Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2009:BK1630

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
22-09-2009
Datum publicatie
30-10-2009
Zaaknummer
07.610013-09, 07.614475-07, 07.614372-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

woninginbraak, geweld, strafmaatmotivering, gedragsbeïnvloedende maatregel

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector strafrecht

Parketnummers: 07.610013-09; 07.614475-07; 07.614372-08 (gev. ttz.)

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 22 september 2009

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres].

Raadsvrouw mr. H.M.A.W. Erven advocaat te Almere.

1 Onderzoek van de zaak

Overeenkomstig artikel 369 van het Wetboek van Strafvordering heeft de politierechter de zaak naar deze kamer verwezen op 18 juni 2009. De politierechter heeft de zaken onder voormelde parketnummers gevoegd overeenkomstig artikel 285 van het Wetboek van Strafvordering.

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 8 september 2009, waarbij de officier van justitie, mr. B.E.M. van de Ven, en de verdachte en diens raadsvrouw hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

Verdachte is ten laste gelegd dat:

T.a.v. parketnummer 07.610013-09.

hij op of omstreeks 19 januari 2009 in de gemeente Almere tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [straat]) heeft weggenomen een computer (merk: Packard Bell, kleur: zwart) en/of een monitor (merk: Packerd Bell, kleur: zwart) en/of een DVD-speler (merk: Sony, kleur: grijs/zilver) en/of een Playstation 2 (merk: Sony, kleur: zwart) en/of een Playstation portable (merk: Sony, kleur: zwart) en/of een portable DVD/CD-speler (merk: Panasonic, kleur: zwart) en/of een (voetbal)tas (van FC-Omniworld) en/of een mobiele telefoon (merk: Nokia, type: N95) en/of een geldbedrag (290 euro) en/of één of meer computerspel(len) en/of een oplader (merk: Sony, kleur: zwart), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

T.a.v. parketnummer 07.614475-07.

1.

hij op of omstreeks 19 september 2006 in de gemeente Almere met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, het [straat], in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 2], welk geweld bestond uit het (stevig) vastpakken en/of vasthouden van die [slachtoffer 2], terwijl die [slachtoffer 2] op de fiets zat, en/of het meermalen, althans eenmaal duwen en/of trekken tegen of aan het lichaam van die [slachtoffer 2], terwijl die [slachtoffer 2] op de fiets zat en/of het meermalen, althans eenmaal, stompen en/of slaan en/of schoppen en/of trappen tegen of op het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 2];

2.

hij op enig tijdstip in of omstreeks de periode van 18 februari 2008 tot en met 20 februari 2008 in de gemeente Almere tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een snorfiets (merk Tomos, type A35-HDA, [kenteken]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op enig tijdstip in of omstreeks de periode van 18 februari 2008 tot en met 3 maart 2008 in de gemeente Almere, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een snorfiets (merk Tomos, type A35-HDA, [kenteken]) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die snorfiets wist(en), althans had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 3 maart 2008, in elk geval op enig tijdstip in of omstreeks de periode van 18 februari 2008 tot en met 3 maart 2008 in de gemeente Almere tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een snorfiets (merk Tomos, type A35-HDA, [kenteken]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk(e) goed(eren) verdachte en/of zijn mededader(s) anders dan door misdrijf, te weten als vinder(s), onder zich had(den), wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

T.a.v. parketnummer 07.614372-08.

hij op of omstreeks 02 augustus 2008 in de gemeente Almere opzettelijk en wederrechtelijk een deur, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] (zijn moeder), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 De bewijsmiddelen

Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis wordt gehecht.

4.2 De bewijsoverwegingen

T.a.v. parketnummer 07.610013-09.

Namens de verdediging is vrijspraak bepleit. De getuigen [getuige 1] en [getuige 2] hebben de jas van verdachte niet herkend. Zij hebben respectievelijk drie en vier jongens gezien bij de woning waar is ingebroken. In de verklaringen van deze getuigen ziet de verdediging bevestiging voor de juistheid van de verklaring van verdachte, dat hij niets met de woninginbraak van doen heeft gehad.

De medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] hebben ongeloofwaardige verklaringen afgelegd. De medeverdachte [medeverdachte 3] ontkent dat verdachte de woning heeft betreden. De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte enkel te verwijten is dat hij niet heeft ingegrepen toen de medeverdachten de woninginbraak pleegden. Er is geen sprake van medeplichtigheid of medeplegen aan de woninginbraak. De rol van verdachte tijdens de woninginbraak is marginaal.

De rechtbank overweegt als volgt.

[medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] hebben beiden verklaard dat alle medeverdachten in de woning zijn geweest en dat zij goederen uit die woning hebben meegenomen. Niet aannemelijk is geworden dat zij hun verklaring in strijd met de waarheid hebben afgelegd. De rechtbank acht deze verklaringen geloofwaardig.

