Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2009:BK1516

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
27-10-2009
Datum publicatie
29-10-2009
Zaaknummer
07/400130-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Artikel 161 bis Wetboek van Strafrecht.

Opzettelijk een stoornis in de gang of werking van een elektriciteitswerk veroorzaken.

Volledig ontoerekeningsvatbaar.

Ontbreken van opzet vanwege geestelijke stoornis.

Gemotiveerde vrijspraak.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht
Wetboek van Strafrecht 37
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NS 2010, 45
NBSTRAF 2010/45
NJFS 2010, 43

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnummer: 07/400130-09 (P)

Uitspraak: 27 oktober 2009

VONNIS IN DE STRAFZAAK VAN:

het openbaar ministerie

tegen

Verdachte,

geboren op (geboortejaar),

wonende te (adres)

HET ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg op 13 oktober 2009. De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. A.C. Huisman, advocaat te Deventer.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. G.C. Pol, en van hetgeen door de raadsman van verdachte en de verdachte naar voren is gebracht.

DE TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 30 april 2009 te Zwolle opzettelijk (een gedeelte van) het electriciteitswerk van het Sophia Ziekenhuis heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt en/of een stoornis in de gang of de werking van een zodanig werk heeft veroorzaakt en/of een ten opzichte van een zodanig werk genomen veiligheidsmaatregel heeft verijdeld terwijl daarvan levensgevaar voor een ander te duchten was, immers heeft verdachte meerdere, althans één (hoofd)schakelaar(s) van de (centrale) electriciteitsvoorziening omgezet en/of uitgeschakeld ten gevolge waarvan er geen stroomtoevoer meer plaatsvond naar de afdeling Intensive Care en/of de afdeling Neonatologie en/of één of meerdere lift(en) van het Sophia Ziekenhuis, terwijl zich op de afdeling Intensive Care en/of de afdeling Neonatologie en/of in die lift(en) meerdere,

althans één patiënt(en) bevond(en), die ten behoeve van hun medische behandeling (mede) afhankelijk waren van juiste/onverstoorde electriciteitsvoorziening, bij gebreke waarvan hun leven gevaar liep/zou kunnen lopen;

DE VOORVRAGEN

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

DE BEWIJSMIDDELEN EN DE BEOORDELING DAARVAN

Vaststaande feiten

De rechtbank stelt de navolgende feiten vast. Op 30 april 2009 tussen 12:20 uur en 13:30 uur zijn in het Sophia ziekenhuis te Zwolle de schakelaars van de centrale elektriciteits- voorziening omgezet. Hierdoor vond er geen stroomtoevoer meer plaats naar de afdelingen

Intensive Care en Neonatologie en diverse liften. Ten gevolge van deze stroomuitval

moesten diverse patiënten door het personeel handmatig worden beademd en hebben

patiënten in liften vastgezeten . De stroomtoevoer is ongeveer 45 minuten buiten werking

geweest . Het personeel van het Sophia ziekenhuis heeft verdachte in verwarde

toestand zonder schoenen aangetroffen op de afdeling K2 alwaar het brandalarm was

afgegaan . Verdachte heeft dit brandalarm in werking gezet . Verdachte heeft bij de

politie en ter terechtzitting bekend dat hij de schakelaars heeft omgezet. Verdachte heeft

echter verklaard dat hij in de veronderstelling verkeerde dat hij in het computerspel ‘Silent

Hill’ was beland en dat hij dacht dat het omzetten van de schakelaars een puzzel was die hij

in het kader van het computerspel moest oplossen en dat hij niet wist waarvoor de

schakelaars waren bedoeld.

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen en heeft

gevorderd dat de verdachte ex artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht zal worden

geplaatst in een psychiatrisch ziekenhuis voor een termijn van een jaar.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich, overeenkomstig de inhoud van een aan de rechtbank overgelegde pleitnota, primair op het standpunt gesteld dat de verdachte het hem ten laste gelegde niet opzettelijk heeft begaan omdat hij ten gevolge van een psychose geen idee meer had wat hij deed en bij verdachte daarom ieder inzicht in de draagwijdte van zijn gedragingen en de mogelijke gevolgen daarvan heeft ontbroken.

Het oordeel van de rechtbank

Ingevolge vaste jurisprudentie van de Hoge Raad kan van het ontbreken van opzet vanwege een geestelijke stoornis slechts sprake zijn als bij de dader ieder inzicht in de draagwijdte van zijn gedragingen en de mogelijke gevolgen daarvan ontbreekt. Daarvan zal slechts bij hoge uitzondering sprake zijn.

