Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2010:BK9281

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
07-01-2010
Datum publicatie
14-01-2010
Zaaknummer
zwb 09/1283
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bezwaar van de Fietsersbond ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Beroep gegrond

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector Bestuursrecht, Enkelvoudige Kamer

Registratienummer: Awb 09/1283

Uitspraak

in het geding tussen:

De Fietsersbond,

gevestigd te Utrecht, eiseres,

gemachtigde: J.M.M. Helmer,

en

het college van burgemeester en wethouders van Zeewolde,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 3 februari 2009 heeft verweerder besloten door plaatsing van verkeersborden B6, met ter ondersteuning het aanbrengen van haaientanden op het wegdek, een voorrangsregeling in te stellen op de fietsoversteken binnen de bebouwde kom van de gemeente Zeewolde met wegen bestemd voor autoverkeer, waarbij fietsers voorrang moeten verlenen aan het verkeer op de 50- en 30 km/u-wegen en door plaatsing van verkeersborden G11 de kruisende fietspaden aan te wijzen als verplicht fietspad.

Eiseres heeft op 12 maart 2009 bezwaar gemaakt tegen dit besluit.

Bij besluit van 15 juni 2009 (hierna: het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen dit besluit heeft eiseres op 15 juli 2009 beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het beroep is behandeld ter zitting van 27 november 2009. Namens eiseres is de gemachtigde verschenen, bijgestaan door de heer (..), lid van de juridische werkgroep van eiseres. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door de heer J.A.J. Aniba en de heer G.J. van Scherrenburg.

2. Overwegingen

2.1 In geschil is de vraag of verweerder het bezwaar van eiseres terecht niet ontvankelijk heeft verklaard, omdat eiseres niet is aan te merken als belanghebbende in de zin van artikel 1:2, eerste en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

2.2 Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Awb wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Ingevolge het derde lid worden ten aanzien van rechtspersonen als hun belangen mede beschouwd de algemene en collectieve belangen die zij krachtens hun doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigen.

2.3. Eiseres is een rechtspersoonlijkheid bezittende vereniging. Ingevolge artikel 2 van de statuten van de vereniging is het doel van eiseres:

- de kwaliteit van het fietsen in Nederland verbeteren, onder andere de voorzieningen voor de fiets, de veiligheid, de bereikbaarheid met de fiets, de kwaliteit van het product fiets, en de dienstverlening aan de fietsers, en daarmee ook het gebruik van de fiets vergroten;

- meer ruimte voor de fiets en de fietsers, zowel in letterlijke zin (fysieke ruimte, voorzieningen) als in meer figuurlijke zin (aandacht, voorrang, status, waardering, laten meetellen).

Blijkens het tweede lid van artikel 2 tracht eiseres tracht dit doel te bereiken door:

a. het voeren van acties;

b. het doen of laten doen van onderzoek;

c. het beleggen van bijeenkomsten;

d. het verstrekken van informatie en adviezen;

e. het voeren van overleg met daarvoor in aanmerking komende organisaties en (semi)overheidsinstellingen;

f. het uitgeven van publicaties en

g. alle andere wettige middelen.

2.4. Verweerder is, onder verwijzing naar de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRvS) van 25 mei 2008 (LJN: BD2647) en 1 oktober 2008 (LJN: BF3912), van oordeel dat het statutaire doel van eiseres, zowel in functioneel als in territoriaal opzicht, zo veelomvattend is dat het onvoldoende onderscheidend werkt om op grond daarvan te kunnen aannemen dat het belang van eiseres rechtstreeks betrokken is bij het in geding zijnde verkeersbesluit. Voorts is verweerder van mening dat gebleken is dat eiseres ter plaatse geen noemenswaardige werkzaamheden verricht die kunnen worden aangemerkt als feitelijke werkzaamheden in de zin van artikel 1:2, derde lid, van de Awb, waaruit blijkt dat zij het rechtstreeks bij het bestreden besluit betrokken belang in het bijzonder behartigt.

2.5. Eiseres heeft aangevoerd dat zij in de afgelopen 15 jaar altijd ontvankelijk is verklaard, tot aan de AbRvS toe. Hiertoe heeft eiseres een uitspraak van 8 september 2004 (LJN: AQ9953) van de AbRvS alsmede uitspraken van de rechtbanken Rotterdam van 25 juni 2008 en Zutphen van 8 april 2009 overgelegd. Voorts heeft eiseres gesteld dat zij via haar onderafdeling Zeewolde ter plaatse activiteiten ontplooit ter behartiging van de belangen van fietsers in de gemeente.

