Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2010:BL3716

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
08-02-2010
Datum publicatie
12-02-2010
Zaaknummer
479138 HA 08-427
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arbeidszaak. Afwijzing verzoek ontbinding arbeidsovereenkomst. Gesteld disfunctioneren onvoldoende aannemelijk. Onderbouwing subsidiair aangevoerde bedrijfseconomische omstandigheden veel te mager.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2010-0140
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE – LELYSTAD

sector kanton – locatie Zwolle

zaaknr. : 479138 HA VERZ 09-427

datum : 8 februari 2010

Beschikking op een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[VERZOEKENDE PARTIJ] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats]

verzoekende partij,

verder ook te noemen [verzoekende partij],

gemachtigde mr. M.T. van Daatselaar,

tegen

[VERWERENDE PARTIJ],

wonende te [woonplaats],

verwerende partij,

verder ook te noemen [verwerende partij],

gemachtigde mr. M.B. Tol.

De procedure

De kantonrechter heeft kennis genomen van het verzoekschrift, het verweerschrift en de overge-legde producties.

De mondelinge behandeling is gehouden op 18 januari 2010.

Verschenen zijn partijen, bijgestaan door de gemachtigden. Partijen hebben hun standpunten toegelicht, waarna de uitspraak op vandaag is bepaald.

Mr. Tol heeft bij brief van 25 januari 2010 bericht dat partijen geen overeenstemming hebben bereikt.

Het geschil

[verzoekende partij] heeft verzocht om ontbinding van haar arbeidsovereenkomst met [verwe-rende partij] wegens gewijzigde omstandigheden. [verwerende partij] heeft zich verzet tegen de verzochte ontbinding van de arbeidsovereenkomst, en heeft bij toewijzing van het verzoek ver-zocht haar een vergoeding van € 175.000 toe te kennen.

De beoordeling

1.

Tussen partijen staat het volgende vast.

[verwerende partij], geboren [datum], is op [datum] bij [verzoekende partij] in loondienst getreden. Haar huidige functie is hoofd logistiek. De arbeidstijd bedraagt 40 uren per week en het salaris € 4.479,00 bruto per maand. Daarvóór was [verwerende partij] in dienst van de gefailleerde vennootschap [verzoekende partij] B.V. (zonder ‘International’). Vanaf medio juli 2009 verricht [verwerende partij] geen werkzaamheden meer, formeel omdat zij ziek is.

2.

[verzoekende partij] heeft ter onderbouwing van haar verzoek het volgende --kort samenge-vat-- aangevoerd.

[verwerende partij] heeft gedisfunctioneerd omdat zij displays heeft ingekocht zonder een vaste prijsafspraak met de verkoper te hebben gemaakt. De directeur van [verzoekende par-tij] heeft de schade --het gevolg van de gefactureerde hoge prijs-- in overleg met de leveran-cier kunnen beperken.

Ook heeft [verwerende partij] een verkeerd kortingspercentage in de computer ingevoerd waardoor aan een vaste afnemer 70% korting werd verleend, terwijl dat 30% had moeten zijn.

[verwerende partij] heeft onvoldoende inzet getoond nadat de onderneming na het faillisse-ment van [verzoekende partij] B.V. was doorgestart.

De financiële positie van [verzoekende partij] is uiterst slecht. Er moet in de personeelskos-ten worden gesneden. Om die reden en vanwege het disfunctioneren van [verwerende partij] dient de arbeidsovereenkomst met haar te worden ontbonden. Mede gelet op de slechte fi-nanciële positie kan aan [verwerende partij] geen vergoeding worden toegekend.

3.

Het standpunt van [verwerende partij] wordt, voor zover nodig, hierna vermeld.

4.

De kantonrechter oordeelt als volgt.

[verzoekende partij] heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat sprake is van disfunctione-ren. Op 5 mei 2009 heeft een functioneringsgesprek met [verwerende partij] plaatsgevonden en uit het daarvan opgemaakte verslag blijkt niet van een zodanig disfunctioneren dat de ontbinding van de arbeidsovereenkomst om die reden is gerechtvaardigd. Het verslag bevat wel enige kritiek (over te weinig ‘betrokkenheid’ en onvoldoende ‘diepgang’) maar geen wezenlijke kritiek. [verzoekende partij] voert aan dat blijkens het overgelegde gespreksver-slag op 23 december 2008 met [verwerende partij] over haar matige functioneren in relatie tot haar salaris is besproken en dat ‘uiterlijk eind februari’ 2009 hierop zal worden terugge-komen, maar uit niets blijkt dat dit daadwerkelijk is gebeurd, ook niet tijdens het gesprek op 5 mei 2009. [verzoekende partij] heeft geen enkel ander stuk overgelegd, bijvoorbeeld een brief aan [verwerende partij], waaruit blijkt dat op enig ander moment kritiek op haar functi-oneren is geuit.

Het verwijt op het punt van de inkoop van displays tegen een te hoge prijs --dat overigens vóór 5 mei 2009 speelde maar waarvan in het gespreksverslag van die datum niets is terug te vinden-- heeft [verwerende partij] in haar verweerschrift afdoende weerlegd. Volgens [ver-werende partij] heeft zij de problematiek tijdig met haar leidinggevende besproken, maar is omwille van de tijd een order geplaatst hoewel nog geen offerte van de nieuwe leverancier was ontvangen. De vorige leverancier was een sociale werkvoorzieningschap, dat de displays om die reden tegen een lage prijs kon leveren.

