Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2009:BL8541

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
18-11-2009
Datum publicatie
26-05-2010
Zaaknummer
105825 - HA ZA 05-194
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Letselschadezaak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 105825 / HA ZA 05-194

Vonnis van 18 november 2009

in de zaak van

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiseres,

advocaat mr. R.K.E. Buysrogge,

tegen

de naamloze vennootschap

ACHMEA SCHADEVERZEKERINGEN N.V.,

gevestigd te Leeuwarden,

gedaagde,

advocaat mr. R.R. Schuldink.

Partijen zullen hierna [eiseres] en Achmea genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 1 april 2009

- de akte na tussenvonnis, tevens vermeerdering van eis

- de antwoordakte.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

2.1. Bij voormeld tussenvonnis is [eiseres] in de gelegenheid gesteld zich nader uit te laten over drie aspecten van de door haar reeds eerder in het geding gebrachte schadeberekening opgemaakt door [A.] (hierna: [A.]). [eiseres] heeft daartoe een akte genomen en tevens haar eis vermeerderd met een bedrag van EUR 619,79, zijnde de kosten van de reactie van [A.] op de kritiek van Achmea.

Achmea heeft in haar antwoordakte gereageerd op de inhoud van de akte van [eiseres]. Zij heeft geen bezwaar gemaakt tegen de eisvermeerdering.

2.2. Het eerste punt van geschil betreft de vraag of bij de berekening van de schade de woonsituatie van [eiseres] terecht buiten beschouwing is gelaten.

[eiseres] heeft onder verwijzing naar een schriftelijke reactie van [A.] betoogd dat deze vraag bevestigend moet worden beantwoord. Achmea heeft bij antwoordakte verklaard deze zienswijze te delen, zodat dit onderdeel van de schadeberekening niet langer in geschil is.

2.3. Het tweede onderdeel van de berekening dat door Achmea is betwist, bestaat uit de berekening van de fiscale component. De kritiek van Achmea bestond eruit dat [A.] de fiscale component heeft begroot met de aanname dat op 1 januari 2009 het volledige berekende verlies aan arbeidsvermogen (EUR 377.666,86) door Achmea aan [eiseres] wordt betaald, terwijl een groot deel van deze schade reeds door Achmea was vergoed.

2.3.1. [eiseres] heeft bij akte aangevoerd dat voorschotbetalingen geen invloed dienen te hebben op de berekening van de fiscale component. Zij heeft ter ondersteuning van haar stellingen verwezen naar de uitvoerige reactie van [A.] van 27 mei 2009. Hierin heeft [A.] - op pagina 4 in de één na laatste alinea - uiteengezet dat de fiscale component is berekend over de toekomstige schade (vanaf kapitalisatiedatum 1 januari 2009). Hij heeft daarbij verwezen naar pagina 69 van de schadeberekening waarin is aangegeven welk kapitaal in een jaar uitstaat, wat de vrijstelling is en welk bedrag per jaar de vermogenrendementsheffing is (kolom: Bel./premie).

2.3.2. Achmea heeft in reactie daarop aangevoerd dat [eiseres] niet heeft weersproken dat de fiscale component is berekend aan de hand van de verschenen schade en de contante waarde van de toekomstige schade. Doordat Achmea een groot deel van de schade reeds heeft vergoed is, naar zij heeft gesteld, de fiscale schade berekend over een te hoog bedrag.

2.3.3. De rechtbank kan Achmea hierin niet volgen. Zoals hiervoor is weergegeven heeft [A.] uitdrukkelijk en gemotiveerd betoogd dat de fiscale schade is berekend over het bedrag aan toekomstige schade, dat wil zeggen de schade die is ontstaan en zal ontstaan vanaf 1 januari 2009 (EUR 265.682,69). Nu deze uiteenzetting door Achmea niet inhoudelijk is betwist, dient hiervan in rechte te worden uitgegaan. Het voorgaande leidt ertoe dat eventuele voorschotbetalingen geen invloed hebben op de hoogte van de fiscale component. De voorschotbetalingen zijn immers gedaan ter vergoeding van verschenen schade. Het verweer van Achmea faalt, zodat dienaangaande aan de door [eiseres] overgelegde schadeberekening zal worden vastgehouden.

2.4. Partijen twisten ten slotte over de vraag of over het bedrag van EUR 30.000,00, dat partijen overeengekomen zijn voor de door de ouders verleende mantelzorg, ook wettelijke rente verschuldigd is.

[eiseres] heeft in haar berekening wettelijke rente berekend over voormeld bedrag, terwijl Achmea zich op het standpunt heeft gesteld dat partijen deze schadepost hebben vastgesteld op EUR 30.000,00 inclusief wettelijke rente, alsmede dat Achmea deze schade reeds heeft vergoed.

2.4.1. Bij tussenvonnis van 1 april 2009 is [eiseres] uitdrukkelijk in de gelegenheid gesteld om op het verweer van Achmea terzake de wettelijke rente over voormeld bedrag te reageren. Daarbij is haar verzocht de datum te vermelden waarop zij dit bedrag van Achmea heeft ontvangen.

Vastgesteld moet worden dat [eiseres] bij akte geen datum van betaling heeft genoemd en evenmin haar standpunt nader heeft onderbouwd. Hoewel dit van haar in het licht van het verweer van Achmea verwacht mocht worden heeft [eiseres] geen nadere feiten en omstandigheden genoemd waaruit kan worden afgeleid dat partijen overeengekomen zijn dat over het bedrag van EUR 30.000,00 ook nog wettelijke rente vergoed zou worden. De enkele ongemotiveerde stelling dat “partijen nimmer overeengekomen zijn dat voormeld bedrag inclusief wettelijke rente was” en de opmerking dat Achmea de door haar gestelde afspraak dan maar moet bewijzen, volstaan daartoe niet. Dit betekent dat de gevorderde wettelijke rente over voormeld bedrag dient te worden afgewezen. [eiseres] zal een nieuwe berekening van de wettelijke rente in het geding moeten brengen waarin dit aspect is gecorrigeerd. De zaak zal daartoe worden verwezen naar de rol voor akte aan de zijde van [eiseres] en vervolgens voor antwoordakte aan de zijde van Achmea.

2.5. Verder wordt iedere beslissing aangehouden.

3. De beslissing

De rechtbank

3.1. verwijst de zaak naar de rol van 2 december 2009 voor akte aan de zijde van [eiseres],

3.2. houdt verder iedere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.H.S. Lebens-de Mug, mr. W.F. Boele en mr. J.N. Bartels en in het openbaar uitgesproken op 18 november 2009.