De rechtbank acht het ten laste gelegde feit dan ook wettig en overtuigend bewezen.

T.a.v. parketnummer 07.614475-07.

Feit 1.

De verdediging heeft vrijspraak bepleit, aangezien het ten laste gelegde feit niet wettig en overtuigend bewezen kan worden. Enkele getuigen zijn ongeloofwaardig. Zij verklaren dat verdachte de mishandeling heeft gefilmd, hetgeen niet wordt bevestigd door het gsm onderzoek wat gedaan is door de politie. Een deel van de verklaringen van de andere jongens – degene die bekend hebben geschopt en/of geslagen te hebben – is belastend en anderen zijn ontlastend. Er zijn tegenstrijdige verklaringen afgelegd. Bovendien heeft verdachte het ten laste gelegde ontkend.

De rechtbank overweegt als volgt.

Getuige [getuige 3] heeft verklaard dat zij gezien heeft dat een jongen, die deel uitmaakte van een groep, een ander heeft geslagen. Zij herkent verdachte als onderdeel uitmakend van deze groep. [mededader 1], [mededader 2], [mededader 3] en [mededader 4] verklaren dat zij met vrienden – waaronder verdachte – een jongen hebben geschopt en geslagen. [mededader 4] heeft bovendien verklaard dat hij van verdachte niet mocht zeggen dat verdachte iets had gedaan.

Niet aannemelijk is geworden dat zij hun verklaring in strijd met de waarheid hebben afgelegd. De rechtbank acht deze verklaringen geloofwaardig.

De rechtbank acht het ten laste gelegde feit dan ook wettig en overtuigend bewezen.

Feit 2.

De verdediging heeft vrijspraak bepleit, aangezien al hetgeen ten laste is gelegd ten aanzien van de snorfiets niet wettig en overtuigend bewezen kan worden. Verdachte kan enkel verweten worden dat hij de snorfiets gedurende zeer korte tijd in zijn bezit heeft gehad. Dit is geen strafbaar feit, aldus de verdediging.

De rechtbank overweegt als volgt.

De rechtbank acht het primair en subsidiair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen.

Verdachte heeft de snorfiets als vinder onder zich gekregen. Verdachte heeft niet uit eigener beweging de vondst van de snorfiets aan de politie gemeld, waartoe hij als vinder was gehouden. Verdachte heeft de gelegenheid gekregen om de politie mede te delen dat hij zojuist de snorfiets had gevonden, toen de politie hem staande wilde houden. In plaats van te stoppen en zijn verhaal te doen is verdachte van de snorfiets gesprongen en weggerend. Hieruit leidt de rechtbank af dat sprake was van wederrechtelijke toe-eigening. De relatief korte duur van het bezit van de zaak doet daaraan niet af.

De rechtbank acht het meer subsidiair ten laste gelegde dan ook wettig en overtuigend bewezen, te weten de verduistering.

4.3 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

T.a.v. parketnummer 07.610013-09.

op 19 januari 2009 in de gemeente Almere tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (gelegen aan de [straat]) heeft weggenomen een computer (merk: Packard Bell, kleur: zwart) en een monitor (merk: Packerd Bell, kleur: zwart) en een DVD-speler (merk: Sony, kleur: grijs/zilver) en een Playstation 2 (merk: Sony, kleur: zwart) en een Playstation portable (merk: Sony, kleur: zwart) en een portable DVD/CD-speler (merk: Panasonic, kleur: zwart) en een (voetbal)tas (van FC-Omniworld) en een mobiele telefoon (merk: Nokia, type: N95) en een geldbedrag (290 euro) en computerspellen en een oplader (merk: Sony, kleur: zwart), toebehorende aan [slachtoffer], waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel inklimming.

T.a.v. parketnummer 07.614475-07.

1.

op 19 september 2006 in de gemeente Almere met anderen, op of aan de openbare weg, het [straat], openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 2], welk geweld bestond uit het (stevig) vastpakken en vasthouden van die [slachtoffer 2], terwijl die [slachtoffer 2] op de fiets zat, en het meermalen duwen en/of trekken tegen of aan het lichaam van die [slachtoffer 2], terwijl die [slachtoffer 2] op de fiets zat en het meermalen slaan en schoppen en trappen tegen of op het hoofd en het lichaam van die [slachtoffer 2].

2.

op 3 maart 2008 in de gemeente Almere, opzettelijk een snorfiets (merk Tomos, type A35-HDA, [kenteken]), toebehorende aan [slachtoffer 3], welk goed verdachte anders dan door misdrijf, te weten als vinder, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

T.a.v. parketnummer 07.614372-08.

op 02 augustus 2008 in de gemeente Almere opzettelijk en wederrechtelijk een deur, toebehorende aan [slachtoffer 4] (zijn moeder), heeft vernield.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de volgende strafbare feiten op:

T.a.v. parketnummer 07.610013-09.

Diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming, strafbaar gesteld bij de artikelen 310 juncto 311 van het Wetboek van Strafrecht.

T.a.v. parketnummer 07.614475-07.

Feit 1.

Openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen, strafbaar gesteld bij artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht.

Feit 2 meer subsidiair.

Verduistering, strafbaar gesteld bij artikel 321 van het Wetboek van Strafrecht.

T.a.v. parketnummer 07.614372-08.

Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen, strafbaar gesteld bij artikel 350 van het Wetboek van Strafrecht.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

7 De strafoplegging

7.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 60 uren, indien niet of niet naar behoren verricht te vervangen door 30 dagen jeugddetentie, alsmede een voorwaardelijke plaatsing in een inrichting voor jeugdigen, met een proeftijd van 2 jaar, alsmede hulp en steun door de Jeugdreclassering, ook inhoudend behandeling bij de Waag of een ambulante behandeling bij een soortgelijke instelling, indien nodig behandeling bij Tactus met daaraan gekoppelde urinecontroles, alsmede ITB Harde Kern voor de duur van twee maal een half jaar.

7.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de straf in verhouding moet staan tot de bewezen verklaarde feiten. De verdediging heeft verzocht aan de rechtbank om rekening te houden met artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht. De verdediging heeft bepleit verdachte een taakstraf op te leggen.

De verdediging heeft gevraagd eveneens rekening te houden met de lange duur tussen de vervolging inzake het feit uit 2006 en de inhoudelijke behandeling van deze zaak.

Uit de verschillende rapportages lijkt er geen keuze omtrent de strafmodaliteit gemaakt te kunnen worden. De gedragsbeïnvloedende maatregel wordt uiteindelijk geadviseerd in het rapport d.d. 31 augustus 2009 van de Raad voor de Kinderbescherming. Daarin wordt vermeld dat mevrouw Vlieg (orthopedagoog) zich met het advies kan verenigen, echter haar mening staat geheel ongefundeerd en ongemotiveerd vermeld en kan derhalve niet meewegen.

7.3 Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen oplegging van straf en maatregel is in overeenstemming met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een straf, de vaststelling van de duur daarvan en bij de keuze voor het opleggen van de maatregel in het bijzonder het volgende laten meewegen.

De verdachte heeft samen met vier medeverdachten goederen uit een woning gestolen.

Aan woninginbraken tilt de rechtbank zwaar, nu deze niet alleen materiële schade en praktische overlast voor de bewoners veroorzaken, maar vooral ook een forse inbreuk op hun privacy en een aantasting van hun gevoel van veiligheid opleveren.

Voorts hebben verdachte en zijn medeverdachten zich op straat in Almere schuldig gemaakt aan het plegen van geweld tegen een willekeurig gekozen slachtoffer. Het numerieke overwicht van de groep en de plotselinge geweldsuitbarsting maakten dat het slachtoffer nauwelijks weerstand kon bieden. Dergelijk zinloos en willekeurig geweld leidt tot grote gevoelens van onveiligheid en onrust in de samenleving. Het is juist dit soort volstrekt irrationeel geweld waardoor mensen angstig worden om over straat te gaan en daar groepen jongeren te passeren.

Verdachte heeft eveneens een snorfiets verduisterd en een deur vernield.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 24 april 2009;

- een de verdachte betreffend psychologisch onderzoek (Pro Justitia) d.d. 23 april 2009 uitgebracht door drs. E. Vlieg, gezondheidszorgpsycholoog/orthopedagoog;

- een de verdachte betreffend psychiatrisch onderzoek (Pro Justitia) d.d. 15 april 2009 uitgebracht door dr. L.H.W.M. Kaiser, psychiater;

- een de verdachte betreffend adviesrapport d.d. 30 januari 2009, uitgebracht door M. Souverijn, gezinsvoogd van Bureau Jeugdzorg (Jeugdbescherming);

- een verdachte betreffend adviesrapport d.d. 8 juni 2009, uitgebracht door S. Soeverijn, gezinsvoogd en M. Kogenhop, jeugdreclasseerder van Bureau Jeugdzorg (Jeugdreclassering);

- een verdachte betreffend adviesrapport d.d. 18 augustus 2009, uitgebracht door M. Kogenhop, jeugdreclasseerder van de Jeugdreclassering;

- een verdachte betreffend rapport raadsonderzoek strafzaken d.d. 22 januari 2009, uitgebracht door I. Goedhart, raadsonderzoeker van de Raad voor de Kinderbescherming;

- een de verdachte betreffend rapport raadsonderzoek strafzaken d.d. 31 augustus 2009, uitgebracht door W. Brouwer, raadsonderzoeker van de Raad voor de Kinderbescherming, met als bijlage het onderzoeksverslag d.d. 25 augustus 2009 uitgebracht door drs. A. Dil, GZ-psycholoog.

De Raad voor de Kinderbescherming (verder te noemen: de Raad) adviseert in zijn laatste rapport d.d. 31 augustus 2009 een gedragsbeïnvloedende maatregel op te leggen voor de duur van een jaar, welk advies wordt ondersteund door dr. L.H.W.M. Kaiser, psychiater en drs. E. Vlieg, gezondheidszorgpsycholoog/orthopedagoog, alsmede door de Jeugdreclassering.

De Raad acht een gedragsbeïnvloedende maatregel geïndiceerd gelet op de ontwikkeling van verdachte en de veelvuldigheid van de begane delicten.

Er lijkt sprake van een oppositionele gedragsstoornis die zich geleidelijk aan heeft ontwikkeld in de richting van een antisociale persoonlijkheidsstoornis. Deze lijkt gekenmerkt te worden door het plegen van strafbare feiten, liegen en frequent schoolverzuim zonder daarvoor verantwoordelijkheid te nemen. Emotioneel is er sprake van hechtingsproblematiek.

Uit risicotaxatie komt naar voren dat, indien verdachte geen behandeling krijgt, de kans op recidive zeer groot aanwezig wordt geacht.

De maatregel dient om de verdere ontwikkeling van verdachte zo gunstig mogelijk te laten verlopen. De Raad acht een (voorwaardelijke) PIJ maatregel een te zware maatregel. De PIJ maatregel is voorts niet bevorderlijk voor verdachte, gezien de verwachting dat hij met een gedwongen plaatsing in een justitiële jeugdinrichting onvoldoende zal bereiken omdat hij daar een leidersfiguur gaat worden en daarom defensief zal optreden om de macht te houden.

De Raad adviseert een gedragsbeïnvloedende maatregel voor de duur van één jaar met als onderdelen:

- intensieve begeleiding in het kader van ITB Harde Kern gedurende twee keer een half jaar;

- behandeling bij De Waag of ambulante behandeling bij een soortgelijke instelling gedurende een jaar;

- urinecontroles en indien nodig behandeling bij Tactus;

- traject zelfstandige wonen zal aan het einde van de maatregel gerealiseerd moeten zijn.

- maatregel hulp en steun in het kader van de nazorg na de maatregel.

De Raad adviseert een vervangende jeugddetentie voor de duur van zes maanden.

Ter zitting heeft M. Heijdens, namens de Raad, het advies gehandhaafd.

Bureau Jeugdzorg Flevoland heeft in zijn adviesrapport d.d. 18 augustus 2009 geadviseerd tot oplegging van de gedragsbeïnvloedende maatregel, welk advies ter zitting door M. Kogenhop, namens Bureau Jeugdzorg, is gehandhaafd.

De rechtbank neemt het advies van de Raad voor de Kinderbescherming om een maatregel betreffende het gedrag van de jeugdige op te leggen voor de duur van één jaar over, zoals hierna omschreven, nu de ernst van de begane misdrijven hiertoe aanleiding geeft en de maatregel in het belang is van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van de verdachte.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 77a, 77g, 77h, 77m, 77n, 77w, 77wc, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 141, 310, 311, 321 en 350 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van de met parketnummer 07.614475-07 onder 2 primair en subsidiair ten laste gelegde feiten;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.3 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart de bewezen verklaarde feiten strafbaar;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een werkstraf van 158 uren voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar;

- beveelt dat indien verdachte de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast van 79 dagen;

- bepaalt dat deze werkstraf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit en/of omdat verdachte tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt als bijzondere voorwaarde:

dat verdachte zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens Bureau Jeugdzorg/Jeugdreclassering;

- draagt deze reclasseringsinstelling op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarde;

- bepaalt dat de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de uitvoering van de werkstraf naar rato van twee uur per dag;

Maatregel

- legt aan de verdachte op de maatregel betreffende het gedrag van de jeugdige voor de duur van 1 (één) jaar, bestaande uit:

1. een intensieve begeleiding in het kader van ITB Harde Kern gedurende een half jaar;

2. behandeling bij de Waag of een ambulante behandeling bij een soortgelijke instelling gedurende een jaar;

- draagt Bureau Jeugdzorg Flevoland/Jeugdreclassering op de veroordeelde bij de Gedragsbeïnvloedende Maatregel hulp en steun te verlenen;

- beveelt dat, indien de verdachte niet naar behoren aan de tenuitvoerlegging van de maatregel heeft meegewerkt, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 6 maanden.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.H. Meijer, voorzitter, tevens kinderrechter, mr. C.E. Buitendijk en mr. C.P. Lunter, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.G. Dees griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 22 september 2009.