Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2009:BK2166

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
04-11-2009
Datum publicatie
05-11-2009
Zaaknummer
163397 - KG ZA 09-505
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Opheffing onrechtmatig gelegde executoriale beslagen ter incassering van beweerdelijk verbeurde dwangsommen, nu de bij vonnis van 2 september 2009 opgelegde dwangsommen niet zijn verbeurd.

De vorderingen in reconventie met betrekking tot levering van de aandelen c.q. dooronderhandelen zijn in strijd met de goede procesorde, omdat deze vorderingen gelijk zijn aan de vorderingen in het tussen partijen gewezen kort gedingvonnis van 2 september 2009, ten aanzien waarvan nu spoedappel aanhangig is bij het gerechtshof, terwijl niet gesteld of gebleken is van inhoudelijk andere gronden.

De schorsing d.d. 24 juli 2009 van Riberg Halifax B.V. als directeur van Leev met een V B.V. wordt opgeheven wegens tijdsverloop. Schorsing is een noodmaatregel met een tijdelijk karakter, die binnen redelijke tijd ofwel moet worden opgeheven ofwel moet worden gevolgd door ontslag. Door geen nadere beslissing te nemen, dient de schorsing van Riberg Hallifax B.V. als directeur van Leev met een V B.V. gezien het tijdsverloop te worden opgeheven.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 162
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOR 2010/87

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 163397 / KG ZA 09-505

Vonnis in kort geding van 4 november 2009

in de zaak van

1. de stichting STICHTING INSPIRIT MEDIA,

gevestigd te Amersfoort,

2. de besloten vennootschap INSPIRIT RAAD VAN TOEZICHT B.V.,

gevestigd te Amersfoort,

eiseressen in conventie, verweersters in reconventie,

advocaat mr. H.P. Plas,

tegen

1. de besloten vennootschap RIBERG HALIFAX B.V.,

gevestigd te Zwolle,

2. [A],

wonende te Zwolle,

gedaagden in conventie, eisers in reconventie,

advocaat mr. J.L. Souman.

Eiseressen in conventie, verweersters in reconventie, zullen hierna gezamenlijk worden aangeduid als Inspirit c.s. en afzonderlijk als Inspirit Media en Inspirit Raad van Toezicht.

Gedaagden in conventie, eisers in (voorwaardelijke) reconventie, zullen hierna gezamenlijk worden aangeduid als Riberg Halifax c.s. en afzonderlijk als Riberg Halifax en [A].

De procedure

De voorzieningenrechter heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- de dagvaarding van 16 oktober 2009 van Inspirit c.s.

- de 18 producties van Inspirit c.s.

- de 29 producties van Riberg Halifax c.s.

- de conclusie van (voorwaardelijke) eis in reconventie van Riberg Halifax c.s.

1.2. Op 27 oktober 2009 heeft de mondelinge behandeling van dit kort geding plaatsgevonden. Ter zitting hebben partijen hun standpunten mede aan de hand van overgelegde pleitnotities naar voren gebracht.

1.3. Ten slotte is vonnis bepaald.

De feiten

in conventie en in reconventie

2.1. Bij aandeelhoudersbesluit van 24 juli 2009 heeft Inspirit Raad van Toezicht besloten tot schorsing van Riberg Halifax B.V. als directeur van de besloten vennootschap Media Result B.V. met ingang van woensdag 29 juli 2009, onder benoeming van Inspirit Raad van Toezicht tot directeur van Media Restult B.V. met ingang van 24 juli 2009. Blijkens dit besluit eindigt dit besluit krachtens de statuten van Media Restult B.V. van rechtswege na zes weken, behoudens eerdere besluitvorming door de algemene vergadering van aandeelhouders.

2.2 Bij aandeelhoudersluit van eveneens 24 juli 2009 heeft Inspirit Raad van Toezicht besloten tot schorsing van Riberg Halifax B.V. als directeur van de besloten vennootschap Leev met een V B.V. met ingang van 29 juli 2009, onder benoeming van Inspirit Raad van Toezicht tot directeur van Leev met een V B.V. met ingang van 24 juli 2009.

Nadien is aangekondigd een voornemen tot ontslag van Riberg Halifax B.V. als directeur van de besloten vennootschappen, dat tot op heden niet is geëffectueerd.

2.3 Riberg Halifax c.s. hebben vervolgens een kort geding tegen Inspirit c.s. aanhangig gemaakt bij de voorzieningenrechter van de rechtbank te Utrecht.

In het dictum onder 5.1 van het in die procedure tussen partijen gewezen vonnis van

2 september 2009 (zaaknummer 272203/KG ZA 09-836), zijn Inspirit c.s. geboden binnen 21 dagen na betekening van dat vonnis met Riberg Halifax c.s. “te goeder trouw verder te onderhandelen, teneinde de finale overeenstemming te bereiken over de koop van de aandelen Media Result BV en Leev met een V BV en de daarbij behorende ontvlechtingovereenkomst, waarbij tot uitgangspunt zal dienen de op 19 december 2008 bereikte overeenstemming (vervat in de op die dag voorliggende concepten)”.

In het dictum onder 5.2 van dat vonnis is bepaald dat Inspirit c.s. voor iedere dag dat zij in strijd handelen met het onder 5.1 bepaalde, aan Riberg Halifax c.s. een dwangsom verbeuren van EUR 50.000,00, tot een maximum van EUR 1.000.000,00. In het dictum onder 5.5 van het vonnis is bepaald dat het Inspirit c.s. binnen 21 dagen na betekening van het vonnis is verboden verdere handelingen en/of besluiten te nemen die leiden of kunnen leiden tot ontslag van Riberg Halifax c.s. van Media Restult B.V. en Leev met en V B.V.

2.4. Op 8 september 2009 hebben Inspirit c.s. tegen dit vonnis spoedappel ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam, nevenzittingsplaats Arnhem. In die procedure hebben Riberg Halifax c.s. op 13 oktober 2009 een memorie van antwoord in spoedappel, tevens incidenteel appel, ingediend.

2.5. Gerechtsdeurwaarder J. Hubers heeft op verzoek van Riberg Halifax c.s. op

6 oktober 2009 ten laste van Inspirit c.s. executoriaal beslag gelegd onder de stichting Stichting Vrienden van de Elisabethbode op alle gelden, geldswaarden en goederen, niet zijnde registergoederen, die deze stichting verschuldigd mocht zijn of worden aan of onder berusting mocht hebben of verkrijgen van Inspirit c.s. Dit beslag strekt volgens de processen-verbaal van beslaglegging tot betaling van op grond van het vonnis van

2 september 2009 door Inspirit c.s. aan Riberg Halifax c.s. verschuldigde dwangsommen van EUR 100.000,00 en proceskosten (productie 5 bij dagvaarding).

2.6. Gerechtsdeurwaarder mr. drs. H.J.M. van der Manden heeft op verzoek van Riberg Halifax c.s. op 13 oktober 2009 ten laste van Inspirit c.s. executoriaal beslag gelegd onder de stichting Stichting Vrienden van de Elisabethbode op alle gelden, geldswaarden en goederen, niet zijnde registergoederen, die deze stichting verschuldigd mocht zijn of worden aan of onder berusting mocht hebben of verkrijgen van Inspirit c.s. Dit beslag strekt volgens de processen-verbaal van beslaglegging tot betaling van op grond van het vonnis van

2 september 2009 door Inspirit c.s. aan Riberg Halifax c.s. verschuldigde dwangsommen van EUR 500.000,00 (productie 11 van Inspirit c.s.).

2.7. Gerechtsdeurwaarder H.M. van den Berg heeft op verzoek van Riberg Halifax c.s. op 13 oktober 2009 ten laste van Inspirit c.s. executoriaal beslag gelegd onder de Rabobank Salland U.A. (Singel 9 te Deventer) op alle gelden, geldswaarden en goederen, niet zijnde registergoederen, die deze stichting verschuldigd mocht zijn of worden aan of onder berusting mocht hebben of verkrijgen van Inspirit c.s. Dit beslag strekt volgens de processen-verbaal van beslaglegging tot betaling van op grond van het vonnis van

2 september 2009 door Inspirit c.s. aan Riberg Halifax c.s. verschuldigde dwangsommen van EUR 100.000,00 (productie 11 van Inspirit c.s.).

2.8. Gerechtsdeurwaarder J. Hubers heeft op verzoek van Riberg Halifax c.s. op

13 oktober 2009 ten laste van Inspirit c.s. executoriaal beslag gelegd onder de besloten vennootschap Leev met een V B.V. op alle gelden, geldswaarden en goederen, niet zijnde registergoederen, die deze stichting verschuldigd mocht zijn of worden aan of onder berusting mocht hebben of verkrijgen van Inspirit c.s. Dit beslag strekt volgens de processen-verbaal van beslaglegging tot betaling van op grond van het vonnis van

2 september 2009 door Inspirit c.s. aan Riberg Halifax c.s. verschuldigde dwangsommen van EUR 700.000,00 (productie 11 van Inspirit c.s.).

2.9. Gerechtsdeurwaarder J. Hubers heeft op 16 oktober 2009 ten laste van Inspirit c.s. executoriaal beslag gelegd onder de besloten vennootschap Media Result B.V. op alle gelden, geldswaarden en goederen, niet zijnde registergoederen, die deze stichting verschuldigd mocht zijn of worden aan of onder berusting mocht hebben of verkrijgen van Inspirit c.s. Dit beslag strekt volgens de processen-verbaal van beslaglegging tot betaling van op grond van het vonnis van 2 september 2009 door Inspirit c.s. aan Riberg Halifax c.s. verschuldigde dwangsommen van EUR 700.000,00 (productie 11 van Inspirit c.s.).

Het geschil in conventie en in reconventie

Inspirit c.s. vorderen dat de voorzieningenrechter:

primair

a. de door Riberg Halifax c.s. op grond van het dictum onder 5.1 en 5.2 van het tussen partijen gewezen vonnis van 2 september 2009 van de voorzieningenrechter te Utrecht ten laste van Inspirit c.s. gelegde executoriale beslagen zal opheffen;

b. Riberg Halifax c.s. zal verbieden (verdere) executoriale maatregelen tegen Inspirit c.s. te (doen) nemen met als titel het dictum onder 5.1 en 5.2 van het voornoemde vonnis van 2 september 2009;

c. zal bepalen dat Riberg Halifax c.s. voor iedere dag, daaronder een dagdeel begrepen, dat zij in strijd handelen met het hiervoor onder b bepaalde aan Inspirit c.s. een dwangsom verbeuren van EUR75.000,00 tot een maximum van EUR 1.500.000;

Subsidiair

d. de door Riberg Halifax c.s. aangevangen executie tegen Inspirit c.s. met als titel het dictum onder 5.1 en 5.2 van het tussen partijen gewezen vonnis van 2 september 2009 zal schorsen tot eindarrest is gewezen in het hoger beroep tegen dat vonnis, althans tot een andere nader in goede justitie te bepalen datum;

e. Riberg Halifax c.s. zal verbieden verdere executoriale maatregelen tegen Inspirit c.s. te (doen) nemen met als titel het dictum onder 5.1 en 5.2 van het tussen partijen gewezen vonnis van 2 september 2009 gedurende de termijn waarbinnen de reeds aangevangen executie zal zijn geschorst;

f. zal bepalen dat Riberg Halifax c.s. voor iedere dag, daaronder een dagdeel begrepen, dat zij in strijd handelen met het hiervoor onder e bepaalde aan Inspirit c.s. een dwangsom verbeuren van EUR 75.000,00 tot een maximum van

EUR 1.500.000,00.

Een en ander wordt uitvoerbaar bij voorraad gevorderd en met een hoofdelijke veroordeling van Riberg Halifax c.s. in de kosten van dit geding.

