Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2009:BL0561

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
15-12-2009
Datum publicatie
26-01-2010
Zaaknummer
461049 CV 09-4234
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arbeidszaak. Vordering variabel loon. Uitleg van de beloningsregeling tegen de achtergrond van de datum van uitdiensttreding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2010-0077
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE – LELYSTAD

sector kanton – locatie Zwolle

zaaknr.: 461049 CV 09-4234

datum : 15 december 2009

Vonnis in de zaak van:

[EISENDE PARTIJ],

wonende te [wooonplaats],

eisende partij, verder te noemen: ‘[eisende partij]’,

gemachtigde mr. J.I. Top, arbeidsjurist te Hoogeveen,

tegen

de besloten vennootschap [GEDAAGDE PARTIJ],

gevestigd te [vestigingsplaats],

gedaagde partij, verder te noemen: ‘[gedaagde partij]’,

gemachtigde mr. A.M. Breedveld, advocaat te Nijmegen.

De procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

- de dagvaarding d.d. 16 juli 2009

- het antwoord van [gedaagde partij],

- de repliek van [eisende partij],

- de dupliek van [gedaagde partij].

Het geschil

De vordering van [eisende partij] strekt ertoe dat [gedaagde partij] wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 1902,75 bruto, vermeerderd met een vergoeding voor buitengerechtelijke kosten en met de wettelijke rente vanaf 14 mei 2009, onder veroordeling van [gedaagde partij] in de proceskosten.

[gedaagde partij] heeft de vordering bestreden en de afwijzing daarvan bepleit.

De vaststaande feiten

Tussen partijen staat als gesteld en erkend dan wel niet (voldoende) betwist, mede op grond van de overgelegde en in zoverre niet bestreden bescheiden, het volgende vast.

a. [eisende partij], geboren op [datum], is op [datum] bij [gedaagde partij] in dienst getreden in de functie van ‘technisch systeembeheerder’. Het laatst door hem verdiende salaris bedraagt € 50.752, bruto per jaar inclusief emolumenten.

b. Bij brief van 28 augustus 2008 heeft [eisende partij] aan [gedaagde partij] - onder meer - bericht: ‘Zoals besproken zeg ik mijn arbeidsovereenkomst, met inachtneming van de opzegtermijn van 1 maand, op per 1 oktober 2008.’ Die opzegging is door [gedaagde partij] bij brief van 13 september 2008 bevestigd als volgt: ‘Hierbij bevestigen de ontvangst van jouw brief d.d. 28 augustus 2008 waarin je aangeeft je arbeidsovereenkomst met ingang van 30 september 2008 te willen beëindigen. Gelet op de voor jou geldende opzegtermijn eindigt jouw arbeidsovereenkomst op 1 oktober 2008. (...)’

c. [gedaagde partij] heeft tot en met dinsdag 30 september 2008 aan [eisende partij] loon betaald. [eisende partij] heeft na september 2008 geen arbeid meer voor [gedaagde partij] verricht.

d. [gedaagde partij] gebruikt voor haar werknemers een beloningsysteem ‘Resultaat Gericht Belonen (RGB)’. Dit systeem houdt samengevat in dat een werknemer naast zijn vaste salaris een variabele beloning ontvangt indien vooraf vastgestelde doelstellingen worden behaald.

e. In de regeling omtrent RGB is onder meer het volgende bepaald:

• (...)

• Bij een indiensttreding vóór 1 oktober wordt geen RGB uitbetaald. Ligt de datum van uitdiensttreding op of na 1 oktober, dan wordt de RGB naar rato uitgekeerd.

• (...)

f. [eisende partij] heeft [gedaagde partij] vergeefs aangesproken tot betaling van een variabele beloning over 2008 op basis van de RGB, in welk kader [gedaagde partij] zich erop beroept dat [eisende partij] tot 1 oktober 2008 bij haar in dienst was en niet op of na 1 oktober 2008.

De standpunten van partijen

Op wat [eisende partij] aan zijn vordering dan wel [gedaagde partij] aan haar verweer ten grondslag heeft gelegd, zal, voor zover relevant, in het navolgende worden ingegaan.

De beoordeling

1.

Het geschil van partijen over het antwoord op de vraag of [gedaagde partij] nog aan [eisende partij] een uitbetaling dient te doen conform de RGB-regeling houdt verband met hun verschil van mening over hoe de hiervoor in de vaststaande feiten sub d. weergegeven bepaling van de RGB-regeling moet worden uitgelegd.

2.

[eisende partij] heeft aangevoerd dat nu de arbeidsovereenkomst per 1 oktober 2008 is geëindigd hij nog naar rato recht heeft op een uitkering conform de RGB-regeling. [gedaagde partij] heeft daarentegen aangevoerd dat uit die RGB-regeling voortvloeit dat bij een eindigen van de arbeidsrelatie per 1 oktober 2008 geen recht bestaat op een RGB-betaling.

3.

Nu het gaat om de uitleg van een binnen [gedaagde partij] geldende beloningsregeling waarover gesteld noch gebleken is dat [eisende partij] bij de totstandkoming betrokken is geweest, dient bij de uitleg van die bepaling de in de uitspraak van de Hoge Raad van 20 februari 2004, JAR 2004/83 bedoelde CAO-norm te worden toegepast.

4.

Bij de uitleg van een bepaling als voormeld zijn de bewoordingen daarvan, gelezen in het licht van de gehele tekst van die overeenkomst en een eventuele schriftelijke toelichting daarop, in beginsel doorslaggevend. Het komt daarbij niet aan op de bedoelingen van de bij de totstandkoming van die regeling betrokken partijen voorzover deze niet uit die regeling en de toelichting kenbaar zijn. Het komt niet alleen aan op een grammaticale uitleg van de tekst, maar het gaat om het vaststellen van de betekenis die naar objectieve maatstaven volgt uit de bewoordingen waarin de regeling en de toelichting zijn gesteld. Daarbij dient ook acht te worden geslagen op de kenbare ratio, strekking en systematiek van de regeling waartoe de bepaling behoort en op de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen waartoe de onderscheiden tekstinterpretaties zouden leiden.

5.

Zoals blijkt uit de door [eisende partij] bij dagvaarding overgelegde informatie, welke niet door [gedaagde partij] is bestreden, is de strekking van het (variabele) beloningsysteem ‘Resultaat Gericht Belonen’ om doelgericht werken en denken te stimuleren, in welk kader per kalenderjaar doelstellingen worden gesteld op de niveaus van de ‘Business Unit / Bedrijfsonderdeel’ en de ‘groep’ (team/afdeling) waarbinnen een individuele werknemer werkzaam is en doelstellingen voor de individuele werknemer zelf.

6.

In het onderdeel ‘Uitbetaling van RGB in bijzondere situaties’ zijn een aantal afwijkingen en verduidelijkingen opgenomen over hoe te handelen bij (bijvoorbeeld) functiewijziging tijdens het kalenderjaar, (een periode van) inactiviteit (d.i. VUT, boventalligheid, langdurige arbeidsongeschiktheid) en indiensttreding of uitdiensttreding lopende het kalenderjaar.

7.

