Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2009:BK3197

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
13-11-2009
Datum publicatie
13-11-2009
Zaaknummer
Awb 09/1714
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek. De contouren op de plankaart zijn slechts indicatieve topografische contouren en hebben geen bindende werking. Het bouwplan voorziet in voldoende parkeergelegenheid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector Bestuursrecht, Voorzieningenrechter

Registratienummer: Awb 09/1714

Uitspraak betreffende het verzoek om toepassing van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

in het geding tussen:

Kopersvereniging Hollands Licht,

gevestigd te Almere, verzoekster,

en

het college van burgemeester en wethouders van Almere,

verweerder,

De Bekroning Almere B.V.,

belanghebbende.

1. Procesverloop

Bij besluit van 27 augustus 2009, verzonden op 10 september 2009, heeft verweerder aan De Bekroning Almere B.V. een reguliere bouwvergunning verleend voor de bouw van 32 woningen aan de André Franquinweg te Almere, op het perceel 3T6.2 Stripheldenbuurt te Almere. Bij brief van 1 oktober 2009 heeft verzoekster hiertegen bezwaar gemaakt.

Bij brief van 1 oktober 2009 heeft verzoekster de voorzieningenrechter verzocht om het bestreden besluit te schorsen, totdat op het bezwaar is beslist.

Bij brief van 13 oktober 2009 heeft de voorzieningenrechter (ambtshalve) De Bekroning Almere B.V. in de gelegenheid gesteld om als belanghebbende partij deel te nemen aan dit geding.

Het verzoek is op 6 november 2009 behandeld ter zitting. Verzoekster heeft zich doen vertegenwoordigen door A, voorzitter, en B, lid. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door C.L. Aben. Belanghebbende heeft zich doen vertegenwoordigen door C, aannemer, en D.

2. Overwegingen

Ingevolge artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter van de rechtbank op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

Voorzover hierbij het geschil in de bodemprocedure wordt beoordeeld, heeft het oordeel van de voorzieningenrechter daaromtrent een voorlopig karakter en is dat niet bindend voor de beslissing in die procedure.

Het bouwplan voorziet in de oprichting van 32 woningen langs de André Franquinweg te Almere, op het perceel 3T6.2 Stripheldenbuurt.

Gebleken is dat belanghebbende voornemens is om in november 2009 een begin te maken met de bouwwerkzaamheden. Er is dus sprake van onverwijlde spoed, als bedoeld in artikel 8:81, eerste lid, van de Awb.

Ingevolge artikel 44, eerste lid, van de Woningwet (verder: Ww) mag de reguliere bouwvergunning slechts en moet zij worden geweigerd, indien het bouwen niet in overeenstemming is met een van de in dit artikel genoemde gronden.

Artikel 44, eerste lid, aanhef en onder c, van de Ww bepaalt dat de bouwvergunning moet worden geweigerd, indien het bouwen in strijd is met een bestemmingsplan of met de eisen die krachtens zodanig plan zijn gesteld.

Op het perceel 3T6.2 Stripheldenbuurt te Almere is het bestemmingsplan 3T “Stripheldenbuurt” van toepassing. Blijkens de plankaart behorend bij het bestemmingsplan liggen de gronden waarop het bouwplan betrekking heeft in bouwveld 19. De gronden hebben de bestemming “woondoeleinden”. De doeleinden waarvoor gronden met deze bestemming bestemd zijn, zijn omschreven in artikel 3, eerste lid, van de voorschriften behorend bij het bestemmingsplan (hierna: de planvoorschriften).

Verzoekers stellen zich op het standpunt, dat het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan. Zij wijzen er op dat op de plankaart 12 bouwvakken zijn aangegeven. In het bouwplan is het aantal te bouwen woningen ten onrechte uitgebreid naar 32.

Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is het bouwplan niet in strijd met het bestemmingsplan. Op de ondergrond van de plankaart, behorend bij het bestemmingsplan 3T “Stripheldenbuurt”, zijn weliswaar op de locatie van het bouwplan de contouren van 12 vrijstaande woningen aangegeven, maar deze contouren hebben geen bindende werking. Het betreft hier slechts indicatieve topografische contouren. Anders dan verzoekers menen, zijn de op de plankaart voorkomende contouren dan ook geen bouwvakken, waarbinnen nieuw te bouwen woningen gerealiseerd dienen te worden. Blijkens de door verweerder gegeven toelichting hangen de op de plankaart voorkomende indicatieve contouren van 12 woningen samen met een eerder plan, om op de locatie van het huidige bouwplan 12 villa’s te realiseren. Dit oorspronkelijke plan bleek om economische redenen niet uitvoerbaar. De omstandigheid dat de ruimtelijke uitstraling van de te bouwen woningen anders is dan die van de oorspronkelijk op deze locatie voorziene villa’s doet er niet aan af dat het bouwplan in overeenstemming is met de bestemming “woondoeleinden” en met de, ingevolge artikel 3, zevende lid, van de planvoorschriften, specifiek voor bouwveld 19 geldende bepalingen.

Op grond van het bepaalde in artikel 44, eerste lid, aanhef en onder b, van de Ww, voor zover hier van belang, moet de bouwvergunning worden geweigerd, indien de aanvraag niet voldoet aan de voorschriften die zijn gegeven in de bouwverordening.

Verzoekers stellen zich op het standpunt dat het bouwplan niet voorziet in voldoende parkeergelegenheid.

Op grond van het bepaalde in artikel 2.5.30, eerste lid, van de bouwverordening Almere 2007 moet, indien de omvang of de bestemming van een gebouw daartoe aanleiding geeft, ten behoeve van het parkeren of stallen in voldoende mate ruimte zijn aangebracht in, op of onder een gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. De uitzondering die artikel 2.5.30, vijfde lid, van de bouwverordening op deze regel maakt voor situaties van gemeentelijke gronduitgifte, dan wel indien anderszins uit overeenkomst voortvloeiend is voorzien in de realisering van parkeerplaatsen van gemeentewege, is hier niet van toepassing. De voorzieningenrechter stelt vast dat de bouwverordening zelf geen concreet toepasbare parkeernormen bevat. In de toelichting op artikel 2.5.30 van de bouwverordening wordt echter verwezen naar de ‘Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom (ASVV 1996)’ van de Stichting Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek (CROW). De parkeernorm zal dan ook aan de hand van deze aanbevelingen moeten worden bepaald. Dat in 2004 nieuwe aanbevelingen, met andere parkeernormen, zijn uitgebracht door de CROW doet er niet aan af dat het verweerder vrij staat om zich in zijn beleid te richten naar de ASVV 1996.

Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder zich op goede gronden op het standpunt gesteld, dat het bouwplan voorziet in voldoende parkeergelegenheid. Uitgaande van de ASVV 1996 diende het bouwplan, inclusief parkeergelegenheid op eigen terrein, te voorzien in 42 parkeerplaatsen. Aangezien het bouwplan voorziet in 8 parkeerplaatsen op eigen terrein, dienen tenminste 34 parkeerplaatsen in openbaar gebied gecreëerd te worden. Uit een door verweerder overgelegde kaart, die bij het bouwplan hoort, blijkt dat in openbaar gebied 42 parkeerplaatsen zullen worden aangelegd. Het bouwplan voldoet hiermee ruimschoots aan de wettelijke minimumnorm en is dan ook niet in strijd met artikel 2.5.30 van de bouwverordening.

Namens verzoekers is ter zitting verklaard, dat de stelling dat de voorgevelrooilijn in strijd is met het bepaalde in artikel 2.5.5 t/m 2.5.10 van de bouwverordening niet langer wordt gehandhaafd. Uit het bepaalde in artikel 2.5, eerste lid, van de bouwverordening volgt dat de voorschriften van stedenbouwkundige aard alleen van toepassing zijn op het buiten de bebouwde kom gelegen deel van de gemeente Almere.

De voorzieningenrechter komt op grond van al het voorgaande tot de slotsom, dat aannemelijk is dat de bouwvergunning in bezwaar standhouden, zodat er geen aanleiding bestaat voor het treffen van een voorlopige voorziening.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzieningenrechter van de rechtbank:

- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.J.B. Cornelissen, voorzieningenrechter, en door mr. W.J.B. Cornelissen en door mr. A. van der Weij als griffier ondertekend. Uitgesproken in het openbaar op 13 november 2009.

Afschrift verzonden op: