Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2009:BM0087

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
14-12-2009
Datum publicatie
14-04-2010
Zaaknummer
164570 / KG ZA 09-560
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering tot nakoming van overeenkomst. Het verweer dat gedaagden hebben gedwaald en dat eiseressen een onjuiste voorstelling van zaken hebben gegeven, faalt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 164570 / KG ZA 09-560

Vonnis in kort geding van 14 december 2009

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

INTER HEALTH NETWORKS B.V.,

gevestigd te [woonplaats],

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres sub 2],

gevestigd te [woonplaats],

eiseressen,

advocaat mr. J. Anema,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MKC MANAGEMENT B.V.,

gevestigd te [woonplaats],

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MANIPURA B.V.,

gevestigd te [woonplaats],

gedaagden,

in persoon verschenen,

rechtshelper mr. R. Moszkowicz.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de brief met 18 producties van de zijde van gedaagden van 18 november 2009

- de brief met productie 20 – 24 van de zijde van eiseressen van 23 november 2009

- de brief met productie 19 – 29 van de zijde van gedaagden van 23 november 2009

- de brief met productie 25 en 26 van de zijde van eiseressen van 24 november 2009

- de brief van de zijde van gedaagden van 24 november 2009

- de brief met productie 30 van de zijde van gedaagden van 25 november 2009

- de brief van de zijde van gedaagden van 25 november 2009

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van eiseressen

- de pleitnota van gedaagden.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Inter Health Networks, [eiseres sub 2], MKC Management en Manipura houden allen 25% van het geplaatste aandelenkapitaal in Your Health Holding B.V. (hierna de Holding). Voorts zijn allen bestuurder van de Holding.

2.2. Bestuurder van Inter Health Networks is [A]. Bestuurder van [eiseres sub 2] is [B]. Bestuurder van MKC Management is [C] en bestuurder van [D].

2.3. De Holding is enig aandeelhouder van haar dochtervennootschappen Your Health Ede B.V., Your Health Delft B.V., Your Health Amersfoort B.V., Your Health Amsterdam B.V., Your Health Osdorp B.V., en Your Health Almere B.V. Daarnaast worden en/of zijn activiteiten opgestart in Hilversum en Zwolle. Deze laatste vestigingen zijn nog niet in een aparte dochtervennootschap ondergebracht en behoren tot de Holding.

2.4. In de dochtervennootschappen worden fitnesscentra geëxploiteerd volgens een bepaalde formule.

2.5. Partijen waren overeengekomen dat de vestiging te Zwolle door een franchisenemer zou worden geëxploiteerd. In dat kader hadden zij een franchiseovereenkomst gesloten. De beoogde franchisenemer heeft zich echter teruggetrokken. Om verliezen te voorkomen, hebben partijen besloten om de vestiging te Zwolle zelf te exploiteren.

2.6. Tussen eiseressen en gedaagden is een vertrouwensbreuk ontstaan waardoor partijen tot de conclusie zijn gekomen dat voortzetting van de samenwerking niet meer mogelijk was.

2.7. In de algemene vergadering van aandeelhouders van de Holding (hierna de AVA) van 10 september 2009 hebben partijen besloten de activiteiten van de Holding te splitsen. Eiseressen enerzijds en gedaagden anderzijds zouden elk een aantal vestigingen voorzetten.

2.8. In de AVA van 23 september 2009 zijn partijen overeengekomen dat een tweetal registeraccountants tot een definitieve gezamenlijke waardebepaling per Your Health vestiging zou moeten komen en dat op basis van die waardering de diverse vennootschappen tussen partijen zouden worden verdeeld.

2.9. Op 29 september 2009 hebben partijen een ‘letter of intent’ getekend waarin staat dat gedaagden in beginsel de vestigingen Ede, Amersfoort, Almere en Zwolle verkrijgen en dat eiseressen de vestigingen Amsterdam, Osdorp, Delft en Hilversum zouden krijgen. Tevens zijn partijen overeengekomen dat als feitelijke datum van overdracht c.q. splitsing 1 oktober 2009 zou worden gehanteerd.

