Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2010:BL5754

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
26-02-2010
Datum publicatie
26-02-2010
Zaaknummer
07.440246-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

poging diefstal kaartlezer, bewijsmotivering, strafmaatoverweging, nietigheidsverweer dagvaarding verworpen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnr. : 07.440246-09

Uitspraak: 26 februari 2010

Vonnis in de zaak van:

het openbaar ministerie

tegen

(verdachte)

geboren (geboorteplaats)

(adres)

thans gedetineerd in het Huis van Bewaring te Almere

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 12 februari 2010. De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. H.J. Voors, advocaat te Zwolle.

De officier van justitie, mr. A.E. Postma, heeft ter terechtzitting gevorderd de veroordeling van verdachte tot een gevangenisstraf van 12 maanden terzake het onder 1 primair, 2 primair en 3 ten laste gelegde.

TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd, na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting van 12 februari 2010, dat:

1.

hij op of omstreeks 28 oktober 2009 in de gemeente Dalfsen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk (een) betaalpas(sen), (een) waardekaart(en) en/of enige andere voor het publiek beschikbare kaart(en) of voor het publiek beschikbare drager(s) van identiteitsgegevens, bestemd voor het verrichten of verkrijgen van betalingen of andere prestaties langs geautomatiseerde weg, te weten (een) bankpasje(s) en/of (een) creditcards(s)

en/of een of meer andere waardekaart(en), valselijk op te maken en/of te vervalsen met het oogmerk om zich of een ander of anderen te bevoordelen, bij het bedrijf (naam bedrijf), in (een) door klanten van dat bedrijf voor het verrichten van betalingen te gebruiken pinautom(a)t(en) en/of betaalautoma(a)t(en), een of meer gat(en) heeft/hebben geboord, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 28 oktober 2009 in de gemeente Dalfsen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een betaalautomaat en/of pinautomaat weg te nemen een kaartlezer en/of een hoeveelheid (elektronische/digitale) gegevens, geheel of ten dele toebehorende aan (naam bedrijf) en/of aan klanten van (naam bedrijf), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die betaalautomaat en/of pinautomaat, te verschaffen en/of die/dat weg te nemen kaartlezer en/of gegevens onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of valse sleutel, een of meer gat(en) in die betaalautomaat en/of pinautomaat heeft/hebben geboord, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 28 oktober2009 te in de gemeente Dalfsen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk een betaal- en/of pinautomaat, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan naam (naam bedrijf), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s), heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt door gaten te boren in die betaal- en/of pinautomaat.

2.

hij op of omstreeks 28 oktober 2009 in de gemeente Meppel, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk (een) betaalpas(sen), (een) waardekaart(en) en/of enige andere voor het publiek beschikbare kaart(en) of voor het publiek beschikbare drager(s) van identiteitsgegevens, bestemd voor het verrichten of verkrijgen van betalingen of andere prestaties langs

geautomatiseerde weg, te weten (een) bankpasje(s) en/of (een) creditcards(s) en/of een of meer andere waardekaart(en), valselijk op te maken en/of te vervalsen met het oogmerk om zich of een ander of anderen te bevoordelen, bij het bedrijf (naam bedrijf), uit (een) door klanten van dat bedrijf voor het verrichten van betalingen te gebruiken pinautom(a)t(en) en/of betaalautoma(a)t(en), een kaartlezer heeft/hebben verwijderd en/of een/of meer gat(en) in die betaalautomaat en//of pinautomaat heeft/hebben geboord terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 28 oktober 2009 in de gemeente Meppel ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een betaalautomaat en/of pinautomaat weg te nemen een hoeveelheid (elektronische/digitale) gegevens, geheel of ten dele toebehorende aan (naam bedrijf) en/of aan klanten van (naam bedrijf), in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die betaalautomaat en/of pinautomaat, waarin die hoeveelheid gegevens zou zijn opgeslagen, te verschaffen en/of die/dat weg te nemen gegevens onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of valse sleutel, een/of meer gat(en) in die betaalautomaat en//of pinautomaat heeft/hebben geboord en/of een kaartlezer hebben verwijderd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 28 oktober 2009 te/in de gemeente Meppel tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk een betaal en/of pinautomaat, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan naam (naam bedrijf), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s), heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt door gaten te boren in die betaal- en/of pinautomaat en/of een kaartlezer te verwijderen uit die betaal- en/of pinautomaat.

3.

hij op of omstreeks 28 oktober 2009 in de gemeente Meppel tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een betaalautomaat en/of pinautomaat heeft weggenomen een kaartlezer/printplaat, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan (naam bedrijf), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

De rechtbank verbetert in de tenlastelegging een aantal kennelijke schrijffouten. De verdachte wordt blijkens het onderzoek ter terechtzitting daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

NIETIGHEID VAN DE DAGVAARDING

De raadsman heeft betoogd dat de dagvaarding ten aanzien van het onder 1 en 2 primair ten laste gelegde nietig moet worden verklaard. De rechtbank is van oordeel dat de begrippen vervalsen en valselijk opmaken in artikel 232 van het Wetboek van Strafrecht zoals in de pogingsvariant ten laste gelegd in het onder 1 primair en 2 primair voldoende feitelijk zijn zoals vereist en de tenlastelegging voldoet aan de daaraan gestelde eisen van artikel 261 van het Wetboek van strafvordering. De rechtbank verwerpt derhalve het verweer van de raadsman hieromtrent.

BEWIJS

De verdachte dient van het onder 1 primair, 2 en 3 ten laste gelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht.

Ten aanzien van het onder 2 en 3 ten laste gelegde is de rechtbank van oordeel dat slechts bewezen kan worden dat verdachte en zijn medeverdachte (naam medeverdachte) in Meppel zijn geweest op 28 oktober 2009, maar dat niet kan worden vastgesteld welke verdachte handelingen heeft verricht en aldus geen wettig en overtuigend bewijs voorhanden is voor het medeplegen van het onder 2 en 3 ten laste gelegde. Het aantreffen van een kaartlezer in de auto van de medeverdachte doet daaraan niet af.

In de aangifte wordt melding gemaakt van de diefstal van een kaartlezer van het betalingssysteem. In de auto van verdachten is echter niet een kaartlezer, maar een printplaatje aangetroffen. Bij het (naam bedrijf) is het binnenwerk van de aldaar aanwezige pinautomaat bekeken en verbalisanten hebben gezien dat achter de zwarte kaartlezer een groen printplaatje zichtbaar werd en dat dit printplaatje identiek is aan het onder verdachten inbeslaggenomen printplaatje. Uit het dossier blijkt echter niet dat ook een kaartlezer bij verdachten is aangetroffen.

Bovendien blijkt uit het aanvullend proces-verbaal van de politie d.d. 11 februari 2010 blijkt dat het niet een uniek printplaatje betreft.

Ten aanzien van het onder 1 primair tenlastegelegde is de rechtbank met de raadsman van verdachte van oordeel dat van de gedragingen, zoals deze uit het dossier naar voren komen, niet gezegd kan worden dat deze naar hun uiterlijke verschijningsvorm gericht zijn op voltooiing van het “skimmen” van betaalpassen. Naar het oordeel van de rechtbank staat het willen verwijderen van een kaartlezer uit een betaalautomaat te ver af van het vervalsen van betaalpassen zodat geen sprake is van een begin van uitvoering van het in artikel 232 van het Wetboek van Strafrecht strafbaar gestelde misdrijf.

Gelet op het voorgaande zal verdachte worden vrijgesproken van het onder 1 primair ten laste gelegde.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1 subsidiair ten laste is gelegd, met dien verstande dat:

1 subsidiair:

hij op 28 oktober 2009 in de gemeente Dalfsen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een betaalautomaat weg te nemen een kaartlezer, toebehorende aan (naam bedrijf) en zich daarbij die weg te nemen kaartlezer onder hun bereik te brengen door middel van braak, gaten in die betaalautomaat heeft/hebben geboord, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Van het 1 subsidiair meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

STRAFBAARHEID

Het bewezene levert op:

Poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, strafbaar gesteld bij artikel 311 juncto artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht.

De verdachte is deswege strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden gebleken zijn die die strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten.

OPLEGGING VAN STRAF OF MAATREGEL

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de na te noemen beslissing passend.

De rechtbank is in dit geval van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke vrijheidsstraf noodzakelijk is, omdat aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, gelet ook op het strafrechtelijk verleden van de verdachte, door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak miskend zouden worden. Het ‘skimmen’ is een ernstige vorm van criminaliteit die veel schade aanricht aan zowel financiële instellingen als aan gebruikers van bancaire producten. Het vertrouwen, dat door de consument en de acceptant in het betaalnetwerk en in de pinpas moet kunnen worden gesteld, wordt hierdoor op ernstige wijze ondermijnd. Dit kan grote economische en maatschappelijke gevolgen hebben. Het door verdachte gepleegde kan worden beschouwd als een handeling voorafgaande aan de strafbare gedragingen die voor de totstandkoming van het skimmen vereist zijn. Een en ander rechtvaardigt naar het oordeel van de rechtbank een lange onvoorwaardelijke vrijheidsstraf.

Bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel zouden kunnen leiden, acht de rechtbank niet aanwezig.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank rekening gehouden met een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 29 oktober 2009.

De oplegging van straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 10 en 27.

De vorderingen van de benadeelde partijen (naam bedrijf), dienen niet-ontvankelijk te worden verklaard nu zij naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende zijn onderbouwd.

BESLISSING

Ten aanzien van de tenlastelegging

Het onder 1 primair, 2 en 3 ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

Het onder 1 subsidiair ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert het strafbare feit op, zoals hiervoor vermeld. De verdachte is deswege strafbaar.

Het onder 1 subsidiair meer of anders ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden.

De tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, zal bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering worden gebracht.

Het bevel tot voorlopige hechtenis wordt opgeheven met ingang van 26 februari 2010.

De benadeelde partij (naam bedrijf) is in haar vorderingen niet ontvankelijk en kan haar vorderingen slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Aldus gewezen door mr. A.J. Louter, voorzitter, mrs. W.P.M. Elderman en M.A. Wijnands - Veninga, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.W. Sijnstra - Meijer als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 februari 2010.

Mrs Elderman en Wijnands-Veninga voornoemd zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.