Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2010:BM0070

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
09-02-2010
Datum publicatie
06-04-2010
Zaaknummer
07.400255-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

voorwaardelijk opzet bezit kinderporno, verkrachting, verwerping OVAR-verweer, bewijsmotivering, strafmaatmotivering

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnummer: 07.400255-08 (P)

Uitspraak: 9 februari 2010

VONNIS IN DE STRAFZAAK VAN:

het openbaar ministerie

tegen

(verdachte)

(geboorteplaats)

(adres)

ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 26 januari 2010 te Zwolle.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. K.N. Holtrop, advocaat te Emmeloord.

Als officier van justitie was aanwezig mr. G.C. Pol.

TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

1.hij in of omstreeks de periode van 20 juli 2008 tot en met 21 juli 2008 te

Zwolle, met (benadeelde partij), van wie hij, verdachte, wist dat die (benadeelde partij) in

staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht

verkeerde, dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke

stoornis van haar geestvermogens leed dat die (benadeelde partij) niet of onvolkomen

in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen

weerstand te bieden, een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en)

uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die

(benadeelde partij), hebbende verdachte:

- die (benadeelde partij) (gedeeltelijk) uitgekleed en/of

- die (benadeelde partij) op de bank neergelegd en/of

- de steel van een hamer en/of (de achterzijde van) een schroevendraaier in de

vagina van die (benadeelde partij) geduwd/gebracht en/of (vervolgens) die steel van

een hamer en/of (de achterzijde van) een schroevendraaier in haar

vagina heen en weer en/of op neer bewogen en/of

- met een kwast over de vagina van die (benadeelde partij) gestreken en/of

- zijn verdachtes penis in, althans bij de mond van die (benadeelde partij)

geduwd/gebracht en/of

- zichzelf afgetrokken (waarna verdachte is klaargekomen);

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2008 tot en met 27 juli 2008 te Zwolle, in elk geval in Nederland, één of meermalen een afbeelding en/of een gegevensdrager, bevattende één of meer afbeeldingen van seksuele gedragingen, te weten een harddisk/ harde schijf en/of (een) computerbestand(en), bij welke vorenbedoelde afbeelding(en) (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was

betrokken, (telkens) heeft verspreid en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of uitgevoerd en/of in bezit heeft gehad te weten;

- een computerbestand en/of een MPG bestand bevattende een film van een naakt meisje dat in een kamer staat met alleen een roze riem aan. Zij danst voor de camera en wrijft zich in met olie waardoor haar lichaam gaat glimmen. Zij wrijft zich ook over haar vagina en borsten. Zij gaat hierna op de vloer liggen en blijft haar lichaam wrijven. Zij opent haar benen zodat haar vagina goed te zien is. Er verschijnt dan een jongen ten tonele. Hij heeft een stijve penis. De jongen en het meisje hebben hierna gemeenschap en/of

- een computerbestand met daarop een film bevattende een collage van allerlei opnames van jeugdigen. Het zijn beelden van meisjes die aan het masturberen zijn waarbij hun vagina goed te zien is. Verder beelden van een jongen en een meisje die vaginale gemeenschap met elkaar hebben en waarbij de jongen later klaarkomt en sperma zichtbaar is op de vagina van het meisje en/of

- een computerbestand met daarop te zien twee naakte meisjes die elkaar tongzoenen. Ook strelen en betasten zij elkaars borsten. Naast de meisjes zit een volwassen man. Zijn stijve penis is goed te zien en is hij is aan het masturberen terwijl hij onderwijl ook de borsten van de meisjes betast. Op het moment dat de meisjes elkaar weer zoenen krijgt de man een ejaculatie en spuit zijn sperma over de gezichten van de meisjes;

3.

hij op of omstreeks 13 september 2008 in de gemeente Zwolle zich opzettelijk oneerbaar op of aan een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd, te weten op de openbare weg en/of in een park aan de Potgietersingel, met ontbloot geslachtsdeel heeft bevonden;

(parketnummer 461361-08)

4.

hij in of omstreeks de periode van 23 december 2008 tot en met 24 december 2008 te Zwolle opzettelijk mishandelend zijn levensgezel, althans een persoon, te weten (benadeelde partij), meermalen, althans éénmaal (met kracht) met zijn, verdachtes, hand(en) heeft gedrukt/geduwd op de mond en/of het gezicht van die (benadeelde partij) en/of meermalen, althans éénmaal (met kracht) heeft gestompt/geslagen op/tegen/in het gezicht en/of het hoofd, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

(parketnummer 400073-09)

VOORVRAGEN

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

BEWIJSMOTIVERING

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie is van oordeel dat het onder 1, 2, 3 en 4 kan worden bewezen verklaard.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich namens verdachte voor wat betreft het bewijs van het onder 1 en 3 ten laste gelegde gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat het opzet op het in bezit hebben van kinderporno ontbreekt. Zij heeft aangevoerd dat verdachte zich niet bewust was van de aanwezigheid van kinderporno op zijn computer, hetgeen zou worden ondersteund door de omstandigheid dat slechts 4 (van vele) bestanden kinderporno bevatten en deze zich bevonden in een niet door verdachte maar door Limewire aangemaakte bestandsmap die nooit door verdachte doch alleen door een virusscanner kort geopend zou zijn, alsmede dat het een moeilijk van volwassenen te onderscheiden leeftijdscategorie betreft. Hierdoor zou geen sprake zijn van het bestandsdeel “in het bezit hebben”waardoor vrijspraak zou moeten volgen.

Ten slotte heeft de raadsvrouw ten aanzien van het onder 4 tenlastegelegde gesteld dat de verklaringen van aangeefster niet overeenkomen met de verklaring van verdachte alsook niet met het proces-verbaal van bevindingen opgesteld door een verbalisant. Hierdoor is er onvoldoende overtuigend bewijs voor feit 4, zodat vrijspraak dient te volgen.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt, op grond van de hierna in voetnoten vermelde bewijsmiddelen het navolgende.

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde

Op 27 juli 2008 wordt door de broer van aangeefster (benadeelde partij) melding gemaakt van het feit dat zij onder invloed van GHB door haar vriend is misbruikt en dat dit op film is vastgelegd . (benadeelde partij) doet op 30 juli 2008 aangifte en verklaart dat zij op 20 of 21 juli 2008 in de woning van verdachte te Zwolle was toen verdachte haar GHB aanbood. Zij heeft toen expliciet aangegeven niet te veel GHB te willen gebruiken omdat zij niet bewusteloos wilde raken. Verdachte heeft de GHB voor aangeefster gedoseerd en door haar ranja gemixt. Het eerstvolgende dat aangeefster zich daarna kan herinneren was dat zij wakker werd gekleed in slechts pantykousen en BH. Zij heeft verdachte gevraagd of er iets gebeurd was waarop verdachte ontkennend antwoordde. Op 26 juli 2008 heeft aangeefster ontdekt dat verdachte een filmopname had gemaakt van die bewuste avond welke hij op zijn computer had opgeslagen. Op deze opname was te zien dat zij ontkleed en bewusteloos op de bank lag terwijl verdachte seksuele handelingen bij haar verrichtte. Daarbij gebruikte hij onder meer een kwast. Ter zitting heeft verdachte erkend dat hij daarnaast de achterzijde van een hamer en een schroevendraaier heeft gebruikt als dildo en deze bij (benadeelde partij) heeft ingebracht terwijl hij wist dat zij in een staat van bewusteloosheid verkeerde. Voorts heeft hij bekend dat hij daarna is klaargekomen. . Een huisgenote van verdachte verklaart bij de politie dat aangeefster boos en verontwaardigd was over de handelingen die verdachte bij haar had verricht. De rechtbank acht op basis van opgemelde feiten en omstandigheden wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder 1 ten laste is gelegd.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde

De computer van verdachte is naar aanleiding van het hierboven beschreven feit, inbeslaggenomen . Verdachte heeft verklaard dat de inbeslaggenomen computer zijn eigendom is .

De recherche heeft onderzoek verricht naar de harde schijf van de computer van verdachte. Naast een filmfragment van het onder 1 ten laste gelegde zijn tevens een viertal filmfragmenten aangetroffen met kinderpornografisch materiaal . Deze vier fragmenten zijn uitgeschreven en in de tenlastelegging opgenomen.

Voor de rechtbank is vast komen te staan dat deze vier fragmenten kinderpornografisch van aard zijn. De rechtbank baseert dit oordeel op de bevindingen van het onderzoek door de aan het bureau kinderporno van de Regiopolitie IJsselland verbonden opsporingsambtenaren. In het kader van dit onderzoek hebben zedenrechercheurs de files bekeken op de mogelijke aanwezigheid van kinderpornografisch materiaal. De leeftijd van de afgebeelde jeugdigen is mede geschat aan de hand van de zogenaamde Tannertabel .