2.10. Op 13 oktober 2009 hebben partijen de ‘Overeenkomst tot splitsing van activiteiten’ getekend (hierna: splitsingsovereenkomst). Hoofdlijn van de overeenkomst is dat gedaagden de vestigingen Almere, Amersfoort, Ede en Zwolle overnemen en dat eiseressen de vestigingen Amsterdam, Osdorp en Hilversum overnemen. De vestiging in Delft zou worden gesloten.

2.11. Gedaagden hebben hierna aan eiseressen laten weten dat zij (de activiteiten zoals uitgeoefend in) de vestiging Zwolle niet wensten over te nemen. Per e-mail van 18 oktober 2009 hebben gedaagden aan eiseressen in dit verband bericht dat zij niet op de hoogte waren van het feit dat de offertes voor de verbouwing van de vestiging te Zwolle reeds waren getekend. Gedaagden schrijven onder meer (een deel van de tekst van de e-mail is weggevallen en vervangen door een aantal tekens, de voorzieningenrechter heeft de tekst weergegeven zoals overgelegd):

“ (…)

In Zwolle was alleen nog maar een huurcontract getekend, daarom hebben wij de keuze gemaakt deze vestiging in ons mandje te doen. Afgelopen maanden hebben wij gevraagd om een bestek en eventuele offertes voor de verbouwing van Zwolle. Afgelopen week nadat wij definitief eruit waren hoe de vestigingen gesplitst zouden worden kregen wij pas het bestek en offertes. Tot onze verbazing waren de offertes op 5 juni 2009 door jullie beiden ondertekend. Wij waren hiervan niet op de hoogte verplichtingen.

Na overleg met onze adviseurs, hebben wij geprobeerd het huurcontract over te dragen aan een andere partij. Doordat niet bekend is welke verplichtingen jullie verder nog zijn aangeg int t> meer. Wij zijn niet akkoord met de door jullie aangegane verplichtingen en weten niet welke verplichtingen jullie nog zijn aangegaan. Omdat het onduidelijk is welke verplichtingen jullie zonder onze toestemming zijn aangegaan, hebb t> ze gemaakt het huurcontract van Zwolle in YH Holding te liquideren. Jullie hebben de keus deze vestiging zelf te doen, gezien jullie zelf verplichtingen zijn aangegaan.

Tevens accepteren wij geen aansprakelijkheid over de aangegane verplichtingen door jullie, dit zal onze advocaat jullie nog bevestigingen.”.

2.12. Onder meer naar aanleiding van deze e-mail van gedaagden van 18 oktober 2009 zijn partijen in de ochtend van 20 oktober 2009 opnieuw met elkaar in gesprek gegaan. Ditmaal onder leiding van [betrokkene], registeraccount.

2.13. In de avond van 20 oktober 2009 hebben partijen overeenstemming bereikt (hierna aanvullende splitsingsovereenkomst). Per e-mail van 20 oktober 2009 heeft [betrokkene] de gemaakte afspraken aan partijen bevestigd. [betrokkene] schrijft onder meer:

“(…)

Hierbij bevestig ik jullie allen hetgeen vanavond telefonisch tussen partijen is overeengekomen:

1. Partijen hebben geconstateerd dat er een fors verschil zit tussen het eigenvermogen van mandje A en mandje B (circa 400K). Teneinde dit verschil te compenseren zijn partijen overeengekomen dat 120K betaald moet worden door partij [C] / [D] (gedaagden, vzr) aan partij [A] / [B] (eiseressen, vzr).

(…)

5. Zoals in de splitsingsovereenkomst is overeengekomen zal partij [C] / [D] de activiteiten van Almere, Amersfoort, Ede en Zwolle continueren danwel opstarten en zal partij [A] / [B] de activiteiten van Amsterdam, Osdorp en Hilversum continueren danwel opstarten. Delft zal zo snel mogelijk geliquideerd worden.

(…)

Ik vertrouw erop jullie wederom van dienst te zijn geweest en verzoek jullie vriendelijk (t.b.v. bewijs naar de Rabobank) allen even een akkoord reply naar mij te sturen voor morgenvroeg 9.00 uur. (…)”.

2.14. Per e-mail van 22 oktober 2009 hebben gedaagden aan [betrokkene] bericht dat zij akkoord zijn met de afspraken zoals verwoord in de e-mail van 20 oktober 2009.

2.15. Op 26 oktober 2009 heeft de advocaat van gedaagden aan de advocaat van eiseressen meegedeeld dat eiseressen relevante informatie en bescheiden zouden hebben achtergehouden met betrekking tot de vestiging Zwolle.

2.16. Op 2 november 2009 hebben eiseressen de beweringen van gedaagden betwist, gedaagden gesommeerd de overeenkomst na te komen en hen aansprakelijk gesteld voor eventuele schade.

3. De vordering

3.1. Eiseressen vorderen:

1. gedaagden te gebieden de splitsingsovereenkomst en aanvullende splitsingsovereenkomst juist en volledig na te komen en daartoe alle (rechts)handelingen te verrichten dan wel medewerking te verlenen aan het verrichten van de (rechts)handelingen die in alinea 35 van de dagvaarding zijn omschreven alsmede daartoe de overige in de splitsingsovereenkomst en aanvullende splitsingsovereenkomst overeengekomen (rechts)handelingen te verrichten althans medewerking te verlenen aan het verrichten van die (rechts)handelingen, op straffe van verbeurte van een dwangsom van EUR 20.000,- voor elke dag of gedeelte daarvan dat gedaagden in gebreke blijven;

2. Te bepalen dat, indien gedaagden in gebreke blijven de splitsingsovereenkomst en aanvullende splitsingsovereenkomst juist en volledig na te komen en daartoe alle (rechts)handelingen te verrichten althans medewerking te verlenen aan de (rechts)handelingen die in de overeenkomsten van 13 en 20 oktober 2009 zijn vermeld, dit vonnis in de plaats zal treden van de door gedaagden te verrichten rechtshandelingen en aan eiseressen machtiging zal worden verleend om al het nodige ter zake te verrichten teneinde de splitsingsovereenkomst en aanvullende splitsingsovereenkomst juist en volledig na te komen;

3. gedaagden met onmiddellijke ingang voor onbepaalde tijd althans gedurende een periode van 3 maanden althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen termijn te schorsen als bestuurder van de Holding;

4. gedaagden te veroordelen in de kosten van deze procedure, waaronder de nakosten.

3.2. Gedaagden voeren verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. Het geschil en de beoordeling daarvan

4.1. Gedaagden stellen zich als eerst op het standpunt dat de voorzieningenrechter zich onbevoegd dient te verklaren, eiseressen niet-ontvankelijk dient te verklaren dan wel de vorderingen dient af te wijzen omdat het kort geding niet het forum is ten overstaan waarvan de vorderingen kunnen worden ingesteld. Hiertoe voeren gedaagden aan dat de feitelijke standpunten van partijen lijnrecht tegenover elkaar staan en dat slechts in een bodemprocedure, waar ruimte is voor getuigenbewijs en ander bewijs, plaats is voor dit soort vorderingen. Deze vorderingen zijn volgens gedaagden daarom te complex om in een kort geding te kunnen worden beoordeeld.

4.2. De voorzieningenrechter heeft weliswaar de vrijheid om de gevraagde voorzieningen te weigeren wanneer ‘de zaak niet vatbaar is om op het kort geding genoegzaam te worden toegelicht’, maar van deze bevoegdheid dient terughoudend gebruik te worden gemaakt. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kan in dit kort geding in verantwoorde mate een beslissing worden genomen op grond van hetgeen in deze procedure is gesteld en gebleken.

4.3. Voorts stellen gedaagden dat enig (spoedeisend) belang bij de vordering aan de zijde van eiseressen ontbreekt. Hiertoe voeren gedaagden aan dat eiseressen niet aannemelijk hebben gemaakt dat er sprake is van een situatie die zodanig is dat onverwijld handelen geboden is en de beslissing in de bodemprocedure niet zou kunnen worden afgewacht.

4.4. De voorzieningenrechter volgt gedaagden niet in hun stelling dat enig (spoedeisend) belang aan de zijde van eiseressen ontbreekt. Ook uit de eigen stellingen van gedaagden volgt dat partijen in hun standpunten lijnrecht tegenover elkaar staan en dat de communicatie tussen de bestuurders ontbreekt waardoor een patstelling binnen het bestuur van de Holding is ontstaan. De voorzieningenrechter acht voldoende aannemelijk dat hierdoor de Holding en de diverse vestigingen schade dreigen te lijden en acht deze situatie nijpend genoeg om een spoedeisend belang van eiseressen aan te nemen.

Nakoming van de overeenkomsten

4.5. Tussen partijen staat vast dat alle partijen – dus ook gedaagden - zonder enig voorbehoud de splitsingsovereenkomst op 13 oktober 2009 en de aanvullende splitsingsovereenkomst op 20 oktober 2009 hebben gesloten. Gedaagden stellen zich echter op het standpunt dat zij desondanks niet gehouden zijn om deze overeenkomsten na te komen omdat deze overeenkomsten tot stand zouden zijn gekomen onder invloed van dwaling dan wel onder invloed van bedrog. Hiertoe voeren gedaagden aan dat eiseressen (opzettelijk) een onjuiste voorstelling van zaken hebben gegeven ten aanzien van de geldelijke verplichtingen en de voortgang van de verbouwing van de vestiging te Zwolle. Ten slotte stellen gedaagden dat eiseressen onbehoorlijk en in strijd met de redelijkheid en billijkheid hebben gehandeld door in strijd met de gemaakte afspraken de offertes voor de verbouwing van de vestiging te Zwolle te ondertekenen.

4.6. Eiseressen betwisten dat de door hen verstrekte inlichtingen een onjuiste voorstelling van zaken bij gedaagden hebben veroorzaakt. Zij stellen dat gedaagden vanaf het begin op de hoogte zijn geweest van de plannen en de voortgang van de verbouwing van de vestiging in Zwolle. Zo hadden partijen afgesproken dat de vestiging in Zwolle nog in 2009 zou openen en was het gedaagden bekend dat er nog de nodige verbouwingswerkzaamheden plaats dienden te vinden. Daarnaast stellen eiseressen dat zij gedaagden voldoende hebben geïnformeerd.

4.7. De vraag die thans rijst is of het voldoende aannemelijk is dat gedaagden in een bodemprocedure tot nakoming van de splitsingsovereenkomsten kunnen worden veroordeeld. Voor een geslaagd beroep op dwaling en/of bedrog dient eerst vast komen te staan dat de door eiseressen verstrekte inlichtingen een onjuiste voorstelling van zaken ten aanzien van de geldelijke verplichtingen en de voortgang van de verbouwing van de vestiging te Zwolle bij gedaagden hebben veroorzaakt.

4.8. Uit de door partijen overgelegde e-mailberichten volgt dat partijen voorafgaand aan het tot stand komen van de splitsingsovereenkomst van 13 oktober 2009 veelvuldig via de e-mail hebben gecorrespondeerd over de vestiging in Zwolle. Verschillende malen hebben eiseressen op verzoek van gedaagden overzichten gegeven van de geldelijke verplichtingen voor de vestiging te Zwolle.

Zo verzoekt de Rabobank op 6 oktober 2009 aan [C]:

“Tevens vernemen we graag welke facturen nog moeten worden ontvangen door jullie en wanneer deze betaald moeten worden waaronder de kosten voor de vestigingen van Hilversum en Zwolle.”.

[C] heeft deze e-mail op 6 oktober 2009 doorgestuurd aan [A], die op dezelfde dag het navolgende heeft geantwoord:

“(…)

Zwolle verbouwing inclusief airco 250.000 (betaling, november, december, januari)

Zwolle losse spullen 10.000 (december, januari)

Zwolle marketing 12.000 (december, januari)

Zwolle bankgarantie wilden ze al hebben

Zwolle bijdrage huurder 45.000

Let op huur loopt voor Zwolle”.

Vervolgens reageert [C] per e-mail van 6 oktober 2009 hierop en schrijft aan [A]:

“Is voor onderstaand al akkoord gegeven, zijn er al facturen?”. Een reactie hierop van de zijde van eiseressen is uitgebleven.

Daarnaast schrijft [D] op of omstreeks 7 oktober 2009 - als reactie op een eerdere e-mail van [A] - aan eiseressen:

“(…)

2. In Zwolle staat er een bedrag voor verbouwing van EUR 200.000,-. Ik kan mij herinneren dat jullie het over een grotere investering hebben gehad dan die 2 ton. Om zeker te zijn hoeveel de verbouwing kost ontvang ik graag het bestek van Zwolle, want die heb ik helaas nog niet van jullie mogen ontvangen. Graag ook het bedrag voor de stroomaanvraag erbij, zodat we precies kunnen bepalen wat nou werkelijk de verbouwing in Zwolle gaat kosten, mede ook om ruzie hierover achteraf te voorkomen.(…)”.

Per e-mail van 7 oktober 2009 reageert [B] op de e-mail van [D]. Hij schrijft onder meer:

“(…)

Zwolle:

Electra; Schilt Electra: 35.581 Offerte krijg je digitaal

Koning Installatie: 12.126 (plus 740,- meerwerk als watercapaciteit achteraf onvoldoende blijkt) Offerte krijg je digitaal

Alderse baes: 101.928 (afbouw) Offerte krijg je digitaal

Nog mee te nemen: vloer (is niets voor getekend en dus niets afgesproken daar jullie niet meer akkoord waren met verbouwing)

Nog mee te nemen: Airco (is niets voor getekend en dus niets afgesproken daar jullie niet meer akkoord waren met verbouwing (…)”.

4.9. De voorzieningenrechter is van oordeel dat uit voornoemde e-mailberichten genoegzaam kan worden afgeleid dat gedaagden op de hoogte waren dan wel hadden kunnen zijn van de reeds aangegane geldelijke verplichtingen van de vestiging te Zwolle. Voor zover er bij gedaagden nog enige onduidelijkheid bestond bij het sluiten van de splitsingsovereenkomst op 13 oktober 2009, heeft deze onduidelijkheid naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet meer kunnen bestaan bij het sluiten van de aanvullende splitsingsovereenkomst op 20 oktober 2009. Immers, uit de eigen stellingen van gedaagden volgt dat zij de splitsingsovereenkomst van 13 oktober 2009 niet wilden nakomen omdat bleek dat er meer verplichtingen waren aangegaan voor de vestiging te Zwolle dan gedaagden hadden aangenomen. Partijen hebben vervolgens opnieuw onderhandeld en nadere afspraken gemaakt. Ondanks dat gedaagden toen in elk geval wel wisten dat er verplichtingen waren aangegaan ten aanzien van de verbouwing van de vestiging te Zwolle, hebben zij toch de overeenkomst van 20 oktober 2009, zonder enig voorbehoud te maken, gesloten. De voorzieningenrechter is dan ook van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat gedaagden de (aanvullende) splitsingsovereenkomst onder invloed van een onjuiste voorstelling van zaken hebben gesloten.

4.10. Voorts stellen gedaagden dat eiseressen (opzettelijk) een onjuiste voorstelling van zaken hebben gegeven ten aanzien van de voortgang van de bouwwerkzaamheden van de vestiging te Zwolle. Gedaagden voeren aan dat zij op 20 oktober 2009 in de veronderstelling waren dat de bouwwerkzaamheden nog niet waren aangevangen, zodat zij met de leveranciers nadere betalingsafspraken konden maken en de aanvang van de verbouwing konden bepalen. Nadat [D] op 21 oktober 2009 een e-mail van [werknemer], de bouwbegeleider van de Holding, ontving met de vraag de lopende facturen met betrekking tot de vestiging te Zwolle te betalen, daar de verbouwing eind oktober 2009 zou worden opgeleverd, realiseerden gedaagden zich dat de bouwwerkzaamheden reeds waren gestart en betalingsafspraken met leveranciers niet meer gemaakt konden worden, aldus gedaagden. Zij stellen dat dit voor hen reden was om te weigeren de (aanvullende) splitsingsovereenkomst na te komen.