[verwerende partij] heeft niet voldoende gemotiveerd ontkend dat zij een verkeerd kortings-percentage in de computer heeft ingevoerd. Zij stelt dat het wel erg lang heeft geduurd (tot juni 2009) alvorens haar fout is opgemerkt. De kantonrechter is van oordeel dat [verwerende partij] wel kan worden verweten dat zij een verkeerd percentage heeft ingevoerd, maar men-sen maken nu eenmaal fouten en van een slordige ‘basishouding’ bij [verwerende partij] of andere vergelijkbare missers, is niet gebleken. Het op zichzelf staande incident kan dan ook niet tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst leiden. Wat in dit verband vooral opvalt is, dat [verzoekende partij] dit voorval in het verzoekschrift niet heeft genoemd. In het verzoek-schrift is ‘Met name’ de inkoop van de displays als kritiekpunt aangevoerd. Ook daaruit volgt dat [verzoekende partij] [verwerende partij] de fout, althans aanvankelijk, niet wezen-lijk heeft aangerekend.

5.

De gestelde wankele bedrijfseconomische positie van [verzoekende partij] kan evenmin tot ontbinding leiden. Uit de jaarcijfers 2008 blijkt een verlies van € 149 bij een personeelsbe-stand van gemiddeld 30 mensen (blz. 23 van het jaarverslag). De tussentijdse cijfers per 30 sep-tember 2009 laten een beduidend slechter resultaat zien, namelijk € 209.682.

Hoewel deze cijfers rechtvaardigen dat [verzoekende partij] haar organisatie wil bijstellen en de kosten beperken, ontbreekt een reorganisatieplan dat een helder inzicht verschaft in de omvang en samenstelling van het huidige personeelsbestand, de nagestreefde bezuinigingen, de weg waarlangs [verzoekende partij] die bezuinigingen wil realiseren, de omvang en sa-menstelling van het personeelsbestand nadat een reorganisatie is doorgevoerd, welke func-tie(s) komen te vervallen et cetera. Zonder een goed onderbouwd reorganisatieplan lijkt de keuze van [verwerende partij] afscheid te nemen betrekkelijk willekeurig te zijn genomen.

De toelichting bij artikel 4.1 van het Ontslagbesluit zegt dat een werkgever aannemelijk moet maken ‘dat een doelmatige bedrijfsvoering het verval van de arbeidsplaatsen met zich mee brengt en dat personeelsverloop of overplaatsing geen oplossing bieden’. En aan het boekwerk ‘Ontslagprocedure UWV WERKbedrijf – Beleidsregels en regelgeving’ ontleent de kantonrechter de navolgende passage waar het betreft een aanvraag ontslagvergunning op bedrijfseconomische gronden:

Van een werkgever wordt met betrekking tot de inhoud van de ontslagaanvraag minimaal verwacht dat hij:

– de oorzaak van de slechte financiële positie helder en inzichtelijk presenteert en toelicht;

– concreet feiten en omstandigheden benoemt waaruit de bedrijfseconomische noodzaak blijkt, onder verwijzing naar specifieke posten/passages in de meegestuurde cijfermatige rapportages;

– een (concrete) onderbouwing geeft van het minimaal te bezuinigen bedrag op personeelskosten;

– benoemt welke andere kostenbesparende maatregelen zijn of worden genomen.

De werkgever dient de aanvraag te onderbouwen met cijfermatige gegevens over de afgelopen drie jaren en het huidige jaar. Dit betreft de balansen en de winst- en verliesrekeningen met toelichting. Financiële verslaglegging over alle drie de jaren is niet per se nodig indien de slechte financiële positie mede uit andere documentatie blijkt, bijvoorbeeld uit een gemotiveerde brief van de accountant en/of de bank waarin het krediet wordt opgezegd of beperkt. Daarnaast dient de werkgever een liquiditeits-begroting voor minimaal de komende zes maanden te verstrekken.

Indien van toepassing kan een OR-adviesaanvraag en -advies de noodzaak voor een personeelsin-krimping ondersteunen.

Hoewel deze regels niet zonder meer van toepassing zijn in geval van een ontbindingsver-zoek, is de onderbouwing van [verzoekende partij] in deze procedure, vergeleken met de eisen die het UWV Werkbedrijf stelt, wel heel erg mager en daarom onvoldoende.

6.

De slotsom is dat het verzoek moet worden afgewezen. [verzoekende partij] dient als verlie-zende partij in de proceskosten te worden veroordeeld.

De beslissing

De kantonrechter:

- wijst het verzoek af;

- veroordeelt [verzoekende partij] in de kosten, aan de kant van [verwerende partij] tot op heden begroot op € 400,00 wegens salaris gemachtigde.

Aldus gegeven door mr. C.H. de Haan, kantonrechter, en uitgesproken in de openbare terecht-zitting van 8 februari 2010, in tegenwoordigheid van de griffier.