Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2009:BL3222

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
29-12-2009
Datum publicatie
10-02-2010
Zaaknummer
07/400248-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

poging zware mishandeling, bewijsmotivering en strafmaatmotivering

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnummers: 07.400248-09, 07.490319-09, (07.490237-09), 07.461028-07 (vwtv) (P)

Uitspraak: 29 december 2009

VONNIS IN DE STRAFZAAK VAN:

het openbaar ministerie

tegen

(verdachte)

geboren op (geboortejaar)

thans verblijvende in (verblijfplaats)

ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 15 december 2009.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. J.B.A. Kalk, advocaat te Enschede.

Als officier van justitie was mr. G. Edelenbos aanwezig.

Ter terechtzitting heeft de rechtbank in het belang van het onderzoek de voeging bevolen van de bij afzonderlijke dagvaardingen onder parketnummers 07.400248-09 en 07.490319-09 (waaronder de zaak met parketnummer 07.490237-09) tegen de verdachte aangebrachte zaken.

TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

onder parketnummer 07.400248-09

1.

hij op of omstreeks 19 september 2009 te Stegeren, gemeente Ommen, ter

uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk

(naam slachtoffer) van het leven te beroven, met dat opzet meermalen, althans éénmaal met

een (samurai)zwaard, althans met een met een (samurai)zwaard vergelijkbaar

scherp en/of puntig voorwerp, althans met een stok meermalen, althans éénmaal

heeft geslagen en/of gestoken en/of slaande en/of zwaaiende en/of stekende

bewegingen heeft gemaakt naar/op/in de richting van het hoofd en/of de/het

be(e)n(en) en/of de arm/elleboog en/of het lichaam van die (naam slachtoffer), terwijl de

uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op of omstreeks 19 september 2009 te Stegeren, gemeente Ommen, ter

uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon

genaamd (naam slachtoffer), opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,

met dat opzet meermalen, althans éénmaal met een (samurai)zwaard, althans met

een met een (samurai)zwaard vergelijkbaar scherp en/of puntig voorwerp,

althans met een stok meermalen, althans éénmaal heeft geslagen en/of gestoken

en/of slaande en/of zwaaiende en/of stekende beweging(en) gemaakt naar/op/in

de richting van het hoofd en/of de/het be(e)n(en) en/of de arm/elleboog en/of

het lichaam van die (naam slachtoffer), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen

misdrijf niet is voltooid;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 21 september 2009 te Zwolle (naam hoofdagent), hoofdagent van

de regiopolitie IJsselland heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven

gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk

voornoemde Sattler dreigend de woorden toegevoegd:" Wacht jij maar, ik pak je!

Ik pak je! Ik vermoord je!", althans woorden van gelijke dreigende aard of

strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

onder parketnummer 07.490319-09 (waaronder 07.490237-09)

1.

hij op of omstreeks 10 juni 2009 te Nieuwleusen in de gemeente Dalfsen,

terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld

rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten alle

categorieën, in elk geval categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem

daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de

betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de Den Hulst, als

bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën

heeft bestuurd;

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

art 9 lid 2 Wegenverkeerswet 1994

2.

hij op of omstreeks 09 april 2009 in de gemeente Hardenberg, terwijl hij wist

of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een

of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten alle categorieën, in elk

geval categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander

rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of

categorieën was afgegeven, op de weg, de (adres), als bestuurder een

motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd;

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover

daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

art 9 lid 2 Wegenverkeerswet 1994

De rechtbank verbetert in de tenlastelegging een aantal kennelijke schrijffouten. De verdachte wordt blijkens het onderzoek ter terechtzitting daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

VOORVRAGEN

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaardingen geldig zijn, dat de rechtbank bevoegd is tot kennisneming van de zaken, dat de officier van justitie ontvankelijk is in haar vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

BEWIJSMOTIVERING

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld voor het onder parketnummer 07.400248-09 onder 1 subsidiair en het onder 2 ten laste gelegde en voor het onder parketnummer 07.490319-09 onder 1 ten laste gelegde, te weten – kort gezegd – voor een poging toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, een bedreiging en het besturen van een motorrijtuig terwijl hij wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van de onder parketnummer 07.400248-09 onder 1 ten laste gelegde poging doodslag en de subsidiair ten laste gelegde poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Hij heeft daartoe - samengevat - het volgende aangevoerd. Verdachte is niet de persoon geweest die aangever heeft verwond. De verklaring van aangever zou onbetrouwbaar zijn. Aangever heeft bij de rechter-commissaris aantoonbaar onjuist verklaard dat hij met niemand over het incident had gesproken en aangever heeft ten onrechte niet vermeld dat hij een relatie heeft gehad met zijn buurvrouw, tevens getuige in deze zaak. Verdachte zou geen motief hebben gehad om aangever aan te vallen, terwijl aangever wel een belang had om verdachte te belasten. De buurvrouw heeft pas bij de rechter-commissaris de naam genoemd van verdachte en daarmee een ongeloofwaardige belastende verklaring ten aanzien van verdachte gegeven. Verder heeft de raadsman betoogd dat het feit dient te worden gekwalificeerd als een eenvoudige mishandeling.