De aldus beschreven werkwijze acht de rechtbank zodanig concreet en van voldoende waarborgen voorzien dat er bij de rechtbank geen twijfel bestaat over de juistheid van de bevindingen dat de beschreven bestanden als kinderpornografisch materiaal zijn aan te merken. Gelet hierop wordt vastgesteld dat verdachte kinderporno in zijn bezit heeft gehad en verwerpt de rechtbank het door de raadsvrouw gevoerde verweer dat de aangetroffen kinderporno als zodanig niet eenvoudig is te herkennen.

Met betrekking tot het vereiste opzet ten aanzien van het in bezit hebben van kinderporno stelt de rechtbank voorop dat daartoe zogenaamd voorwaardelijk opzet volstaat ( HR 8 mei 2001, NJ 2001, 479).

De rechtbank stelt vast dat verdachte doelbewust pornografische bestanden via het internet heeft gedownload.. Onder deze bestanden zijn ook kinderpornografische bestanden aangetroffen. De rechtbank neemt in aanmerking dat de aangetroffen kinderpornografische bestanden normaal toegankelijk waren en zich niet bevonden op een locatie voor onbewust gedownloade bestanden. Ook zijn de bestanden niet verwijderd.

Voorts is gebleken dat sprake was van tenminste één kenmerkende naam zoals: “(XXXXX)…(XXXXX). De verbalisanten hebben verklaard dat deze bestandsnaam in het betreffende bestand werd vermeld na de configuratieregel: SPECIAL FILES TO SHARE. Dit betekent dat dit bestand werd gedeeld vanuit de map E:\Incomplete\. Deze map betreft de standaardmap voor de met Limewire gedownloade bestanden. Voorts hebben de verbalisanten die de computer hebben onderzocht opgemerkt dat twee van de vier kinderpornografische bestanden een datum en tijd van laatste wijziging hebben welke voor de datum en tijd van aanmaak van die bestanden ligt. Dit is, naar blijkt uit het proces-verbaal, een goede aanwijzing dat die bestanden op een andere locatie werden aangemaakt en naar deze locatie werden gekopieerd .

Daarnaast geldt dat is gesteld noch gebleken dat een ander deze kinderpornografische bestanden heeft gedownload en op de harde schijf van verdachtes computer zou hebben opgeslagen.

Gegeven deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans kinderpornografisch materiaal in zijn bezit te krijgen en te hebben. Dit leidt tot het oordeel dat opzet, in de zin van voorwaardelijk opzet, op het bezit van kinderporno kan worden bewezen. Het verweer gericht op het ontbreken van opzet wordt derhalve verworpen.

De rechtbank acht op basis van opgemelde feiten en omstandigheden wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder 2 ten laste is gelegd.

Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde

Op 13 september 2008 wordt er melding gemaakt van het feit dat verdachte met een ontbloot onderlijf bij een trap aan de (straatnaam) te Zwolle staat. Twee verbalisanten troffen verdachte aan de (straatnaam) aan, in een verwarde toestand met een ontbloot onderlichaam waarbij zijn geslachtsdeel goed zichtbaar was. De verbalisanten hadden het vermoeden dat verdachte onder invloed van middelen was, aangezien hij geen controle over zijn lichaam had. Het heeft uiteindelijk 10 minuten geduurd voordat verdachte zijn broek aan kreeg. Passanten reageerden verontwaardigd op het ontblootte onderlichaam van verdachte .

Verdachte heeft verklaard dat hij op 13 september 2008 een whisky had gedronken en vermoedelijk een XTC pil heeft ingenomen. Bij het park aangekomen ging verdachte plassen waarbij zijn broek helemaal afzakte.

Op grond van de bevindingen van de verbalisanten en de verklaringen van verdachte

concludeert de rechtbank dat verdachte zijn broek liet zakken terwijl hij zich op een plaats bevond voor het openbaar verkeer bestemd. Verdachte verkeerde op dat moment onder invloed van middelen en had geen controle meer over zijn eigen lichaam. Hierbij was zijn geslachtdeel voor passanten goed zichtbaar waardoor hun eerbaarheid werd geschonden.

Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat verdachte zich langdurig in deze toestand bevond.acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder 3 ten laste is gelegd.

Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde

Op 24 december 2008 wordt door (benadeelde partij) aangifte gedaan van mishandeling op 23 december 2008 te Zwolle. Verdachte zou zijn handen stevig tegen het gezicht van (benadeelde partij) hebben gedrukt en haar een klap in het gezicht hebben gegeven. Dit zou bij (benadeelde partij) een tand door de lip en een dikke en pijnlijke neus hebben veroorzaakt .

