Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2009:BK7322

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
16-12-2009
Datum publicatie
22-12-2009
Zaaknummer
07.630079-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

grondslag ten lastelegging

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnr. : 07.630079-09

Uitspraak: 16 december 2009

Vonnis in de zaak van:

het openbaar ministerie

tegen

(verdachte)

geboren (geboorteplaats),

wonende te (adres)

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 2 december 2009. De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. B.M.A. Jegers , advocaat te Heerlen.

De officier van justitie, mr. C.C.S. Bordenga-Koppes, heeft ter terechtzitting gevorderd de veroordeling van verdachte terzake het onder 1 en 2 ten laste gelegde tot:

- een werkstraf van 240 uren subsidiair 120 dagen hechtenis,

- een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaar.

TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 15 februari 2009 tot en met 03 maart 2009 in de gemeente(n) Rotterdam en/of 's-Gravenhage, althans in Nederland, ter voorbereiding van het misdrijf afpersing, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, gepleegd en/of diefstal voorafgegaan door, vergezeld van en/of gevolgd door geweldpleging, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, gepleegd, opzettelijk één of meer voorwerpen, te weten:

- één of meer messen en/of

- één of meer bivakmutsen en/of

- een rugtas en/of

- handschoenen en/of

- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en/of

- (duck)tape en/of

- één of meerdere personenauto's ((merk auto)

bestemd tot het in vereniging, althans alleen, begaan van voornoemd(e) misdrijf/misdrijven, heeft/hebben verworven en/of voorhanden heeft/hebben gehad;

2.

hij in of omstreeks de nacht van 02 op 03 maart 2009 in de gemeente 's-Gravenhage ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een personenauto (merk en kenteken auto) geheel of ten dele toebehorende aan (benadeelde partij) althans aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die personenauto te verschaffen en/of die weg te nemen personenauto onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, een portier van voornoemde personenauto heeft/hebben geforceerd en/of geopend en/of (vervolgens) heeft/hebben plaatsgenomen in voornoemde personenauto, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

BEWIJS

De verdachte dient van het onder 1 ten laste gelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht. De rechtbank merkt hierbij op dat in het onderhavige geval weliswaar sprake zou kunnen zijn van het medeplegen van voorbereidingshandelingen, doch stelt vast dat dit medeplegen niet aan verdachte is ten laste gelegd.

Naar het oordeel van de rechtbank betreft dit een essentieel bestanddeel dat, anders dan ter terechtzitting door de officier van justitie is betoogd, niet kan worden ingelezen in de tenlastelegging zoals die nu luidt. Met een dergelijke, door de officier van justitie voorgestelde, verbeterde lezing zou de grondslag van de tenlastelegging worden verlaten.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 2 ten laste is gelegd, met dien verstande dat:

hij in de nacht van 02 op 03 maart 2009 in de gemeente 's-Gravenhage ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een personenauto (merk en kenteken auto), toebehorende aan (benadeelde partij) en zich daarbij de toegang tot die personenauto te verschaffen en die weg te nemen personenauto onder hun bereik te brengen door middel van braak, met een of meer van zijn mededader(s) een portier van voornoemde personenauto heeft/hebben geforceerd en geopend en vervolgens heeft/hebben plaatsgenomen in voornoemde personenauto, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Van het onder 2 meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

STRAFBAARHEID

Het bewezene levert op:

Poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak,

strafbaar gesteld bij artikel 311 juncto artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht.

De verdachte is deswege strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden gebleken zijn die strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten.

OPLEGGING VAN STRAF OF MAATREGEL

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de na te noemen beslissing passend.

De rechtbank is van oordeel dat het bewezen verklaarde op zichzelf een onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigt. De rechtbank zal echter, gelet op de navolgende bijzondere persoonlijke omstandigheden, te weten dat verdachte niet eerder wegens strafbare feiten met justitie in aanraking is geweest en zijn leven thans weer redelijk op de rails lijkt te hebben, volstaan met oplegging van een werkstraf van na te melden omvang.

De oplegging van straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 27 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het onder 1 ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

Het onder 2 ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert het strafbare feit op, zoals hiervoor vermeld. De verdachte is deswege strafbaar.

Het onder 2 meer of anders ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De rechtbank legt aan verdachte op een taakstraf, te weten de werkstraf het verrichten van onbetaalde arbeid gedurende 60 uren.

De rechtbank beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 30 dagen hechtenis, althans een aantal dagen hechtenis dat evenredig is aan het niet verrichte aantal uren taakstraf.

De tijd, door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, zal bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde taakstraf in mindering worden gebracht, berekend naar de maatstaf van 2 uren taakstraf per dag.

Aldus gewezen door mr. H.H.J. Harmeijer , voorzitter, mr. H. Heins en mr. M. Willemse, rechters, in tegenwoordigheid van mr. O. Bahi als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 december 2009.

Mr. Harmeijer voornoemd was verhinderd dit vonnis mede te ondertekenen.