Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2009:BK3398

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
03-11-2009
Datum publicatie
16-11-2009
Zaaknummer
07/410078-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

- zwaar lichamelijk letsel

- Noodweer(exces)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnummer: 410078-08, 07.460293-07(vtvv)(P)

Uitspraak: 3 november 20009

VONNIS IN DE STRAFZAAK VAN:

het openbaar ministerie

tegen

(verdachte),

geboren op (geboortejaar),

wonende te (adres),

ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 20 oktober 2009.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. H.J. Voors, advocaat te Zwolle.

Als officier van justitie was aanwezig mr. W.S. Ludwig.

TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 24 augustus 2008 te Hasselt, gemeente Zwartewaterland, aan een persoon genaamd (naam slachtoffer), opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (een gebroken neus en/of afgebroken/kapotte tand(en)), heeft toegebracht, door deze opzettelijk meermalen in ieder geval éénmaal (met kracht) te stompen en/of slaan op/tegen/in het gezicht en/of het hoofd en/of het lichaam (waardoor die (naam slachtoffer) met zijn hoofd tegen de muur is gevallen en/of op de grond is gevallen);

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 24 augustus 2008 te Hasselt, gemeente Zwartewaterland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd (naam slachtoffer), opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet meermalen in ieder geval éénmaal (met kracht) heeft gestompt en/of geslagen op/tegen/in het gezicht en/of het hoofd en/of het lichaam (waardoor die (naam slachtoffer) met zijn hoofd tegen de muur is gevallen en/of op de grond is gevallen), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 24 augustus 2008 te Hasselt, gemeente Zwartewaterland, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten (naam slachtoffer)), meermalen, in ieder geval éénmaal (met kracht) heeft gestompt en/of geslagen op/tegen/in het gezicht en/of het hoofd en/of het lichaam, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

2.

hij op of omstreeks 24 augustus 2008 te Hasselt, gemeente Zwartewaterland, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten (naam slachtoffer 2 )), meermalen, in ieder geval éénmaal (met kracht) heeft gestompt/geslagen in/op/tegen het gezicht en/of het hoofd en/of het lichaam, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

3.

hij op of omstreeks 24 augustus 2008 te Hasselt, gemeente Zwartewaterland, aan een persoon genaamd (naam slachtoffer 3 ), opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (een gebroken neustussenschot en/of (een) afgebroken tand(en) en/of een snee in het gezicht), heeft toegebracht, door deze opzettelijk meermalen in ieder geval éénmaal (met kracht) te stompen en/of slaan op/tegen/in het gezicht en/of het hoofd en/of het lichaam;

althans, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 24 augustus 2008 te Hasselt, gemeente Zwartewaterland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd (naam slachtoffer 3 ), opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet meermalen in ieder geval éénmaal (met kracht) heeft gestompt en/of geslagen op/tegen/in het gezicht en/of het hoofd en/of het lichaam, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 24 augustus 2008 te Hasselt, gemeente Zwartewaterland, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten (naam slachtoffer 3 )), meermalen, in ieder geval éénmaal (met kracht) heeft gestompt en/of geslagen op/tegen/in het gezicht en/of hoofd en/of het lichaam, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

VOORVRAGEN

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

BEWIJSMOTIVERING

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft gerequireerd tot bewezenverklaring van de tenlastegelegde feiten onder 1 primair, 2 en 3 primair. De officier van justitie is van oordeel dat nu verdachte een ex-marinier is die van zichzelf zegt dat hij in staat is om iemand in één keer knock-out te slaan sprake is van opzet op de mishandeling en het zwaar lichamelijk letsel dat bij de slachtoffers (naam slachtoffer) en (naam slachtoffer 3 ) is ontstaan.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit dat bewezenverklaring kan volgen van de mishandeling van (naam slachtoffer), (naam slachtoffer 2) en (naam slachtoffer 3 ). De verdediging heeft bepleit dat geen sprake is van toebrengen van zwaar lichamelijk letsel en een poging daartoe.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt, op grond van de hierna vermelde bewijsmiddelen , waarvan de vindplaats in de voetnoten is opgenomen, het navolgende.

Op 24 augustus 2008 kreeg de politie een melding dat er een behoorlijke vechtpartij gaande was op de Markt te Hasselt. Uit de verklaringen van onder andere (getuige 1) en (getuige 2) blijkt dat binnen in café (naam café) door (getuige 2) een glas in de richting van verdachte is gegooid. Aangezien het tegen sluitingstijd van het café is wordt vervolgens iedereen naar buiten gestuurd. Verdachte wordt door de eigenaar van het café, (naam eigenaar café), naar buiten begeleid. Wanneer de politie enige tijd later ter plaatse komt en daar diverse personen spreekt, wordt duidelijk dat verdachte (naam slachtoffer 2 ), (naam slachtoffer) en (naam slachtoffer 3 ), een vuistslag heeft gegeven. Verdachte heeft verklaard dat hij goed kan vechten, dat hij goed kan slaan en dat hij dat doet met zijn vuisten. Hij verklaart eveneens iemand in één keer knock-out te kunnen slaan. De rechtbank leidt hieruit af dat verdachte door zijn wijze van slaan de aanmerkelijke kans op het ontstaan van zwaar lichamelijk letsel bij (naam slachtoffer 2) en (naam slachtoffer) heeft aanvaard.

Het letsel van (naam slachtoffer 2 ) bestond uit een kleine zwelling boven het linkeroog. Uit de letselbeschrijving van de GGD blijkt dat (naam slachtoffer) een gebroken neus heeft, welk letsel naar verwachting volledig zal herstellen. Het letsel van (naam slachtoffer 3 ) bestond uit een gebroken neustussenschot. De verwachting is dat het letsel volledig zal herstellen binnen 1 a 2 weken.

De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het onder 1 primair en 3 primair ten laste gelegde nu naar haar oordeel het letsel van de slachtoffers niet gekwalificeerd kan worden als zwaar lichamelijk letsel.

BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht derhalve wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1 subsidiair, 2 en 3 subsidiair ten laste is gelegd, met dien verstande dat

1 subsidiair.

hij op 24 augustus 2008 te Hasselt, gemeente Zwartewaterland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd (naam slachtoffer), opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met kracht heeft gestompt in het gezicht waardoor die op de grond is gevallen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op 24 augustus 2008 te Hasselt, gemeente Zwartewaterland, opzettelijk mishandelend een persoon, te weten (naam slachtoffer 2 ), met kracht heeft gestompt in het gezicht, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden;

3 subsidiair.

hij op 24 augustus 2008 te Hasselt, gemeente Zwartewaterland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd (naam slachtoffer 3 ), opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met kracht heeft gestompt in het gezicht, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Van het onder 1 subsidiair, 2 en 3 subsidiair meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

DE STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

Er zijn geen feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Dit levert de volgende strafbare feiten op.

Het bewezene levert op:

1 subsidiair: poging tot zware mishandeling, strafbaar gesteld bij artikel 302 juncto artikel 45 van het Wetboek van Strafrecht,

2. mishandeling, strafbaar gesteld bij artikel 300 van het Wetboek van Strafrecht,

3 subsidiair: poging tot zware mishandeling, strafbaar gesteld bij artikel 302 juncto artikel 45 van het Wetboek van Strafrecht,

DE STRAFBAARHEID VAN DE DADER

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat verdachte heeft gehandeld ter noodzakelijke verdediging van zijn lijf en daarbij tevens een beroep gedaan op noodweerexces. De raadsman heeft daartoe onder meer aangevoerd dat binnen in het café een glas in de richting van verdachte is gegooid. Dat vervolgens iedereen naar buiten is gegaan en dat buiten de provocatie van verdachte verder is gegaan. Verdachte voelde zich bedreigd en belaagd en heeft gereageerd op een wijze die hem gegeven de omstandigheden niet kan worden aangerekend. Indien de rechtbank van oordeel is dat de wederrechtelijke aanranding van het lijf van verdachte is beëindigd op het moment van het handelen van verdachte, wijst de raadsman op de jurisprudentie aangaande het handelen van een verdachte als onmiddellijke gevolg van een hevige gemoedsbeweging, veroorzaakt door de daaraan voorafgaande wederrechtelijke aanranding.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van oordeel dat geen sprake is van noodweer dan wel noodweerexces. Verdachte heeft naar het oordeel van de officier van justitie zelf bijgedragen aan de escalatie die binnen en vervolgens buiten het café is ontstaan. In de zienswijze van de officier van justitie is geen sprake geweest van een zodanige actie gericht tegen verdachte dat het noodzakelijk was om zich daartegen te verdedigen. Verdachte had in redelijkheid een alternatief kunnen kiezen. Verdachte had zich kunnen distantiëren van de situatie. Bovendien was de noodweersituatie, zo die al bestaan heeft, reeds beëindigd voordat verdachte handelde richting de latere slachtoffers. Ten aanzien van (naam slachtoffer 3 ) kan überhaupt geen sprake zijn van een aanranding van de verdachte nu uit het dossier blijkt dat hij een willekeurige omstander was. Naar het oordeel van de officier van justitie heeft verdachte gehandeld uit reactie op het in zijn richting toegepaste geweld en heeft aldus voor eigen rechter gespeeld.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht aannemelijk dat een aantal personen zowel binnen als buiten het café geweld heeft toegepast richting verdachte. Binnen in het café heeft (getuige 2) een glas in de richting van verdachte gegooid. Buiten heeft (naam slachtoffer) verdachte een schop gegeven. Tegen deze aanranding van het lijf van verdachte had verdachte zich mogen verdedigen. Uit de eigen verklaring van verdachte blijkt dat hij door omstanders, na de schop van (naam slachtoffer), op de been werd gebracht. Op dat moment is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake meer van een onmiddellijke wederrechtelijke aanranding van verdachtes lijf.

Vervolgens wordt verdachte meegedeeld door de omstanders dat hij bloedde. Verdachte wordt boos en stapt vervolgens op de jongens af. Verdachte werd door een aantal omstanders tegengehouden. Verdachte heeft zich losgerukt en is weer naar die jongens toegegaan. Vervolgens heeft hij twee of drie jongens een vuistslag in het gezicht gegeven. Uit de verklaring van verdachte blijkt niet dat er op dat moment nog sprake was van een belaging van zijn lijf. Ook getuige (getuige 3) verklaart dat omstanders verdachte geprobeerd hebben rustig te houden. Getuige (getuige 4) verklaart dat de vechtpartij op zijn eind liep en dat iedereen rustig bij elkaar stond. Verdachte kwam een aantal minuten later terug en liep rustig om vervolgens vol uit te halen tegen een jongen die vervolgens op de grond viel.

Gelet op het voorgaande is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van een noodzakelijke verdediging van zijn lijf door verdachte en dient het beroep op noodweerexces eveneens verworpen te worden. Gelet op de ruimte in tijd en afstand van verdachte ten opzichte van zijn eerdere belagers had verdachte anders kunnen en moeten handelen dan hij in de gegeven omstandigheden heeft gedaan.

Er zijn ook geen feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is derhalve strafbaar.

OPLEGGING VAN STRAF EN/OF MAATREGEL

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd:

Het opleggen van een werkstraf van 200 uren, subsidiair 100 dagen. De officier van justitie heeft bij zijn strafeis de medeschuld van (naam slachtoffer) verdisconteerd, en rekening gehouden met het strafrechtelijk verleden van verdachte.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gewezen op de positieve lijn in het leven van verdachte en gepleit voor het opleggen van een werkstraf, waarvan een deel voorwaardelijk met continuering van het reclasseringstoezicht.

Het oordeel van de rechtbank

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden

waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte,

zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de

na te noemen beslissing passend.

Verdachte heeft ondanks eerdere veroordelingen met betrekking tot geweldsdelicten een drietal personen mishandeld. In ieder geval is één van deze slachtoffers volstrekt willekeurig geweest, nu van dit slachtoffer, (naam slachtoffer 3 ), vaststaat dat geen enkele geweldshandeling van hem in de richting van verdachte heeft plaatsgevonden. De rechtbank houdt rekening met betrekking tot het onder 1 en 3 bewezenverklaarde dat wel sprake is van een eigen aandeel van de slachtoffers in de gebeurtenissen in de nacht van 24 augustus 2008. De rechtbank is echter ook van oordeel dat verdachte op het moment van zijn handelen een afgewogen keuze heeft gemaakt om de rekening te vereffenen die in zijn ogen was ontstaan door het handelen van de latere slachtoffers. De rechtbank houdt eveneens rekening met het voorlichtingsrapport van de reclassering waarin de door de raadsman genoemde positieve lijn in het leven van verdachte wordt bevestigd.

De oplegging van straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 22c, 22d en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

Benadeelde partij

De rechtbank is met de raadsman van oordeel dat de vordering van de benadeelde partij (naam slachtoffer 3 ) niet van zo eenvoudige aard is dat deze zich leent voor behandeling in het strafproces. De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in die vordering en bepalen dat de benadeelde partij zijn vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Vordering tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling

Gelet op het voorgaande en op het bepaalde in artikel 14g van het Wetboek van Strafrecht acht de rechtbank termen aanwezig alsnog de tenuitvoerlegging te gelasten van de door de politierechter bij vonnis d.d. 1 juni 2007 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden. De rechtbank zal echter, mede gelet op de inhoud van voormeld voorlichtingsrapport van de reclassering, deze gevangenisstraf omzetten in een werkstraf.

BESLISSING

De rechtbank spreekt verdachte vrij van het onder 1 primair en 3 primair ten laste gelegde.

Het onder 1 subsidiair, 2 en 3 subsidiair ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert de strafbare feiten op, zoals hiervoor vermeld. De verdachte is deswege strafbaar.

Het onder 1subsidiair, 2 en 3 subsidiair meer of anders ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De rechtbank legt aan verdachte op een taakstraf, te weten de werkstraf het verrichten van onbetaalde arbeid gedurende 100 uren.

De rechtbank beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 50 dagen hechtenis, althans een aantal dagen hechtenis dat evenredig is aan het niet verrichte aantal uren taakstraf.

De tijd, door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, zal bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde taakstraf in mindering worden gebracht, berekend naar de maatstaf van 2 uren taakstraf per dag.

Schadevergoeding

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij (naam slachtoffer 3 ) in zijn vordering niet ontvankelijk is en dat hij zijn vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Ten aanzien van de vordering tenuitvoerlegging

De rechtbank wijst de vordering toe.

De rechtbank gelast de tenuitvoerlegging van de in de zaak met parketnummer 07/460293-07 bij vonnis d.d. 1 juni 2007 van de politierechter voorwaardelijk aan verdachte opgelegde straf, te weten een gevangenisstraf van 2 maanden, met dien verstande dat de rechtbank deze omzet in een taakstraf, te weten de werkstraf het verrichten van onbetaalde arbeid, gedurende 120 uren, te voltooien binnen 1 jaar na het onherroepelijk worden van dit vonnis.

De rechtbank beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 60 dagen hechtenis, althans een aantal dagen hechtenis dat evenredig is aan het niet verrichte aantal uren taakstraf.

De rechtbank heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.

Aldus gewezen door mr. G.P. Nieuwenhuis, voorzitter, mrs. A.J. Louter en J.E. van den Steenhoven - Drion, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.W. Sijnstra - Meijer als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 november 2009.

Mr. Van den Steenhoven – Drion, voornoemd, is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.