Verdachte heeft verklaard dat hij in de nacht van 23 december 2008 met aangeefster ruzie heeft gekregen. Aangeefster raakte in paniek en begon te schreeuwen. Verdachte heeft vervolgens zijn hand tegen haar mond gezet om het geschreeuw te doen stoppen en zo de overlast voor de buurt te beperken. In de ochtend van 23 augustus 2008 is de politie langs geweest wegens het geschreeuw van de afgelopen nacht. Aangeefster heeft toen aan de politie verklaard dat er niets aan de hand was .

Gelet op de verklaring van verdachte en het feit dat verbalisanten ’s ochtends op 23 december 2008 niets merkwaardigs aan het gezicht van (benadeelde partij) hebben waargenomen , kan niet worden vastgesteld dat verdachte ’s avonds op 23 december 2008 (benadeelde partij) opzettelijk pijn of letsel heeft toegebracht, komt de rechtbank tot het oordeel dat hier van opzet geen sprake van is.

De rechtbank komt gelet op het voorgaande niet tot bewezenverklaring van het onder 4 ten laste gelegde.

BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht derhalve wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1, 2 en 3 ten laste is gelegd, met dien verstande dat

1.

hij in de periode van 20 juli 2008 tot en met 21 juli 2008 te Zwolle, met (benadeelde partij), van wie hij, verdachte, wist dat die (benadeelde partij) in staat van bewusteloosheid verkeerde, handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die (benadeelde partij), hebbende verdachte:

- die (benadeelde partij) gedeeltelijk uitgekleed en

- die (benadeelde partij) op de bank neergelegd en

- de steel van een hamer en/of (de achterzijde van) een schroevendraaier in de

vagina van die (benadeelde partij) geduwd/gebracht en/of vervolgens die steel van

een hamer en/of (de achterzijde van) een schroevendraaier in haar

vagina heen en weer en/of op neer bewogen en

- met een kwast over de vagina van die (benadeelde partij) gestreken en

- zijn, verdachtes penis bij de mond van die (benadeelde partij) gebracht en

- zichzelf afgetrokken (waarna verdachte is klaargekomen);

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2008 tot en met 27 juli 2008 te Zwolle, meermalen een afbeelding en/of een gegevensdrager, bevattende één of meer afbeeldingen van seksuele gedragingen, te weten een harddisk/ harde schijf en/of computerbestanden, bij welke vorenbedoelde afbeelding(en) (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, in bezit heeft gehad te weten;

- een computerbestand en/of een MPG bestand bevattende een film van een naakt meisje dat in een kamer staat met alleen een roze riem aan. Zij danst voor de camera en wrijft zich in met olie waardoor haar lichaam gaat glimmen. Zij wrijft zich ook over haar vagina en borsten. Zij gaat hierna op de vloer liggen en blijft haar lichaam wrijven. Zij opent haar benen zodat haar vagina goed te zien is. Er verschijnt dan een jongen ten tonele. Hij heeft een stijve penis. De jongen en het meisje hebben hierna gemeenschap en/of

- een computerbestand met daarop een film bevattende een collage van allerlei opnames van jeugdigen. Het zijn beelden van meisjes die aan het masturberen zijn waarbij hun vagina goed te zien is. Verder beelden van een jongen en een meisje die vaginale gemeenschap met elkaar hebben en waarbij de jongen later klaarkomt en sperma zichtbaar is op de vagina van het meisje en/of

- een computerbestand met daarop te zien twee naakte meisjes die elkaar tongzoenen. Ook strelen en betasten zij elkaars borsten. Naast de meisjes zit een volwassen man. Zijn stijve penis is goed te zien en is hij is aan het masturberen terwijl hij onderwijl ook de borsten van de meisjes betast. Op het moment dat de meisjes elkaar weer zoenen krijgt de man een ejaculatie en spuit zijn sperma over de gezichten van de meisjes;

3.

hij op of omstreeks 13 september 2008 in de gemeente Zwolle zich opzettelijk oneerbaar op of aan een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd, te weten in een park aan de (straatnaam), met ontbloot geslachtsdeel heeft bevonden;

Van het 1, 2 en 3 meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

KWALICATIE

Het bewezene levert op:

1. Met iemand van wie hij weet dat hij in staat van bewusteloosheid verkeert, handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, strafbaar gesteld bij artikel 243 van het Wetboek van Strafrecht.

2. Een gegevensdrager, bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd, strafbaar gesteld bij artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht.

3. Schennis van de eerbaarheid op of aan een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd, strafbaar gesteld bij artikel 239 van het Wetboek van Strafrecht.

DE STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

De raadsvrouw heeft ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde betoogd dat aangeefster niet verbolgen is over het seksueel binnendringen, doch over het stiekem filmen en het vermeende tonen van die filmbeelden aan derden. Voorts heeft de raadsvrouwe aangevoerd dat verdachte en aangeefster een gemeenschappelijke afwijkende seksuele moraal hadden, op grond waarvan geconcludeerd zou mogen worden dat verdachte de seksuele handelingen bij (benadeelde partij) met wederzijdse goedvinden verrichtte. Hierdoor zou de strafbaarheid van het feit ten opzichte van verdachte worden weggenomen op grond waarvan verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

De officier van justitie heeft geconcludeerd dat er geen sprake is van enige strafuitsluitingsgrond.

De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsvrouw. Een afwijkende seksuele moraal – wat daar ook van zij - leidt niet tot de conclusie dat (benadeelde partij) toestemming zou hebben gegeven tot het verrichten van de seksuele handelingen. Eerder kan uit de afgelegde verklaring van de getuige (getuige) worden afgeleid dat (benadeelde partij) zeer ontdaan was over hetgeen onder voornoemde omstandigheden was gebeurd. Van belang is evenwel dat aangeefster, door haar staat van bewusteloosheid, juist niet in staat was in te stemmen met de handelingen dan wel deze te weigeren. Van een strafuitsluitingsgrond – de raadsvrouwe heeft geen specifieke grond genoemd – is dan ook geen sprake.

Gelet op het voorgaande wordt het beroep op een strafuitsluitingsgrond verworpen.

Er zijn geen andere feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten.

DE STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE

Mede gelet op het voorgaande zijn er geen feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van de verdachte opheffen. De verdachte is derhalve strafbaar.

OPLEGGING VAN STRAF EN/OF MAATREGEL

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd verdachte een gevangenisstraf van 18 maanden op te leggen, met aftrek van het voorarrest. Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft een lagere straf bepleit in de vorm van een werkstraf en een geheel voorwaardelijke straf, mede gelet op het beroep op een strafuitsluitingsgrond terzake feit 1 en het pleidooi tot vrijspraak terzake de feiten 2 en 4.

Het oordeel van de rechtbank

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden

waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte,

zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de

na te noemen beslissing passend.

De rechtbank heeft bij de strafoplegging in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een drietal zedendelicten. Bij het bepalen van de strafmaat legt het onder 1 bewezen verklaarde feit het meeste gewicht in de schaal. Uit de afgelegde verklaringen blijkt dat aangeefster op psychisch- en seksueel gebied zeer kwetsbaar was en zich ten opzichte van verdachte afhankelijk opstelde. Terwijl verdachte daarvan op de hoogte was heeft hij misbruik gemaakt van de staat waarin zij zich op 20 of 21 juli 2008 bevond. Dat rekent de rechtbank verdachte zwaar aan. Daarbij betrekt de rechtbank ook dat het verdachte is geweest die aangeefster door middel van het toevoegen van een door hem gekozen hoeveelheid GHB aan haar drankje, in een staat van bewusteloosheid heeft gebracht.

Bij het opleggen van de straf heeft de rechtbank voorts meegewogen dat verdachte heeft geweigerd mee te werken aan een door de rechtbank noodzakelijk geachte rapportage met betrekking tot zijn persoonlijke omstandigheden en verslavingproblematiek. Door deze weigering en het ontbreken van een op verdachte toegesneden advies acht de rechtbank geen termen aanwezig voor het opleggen van een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf.

Tenslotte heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten.

De rechtbank is in dit geval van oordeel dat een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf noodzakelijk is, omdat aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak miskend zou worden.

De oplegging van straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 10, 27 en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het onder 4 ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen en verdachte wordt daarvan vrijgesproken

Het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert de strafbare feiten op, zoals hiervoor vermeld. De verdachte is deswege strafbaar.

Het onder 1, 2 en 3 meer of anders ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden.

De tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, zal bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering worden gebracht.

Aldus gewezen door mr. G.P. Nieuwenhuis, voorzitter, mr. J.N. Bartels en mr. S.M. Milani, rechters, in tegenwoordigheid van mr. O. Bahi als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 januari 2010.

Mr. J.N. Bartels voornoemd was buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.