4.11. De voorzieningenrechter kan gedaagden niet volgen in hun stelling. Uit de als productie 16 door eiseressen overgelegde e-mail van 6 oktober 2009 (hiervoor deels geciteerd in r.o. 4.8) volgt dat eiseressen op verzoek van de Rabobank niet alleen hebben aangegeven welke geldelijke verplichtingen er waren, maar ook hebben aangegeven wanneer aan deze verplichtingen voldaan moest worden. Dat gedaagden deze e-mail anders hebben geïnterpreteerd moet naar het oordeel van de voorzieningenrechter voor rekening en risico komen van gedaagden zelf. Dat gedaagden naar aanleiding van die e-mail aan eiseressen hebben gevraagd of voor de kosten al akkoord was gegeven en of er al facturen waren en eiseressen deze vraag niet hebben beantwoord, doet hieraan dan ook niet af. Bovendien geldt dat uit de eigen stellingen en producties van gedaagden volgt dat zij op 21 oktober 2009 op de hoogte waren van de omstandigheid dat de bouwwerkzaamheden in Zwolle in een vergevorderd stadium waren en dat zij pas daarna, namelijk op 22 oktober 2009, hebben bericht aan [betrokkene] akkoord te gaan met de aanvullende splitsingsovereenkomst.

4.12. Voorgaande overwegingen leiden tot de conclusie dat niet aannemelijk is dat gedaagden de (aanvullende) splitsingsovereenkomst zijn aangegaan onder invloed van dwaling dan wel bedrog.

4.13. Ten slotte stellen gedaagden dat eiseressen onbehoorlijk en in strijd met de redelijkheid en billijkheid hebben gehandeld. Hiertoe voeren gedaagden aan dat partijen op 21 januari 2008 zijn overeengekomen dat bij verplichtingen boven de EUR 500,- alle bestuurders akkoord dienen te gaan. Ondanks deze afspraak hebben eiseressen de offertes voor de vestiging te Zwolle reeds op 5 juni 2009 buiten medeweten van gedaagden getekend, aldus gedaagden.

4.14. De voorzieningenrechter is van oordeel dat deze stelling gedaagden niet kan baten. Uit de als productie 24 door eiseressen overgelegde offerte voor fitnessapparatuur d.d. 7 januari 2009 voor een (veel) hoger bedrag dan EUR 500,- volgt dat deze door [C] is getekend. De vraag is derhalve of er wel sprake kan zijn van strijd met de redelijkheid en billijkheid als gedaagden zelf eveneens de afspraak van 21 januari 2008 met voeten treden. Daar komt bij dat gedaagden bij het tot stand komen van de aanvullende splitsingsovereenkomst op 20 oktober 2009 reeds wisten dat de betreffende offertes door eiseressen al waren ondertekend.

4.15. Het bovenstaande leidt tot de slotsom dat de door gedaagden gevoerde verweren geen doel treffen. De voorzieningenrechter acht het dan ook voldoende aannemelijk dat de rechtbank in de bodemprocedure tot het oordeel zal komen dat de splitsingsovereenkomst en de aanvullende splitsingsovereenkomst moeten worden nagekomen. De voorzieningenrechter zal de vordering onder 1 dan ook toewijzen en de dwangsom als volgt beperken.

De voorzieningenrechter gaat ervan uit dat de op te leggen dwangsom voldoende prikkel tot nakoming zal zijn. Eiseressen hebben niet (voldoende gemotiveerd) gesteld dat dwangsommen in dit geval onvoldoende zullen zijn. Eiseressen hebben naar het oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij een afzonderlijk belang hebben bij toewijzing van het sub 2 gevorderde. De voorzieningenrechter ziet daarom vooralsnog geen aanleiding voor toewijzing van het sub 2 gevorderde. Dit laat uiteraard onverlet dat bij voortgaande overtreding van dit kort-gedingvonnis oplegging van hogere dwangsommen dan wel oplegging van een ander dwangmiddel kan worden gevorderd.

Schorsing van gedaagden als bestuurders

4.16. Eiseressen stellen dat gedaagden de Rabobank (de financier van de Holding en haar dochtervennootschappen), alsmede de accountant onjuist en/of onvolledig hebben geïnformeerd. Hiermee hebben gedaagden blijk gegeven hun bestuurstaak onbehoorlijk te vervullen en niet te handelen in het belang van de Holding en haar dochtervennootschappen, aldus eiseressen. Ter onderbouwing van hun stelling verwijzen eiseressen naar het als productie 1 door hen overgelegde rapport van [Accountantskantoor A] te [woonplaats].

Eiseressen stellen zich op het standpunt dat door het slechte financiële beleid van gedaagden er wederzijds wantrouwen tussen partijen is ontstaan, waardoor van besluitvorming en enig daadwerkelijk bestuur geen sprake is. Snelle besluitvorming is echter wel noodzakelijk, nu de financiële situatie van de Holding en haar dochtervennootschappen niet rooskleurig is en ook de Rabobank een oplossing eist, aldus eiseressen. Dit bestuursvacuüm kan ongedaan worden gemaakt door schorsing van gedaagden, aldus eiseressen.

4.17. Gedaagden stellen dat voor de gevorderde schorsing van hen als bestuurders van de Holding geen plaats is, nu hen geen verwijt valt te maken. Zij hebben gemotiveerd betwist dat het feit dat de Rabobank en de account van onjuiste en onvolledige informatie zijn uitgegaan (enkel) aan gedaagden valt te verwijten. Ze hebben gehandeld als goede en verantwoorde bestuurders. Voor een schorsing als verzocht is dan ook geen aanleiding, aldus gedaagden.

4.18. Het schorsen van een bestuurder is een verstrekkende maatregel voor toepassing waarvan in kort geding slechts plaats is wanneer het voortbestaan van de rechtspersoon in gevaar komt. Tussen partijen staat weliswaar vast dat er wederzijds wantrouwen is ontstaan waardoor de samenwerking tussen partijen moeizaam is. Niet gebleken is echter dat hierdoor op dit moment het voortbestaan van de Holding op enige wijze in gevaar komt.

4.19. Gelet op het voorgaande moet dan ook geoordeeld worden dat eiseressen onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat de zware maatregel van schorsing van bestuurders in dit geval gerechtvaardigd is. Door een dergelijke maatregel zouden gedaagden totaal buitenspel worden gezet, hetgeen in de huidige situatie naar het oordeel van de voorzieningenrechter noch noodzakelijk noch wenselijk is. Temeer nu gedaagden veroordeeld worden tot nakoming van de splitsingsovereenkomsten. De voorzieningenrechter zal deze vordering dan ook afwijzen.

4.20. Gedaagden zullen als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eiseressen worden begroot op:

- dagvaarding EUR 112,44

- vast recht 262,00

- salaris advocaat 904,00

Totaal EUR 1.278,44

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. veroordeelt gedaagden tot nakoming van de splitsingsovereenkomst en aanvullende splitsingsovereenkomst en tot het daartoe verrichten van dan wel medewerking te verlenen aan alle noodzakelijke (rechts)handelingen, waaronder:

- de oprichting van een tussenholding;

- de overdracht van de dochtervennootschappen Almere, Ede en Amersfoort door de Holding aan de tussenholding van gedaagden;

- de overdracht van de dochtervennootschappen Amsterdam en Osdorp door de Holding aan de tussenholding van eiseressen;

- overdracht van de activa en passiva van de vestiging Zwolle door de Holding aan de tussenholding van gedaagden;

- overdracht van de activa en passiva van de vestiging Hilversum door de Holding aan de tussenholding van gedaagden;

- ontslag van eiseressen uit de garantieverplichtingen zoals hoofdelijk schuldenaarschap, borgtocht en garantiestelling die door de dochtervennootschappen Almere, Ede, Amersfoort en de vestiging Zwolle zijn aangegaan;

- ontslag van gedaagden uit de garantieverplichtingen zoals hoofdelijk schuldenaarschap, borgtocht en garantiestelling die door de dochtervennootschappen Amsterdam en Osdorp en de vestiging Hilversum zijn aangegaan;

- beëindiging van de managementovereenkomst van partijen;

- betaling van een bedrag van EUR 120.000,- door gedaagden aan eiseressen onder de voorwaarden zoals partijen zijn overeengekomen in de aanvullende splitsingsovereenkomst van 20 oktober 2009,

5.2. bepaalt dat gedaagden voor iedere dag dat zij in strijd handelen met het onder 5.1. bepaalde, aan eiseressen een dwangsom verbeuren van EUR 10.000,00, tot een maximum van EUR 200.000,00,

5.3. veroordeelt gedaagden in de proceskosten, aan de zijde van eiseressen tot op heden begroot op EUR 1.278,44,

5.4. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.A.M. Peper en in het openbaar uitgesproken op 14 december 2009.