Uit voormelde regeling blijkt dat het feitelijk werken in een bepaalde functie(zwaarte) groot gewicht toekomt, behoudens in geval van arbeidsongeschiktheid. Bij een overgang van functie, zo blijkt uit de tekst, wordt immers gekeken naar zowel de RGB voor de oude functie als voor de nieuwe functie. In geval van indiensttreding is de datum van 1 oktober bepalend nu in dat geval dat bij indiensttreding vóór die datum de RGB voor het lopende jaar van toepassing is en bij indiensttreding op of na 1 oktober eerst in het volgende jaar. Bij uitdiensttreding is 1 oktober eveneens beslissend, doordat wordt bepaald dat bij beëindiging vóór 1 oktober geen RGB wordt betaald en bij een uitdiensttreding op of na 1 oktober de RGB naar rato wordt uitgekeerd. Dit betekent dat de regeling er mede toe strekt het feitelijk bijdragen aan het behalen van de onderdeels-, groepsdoelstellingen en het behalen van de (eventuele) individuele doelstellingen te belonen, waarbij de regeling (zoveel mogelijk) objectief bepaalbare grenzen beoogt te stellen in het geval lopende een kalenderjaar veranderingen optreden, zoals een functieovergang, in- of uitdiensttreding of inactiviteit. Gelet op deze ratio van de regeling, de grammaticale betekenis van ‘uitdiensttreding vóór 1 oktober’, het daarop gemaakte onderscheid met ‘uitdiensttreding op of na 1 oktober’ en het systeem van de regeling moeten de woorden ‘uitdiensttreding vóór 1 oktober’ naar het oordeel van de kantonrechter gelezen worden als het eindigen van de arbeidsverhouding voordat het 1 oktober is en niet het eindigen van die verhouding voor of op 1 oktober. De kantonrechter ziet geen aanknopingspunten voor de stelling van [eisende partij] dat zijn uitleg tot een aannemelijker rechtsgevolg leidt dan de uitleg van [gedaagde partij].

8.

Vast staat dat [eisende partij] bij brief van 28 augustus 2008 zijn dienstverband per 1 oktober 2008 heeft opgezegd. Naar algemeen spraakgebruik moet in zo’n situatie het woord ‘per’ worden opgevat als ‘met ingang van’. Zo’n betekenis sluit aan bij het in artikel 7:672 lid 1 BW neergelegde uitgangspunt van opzegging van een arbeidsovereenkomst ‘tegen het einde van de maand’. Uit de bevestigingsbrief van 12 september 2008 blijkt ook in voldoende mate dat [gedaagde partij] de opzegging van [eisende partij] op die wijze heeft verstaan nu zij daarin - overigens niet geheel juist - verwoordt dat [eisende partij] de arbeidsovereenkomst ‘met ingang van 30 september 2008’ wil beëindigen en dat zijn arbeidsovereenkomst ‘eindigt op 1 oktober 2008’. Dat met een en ander voor zowel [eisende partij] en [gedaagde partij] duidelijk was dat de arbeidsverhouding na ommekomst van de dag van 30 september 2008 (om 24.00 uur) en bij het aanbreken van de dag van 1 oktober 2008 (om 0.00 uur) ophield te bestaan, wordt ook bevestigd door het vaststaande feit dat [gedaagde partij] slechts tot en met 30 september 2008 loon en bijkomende vergoedingen heeft betaald en [eisende partij] na dinsdag 30 september 2008 geen arbeid meer voor [gedaagde partij] heeft verricht. [eisende partij] onderschrijft ook expliciet dat hij tot en met 30 september 2008 bij [gedaagde partij] in dienst is geweest. Met een en ander heeft dan ook als vaststaand te gelden dat op of na 1 oktober 2008 geen arbeidsovereenkomst meer tussen [gedaagde partij] en [eisende partij] bestond. Aan de minder precieze formulering daaromtrent in [gedaagde partij]’s brief van 12 september 2008 kan dan ook niet dat gewicht worden toegekend zoals [eisende partij] dat voorstaat.

9.

Nu de slotsom uit het voorgaande is dat [eisende partij] ‘slechts’ tot en met 30 september 2008 bij [gedaagde partij] in dienst is geweest, is daardoor de conclusie onontkoombaar dat hij vóór 1 oktober uit dienst is getreden als bedoeld in de RGB-regeling. Dat brengt mee dat [eisende partij] geen aanspraak kan gelden op een pro rato uitbetaling van een RGB-beloning over 2008. De daarop steunende vordering met de daaraan verbonden nevenvorderingen is mitsdien niet voor toewijzing vatbaar.

10.

[eisende partij] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden verwezen als nader te melden.

De beslissing

De kantonrechter:

- wijst de vordering van [eisende partij] af;

- veroordeelt [eisende partij] in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van [gedaagde partij] begroot op € 300,00 voor salaris gemachtigde (2 punten × tarief € 150,00);

- verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mr. W.F. Boele, kantonrechter, en uitgesproken in de openbare terechtzitting van 15 december 2009 in tegenwoordigheid van de griffier.