De rechtbank is van oordeel dat een dergelijke uitzonderlijke situatie zich in onderhavig

geval voordoet. Hiertoe overweegt de rechtbank als volgt.

Op 19 juli 2009 heeft dr R.J.H. Winter, psychiater, psychiatrische rapportage omtrent de verdachte uitgebracht. Deze rapportage houdt onder meer, verkort en zakelijk weergegeven, in:

“Onderzochte komt (..) naar voren als een thans 35-jarige man met een zeer waarschijnlijk al vroeg verstoorde ontwikkelingsgeschiedenis. (..) Geruime tijd voorafgaande aan het ten laste gelegde decompenseerde hij weer in een psychotische toestand (..) Dit leidde tot een opname in het psychiatrisch ziekenhuis en medicatie waarop betrokkene weer enigszins leek te stabiliseren, echter ook weer niet zodanig dat hij daarna geleidelijk aan weer begon af te glijden, echter zonder dat dit voor de omgeving voldoende duidelijk werd. Zodoende kon hij ook, duidelijk geïnspireerd door de associatie met één van zijn computerspelletjes, plotseling heel snel wegglijden in een volledig psychotische wereld waarin hij allerlei zinloze en zelfs zoals gebleken is, gevaarlijke handelingen, pleegde, echter zonder enig besef te hebben dat die consequenties kon hebben voor anderen. Onderzochte verkeerde ten tijde dat de ten laste gelegde feiten zouden hebben plaatsgevonden dan ook in een toestand waarin er géén sprake meer was van de mogelijkheid tot vrije wilsbeschikking. Geadviseerd wordt dan ook onderzochte dienaangaande te beschouwen als volledig ontoerekeningsvatbaar.”

Op 20 juli 2009 heeft drs M.G.J. Nijhuis-Quanjel, klinisch psycholoog, een psychologische rapportage omtrent de verdachte uitgebracht. Deze rapportage houdt onder meer, verkort en zakelijk weergegeven, in:

“Ten tijde van het hem ten laste gelegde was er sprake van wanen en hallucinaties. Hij leefde in de wereld van een computerspel (Silent Hill) waaraan hij verslaafd was en vanuit die beleving ging hij naar het ziekenhuis, dat volgens hem Silent Hill was. Betrokkene werd als het ware “geleid en gestuurd” door zijn waan en had geen keuzemogelijkheden. Betrokkene was ten tijde van het ten laste gelegde schizofreen en zat in een psychotische episode. Daarnaast zijn er sterke aanwijzingen voor een stoornis in het autistisch spectrum, die veroorzaakt dat betrokkene dwangmatige handelingen verricht en rituelen uitvoert. (..) De combinatie van zijn waan en stoornis in het autistisch spectrum veroorzaakten dat betrokkene tot het ten laste gelegde kwam en niet de mogelijkheid had gedragskeuzes te maken. Op grond van bovenstaande kan worden geconcludeerd dat betrokkene ten tijde van het hem ten laste gelegde ontoerekeningsvatbaar was.”

De rechtbank neemt de conclusies en adviezen van voormelde deskundigen en de gronden waarop zij berusten over en maakt deze tot de hare.

Nu verdachte blijkens de Pro Justitia rapporten ten tijde van de gepleegde handelingen verkeerde in een psychose en dientengevolge in de veronderstelling verkeerde dat hij in het computerspel ‘Silent Hill’ zat en hij blijkens zijn eigen verklaringen dacht dat hij met het omzetten van de elektriciteitsschakelaars een puzzel oploste waarmee hij een tandenborstel kon verwerven is de rechtbank van oordeel dat bij verdachte ten tijde van het plegen van het ten laste gelegde feit ieder inzicht ontbrak in de draagwijdte van zijn gedragingen.

Gelet op het voorgaande komt de rechtbank tot het oordeel dat er geen sprake is van opzet en

zal zij de verdachte vrijspreken van het hem ten laste gelegde.

BENADEELDE PARTIJ

De benadeelde partij Isala Klinieken, locatie Sophia heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 4012,50 gevoegd in het strafproces ten aanzien van het tenlastegelegde.

De rechtbank zal de benadeelde partij Isala Klinieken in haar vordering niet-ontvankelijk verklaren, reeds omdat verdachte van het feit ten gevolge waarvan die benadeelde partij schade zou hebben geleden, zal worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij Isala Klinieken in haar vordering niet ontvankelijk is en dat zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Aldus gewezen door mr. G.P. Nieuwenhuis voorzitter, mrs. F.E.J. Goffin en R.A.M. Elbers, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.R. Lageveen als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 oktober 2009.

Mr. R.A.M. Elbers voornoemd was buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.