3.2. Aan de vorderingen hebben Inspirit c.s. ten grondslag gelegd - samengevat en voor zover thans van belang -:

Uit de bij dagvaarding als productie 6 overgelegde correspondentie blijkt dat Inspirit c.s. aan het dictum onder 5.1 van het vonnis van de voorzieningenrechter van 2 september 2009 hebben voldaan door binnen de gestelde termijn van 21 dagen na betekening van het vonnis te goeder trouw met Riberg Halifax c.s. verder te onderhandelen met als doel finale overeenstemming te bereiken en met als uitgangspunt de volgens de voorzieningenrechter op 19 december 2009 bereikte overeenstemming. Nu mitsdien geen dwangsommen zijn verbeurd, zijn de door Riberg Halifax c.s. ten laste van Inspirit c.s. gelegde executoriale beslagen onrechtmatig gelegd, zodat deze dienen te worden opgeheven.

Deze beslagen hebben voor Inspirit c.s. een ernstig gevolg. Inspirit Media c.s. en hun dochtervennootschappen verkeren in acute geldnood. De stichting Stichting Vrienden van de Elisabethbode is in beginsel bereid om geld aan inspirit Media c.s. ter beschikking te stellen. Echter onder de huidige omstandigheden voelt zij er niets voor om dat te doen, omdat Inspirit c.s. als gevolg van de executiemaatregelen van Riberg Halifax c.s. wellicht op korte termijn zullen failleren. Inspirit c.s. hebben daarom een spoedeisend belang bij opheffing van de ten laste van Inspirit c.s. gelegde executoriale beslagen, alsmede bij een verbod aan Riberg Halifax c.s. om (verdere) executoriale maatregelen tegen Inspirit c.s. te (doen) nemen met als titel het dictum onder 5.1 en 5.2 van het voornoemde vonnis van

2 september 2009, een en ander op straffe van een dwangsom.

3.3. Riberg Halifax c.s. voeren verweer en zij vorderen in (voorwaardelijke) reconventie samengevat:

1 t/m 4.

Primair levering aandelen

Inspirit c.s. op straffe van een dwangsom te veroordelen om binnen 7 dagen na betekening van dit vonnis aan Riberg Halifax B.V. te leveren alle aandelen van de besloten vennootschappen Media Result B.V. en Leev met een V B.V. en voorts aan die leveringen en de daartoe benodigde handelingen alle noodzakelijke medewerking te verlenen;

Subsidiair verder dooronderhandelen

Inspirit c.s. te veroordelen om binnen 7 dagen na betekening van dit vonnis, althans binnen een andere in goede justitie te bepalen termijn, met Riberg Halifax c.s. te onderhandelen en finale overeenstemming te bereiken over al hetgeen (nog) niet is opgenomen in de overeenkomsten die op 19 december 2008 tussen partijen zijn besproken en goedgekeurd en Inspirit c.s. te veroordelen binnen 3 dagen na het bereiken van de finale overeenstemming en dus uiterlijk binnen 10 dagen na betekening van dit vonnis, over te gaan tot en medewerking te verlenen aan de noodzakelijke handelingen ter levering van de aandelen Media Restult B.V. en Leev met een V B.V. aan Riberg Halifax B.V. Een en ander onder verbeurte van een dwangsom van EUR 50.000,00 voor iedere dag dat Inspirit c.s. in gebreke blijven aan deze veroordelingen te voldoen;

5.

Schorsing als bestuurder

Inspirit c.s. te veroordelen het besluit tot schorsing van Riberg Halifax c.s. te herroepen, althans ongedaan te maken, en Riberg Halifax c.s. met onmiddellijke toegang toe te laten tot het verrichten van de gebruikelijke werkzaamheden als bestuurder van Leev met een V B.V. en Media Result B.V., onder gebruikmaking van de gebruikelijke bevoegdheden en zonder wijziging in taken, onder verbeurte van een dwangsom van EUR 50.000,00 voor iedere dag dat Inspirit c.s. in gebreke blijven hieraan te voldoen;

6 en 7.

Managementfee

Inspirit c.s. te veroordelen om aan Riberg Halifax B.V. te (doen) voldoen hetgeen Leev met een V B.V. aan Riberg Halifax B.V. verschuldigd is, zijnde een bedrag van EUR 31.331,89. Inspirit c.s. te veroordelen om aan Riberg Halifax B.V. te (doen) voldoen hetgeen Media restult B.V. aan Riberg Halifax B.V. verschuldigd is, zijnde een bedrag van EUR 7.424,40;

8.

De voorwaardelijke vordering

Voor zover één van de onder 1 tot en met 7 genoemde vorderingen geheel of gedeeltelijk wordt afgewezen, ter zake van die vorderingen een voorziening te treffen die de voorzieningenrechter in goede justitie juist acht;

9.

Inspirit c.s. hoofdelijk te veroordelen in de kosten van dit geding.

3.4. Inspirit c.s. voeren daartegen verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

De beoordeling

in conventie

4.1. In conventie gaat het om de vraag of Inspirit c.s. naar behoren aan de veroordeling in het dictum onder 5.1 van het vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Utrecht hebben voldaan. Indien die vraag bevestigend dient te worden beantwoord, dan zijn door Inspirit c.s. geen dwangsommen verbeurd en dan zijn de executoriale beslagen dus onrechtmatig gelegd, zodat die dienen te worden opgeheven.

4.2. Vooropgesteld moet daarbij worden dat de door Riberg Halifax c.s. voorgestane uitleg van het dictum onder 5.1 van het vonnis van 2 september 2009, inhoudende dat binnen 21 dagen na betekening van het vonnis door middel van onderhandelingen te goeder trouw finale overeenstemming “moet” worden bereikt op basis van hetgeen op 19 december 2008 voorlag, door de voorzieningenrechter niet wordt overschreven.

De voorzieningenrechter te Utrecht oordeelde niet dat finale overeenstemming “moet” worden bereikt, maar dat Inspirit c.s. te goeder trouw verder dienden te onderhandelen met als “uitgangspunt” - dus vertrekpunt bij het verder onderhandelen - hetgeen op 19 december 2008 voorlag “teneinde” - dus met als doel - finale overeenstemming te bereiken.

In het licht van de tekst van het dictum én de jurisprudentie van de Hoge Raad over contractsvrijheid en het afbreken van onderhandelingen (CBB/JPO, VSH/Shell, De Ruijterij/MBO Ruiters en ABB/De Staat), konden Inspirit c.s. er ook niet gerechtvaardigd vanuit gaan dat de voorzieningenrechter met dit dictum heeft bedoeld dat partijen binnen

21 dagen na de datum van betekening van het vonnis finale overeenstemming “moesten” hebben bereikt op basis van de op 19 december 2008 bereikte overeenstemming op straffe van een dwangsom. Dat geldt te meer nu deze uitleg zich niet verdraagt met het uitgangspunt dat een kort gedingvonnis in beginsel een voorlopig karakter draagt. Kennelijk heeft de voorzieningenrechter te Utrecht bedoeld het te goede trouw dooronderhandelen gedurende een periode van 21 dagen na datum betekening van het vonnis met als vertrekpunt hetgeen op 19 december 2008 voorlag met als doel om alsnog finale overeenstemming te bereiken. Die finale overeenstemming kan anders dan Riberg Halifax c.s. betogen geen verplicht te bereiken resultaat zijn, aangezien een verplichting om door te onderhandelen geen resultaatsverbintenis is maar een inspanningsverbintenis.

4.3 Uit de in het geding gebrachte correspondentie tussen partijen over de periode vanaf 8 september 2009 (bijlage 6 bij dagvaarding), blijkt naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende dat Inspirit c.s. het verder onderhandelen over de koopovereenkomst, de ontvlechtingsovereenkomst en de deelovereenkomsten, zoals die op 19 december 2008 voorlagen, na de betekening van het vonnis constructief en voortvarend hebben opgepakt en daarmee aan het dictum onder 5.1 van het vonnis van 2 september 2009 hebben voldaan. Met name het voorstel van Inspirit c.s., zoals gedaan bij brief van

15 september 2009 aan Riberg Halifax c.s., om gezamenlijk een deskundige aan te wijzen die de waarde van de besloten vennootschappen Leev met een V B.V. en Media Result B.V. dient te bepalen, is naar het oordeel van de voorzieningenrechter tegen de achtergrond van het gehele verloop van de onderhandelingen alleszins een redelijk voorstel. Bij dat voorstel hadden Inspirit c.s. immers een gerechtvaardigd belang, nu bij hen in ieder geval sinds de totstandkoming van de conceptjaarstukken over 2008 (in juni 2009) gerede twijfel bestond over de juistheid van de waarde van de vennootschappen zoals die onder leiding van [A] aan Inspirit c.s. was voorgehouden. Door dit voorstel niet te accepteren en door met een onjuiste uitleg van het dictum onder 5.1 van het vonnis van 2 september 2009 halstarrig vast te houden aan levering van de aandelen van de besloten vennootschappen Leev met een V B.V. en Media Result B.V. op basis van een koopsom van € 1,-- (zoals vervat in de concepten zoals die op 19 december 2008 voorlagen), is er in het licht van de voornoemde jurisprudentie van de Hoge Raad over contractsvrijheid en het afbreken van onderhandelingen een redelijke kans dat in een bodemprocedure desgevorderd tot de slotsom zal worden gekomen dat de onderhandelingen door met name Riberg Halifax c.s. in een dusdanige impasse zijn geraakt, waardoor het Inspirit c.s. (in ieder geval) na

23 september 2009 vrij stond om de onderhandelingen over de koopovereenkomst, de ontvlechtingsovereenkomst en de deelovereenkomsten, zoals die op 19 december 2008 voorlagen, af te breken.

4.4. De vorderingen in conventie onder a en b zullen, gelet op het vorenstaande, worden toegewezen op in het dictum van dit vonnis te vermelden wijze. Er bestaat onvoldoende aanleiding om aan de veroordeling onder b een dwangsom te verbinden.

4.5. Riberg Halifax c.s. zullen als de in het ongelijk gestelde partij hoofdelijk in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Inspirit c.s. worden begroot op:

- dagvaarding EUR 72,25

- vast recht 262,00

- salaris advocaat 904,00

Totaal EUR 1.238,25

in reconventie

4.6. Inspirit c.s. hebben als meest verstrekkend verweer aangevoerd dat Riberg Halifax c.s. niet ontvankelijk moeten worden geacht in hun reconventionele vorderingen, aangezien die vorderingen niet hetzelfde onderwerp betreffen als het geschil in conventie en daarom niet passen in het systeem van de wet van het onderhavige executiegeschil. Zij hebben ter staving van dit standpunt verwezen naar een vonnis van 18 maart 1992 van de rechtbank te ‘s - Hertogenbosch, waarbij het volgens Inspirit c.s. ging om een executiegeschil ex artikel 438 lid 4 Rv.

4.7. Dit verweer dient naar het oordeel van de voorzieningenrechter te worden verworpen. In de onderhavige zaak gaat het, anders dan in de bedoelde zaak die voorlag bij de voorzieningenrechter van de rechtbank te ‘s - Hertogenbosch, niet om een zogenoemd deurwaarders executie kortgeding op basis van artikel 438 lid 4 Rv, maar om een executiegeschil ex artikel 438 lid 2 Rv. Bij een executiegeschil ex artikel 438 lid 2 Rv heeft de voorzieningenrechter de normale bevoegdheden van artikel 254 Rv., waaronder het treffen van voorlopige voorzieningen in reconventie.

4.8. Inspirit c.s. voeren voorts aan dat Riberg Halifax c.s. handelen in strijd met de goede procesorde omdat de vorderingen in reconventie gelijk zijn aan de vorderingen in het kort geding waarin op 2 september 2009 tussen partijen vonnis is gewezen en ten aanzien waarvan nu spoedappel aanhangig is bij het gerechtshof. Dit verweer slaagt naar het oordeel van de voorzieningenrechter voor zover het betreft de vorderingen in reconventie onder 1 tot en met 4. Deze vorderingen zijn inderdaad (nagenoeg) gelijk aan de vorderingen in het kort geding waarin op 2 september 2009 tussen partijen vonnis is gewezen en ten aanzien waarvan nu spoedappel aanhangig is bij het gerechtshof, terwijl niet gesteld of gebleken is van inhoudelijk andere gronden. Met betrekking tot deze vorderingen verklaart de voorzieningenrechter Riberg Halifax c.s. dan ook niet ontvankelijk.

4.9. Aan de vordering in reconventie onder 5 hebben Riberg Halifax c.s. ten grondslag gelegd - zakelijk weergegeven -:

Riberg Halifax c.s. hebben groot belang om weer in volle rechten te kunnen opereren als bestuurder van de vennootschappen Media Result B.V. en Leev met een V B.V., welke twee vennootschappen binnenkort overgedragen moeten worden. Dat belang is zowel voor

Riberg Halifax c.s. als voor Media Result B.V. en Leev met een V B.V. zeer groot.

De vennootschappen worden nu bestuurd door een Raad van Toezicht die geen kennis heeft van de uitgeverijwereld en in veel gevallen ook niet veel ervaring heeft in het bedrijfsleven.

De benoemde interim manager heeft ook geen kennis van het uitgeverijproces.

[A] is daarom op dit moment onmisbaar als bestuurder van Media Result B.V. en Leev met een V B.V. De belangrijke contacten met potentiële klanten zijn gekoppeld aan zijn persoon, evenals de noodzakelijke kennis van de branche en van de bedrijfsprocessen.

Er is geen reden meer om de schorsing, die onrechtmatig is, te laten voortduren. Procedureel klopt de schorsing ook niet. Het besluit tot schorsing is genomen op 24 juli 2009 maar pas aan Riberg Halifax c.s. meegedeeld op 29 juli 2009. Er is daarbij sprake geweest van een overvalstrategie, zonder de gelegenheid tot verdediging. Dat maakt dat het besluit is genomen in strijd met de redelijkheid en billijkheid die de verhouding tussen partijen dient te bepalen. Er was ook geen noodzaak tot schorsing. Tussen partijen werd al maanden gesproken over nakoming van de afspraken en tussen begin 2009 en 24 juli 2009 is er niets gebeurd dat maakte dat op 24 juli 2009 slechts schorsing mogelijk was. Inhoudelijk zijn er ook onvoldoende zwaarwegende gronden om te schorsen. Voorts dient een rol te spelen dat sinds 29 juli 2009 geen vervolg aan de schorsing is gegeven.

4.10. De voorzieningenrechter overweegt hieromtrent als volgt. Bij aandeelhoudersbesluit van 24 juli 2009 heeft Inspirit Raad van Toezicht besloten tot schorsing van Riberg Halifax B.V. als directeur van de besloten vennootschap Media Result B.V. met ingang van woensdag 29 juli 2009 of zoveel eerder als dit aan Ribeg Halifax B.V. zal zijn meegedeeld, onder benoeming van Inspirit Raad van Toezicht tot directeur van Media Result B.V. met ingang van 24 juli 2009. Dit besluit, dat op 29 juli 2009 aan (de raadsman van) Riberg Halifax c.s. is toegezonden, vermeldt dat krachtens de statuten van Media Result B.V. de schorsing van rechtswege is geëindigd na zes weken, behoudens eerdere besluitvoering door de algemene vergadering van aandeelhouders. Nu niet gesteld of gebleken is dat vervolgens besluitvoering door de algemene vergadering van aandeelhouders heeft plaatsgevonden, dient er van te worden uitgegaan dat de schorsing van Riberg Halifax B.V. als directeur van Media Restult B.V. zes weken na 24 juli 2009 van rechtswege is geëindigd, zodat het niet door de voorzieningenrechter kan worden herroepen of ongedaan gemaakt.

Ten aanzien van de schorsing op 24 juli 2009 van Riberg Halifax B.V. als directeur van de besloten vennootschap Leev met een V B.V. met ingang van 29 juli 2009, onder benoeming van Inspirit Raad van Toezicht tot directeur van Leev met een V B.V. met ingang van

24 juli 2009 ligt dit anders. Het besluit zegt niets over het moment van het van rechtswege eindigen van de schorsing. Onduidelijk is voorts wat in de statuten van Leev met een V B.V. staat vermeld over het (van rechtswege) eindigen van een door de AVA besloten schorsing van de directeur van de vennootschap. Over het algemeen bepalen de statuten dat de AVA de schorsing binnen één of twee maanden moet opheffen of de betrokken bestuurder moet ontstaan. In dit geval liep de schorsing op het moment van de behandeling van dit kort geding (27 oktober 2009) al ruim drie maanden. Weliswaar heeft de voorzieningenrechter bij vonnis van 2 september 2009 een ontslagverbod opgelegd, maar dit verbod gold slechts voor een periode van 21 dagen na betekening van dat vonnis. Gezien de betekening van dit vonnis op 2 september 2009 geldt dit ontslagverbod dus vanaf 2 tot 23 september 2009.