Ter zake van de onder parketnummer 07.400248-09 ten laste gelegde bedreiging heeft de raadsman naar voren gebracht, dat rekening dient te worden gehouden met de geestestoestand van verdachte.

Ter zake van het onder parketnummer 07.490319-09 ten laste gelegde rijden zonder geldig rijbewijs heeft de raadsman betoogd dat het onder 1 ten laste gelegde kan worden bewezen, maar dat het onder 2 ten laste gelegde niet kan worden bewezen, omdat verdachte toen nog niet wist of redelijkerwijs had moeten weten dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard.

Het oordeel van de rechtbank

ten aanzien van parketnummer 07.400248-09

feit 1

Aangever heeft bij de politie verklaard, dat hij op 19 september 2009 in zijn chalet nummer (xx) was op bungalowpark (naam park). Hij hoorde dat er iemand met een auto hard remde in het grind van de oprit van zijn chalet. Hij liep het terras op en zag de hem bekende verdachte. Volgens aangever kwam verdachte al schreeuwend zijn kant op en had verdachte een groot gebogen zwaard in zijn handen. Verdachte hief het zwaard boven zijn hoofd en sloeg daarmee. Aangever weerde de slag af door zijn beide armen voor zijn gezicht te brengen, waarbij hij een harde klap tegen zijn linker elleboog kreeg. De wond begon te bloeden en deed pijn. Na die klap liep verdachte terug naar zijn auto. Verdachte kwam echter weer terug en sloeg aangever daarna met zijn zwaard tegen het rechteronderbeen.

In een aanvullende verklaring bij de politie heeft aangever verklaard dat verdachte op 21 september 2009 bij hem is geweest en heeft gezegd dat aangever zijn aangifte moest intrekken.

Bij de rechter-commissaris heeft aangever op hoofdpunten eensluidend verklaard.

Getuige (naam getuige), zijnde de buurvrouw van aangever, heeft ten overstaan van de politie verklaard dat ze zag dat er een auto hard kwam aanrijden. Ze zag een man uitstappen. Ze hoorde hem hard schreeuwen. Ze zag dat de man een slaande beweging maakte.

In een aanvullende verklaring bij de politie heeft getuige (naam getuige) verklaard dat ze de man herkende als zijnde een bewoner van het park. Ze heeft verder verklaard dat ze zag dat hij een zwarte stok in zijn hand had. De stok was ongeveer een meter lang. Het kan ook iets anders dan een stok zijn geweest. Ze zag dat de man de stok boven zijn hoofd had en dat aangever zijn hoofd probeerde te beschermen door zijn linkerarm boven zijn hoofd te houden. Ze heeft de eerste klap gezien en heeft het geluid van een tweede klap gehoord. Voorts heeft zij waargenomen dat de man die geslagen had afgelopen maandag weer met aangever stond te praten.

Bij de rechter-commissaris heeft getuige (naam getuige) de naam genoemd van verdachte en verklaard dat verdachte degene is die aangever heeft aangevallen.

Uit de letselbeschrijving van forensisch arts (naam) blijkt, dat verdachte aan de achterzijde van zijn linker elleboog scherpbegrensd letsel had van 0,5 x 2,0 cm, hetgeen volgens de forensisch arts paste bij een snijwond. Voorts was sprake van (in staande positie) min of meer horizontaal letsel aan de voorzijde van het rechter onderbeen, lijnvormig, bestaande uit een centraal huiddefect van +/- 1 x 1 cm, waarbij de totale afmetingen van dat letsel +/- 1 x 9 cm is. Volgens de forensisch arts kon het letsel passen bij de toedracht zoals door aangever omschreven.

Verdachte heeft zich bij de politie beroepen op zijn zwijgrecht en heeft ter terechtzitting ontkend bij het incident betrokken te zijn geweest. Verdachte heeft wel erkend op 21 september 2009 bij aangever te zijn geweest. Voorts heeft verdachte aangegeven dat hij contact heeft gehad met de politie, omdat hij naar zijn zeggen ten onrechte is beschuldigd.

De rechtbank overweegt naar aanleiding van voormelde bewijsmiddelen het volgende.

Op grond van de hiervoor aangehaalde verklaringen van aangever en getuige (naam getuige) en gelet ook op voormelde letselrapportage van de forensische arts is de rechtbank van oordeel dat het verdachte is geweest die de verwondingen bij aangever heeft toegebracht door hem op 19 september 2009 meermalen met een met een zwaard vergelijkbaar voorwerp, althans met een stok, in de richting van het hoofd, benen en arm/elleboog te slaan.

Anders dan de raadsman acht de rechtbank de verklaringen van aangever betrouwbaar. De enkele omstandigheid dat aangever bij de politie niet heeft gemeld dat hij een relatie heeft gehad met getuige (naam getuige) maakt nog niet dat zijn verklaringen over het onderhavige incident als onbetrouwbaar zouden moeten worden aangemerkt. Voor zover er door aangever al uiteenlopend is verklaard, acht de rechtbank deze verschillen niet zodanig dat zijn verklaringen op grond daarvan als niet betrouwbaar dienen te worden aangemerkt. Niet is gebleken dat aangever een reden had om verdachte ten onrechte te belasten. De door de raadsman naar voren gebrachte omstandigheden rechtvaardigen die conclusie niet. De verklaringen van aangever worden bovendien ondersteund door voormelde letselverklaring en de verklaringen van getuige (naam getuige). Door de raadsman is aangevoerd, dat getuige (naam getuige) in haar aanvullende verklaring bij de politie heeft verklaard de naam van verdachte niet te kennen, terwijl ze vervolgens bij de rechter-commissaris de naam van verdachte als zijnde de belager van aangever heeft genoemd. Getuige (naam getuige) heeft in dat verband bij de rechter-commissaris – overigens na het oproepen van een telefonische tolk – verklaard dat ze bij de politie de naam van verdachte niet heeft genoemd omdat ze onpartijdig wilde verklaren en ook een beetje bang was. Ten aanzien van haar verklaring bij de politie “ik ken hem niet bij naam” heeft getuige (naam getuige) verder verklaard dat ze het misschien niet goed had begrepen en dat ze niet zou weten waarom ze het zo verklaard zou hebben, want ze kent verdachte bij naam. De rechtbank overweegt dat het niet ondenkbaar is, dat er – gelet op de taalbarrière – sprake is geweest van enige miscommunicatie tussen getuige (naam getuige) en de politie. In ieder geval maken de verschillen in de verklaringen van (naam getuige) zoals afgelegd bij de politie en bij de rechter-commissaris niet dat de rechtbank haar verklaringen onbetrouwbaar acht. Bovendien heeft getuige (naam getuige) bij de rechter-commissaris een beschrijving gegeven van verdachte, onder meer over diens wijze van spreken. De rechtbank heeft ter zitting geconstateerd dat verdachte een kenmerkende wijze van spreken heeft. De beschrijving die getuige (naam getuige) daarvan heeft gegeven bij de rechter-commissaris past bij die manier van spreken.

Gelet op de onduidelijkheid omtrent de exacte aard van het slagvoorwerp en met name ook gelet op de onduidelijkheid omtrent de kracht waarmee is geslagen en mede gelet op de aard van het geconstateerde letsel acht de rechtbank het opzet op de dood van het slachtoffer niet wettig en overtuigend bewezen, ook niet in voorwaardelijke vorm. Anders dan de raadsman is de rechtbank echter wel van oordeel dat verdachte door aangever met een met een zwaard vergelijkbaar voorwerp, althans met een stok, in de richting van onder meer het hoofd te slaan willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat zwaar lichamelijk letsel zou optreden.

ten aanzien van het onder parketnummer 07.400248-09 ten laste gelegde

feit 2

(naam hoofdagent), hoofdagent van de regiopolitie IJsselland, heeft aangifte gedaan van bedreiging door verdachte op 21 september 2009 te Zwolle met de woorden “Wacht maar jij, ik pak je! Ik pak je! Ik vermoord je!” Door verbalisanten (naam) en (naam) is in een proces-verbaal bevestigd dat verdachte tegen verbalisant (naam hoofdagent)

heeft geschreeuwd: “Wacht maar, ik pak je wel. Ik vermoord je.”

Op basis van voormelde bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte voormelde bedreiging heeft geuit. De rechtbank is van oordeel dat de bedreiging van dien aard is en onder zodanige omstandigheden heeft plaats gevonden dat bij de bedreigde de redelijke vrees kon ontstaan dat hij het leven zou kunnen verliezen.

ten aanzien van het onder parketnummer 07.490319-09 ten laste gelegde (waaronder 07.490237-09)

Op 10 juni 2009 hebben verbalisanten geconstateerd dat verdachte te Nieuwleusen gemeente Dalfsen binnen de bebouwde kom op de openbare weg een personenauto heeft bestuurd. Het bleek dat het rijbewijs van verdachte voor het besturen van een personenauto door het CBR ongeldig was verklaard. Verdachte is staande gehouden en heeft zijn personalia verstrekt. Verdachte heeft ter terechtzitting bekend dat hij toen wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard, omdat hij de EMA-cursus nog niet had gevolgd.

Evenals de raadsman en de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat het onder 1 ten laste gelegde op basis van voormelde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen kan worden.

Dat geldt niet ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde. Net als de raadsman en officier van justitie acht de rechtbank dat feit niet wettig en overtuigend bewezen, omdat niet is gebleken dat verdachte op 9 april 2009 wist of redelijkerwijs had moeten weten dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard.

BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht derhalve wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder parketnummer 07.400248-09 onder 1 subsidiair en onder 2 ten laste is gelegd, alsmede hetgeen de verdachte onder parketnummer 07.490319-09 onder 1 ten laste is gelegd, met dien verstande dat

onder parketnummer07.400248-09

1.

hij op 19 september 2009 te Stegeren, gemeente Ommen, ter

uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon

genaamd (naam slachtoffer), opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,

met dat opzet, met een met een zwaard vergelijkbaar voorwerp,

althans met een stok meermalen heeft geslagen naar/in

de richting van het hoofd en/of de/het be(e)n(en) en/of de arm/elleboog van die (naam slachtoffer), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op 21 september 2009 te Zwolle (naam hoofdagent), hoofdagent van de regiopolitie IJsselland, heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk

voornoemde Sattler dreigend de woorden toegevoegd:" Wacht jij maar, ik pak je!

Ik pak je! Ik vermoord je!", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

Onder parketnummer 07.490319-09 (waaronder 07.490237-09)

1.

hij op 10 juni 2009 te Nieuwleusen in de gemeente Dalfsen, terwijl hij wist dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten alle categorieën, in elk geval categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de Den Hulst, als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie heeft bestuurd;

Van het meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

DE STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

Het bewezene levert op:

onder parketnummer 07.400248-09

1. poging zware mishandeling,

strafbaar gesteld bij artikel 302 juncto 45 Wetboek van Strafrecht.

2. bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht,

strafbaar gesteld bij artikel 285 Wetboek van Strafrecht.

onder parketnummer 07.490319-09

1. overtreding van artikel 9 lid 2 WVW 1994,

strafbaar gesteld bij artikel 176 lid 3 WVW 1994.

Er zijn geen feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Dit levert de genoemde strafbare feiten op.

DE STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE

Er zijn geen feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is derhalve strafbaar.

OPLEGGING VAN STRAF EN/OF MAATREGEL

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en met de bijzondere voorwaarden dat verdachte

- zich moet houden aan de aanwijzingen van de Reclassering, ook als dat inhoudt het volgen van een ambulante behandeling voor zijn ADHD en depressie bij de AFPN te Zwolle en het instellen op en blijven gebruiken van zijn medicatie;

- zich binnen 2 werkdagen volgend op zijn invrijheidstelling moet melden bij de reclassering.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft een lagere straf dan door de officier van justitie voorgesteld bepleit.

Het oordeel van de rechtbank

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden

waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte,

zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de

na te noemen beslissing passend.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting met name in aanmerking genomen dat verdachte heeft geprobeerd een ander zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. Verdachte is op 19 september 2009 - zonder dat daarvoor een (voor het slachtoffer kenbare) aanleiding was - met zijn auto naar het chalet van het slachtoffer gereden. Aldaar aangekomen is hij schreeuwend op het slachtoffer af gekomen met een hard slagvoorwerp in zijn handen. Hij heeft het slachtoffer daar twee maal mee geslagen, waarvan een maal richting het hoofd van het slachtoffer. Het slachtoffer heeft die slag kunnen opvangen met zijn arm, maar is door het door aangever gebruikte geweld gewond geraakt. Verdachte heeft ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan bedreiging en het besturen van een motorrijtuig terwijl hij wist dat een op zijn naam gesteld rijbewijs ongeldig was verklaard. Verdachte heeft door zijn handelen de openbare veiligheid geschaad, hetgeen tot gevoelens van onrust leidt in de samenleving. De rechtbank rekent dat verdachte zwaar aan en acht in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend.

De rechtbank heeft echter rekening gehouden met de omtrent de verdachte opgemaakte rapportages, waaronder een Vroeghulp interventierapport van de Reclassering d.d. 22 september 2009; een adviesrapport van de Reclassering d.d. 5 oktober 2009; een psychiatrische rapportage d.d. 14 oktober 2009 en een voorlichtingsrapport van de Reclassering d.d. 7 december 2009. Uit de psychiatrische rapportage volgt onder meer, dat verdachte is opgegroeid in een gezin met ernstige sociale problemen, dat gesproken kan worden van een beperkte persoonlijkheidsontwikkeling bij verdachte en dat sprake is van matige begaafdheid en een rigide oplossingsstrategie waardoor de mogelijkheden om op passende wijze te reageren op moeilijke situaties eerder beperkt zijn. Verder valt volgens de onderzoeker een structuurarmoede op in denken, passend bij een eerdere gediagnosticeerde ADHD. Omdat sprake is van een ontkennende verdachte is de inschatting van de recidivekans volgens de onderzoeker niet mogelijk. Wel geeft de onderzoeker aan, dat structurerende omstandigheden, zoals geboden bij het AFPN een gunstig effect hebben op de maatschappelijk inbedding van verdachte.

Uit het voorlichtingsrapport van de Reclassering volgt onder meer, dat verdachte bekend is met ADHD en depressieve episodes en dat verdachte enkele maanden voor het ten laste gelegde niet meer op de afspraken bij zijn behandelaar is verschenen en is gestopt met zijn medicatie. Hoewel verdachte zelf heeft aangegeven dat hij psychische problemen heeft en - in een vrijwillig kader - door wil gaan met zijn behandeling bij de AFPN, adviseert de Reclassering een (gedeeltelijk) voorwaardelijke straf op te leggen met bijzondere voorwaarden, te weten dat verdachte zich moet houden aan de aanwijzingen van reclassering, waaronder een meldingsgebod en het ondergaan van een behandeling bij de AFPN te Zwolle.

De rechtbank neemt de aanbevelingen van reclassering over en zal aan verdachte een deels voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen met een bijzondere voorwaarde.

De rechtbank heeft rekening gehouden met een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie, waaruit volgt dat hij eerder is veroordeeld voor vermogens- en geweldsdelicten.

De oplegging van straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 36f en 63 van het Wetboek van Strafrecht.

Vordering tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling

ten aanzien van parketnummer 07.461028-07 (vwtv)

De officier van justitie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de door de politierechter te Zwolle op 15 november 2007 opgelegde voorwaardelijke 10 dagen hechtenis, af te wijzen.

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Evenals de officier van justitie heeft de rechtbank geconstateerd dat de politierechter te Almelo op 8 juni 2009 reeds de tenuitvoerlegging heeft gelast van voormelde door de Politierechter te Zwolle op 15 november 2007 opgelegde voorwaardelijke hechtenis. Dat brengt naar het oordeel van de rechtbank mee dat de officier van justitie ter zake van de onderhavige vordering tenuitvoerlegging van voormelde voorwaardelijke hechtenis niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

BESLISSING

Het onder parketnummer 07.400248-09 onder 1 subsidiair en onder 2 en het onder parketnummer 07.490319-09 onder 1 ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert de strafbare feiten op, zoals hiervoor vermeld. De verdachte is deswege strafbaar.

Het meer of anders ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden.

De tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, zal bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering worden gebracht.

Van de gevangenisstraf zal een gedeelte, groot 4 maanden, niet worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond van het feit dat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van twee jaar aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Als bijzondere voorwaarden worden gesteld dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen, te geven door of namens Stichting Reclassering Nederland, zulks zolang deze instelling of een door haar aan te wijzen andere reclasseringsinstelling dat gedurende de proeftijd nodig oordeelt, met opdracht aan die instelling als bedoeld in artikel 14d van het Wetboek van Strafrecht De door Stichting Reclassering Nederland te geven voorschriften en aanwijzingen mogen ook inhouden dat verdachte gedurende de proeftijd moet deelnemen aan een ambulante behandeling bij de AFPN te Zwolle.

Ten aanzien van de vordering tenuitvoerlegging

De rechtbank verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in haar vordering.

Aldus gewezen door mr. F.E.J. Goffin, voorzitter, mrs. G.P. Nieuwenhuis en G.A.. Versteeg, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.A. van den Hoek als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 december 2009.