraan zonder vertraging haar onmiddellijke medewerking te verlenen c.q. haar instructie daartoe te geven, een en ander binnen 24 uur na betekening van dit vonnis, zulks op straffe van een dwangsom van EUR 20.000,00, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, voor iedere dag of gedeelte daarvan dat [gedaagde sub 1] c.s. hierin nalatig is, met een maximum van EUR 500.000,00;

2. [gedaagde sub 1] c.s. zal verbieden om, direct na betekening van dit vonnis, ter zake de vordering op Eurogate Duitsland enig retentierecht of ander recht jegens Traxx Intercontinental c.s. en/of derden op enigerlei wijze gelieerd aan Traxx Intercontinental c.s. uit te oefenen, zulks op straffe van een dwangsom van EUR 20.000,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat [gedaagde sub 1] c.s. nalatig is, met een maximum van EUR 500.000,00;

3. [gedaagde sub 1] c.s. zal veroordelen tot betaling van respectievelijk EUR 10.445,49, EUR 4.895,69, EUR 9.300,00, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, al dan niet bij wege van voorschot;

4. [gedaagde sub 1] c.s. zal veroordelen in de kosten van deze procedure, daaronder begrepen de buitengerechtelijke kosten, voorlopig begroot op EUR 5.000,00, althans een in goede justitie te bepalen bedrag.

3.2. [gedaagde sub 1] c.s. heeft geconcludeerd tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van Traxx Intercontinental c.s. in de kosten van deze procedure.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. [gedaagde sub 1] c.s. heeft betoogd dat [A] Ferry Transport B.V. en [A] Forwarding B.V. op geen enkele wijze van doen hebben met de in geschil zijnde zendingen of met de vaststellingsovereenkomst. Traxx Intercontinental c.s. heeft zich hiertegen niet verweerd.

4.1.1. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de vorderingen, voor zover deze zijn ingesteld tegen [A] Ferry Transport B.V. en [A] Forwarding B.V., niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard, aangezien aan de vorderingen slechts feiten en omstandigheden ten grondslag zijn gelegd die betrekking hebben op [gedaagde sub 1], en niet op [A] Ferry Transport B.V. en [A] Forwarding B.V..

4.2. Aan de vordering sub 1 heeft Traxx Intercontinental c.s. ten grondslag gelegd dat [gedaagde sub 1] zonder deugdelijke grond de tweede zending onder zich heeft gehouden ten einde betaling te verkrijgen van een bedrag van EUR 6.000,00, zijnde (ongeveer) het verschil tussen hetgeen Eurogate Duitsland onbetaald had gelaten en hetgeen [gedaagde sub 1] heeft ontvangen uit hoofde van de vaststellingsovereenkomst. Volgens Traxx Intercontinental c.s. miskent [gedaagde sub 1] daarmee dat:

1. [gedaagde sub 1] de vordering die zij had op Eurogate Duitsland blijkens de vaststellingsovereenkomst heeft overgedragen aan Eurogate VK;

2. zo [gedaagde sub 1] nog deze vordering zou hebben, Eurogate Duitsland en Eurogate Oostenrijk verschillende partijen zijn, zodat van een wettelijk retentierecht geen sprake is;

3. voorts geen sprake kan zijn van een wettelijk retentierecht omdat het om een “oude” vordering gaat, en het wettelijke retentierecht niet betrekking heeft op dergelijke vorderingen.

4.2.1. [gedaagde sub 1] c.s. stelt zich op het standpunt dat ten aanzien van [gedaagde sub 1] wel sprake is van een geldig retentierecht. Zij stelt de zending onder zich te hebben gehouden in verband met het uitblijven van de voor het vervoer van de tweede zending aan haar verschuldigde betaling van EUR 175,00. Volgens [gedaagde sub 1] c.s. is mondeling overeengekomen dat dit bedrag zou worden betaald na ontvangst van de tweede zending in Eindhoven.

4.2.2. De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat het bestaan van een retentierecht met betrekking tot de tweede zending niet aannemelijk is geworden.

Dat mondeling is overeengekomen dat de vervoersprijs zou worden betaald na inontvangstname van de tweede zending in Eindhoven, is door Traxx Intercontinental c.s. gemotiveerd betwist, en ook overigens is niet aannemelijk geworden dat het uitblijven van betaling van de vervoersprijs van EUR 175,00 reden is geweest om de tweede zending onder zich te houden. In dat verband wijst de voorzieningenrechter op het volgende.

Gelet op de transportopdracht, door Traxx Intercontinental c.s. als productie 7 in het geding gebracht, is voorshands niet onaannemelijk dat als “Zahlungsbedingungen” is overeengekomen “60 Tage netto nach Rechnungserhalt mit bestätigten Original-CMR”. Onvoldoende weersproken is de stelling van Traxx Intercontinental c.s. dat zij nog geen factuur heeft ontvangen. In het licht van deze transportopdracht en het ontbreken van een factuur is de gestelde mondelinge afspraak vooralsnog onvoldoende aannemelijk.

Daarbij komt dat uit de e-mailwisseling, als productie 8 door Traxx Intercontinental c.s. in het geding gebracht, minst genomen het vermoeden wekt dat de tweede zending niet werd afgegeven in verband met de eis van [gedaagde sub 1] dat eerst alsnog EUR 6.000,00 zou worden betaald. [gedaagde sub 1] mailt op 16 december 2009: “Ik heb gehoord dat het om een bedrag van 6000,00 gaat, als wij deze ontvangen hebben zullen wij de goederen kunnen gaan uitleveren” en “Zodra het geld op onze rekening staat gaan wij rijden”.

4.2.3. Nu niet aannemelijk is dat [gedaagde sub 1] een recht van retentie heeft met betrekking tot de tweede zending, en Traxx Intercontinental c.s. inmiddels - nadat zij door de ontvanger in Darmstadt was aangesproken - vervanging van het transport heeft georganiseerd, is de vordering sub 1 toewijsbaar. Van een spoedeisend belang van Eurogate Oostenrijk bij toewijzing van deze vordering is voldoende gebleken, nu Traxx Intercontinental c.s. onweersproken heeft gesteld dat zij, indien niet onverwijld tot teruglevering wordt overgegaan, een belangrijke klant dreigt te verliezen. Wel ziet de voorzieningenrechter aanleiding de dwangsommen te matigen en te maximeren als na te melden.

4.3. De vordering sub 2 is eveneens toewijsbaar. Nog daargelaten of de in rechtsoverweging 4.2 onder 1 genoemde grond opgeld doet - Traxx Intercontinental c.s. stelt de vaststellingsovereenkomst te hebben vernietigd -, is niet weersproken dat gelet op de tweede en derde grond [gedaagde sub 1] geen retentierecht toekomt voor vorderingen van haar op Eurogate Duitsland. Ook hier ziet de voorzieningenrechter aanleiding de dwangsommen te matigen en te maximeren.

4.4. De vordering sub 3 betreft een geldvordering. Voor toewijzing bij voorraad van een dergelijke vordering in kort geding moet worden bezien of met voldoende mate van zekerheid te verwachten is dat de bodemrechter - later oordelende - de vordering zal toewijzen en dient er bovendien sprake te zijn van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening vereist is, terwijl het restitutierisico mede in de afweging van de belangen van partijen moet worden betrokken.

4.4.1. Door [gedaagde sub 1] c.s. is - overigens in algemene zin - betoogd dat van een spoedeisend belang van Traxx Intercontinental c.s. bij haar vorderingen geen sprake is. Traxx Intercontinental c.s. heeft zulks met betrekking tot de geldvordering niet weersproken. Ook uit hetgeen overigens door Traxx Intercontinental c.s. naar voren is gebracht, kan niet worden afgeleid dat zij een spoedeisend belang bij betaling van haar vorderingen heeft.

4.4.2. Daarbij komt dat, mede gelet op de betwisting van de verschillende onderdelen van de geldvordering door [gedaagde sub 1] c.s., toewijzing van de geldvorderingen niet verantwoord is te achten.

Als eerste dient te worden opgemerkt dat van een deugdelijke onderbouwing van als schade opgevoerde kosten (bijvoorbeeld door het in het geding brengen van facturen, offertes of betalingsbewijzen), door Traxx Intercontinental c.s. als productie 10 in het geding gebracht, niet is gebleken.

Daarnaast valt nog te bezien of de bodemrechter desgevorderd zal oordelen dat het door Eurogate VK aan [gedaagde sub 1] betaalde bedrag van EUR 9.300,00 uit hoofde van vaststellingsovereenkomst door [gedaagde sub 1] dient te worden terugbetaald. Daartoe is immers vereist dat de bodemrechter zal oordelen dat de vaststellingsovereenkomst is vernietigd c.q. dient te worden vernietigd op grond van dwaling. Nog daargelaten dat vooralsnog niet aannemelijk is geworden dat daadwerkelijk sprake is van een dwalingsgrond, lijken partijen de mogelijkheid van vernietiging op grond van dwaling in de vaststellingsovereenkomst onder e. te hebben willen uitsluiten.

Evenmin ziet de voorzieningenrechter aanleiding [gedaagde sub 1] c.s. te veroordelen tot betaling van de integrale proceskosten. Gesteld noch gebleken is dat [gedaagde sub 1] c.s. zich schuldig heeft gemaakt aan misbruik van procesrecht.

4.4.3. Alles overziende ligt de geldvordering voor afwijzing gereed. Enerzijds is niet gebleken van een spoedeisend belang, anderzijds staat de verschuldigdheid van de gevorderde bedragen niet zodanig vast dat toewijzing in kort geding aangewezen is.

4.5. [gedaagde sub 1] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de - op de gebruikelijke wijze berekende - proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Traxx Intercontinental c.s. worden begroot op:

- dagvaarding EUR 87,93

- vast recht 540,00

- salaris advocaat 904,00

Totaal EUR 1.531,93

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. verklaart Traxx Intercontinental c.s. niet-ontvankelijk in haar vorderingen, voor zover deze zijn ingesteld tegen [A] Ferry Transport B.V. en [A] Forwarding B.V.;

5.2. veroordeelt [gedaagde sub 1] om onmiddellijk feitelijk de tweede zending naar de plaats van inontvangstneming (Hoppenkuil 17 te Eindhoven) te (doen) vervoeren, althans daaraan zonder vertraging haar onmiddellijke medewerking te verlenen c.q. haar instructie daartoe te geven, een en ander binnen 24 uur na betekening van dit vonnis, zulks op straffe van een dwangsom van EUR 5.000,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat [gedaagde sub 1] hierin nalatig is, met een maximum van EUR 50.000,00;

5.3. verbiedt [gedaagde sub 1] om, direct na betekening van dit vonnis, ter zake de vordering op Eurogate Duitsland enig retentierecht jegens Traxx Intercontinental c.s. en/of derden op enigerlei wijze gelieerd aan Traxx Intercontinental c.s. uit te oefenen, zulks op straffe van een dwangsom van EUR 5.000,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat [gedaagde sub 1] nalatig is, met een maximum van EUR 50.000,00;

5.4. veroordeelt [gedaagde sub 1] in de proceskosten, aan de zijde van Traxx Intercontinental c.s. tot op heden begroot op EUR 1.531,93,

5.5. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.6. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. van der Hulst en in het openbaar uitgesproken op 17 maart 2010.