Dat brengt mee dat de aandeelhouders van de besloten vennootschappen Media Result B.V. en Leev met een V B.V. in totaal meer dan twee maanden - de vijf weken tussen 24 juli 2009 en 2 september 2009 én meer dan vier weken tussen 23 september 2009 en 27 oktober 2009 - de gelegenheid hebben gehad om in geval van een gegronde reden tot ontslag van Riberg Halifax c.s. als directeur van de vennootschappen Media Result B.V. en Leev met een V B.V. een ontslagbesluit te nemen. De schorsing is immers een noodmaatregel met een tijdelijk karakter, die binnen redelijke tijd ofwel moet worden opgeheven ofwel moet worden gevolgd door ontslag. Door geen nadere beslissing te nemen, zal de schorsing van Riberg Halifax B.V. als directeur van Leev met een V B.V. gezien het tijdsverloop worden opgeheven en zal hetgeen overigens in reconventie onder 5 is gevorderd worden toegewezen op de in het dictum van dit vonnis te vermelden wijze, voorshands zonder daaraan een dwangsom te verbinden.

4.11. De vordering in reconventie onder 6 en 7 strekt tot betaling van geldsommen.

Voor toewijzing van een geldvordering in kort geding is slechts dan plaats, als het bestaan en de omvang van de vordering in hoge mate aannemelijk zijn, terwijl voorts uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist en het risico van onmogelijkheid van terugbetaling, bij afweging van de belangen van partijen, aan toewijzing niet in de weg staat.

4.12. Riberg Halifax c.s. grondt de betaling van de litigieuze geldsommen niet op een rechtsverhouding tussen partijen, maar op overigens niet concreet toegelichte mondelinge afspraken tussen Media Result B.V. en Leev met een V B.V. enerzijds en Riberg Halifax c.s. anderzijds. Terecht hebben Inspirit c.s. daar tegenover gesteld dat het gevorderde, gelet op deze grondslag, alleen al vanwege het ontbreken van een rechtsverhouding tussen partijen niet jegens Inspirit c.s. toewijsbaar is. De vordering in reconventie onder 6 en 7 zal, gelet op het vorenstaande, worden afgewezen.

4.13. Riberg Halifax c.s. zullen als de in het ongelijk gestelde partij hoofdelijk in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Inspirit c.s. worden begroot op EUR 904,00 wegens salaris advocaat.

De beslissing

De voorzieningenrechter:

in conventie

heft op de in rechtsoverweging 2.3 tot en met 2.7 van dit vonnis genoemde executoriale beslagen;

5.2. verbiedt Riberg Halifax c.s. executoriale maatregelen tegen Inspirit c.s. te (doen) nemen met als titel het dictum onder 5.1 en 5.2 van het vonnis van de voorzieningenrechter te Utrecht van 2 september 2009 met zaaknummer- en rolnummer 272203 KG ZA 09-836;

5.3. veroordeelt Riberg Halifax c.s. als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten, aan de zijde van Inspirit c.s. tot op heden begroot op EUR 1.238,25;

5.4. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

in reconventie

5.5. heft op het besluit tot schorsing d.d. 24 juli 2009 van Riberg Halifax B.V. als directeur van de besloten vennootschap Leev met een V B.V en veroordeelt Inspirit Raad van Toezicht B.V. om Riberg Halifax B.V. met onmiddellijke ingang toe te laten tot het verrichten van de gebruikelijke werkzaamheden als bestuurder van Leev met een V B.V. en Media Result B.V.;

5.6. wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd;

5.7. veroordeelt Riberg Halifax c.s. hoofdelijk in de proceskosten, aan de zijde van Inspirit c.s. tot op heden begroot op EUR 904,00;

5.8. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.A.A.M. Schreuder en in het openbaar uitgesproken op 4 november 2009.