Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2009:BK3841

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
05-08-2009
Datum publicatie
04-01-2010
Zaaknummer
136750 / HA ZA 07-1209
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Geschil tussen curator in faillissement en vermeende koper van tot de boedel behorend onroerend goed. Onderhandelingen met makelaar van de hypotheekhouder binden de curator niet. Gestelde mondeling koopovereenkomst is ongeloofwaardig. Bewijsaanbod wordt gepasseerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 136750 / HA ZA 07-1209

Vonnis van 5 augustus 2009

in de zaak van

[A],

wonende te [plaats],

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. P.H.A. Mulder,

tegen

DINGENIS MEULENBERG

in hoedanigheid van curator in het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Aluminium Hardenberg B.V.,

wonende te Zwolle,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. E.H. van Stigt Thans.

Partijen zullen hierna [A] en de curator genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie

- de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie

- de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie

- de conclusie van dupliek in reconventie.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Aluminium Hardenberg B.V. is in staat van faillissement verklaard met benoeming van gedaagde tot curator.

Tot de faillissementsboedel behoren de fabrieksgebouwen met kantoren en verdere opstallen, ondergrond, industrieterrein en erf, plaatselijk bekend als [adres 1] en kadastraal bekend als gemeente [plaats], sectie [letter[letter], nummers [nummer] en [nummer].

2.2. Bij faxbericht van 15 december 2006 (productie 1 bij dagvaarding) van Bramer Bedrijfsmakelaars te Zwolle, ondertekend door ing. Gideon J. in ‘t Veld en gericht aan Huzbo Consultancy ter attentie van de heer [A], schrijft eerstgenoemde als volgt:

Geachte heer [B],

Naar aanleiding van uw fax d.d. 7 december jl. gaat mijn opdrachtgever, Atradius, akkoord met uw bieding, doch onder de volgende condities:

Object

Bedrijfsgebouw met ondergrond en buitenterreinen, plaatselijk bekend De [adres 1], Kadastraal bekend gemeente [plaats], sectie [letter], nummers [nummer] en [nummer], groot respectievelijk 3 ha 49 are en 55 are.

Verkoper

De heer D. Meulenberg, benoemd als curator in het faillissement Aluminium Hardenberg B.V., werkzaam bij Benthem & Gratama advocaten te Zwolle

Koper

Mevrouw [B]

[adres ]

Koopsom

EUR 900.001,= k.k.

Overdracht en betaling koopsom

Zo spoedig mogelijk na effectuering van de bij brief aan de curator d.d. 7/8 september 2006 aangezegde bestuursdwang tot het afvoeren van het met dioxine verontreinigde gesepareerde slib, maar uiterlijk op 1 april 2007.

Notaris

Nader door curator te bepalen

Oplevering en aanvaarding

In de huidige staat behoudens het op grond van de bestuursdwang af te voeren met dioxine verontreinigd slib. Ontruimd vrij van huur of andere aanspraken tot gebruik op de datum, van eigendomsoverdracht. Met alle lusten en lasten, daaronder begrepen de resterende afvalstoffen, koper bekend.

Koper is bekend en akkoord met de mogelijkheid dat de door curator verkochte roerende zaken nog zullen worden verwijderd en afgevoerd.

Bodem

Met betrekking tot de milieukundige toestand van de bodem is koper bekend met de verrichte onderzoeken en verontreiniging. Er is bestuursdwang aangezegd door de provincie om met dioxine vervuild slib op het terrein te verwijderen.

Opschortende voorwaarde

- Er geldt de opschortende voorwaarde dat de curator en de rechter commissaris de inhoud van de koopovereenkomst en leveringsakte goedkeuren.

- Er geldt de opschortende voorwaarde dat de curator overeenstemming bereikt met de koper van de roerende zaken over het afzien van zijn rechten inzake het nog verwijderen en afvoeren van roerende zaken.

Indien u akkoord gaat met voorgaand condities ontvang ik dit faxbericht graag voor ondertekend retour, zodat ik de koopovereenkomst kan opstellen.

Met vriendelijke groet,

2.3. Bij brief van 22 december 2006 (productie 3 bij antwoord in conventie) aan Bramer Bedrijfsmakelaars schrijft mevrouw [B] als volgt:

Naar aanleiding van uw schrijven van 15 december 2006 jl waarin u mededeelt dat uw opdrachtgever Atradius akkoord gaat met het bod van EUR 900.001,- op het object Aluminium Hardenberg BV te weten bedrijfsgebouwen en buiten terreinen plaatselijk bekend De [adres 1].

Kadastraal bekend Gemeente Stad Hardenberg, sectie [letter] nummers [nummer] en [nummer] groot respectievelijk 3 Ha ca en 55 are.

Reactie

Mevrouw [B]

[adres]

Wenst de volgende wijzigingen

1)

Wenst een Notaris door haar aan te wijzen

2)

Koper gaat niet akkoord met de mogelijkheid dat curator nog roerende zaken wil laten verwijderen door koper roerende zaken. (heeft al enorme schade aangericht)

Koper roerende zaken heeft verontreiniging met dioxine op terrein veroorzaakt met verstrekkende gevolgen

Koper roerende zaken heeft bij het verwijderen roerende zaken, vloeren dermate beschadigt dat de vervolg schade nog niet vast gesteld kunnen worden.

De bodem kan hierdoor verder verontreinigd zijn.

Ik hoop u voldoende te hebben geïnformeerd en verblijf in afwachting uwer reactie.

Hoogachtend.

2.4. Bij faxbericht van 5 februari 2007 (productie 2 bij dagvaarding) schrijft notaris P.J.H. Koene te Vriezenveen aan de curator:

Mevrouw [B], koper van de bedrijfspanden en terreinen aan de [adres 1], heeft verzocht om haar verdere duidelijkheid te verschaffen over de bij de koop inbegrepen roerende zaken.

Graag zal zij daartoe van u als curator een gedetailleerde lijst ontvangen van ter plaatse nog aanwezige roerende zaken, welke aan derden zijn verkocht. Het zou onder andere een partij verontreinigd ijzer betreffen. Alle overige aanwezige roerende zaken worden (na milieutechnische sanering door verkoper) beschouwd als bij de koop te zijn inbegrepen.

Ook ten aanzien van de feitelijke verwijdering van aan derden verkochte zaken dient volgens koper de nodige zorgvuldigheid in acht te worden genomen. Daartoe verlangt zij, dat u er als onderdeel van de koopovereenkomst nadrukkelijk mee instemt, dat deze zaken slechts mogen worden verwijderd onder toezicht van zowel u als curator, als die van koper (of een door haar aan te wijzen deskundige) en – in verband met verontreinigingen – tevens die van een deskundige van de Provincie Overijssel.

Graag zal ik deze lijst en instemming van u ontvangen.

Volgens koper is de reeds door haar ondertekende voorwaardelijke koopovereenkomst inmiddels door u ontvangen. Graag zal ik daarvan één, mede door u als curator ondertekend exemplaar ontvangen. Wilt u een andere, mede door u ondertekend exemplaar aan koper toezenden.

Een kopie van dit faxbericht is toegezonden aan koper en aan de heer T. Kramers van Atridius Credit Insurance N.V.

In afwachting van uw berichten,

met vriendelijke groet,

2.5. Bij brief d.d. 8 februari 2007 (productie 3 bij dagvaarding) schrijft de curator aan notaris Koene als volgt:

Uw faxbericht d.d. 5 dezer ligt nog ter beantwoording.

Zoals u bekend, heb ik een koopovereenkomst gesloten met een derde met betrekking tot de machines en installaties die zich bevinden op het terrein en in de gebouwen van gefailleerde aan de [adres 1]. Ik heb koper gevraagd afstand te doen van zijn eigendomsrecht aangaande deze zaken. De koper is daartoe helaas niet bereid. Ik kan dan ook geen koopovereenkomst sluiten met mevrouw [B], nu zij niet wenst dat de koper nog op het terrein zal komen nadat zij eigenares is geworden van de onroerende zaken. Zo heb ik dat althans van de heer Manders, de adviseur van de heer [B] (en ik neem aan ook mevrouw [B]) begrepen.

Ik heb daarom koper voorgesteld dat zij – zodra het terrein is vrijgegeven door de provincie – de niet verontreinigde zaken ophaalt en verontreinigde zaken óf ophaalt en in overleg met het bevoegd gezag afvoert of afstand doet van deze zaken. Daarna zal ik de onroerende zaken aan uw cliënte overdragen, mits wij overeenstemming bereiken over de koopovereenkomst, de hypotheekhouder akkoord gaat en de rechter-commissaris toestemming verleent voor de verkoop op basis van de opgestelde koopovereenkomst. Ik heb dit ook met de heer Manders afgestemd; deze wijze van werken leek hem acceptabel.

Ik wacht thans het antwoord van de koper af.

Als voormelde werkwijze gevolgd mocht worden, lijkt het mij zinvol om nadat het terrein is vrijgegeven en de koper de gekochte zaken heeft opgehaald, gezamenlijk het terrein te bezichtigen teneinde na te gaan wat wel en niet onder de koop valt: Zo valt de weegbrug uitdrukkelijk niet onder de koop. Wij hebben slechts gesproken over de onroerende zaken.

U heeft het over roerende zaken die “na milieutechnische sanering door verkoper”beschouwd worden bij de koop inbegrepen te zijn. Dat is onjuist. De verkoper saneert niets. Het terrein en hetgeen daarop ligt nadat koper van de installaties in de gelegenheid is gesteld diens zaken op te halen, wordt aanvaard in de staat waarin het zich bevindt bij de levering. Dat is afgesproken. De prijs is daar ook naar. Het lijkt mij niet goed dat wij de onderhandelingen opnieuw gaan voeren, Er is wat dit punt betreft volkomen duidelijkheid tussen partijen.

Als voormelde werkwijze gevolgd zou worden dan behoeft mevrouw [B] zich geen zorgen te maken over de afvoer van de verkochte zaken door de koper van de installaties. De afvoer van hetgeen na overdracht van de onroerende zaken resteert, is de verantwoordelijkheid van mevrouw [B].

Ik heb door alle verwikkelingen de koopovereenkomst nog niet kunnen bekijken. Het lijkt mij zinvol om eerst de reactie van de koper van de installaties af te wachten; zonder diens medewerking is overdracht onmogelijk.

Het lijkt mij overigens goed om de communicatie te stroomlijnen om misverstanden te voorkomen. Ik spreek thans met de heer Manders, in ’t Veld en u. Graag hoor ik met wie ik mij vanaf heden moet verstaan. Het is niet efficiënt om drie keer te onderhandelen,.

Kopie dezes zend ik de heren in ‘t Veld en Kramers.

Met vriendelijke groet,

2.6. Bij faxbericht van 16 april 2007 schrijft notaris Koene aan de curator:

Ter kennisname zend ik u een verslag van de bespreking van vrijdag 13 april 2007 welke te Zwolle op uw kantoor werd gehouden.

Op verzoek van mevrouw [B] stel ik u hierbij tevens in gebreke. Aangezien u heeft meegedeeld te betwijfelen of er wel een koopovereenkomst is gesloten c.q. u heeft aangekondigd de rechter-commissaris te zullen adviseren geen machtiging tot verkoop en levering aan mevrouw [B] te geven. Kortom: u heeft aangekondigd de gesloten overeenkomst niet te zullen nakomen. Ik stel u in de gelegenheid uiterlijk dinsdag 17 april 2007 voor 17.00 uur alsnog schriftelijk aan mij te berichten te zullen nakomen en uw volledige medewerking te zullen geven aan levering op 4 mei 2007.

Koper behoudt zich het recht voor alle tengevolge van de door niet nakoming door u van de door u aangegane verplichtingen uit verkoop, door haar geleden en nog te lijden schade en gemaakte kosten op u te verhalen en alle verdere rechtsmaatregelen te nemen, welke zij nodig mocht achten. Ten blijke van toekomstige schade wijst koper op gesloten huurovereenkomsten, welke koper ten gevolge van uw tekortkoming dreigt niet te kunnen nakomen.

Een kopie van deze brief is per telefax toegezonden aan koper en aan de rechter-commissaris (volgens uw mededeling mevrouw A. Koene als opvolger van de heer van Werkhoven).

2.7. Per telefax van 19 april 2007 (productie 1 bij antwoord in conventie) antwoordt de curator aan notaris Koene:

In verband met een curatorschap in een groot faillissement (uitgesproken op vrijdag 13 april jl.) kon ik uw fax d.d. 16 dezer niet eerder beantwoorden. Ik hoop dat u daar begrip voor heeft. Ik bericht u als volgt.

1. Het is juist dat ik van mening ben dat er geen koopovereenkomst tussen mevrouw [B] en mij als curator tot stand gekomen is. De heer In ’t Veld heeft namens de hypotheekhouder een overeenkomst gesloten. Ik was daar niet bij betrokken. De heer In ’t veld is door de hypotheekhouder ingeschakeld en werkt niet voor mij als curator.

2. In mijn brief aan u d.d. 8 februari heb ik aangegeven dat nog drie zaken geregeld dienen te worden, te weten dat partijen overeenstemming over de inhoud van de overeenkomst bereiken, de hypotheekhouder akkoord gaat en de rechter-commissaris toestemming verleent voor de verkoop op basis van de opgestelde overeenkomst. In diezelfde brief heb ik aangegeven dat ik geen koopovereenkomst kan sluiten met mevrouw [B] omdat de koper niet bereid is afstand te doen van zijn eigendomsrecht aangaande de door hem gekochte onroerende zaken. Hij heeft nog steeds geen afstand gedaan. Dit was en is voor mij een essentiële voorwaarde die vervuld zal moeten worden alvorens een koopovereenkomst met mevrouw [B] te sluiten. Dat alles blijkt uit mijn brief aan u d.d. 8 februari jl.

3. Later heeft mevrouw [B] aangegeven dat zij bereid is de verplichting tot levering van de curator over te nemen. Ik ben evenwel niet bereid om de kwestie met de koper van de roerende zaken aldus af te wikkelen. Er zijn te weinig waarborgen voor de boedel dat deze verplichting daadwerkelijk zal worden nagekomen en, wanneer deze niet wordt nagekomen, schade van de boedel verhaald zal kunnen worden.

4. Voorgaande impliceert dat alleen al hierom geen koopovereenkomst tot stand gekomen is. Daar komt bij dat wij tot heden niet gesproken hebben over de inhoud van de koopovereenkomst. Ook daarover heb ik nog het nodige op te merken. Het had evenwel geen zin om daarover al te gaan discussiëren zolang het terrein niet door de provincie was vrijgegeven. Voorts heb ik nimmer met de koopprijs ingestemd. Slechts de heer In ’t Veld heeft namens de hypotheekhouder ingestemd. Kortom van een koopovereenkomst is geen sprake. Zoals inmiddels is gebleken, zal ik (nog) niet voldoen aan uw verzoek om schriftelijk te bevestigen dat ik zal meewerken aan levering op 4 mei aanstaande.

5. Daar komt bij dat de rechter-commissaris akkoord dient te gaan met de (nog uit te werken en te sluiten) overeenkomst. Inmiddels heb ik de kwestie aan de rechter-commissaris voorgelegd. Ik zal één deze dagen overleg met haar hebben en bij u op de kwestie terugkomen.

6. Graag ontvang ik van u een nauwkeurige specificatie van de door mevrouw [B] beweerdelijk geleden schade, zulks onderbouwd met bescheiden. Deze bescheiden kan ik vervolgens bij de bespreking met de rechter-commissaris betrekken. U zult begrijpen dat ik op korte termijn een beslissing zal moeten nemen en dat wanneer de bescheiden niet op korte termijn komen, mij later geen verwijt van de schade gemaakt kan worden als deze terecht mocht blijken te zijn.

Dan nog enkele opmerkingen over uw verslag.

1. In punt 1 meldt u dat de bespreking over de laatste details zou gaan. Uit het voorgaande blijkt dat deze weergave onjuist is.

2. In punt 2 is vermeld dat u betrokken ben als instrumenterend notaris. U heeft zich aanvankelijk inderdaad als instrumenterende notaris opgesteld, hoewel ik ook toen al de indruk kreeg dat u adviserend was voor mevrouw [B]. In de bespreking en ook uit uw brief blijkt evenwel – hetgeen ik reeds vreesde – dat u geen instrumenterend maar adviserend notaris bent. U heeft aldus onduidelijkheid laten bestaan bij mij over uw positie. Dat lijkt mij klachtwaardig. Ik behoud mij te dien aanzien alle rechten voor. Duidelijk is evenwel dat, mocht alsnog levering aan mevrouw [B] plaatsvinden, u in elk geval niet als instrumentarend notaris kunt optreden. Ik was het er overigens van meet af aan niet mee eens dat de koper de notaris zou aanwijzen; dat kan de heer In ‘Veld bevestigen. Één van de onderhandelingspunten op 13 april zou zijn geweest dat de curator en niet de koper in dit bijzondere geval de notaris aanwijst.

3. In punt 3 vermeldt u dat er uitvoerige besprekingen zijn geweest. Ook dat is (deels) onjuist. Ik heb nimmer uitvoerige besprekingen gevoerd. Ik kende mevrouw [B] tot 13 april jl. niet. Met de heer [B] heb ik eenmaal het terrein bezichtigd en heb ik een bespreking bij de provincie gehad. De heer Manders heeft mij vaak gebeld, maar die heb ik steeds afgehouden en verwezen naar de makelaar; de laatste ging over de verkoop. Voorts is onjuist dat het nog slechts ging om de inventarisatie van de roerende zaken. Het ging ook om een verantwoorde wijze van afvoeren van door mij verkochte installaties die deels verontreinigd waren met gevaarlijke afvalstoffen. Zoals uit het voorgaande blijkt is dit onderdeel zeer relevant.

4. Onder punt 4 merkt u op dat derden zich wel toegang tot het registergoed kunnen verschaffen. Bij deze derden moet u dan wel denken aan dieven en inbrekers. Het terrein was tot 30 maart jl. (toen de provincie het terrein aan de curator heeft opgeleverd) verzegeld. Het betreden van een verzegeld terrein is zoals u ongetwijfeld weet een strafbaar feit. Verzegeling van het terrein vond plaats in verband met de aanwezigheid van voor de mens zeer gevaarlijke stoffen. Ik meen dat van mij niet verlangd kan worden dat ik mijn gezondheid in de waagschaal stel voor een inventarisatie.

5. Onjuist is het in punt 5 vermelde dat ik via de makelaar ontbindende voorwaarden heb opgegeven. De makelaar trad niet namens mij op. U heeft zonder mij te vragen of ik met de inhoud van de koopovereenkomst akkoord ging deze ter tekening aan de koper gezonden. Dat lijkt mij niet juist en wederom een bewijs van uw (wellicht klachtwaardig) handelen, te weten dat u niet instrumenterend doch adviserend was zonder dit mij te zegen. Zoals u weet ben ik het niet eens met de inhoud van de koopovereenkomst, U heeft bij uw brief geen gedetailleerd stappenplan gevoegd. Ik heb dat althans niet bij uw brief aangetroffen.

6. In punt 8 suggereert u dat ik derden in de gelegenheid gesteld zou hebben om alsnog te bieden. Om alle misverstanden te vermijden merk ik op dat ik niet gepoogd heb om derden te bewegen een hoger bod te doen. De andere bieder heeft zich spontaan gemeld bij de makelaar en de curator en heeft vervolgens een bod gedaan. Onjuist is dat ik bij herhaling heb meegedeeld dat de koopprijs kosten koper akkoord is. Slechts de makelaar heeft daarmee namens de hypotheekhouder ingestemd. De makelaar en de hypotheekhouder zijn evenwel geen verkoper en geen rechter-commissaris.

7. Onjuist is hetgeen u in punt 10 stelt, namelijk dat ik de rechter-commissaris zou aanbevelen de machtiging niet te geven. Ik heb slechts aangegeven dat ik mij in een lastige situatie bevind. De curator dient voor de schuldeisers de hoogst mogelijke opbrengst te realiseren. Daartegenover staat dat ik met mevrouw [B] in onderhandeling ben. Ik heb aangegeven dat ik het niet uitgesloten achtte dat ook de rechter-commissaris het belang van de hoogste opbrengst zwaarder zal laten wegen.

8. Anders dan u in punt 11 schrijft is het wel degelijk van belang voor de overige schuldeisers dat de koopprijs tonnen hoger is. Dat vergt een uitleg die erg uitgebreid is, reden waarom ik volsta met deze opmerking.

9. Onjuist is het in punt 12 vermelde dat alleen de curator het woord heeft gevoerd. Ook mr. Kramers van Atradius heeft het woord gevoerd.

Zodra ik overleg met de rechter-commissaris zal hebben gevoerd, kom ik op de kwestie terug.

2.8. Ten verzoeke van [A] is conservatoir beslag tot levering gelegd op de sub 2.1 omschreven onroerende zaak.

3. Het geschil

in conventie

3.1. [A] vordert na aanvulling van eis samengevat – te verklaren voor recht dat tussen de curator en haar een koopovereenkomst tot stand is gekomen met betrekking tot de in sub 2.1 omschreven onroerende zaak tegen een door [A] te betalen koopsom van EUR 900.001,-- en de curator te veroordelen om mee te werken aan het verlijden van de notariële akte van eigendomsoverdracht ten kantore van notaris P.J.H. Koene, met machtiging om, indien de curator na betekening niet aan de veroordeling voldoet, dit vonnis in plaats te stellen van de wilsverklaring van de curator in de notariële akte, met de bepaling dat de aldus opgemaakt akte rechtsgeldig in het daartoe bestemde register zal kunnen worden ingeschreven, alsmede veroordeling van de curator om aan [A] te betalen de buitengerechtelijk incassokosten en kosten van dit geding

3.2. De curator voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.3. De curator vordert samengevat - veroordeling van [A] tot volledige en onvoorwaardelijke opheffing van alle ten laste van de curator gelegde beslagen, daaronder begrepen het beslag tot levering van de in sub 2.1 omschreven onroerende zaak, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom alsmede vergoeding van alle, als gevolg van onterechte en onrechtmatige claims en beslaglegging door de curator gelden schade, alles op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet

3.4. [A] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

in conventie

4.1. De kern van het geschil betreft het antwoord op de vraag of er terzake van de in punt 2.1 omschreven onroerende zaak een (perfecte) koopovereenkomst tot stand is gekomen tussen partijen.

4.2. [A] stelt bij dagvaarding– onder verwijzing naar het sub 2.2 geciteerde faxbericht van 15 december 2006 - dat zij in december 2006 met de curator een overeenkomst tot verkoop en levering van de onroerende zaak heeft gesloten. Zij stelt dat partijen over de belangrijkste onderdelen van de koopovereenkomst overeenstemming hebben, te weten de koopprijs zijnde EUR 900.001,- kosten koper, de saneringswerkzaamheden die er in het kader van verontreinigd afval dienden plaats te vinden op last van de Provincie en de toegang tot het terrein door de koper van de enige installaties die op het terrein aanwezig zijn. Voorts stelt [A] onder verwijzing naar het gestelde in de brief van 8 februari 2007 (geciteerd in punt 2.5 van dit vonnis) in de alinea met als inhoud: “Het terrein en hetgeen daarop ligt nadat de koper van de installaties in de gelegenheid is gesteld diens zaken op te halen, wordt aanvaard in de staat waarin het zich bevindt bij de levering. Dat is afgesproken. De prijs is daar ook naar. Het lijkt mij niet goed dat wij de onderhandelingen opnieuw gaan voeren.”, dat zij erop mocht vertrouwen dat er ten aanzien van de koopprijs overeenstemming was en hierover geen discussie meer bestond. Voorts stelt zij dat er weliswaar in de koopovereenkomst een voorbehoud van toestemming van de rechter-commissaris was opgenomen, maar dat zij niet beter wist dan dat dit een formaliteit was die aan de verkoop niet in de weg zou staan. Althans deze indruk is gewekt door zowel de curator als ook de hypotheekhoudster Atradius.

4.3. De curator betwist bij antwoord dat tussen hem en [A] in december 2006 een overeenkomst is ontstaan. In de maanden september t/m december 2006 hebben besprekingen over verkoop van het bedrijfsterrein plaatsgevonden tussen de makelaar van hypotheekhouder Atradius en de echtgenoot van [A], de heer [B], waarbij op dat moment ook niet bekend was dat [A] de koper zou worden. [B] werd bij dit alles bijgestaan door zijn adviseur de heer Manders. De curator is bij die besprekingen niet betrokken geweest. Deze besprekingen hebben medio december geleid tot een voorstel zijdens Atradius zoals neergelegd in het in punt 2.2. geciteerde faxbericht. De in de dagvaarding gestelde totstandkoming blijkt niet uit dit door [A] overgelegde faxbericht; immers het gaat hier slechts om een brief van de makelaar van de hypotheekhouder Atradius, die niet namens de curator optrad en ook niet bevoegd was deze te binden. De beweerdelijke overeenkomst is ook niet op enig ander moment tussen de curator en [A] tot stand gekomen. Van een aanbod daartoe en de aanvaarding daarvan is nimmer sprake geweest. De curator stelt verder dat van belang is dat [A] dit voorstel van Atradius nimmer heeft geaccepteerd, laat staan dat vervolgens overeenstemming met de curator werd bereikt. [A] wijst al op twee punten dit gedane aanbod van Atradius af.

4.4. Bij het repliek in conventie gooit [A] het (deels) over een ander boeg. Zij stelt dat de overeenkomst mondeling (onderhands) tot stand is gekomen en dat door de curator geen voorbehoud van toestemming van de rechtercommissaris is gemaakt. Voorts ontkent [A] uitdrukkelijk en met klem dat de curator andere opschortende voorwaarden heeft gemaakt. [A] stelt over meerdere getuigen te beschikken die kunnen bevestigen dat zij met de curator mondeling overeenstemming heeft bereikt, althans dat namens haar overeenstemming is bereikt met de curator. Ten bewijze daarvan brengt zij een aantal schriftelijke verklaringen van getuigen in het geding. Een drietal verklaringen van respectievelijk Rudie Oude Nijeweme, [A] en Ben Lenferink, ondertekend op 20 maart 2008 te Almelo, hebben als gelijkluidende inhoud: “Onder getekende verklaart dat hij op of omstreeks 10 januari 2007 samen met de heren huzink, manders en oude nijeweeme aanwezig was op het bedrijf van oude nijeweeme te langeveen. Ik hoorde dat dhr manders met dhr meulenberg een telefoongesprek voerde Over de verkoop van het onroerend goed aluminium hardenberg waarvan dhr meulenberg curator is. De telefoon stond op de speaker, zodat ik kon meeluisteren. Dhr meulenberg zei in deze woorden :(het onroerend goed van aluminium hardenberg is verkocht voor EUR 900.001,00 aan mevr [B] en er is maar een koper voor het onroerend goed van aluminium hardenberg dat is mevrouw [B] en ik verkoop het geen tweede keer.) dit ben ik tevens bereid onder ede te verklaren.”

De verklaring vanA.F.M. Manders luidt als volgt:

“Naar aanleiding van diverse pogingen Mr Meulenbergs Curator in het faillissement Aluminium Hardenberg te bereiken.

Heeft gemachtige van koper van het object Aluminium Hardenberg te weten bedrijfsgebouwen en buiten terreinen plaatselijk bekend De [adres 1] Mevr [B] op 10 januari 2007 telefonisch contact gehad met Curator in het faillissement Mr Meulenbergs.

Dit telefoon gesprek vond plaats ten kantore van R.G.J. Oude Nijeweeme Witteweg 10 . b in Langeveen.

Van en bij dit telefoongesprek met Curator Meulenbergs van het Failliete Aluminium Hardenberg waren ten kantore van Oude Nijeweeme Witteweg 10 b in Langeveen aanwezig de onverwante getuigen d[B], Dhr R.G.J. Oude Nijeweeme, Dhr B Lenferink, ING A.F.M. Manders.

Aan de Orde

Het gedrag van Gideon in t Veld medewerker van kantoor Bramer bedrijfs Makelaars in Zwolle

Curator Mr Meulenbergs VERKLAARDE

Dat het Object Aluminium Hardenberg bestaande uit bedrijfsgebouwen en een buiten terrein plaatselijk bekend [adres 1] VERKOCHT was aan Mevr [B] Vriezenveenseweg 66 in Geesteren voor Negen Honderd duizend en Een Euro

En dat Hij Curator van het Failliete Aluminium Hardenberg het object Geen twee keer kon Verkopen

Curator Mr Meulenbergs verklaarde dat Koper van voornoemde object Mevr [B] zich daar Geen zorgen behoefde te maken.”

Deze getuigen kunnen volgens [A] – ondermeer – bevestigen dat de curator de tussen partijen bestaande overeenstemming tegenover [A], althans haar echtgenoot [B] en derden, uitdrukkelijk heeft erkend. Eerst nadat tussen partijen overeenstemming is bereikt heeft de curator, voor het eerst in zijn faxbrief d.d. 8 februari 2007 aan notaris Koene nadere condities gesteld, aldus [A].

4.5. De curator betwist de juistheid en geloofwaardigheid van de (nadere) stellingen van [A], alsmede de door [A] overgelegde verklaringen. De curator betwist het op 10 januari 2007 in genoemde verklaringen bedoelde telefoongesprek gevoerd te hebben. De curator stelt nimmer te hebben onderhandeld met [A], noch met [B] en diens adviseur(s). Hooguit kan gezegd worden dat de curator bekend was m[B] als mogelijk geïnteresseerde koper. [A] was op 10 januari 2007 totaal niet in beeld als potentiële koper. Er was dus voor de curator geen enkele reden om op 10 januari 2007 over haar als koper te spreken en haar naam te noemen. Evenmin kan in de gesprekken tussen de curator en Manders een koopovereenkomst tot stand zijn gekomen tussen de curator en [A], al was het maar omdat Manders nimmer heeft aangegeven dat hij [A] vertegenwoordigde, aldus de curator.

4.6. De rechtbank zal de stellingen van [A] beoordelen, inhoudende dat de door haar gestelde overeenkomst mondeling onderhands tot stand is gekomen, dat door de curator geen voorbehoud van toestemming van de rechter-commissaris is gemaakt en dat de curator ook geen andere opschortende voorwaarden heeft gemaakt. Voor de beoordeling daarvan is het navolgende van belang.

[A] stelt dat er tussen haar en de curator mondeling een overeenkomst tot stand is gekomen, doch zij stelt niet wanneer, bij welke gelegenheid deze overeenkomst tot stand is gekomen en welk aanbod van de curator daaraan ten grondslag heeft gelegen. Dit klemt temeer nu de curator – door [A] onweersproken – heeft gesteld nooit met [A] of haar echtgenoot en adviseur(s) te hebben onderhandeld.

In de stellingname van [A] ligt besloten dat de curator voorbij zou zijn gegaan aan de in de fax van 15 december 2006 opgenomen opschortende voorwaarden en de clausule aangaande de door de curator verkochte roerende zaken, wat niet aannemelijk is.

In de eerste plaats zijn partijen het er over eens dat de toegang tot het terrein door de koper van de enige installaties die op het terrein aanwezig zijn (de verkochte roerende zaken) een belangrijk onderdeel van de koopovereenkomst is. Dit is door [A] gesteld in punt 2 van de dagvaarding. Door de curator is – zoals ook blijkt uit de in dit vonnis geciteerde correspondentie - uitvoerig aangegeven waarom dit voor hem een essentieel onderdeel van de koopovereenkomst is (faxberichten van 8 februari 2007 en 19 april 2007 aan notaris Koene). Uit de brief van 22 december 2006 aan Bramer Bedrijfsmakelaars schrijft [A] echter dat zij niet akkoord gaat met de mogelijkheid dat curator nog roerende zaken wil laten verwijderen. De stellingname van [A] houdt derhalve in dat de curator zich hier bij neer zou hebben gelegd, hetgeen in het licht van het bovenstaande, zonder nadere toelichting die ontbreekt, niet aannemelijk is.

Daarnaast is van belang dat [A] in punt 5 van de dagvaarding nog stelt dat er in de koopovereenkomst een voorbehoud was opgenomen van toestemming van de rechter commissaris. Het door [A] in repliek gestelde, te weten dat de curator bij de mondelinge overeenkomst geen opschortende voorwaarden heeft gemaakt, is daarmee in strijd. Deze stelling is voorts in strijd met de inhoud van de door de curator medio januari 2007 van notaris Koene in concept ontvangen en door [A] op 17 januari 2007 – dus nadat het door [A] bedoelde, op of omstreeks 10 januari 2007 gevoerde telefoongesprek zou hebben plaatsgevonden - ondertekende voorwaardelijke koopovereenkomst. In deze koopovereenkomst staan in artikel 15 drie opschortende voorwaarden opgenomen, waaronder de opschortende voorwaarde dat de rechter-commissaris toestemming geeft voor deze onderhandse verkoop en levering.

Alles overziende – mede in het licht van het feit dat onderhandelingen over transacties als de onderhavige schriftelijk plegen te worden gevoerd en vastgelegd - acht de rechtbank de stellingen van [A] ongeloofwaardig. De schriftelijke getuigenverklaringen maken dit niet anders,. De rechtbank zal de stellingen van [A] dan ook passeren. Dit geldt eveneens voor het door [A] gedane bewijsaanbod.

4.7. Het bovenstaande leidt tot de conclusie dat de vorderingen moeten worden afgewezen.

4.8. [A] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de curator worden begroot op:

- vast recht EUR 251,00

- salaris advocaat 5.160,00 (2,0 punt × tarief EUR 2.580,00)

Totaal EUR 5.411,00

in reconventie

4.9. Uit de beslissing in reconventie vloeit voort dat het beslag tot levering ten onrechte is gelegd en onrechtmatig is. De vordering tot opheffing is daarom toewijsbaar. De gevorderde dwangsom zal door de rechtbank worden gemaximeerd als in het dictum omschreven.

4.10. Voorts heeft de curator naar het oordeel van de rechtbank voldoende aannemelijk gemaakt dat de boedel ten gevolge van de onrechtmatige beslaglegging (enige) schade heeft geleden, zodat de vordering ter zake van de schadestaat procedure toewijsbaar is.

4.11. De curator heeft onvoldoende duidelijk gemaakt en gesteld wat hij bedoelt met onterechte claims, zodat dit onderdeel van de vordering zal worden afgewezen.

4.12. [A] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de curator worden begroot op:

- salaris advocaat 452,00 (2,0punt × factor 0,5× tarief EUR 452,00)

Totaal EUR 452,00

5. De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt [A] in de proceskosten, aan de zijde van de curator tot op heden begroot op EUR 5.411,00,

5.3. verklaart dit vonnis in conventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in reconventie

5.4. veroordeelt [A] om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis, volledig en onvoorwaardelijk op te heffen alle door haar ten laste van de curator gelegde beslagen, daaronder begrepen het beslag tot levering van de onroerende zaak, plaatselijk bekend als [adres 1], kadastraal bekend gemeente [plaats], sectie [letter], nummers [nummer] en [nummer],

5.5. bepaalt dat [A] voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij in strijd handelt met het onder 5.4 bepaalde, aan de curator een dwangsom verbeurt van EUR 25.000,--, tot een maximum van EUR 500.000,--,

5.6. veroordeelt [A] tot vergoeding van alle, als gevolg van de beslaglegging door de curator geleden en nog te lijden schade, als op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet,

5.7. veroordeelt [A] in de proceskosten, aan de zijde van Meulenberg tot op heden begroot op EUR 452,00,

5.8. verklaart dit vonnis in reconventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.9. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. van der Hulst en in het openbaar uitgesproken op 5 augustus 2009.