2.6. Niet in geschil is dat bij het op 3 februari 2009 door verweerder genomen verkeersbesluit de belangen van fietsers, waaronder de veiligheid, rechtstreeks zijn betrokken. Die belangen worden, gelet op de in artikel 2, eerste lid, van de statuten neergelegde doelstelling, in het bijzonder behartigd door eiseres, zonodig - zoals in het onderhavige geval- via een onderafdeling ter plaatse. Ter zitting heeft verweerder voorts niet langer bestreden dat die doelstelling voldoende bepaald is, om op grond daarvan te kunnen oordelen dat het belang van eiseres rechtstreeks is betrokken bij dit besluit.

2.7. Het geschil tussen partijen spitst zich toe op de vraag of bij eiseres, via haar onderafdeling Zeewolde, sprake is van feitelijke werkzaamheden als bedoeld in artikel 1:2, derde lid, van de Awb.

In dit kader heeft eiseres onweersproken althans onvoldoende gemotiveerd weersproken gesteld dat zij, via haar onderafdeling Zeewolde, al meer dan 10 jaar meldpunt is voor knelpunten ter plaatse, dat zij besprekingen voert met wegbeheerders en dat zij bij de vaststelling van het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (GVVP) Zeewolde in april 2004 en bij de actualisatie daarvan in 2009, via haar onderafdeling Zeewolde, vertegenwoordigd is geweest in de klankbordgroep. Dat volgens verweerder de bijdrage van (afgevaardigden van de onderafdeling van) eiseres aan de ontwikkeling en actualisering van het GVVP gering is geweest, doet aan het verrichten van de activiteit niet af. Voorts heeft eiseres ter zitting naar voren gebracht dat de onderafdeling Zeewolde tot februari 2009 regelmatig, dat wil zeggen één keer per maand of per twee maanden, met verschillende partijen binnen de gemeente Zeewolde overleg heeft gevoerd over fietsgerelateerde onderwerpen. Verweerder heeft ter zitting naar voren gebracht dat hierover in het archief geen stukken terug te vinden zijn, maar dat is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende voor de conclusie dat die contacten niet hebben plaatsgevonden. Van belang is in dit verband dat de gemachtigde van eiseres ter zitting heeft gesteld dat bij contacten met gemeenteambtenaren geen sprake was van formeel overleg.

Aldus is naar het oordeel van de rechtbank voldoende komen vast te staan dat eiseres, via haar onderafdeling Zeewolde, ter plaatse de nodige activiteiten ontplooit, zodat zij daadwerkelijk actief is voor de behartiging van haar doelstellingen in het bijzonder waarvoor eiseres is opgericht. Voorts is de rechtbank niet gebleken dat de ter plaatste ontplooide activiteiten zó incidenteel van aard zijn geweest, dat om die reden niet kan worden gesproken van feitelijke werkzaamheden als bedoeld in artikel 1:2, derde lid, van de Awb.

2.8. Gelet op hetgeen in 2.6. en 2.7. is overwogen heeft verweerder bij het bestreden besluit het bezwaar van eiseres ten onrechte niet ontvankelijk verklaard. Het beroep is gegrond en het bestreden besluit dient te worden vernietigd.

2.9. Ter zitting heeft eiseres gevraagd om een vergoeding van de reiskosten van de gemachtigde, wonende te Zeewolde, en van de heer (..), wonende te (..), die de gemachtigde ter zitting juridisch heeft bijgestaan. Dit zijn kosten zoals genoemd in artikel 1, aanhef en onder c, van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Aangezien het beroep gegrond is, bestaat aanleiding voor vergoeding van die kosten. Voor reiskosten geldt het tarief van artikel 11, eerste lid, sub c, van het Besluit tarieven in strafzaken 2003, zodat de reiskosten per openbaar vervoer in de laagste klasse voor vergoeding in aanmerking komen. Voor de gemachtigde bedragen die kosten € (..). Voor de heer (..) bedragen die kosten € (..).

Ten slotte bestaat aanleiding te bepalen dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht vergoedt.

3. Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- bepaalt dat verweerder met inachtneming van deze uitspraak opnieuw op het bezwaar beslist;

- veroordeelt verweerder in de kosten die eiseres in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken, begroot op € 61,30;

- gelast dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht ad € 297,-- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door G.P. Loman en door deze en Y. van der Zaan-van Arnhem als griffier ondertekend. Uitgesproken in het openbaar op 7 januari 2010.

Afschrift verzonden op: