Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2009:BK0606

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
15-10-2009
Datum publicatie
19-10-2009
Zaaknummer
07.620219-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Overval supermarkt Hoogvliet Amersfoort

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnr. : 07.620219-09

Uitspraak: 15 oktober 2009

Vonnis in de zaak van:

het openbaar ministerie

tegen

[verdachte],

geboren op 1[geboortedatum]

wonende te [woonplaats]

thans gedetineerd in P.I. Flevoland, Huis van Bewaring Lelystad.

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 11 augustus 2009 en 2 oktober 2009. De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. S.C. Scherpenhuysen, advocaat te Lelystad.

De officier van justitie, mr. D. Sarian, heeft ter terechtzitting gevorderd de veroordeling van verdachte terzake het onder 1 primair en onder 2 ten laste gelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaar met aftrek van voorarrest.

TENLASTELEGGING

De verdachte is, na een nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 6 januari 2009 in de gemeente Amersfoort, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld, [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van geld, te weten, een geldbedrag van in totaal 1000 euro, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Hoogvliet B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s)

- dreigend een schroevendraaier vasthield gericht naar het slachtoffer [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of

- een schroevendraaier in de nek van genoemde [slachtoffer 1] drukte en/of tegen genoemde [slachtoffer 1] zei 'ik ga je slaan' en/of 'ik ga je steken' en/of

- genoemde [slachtoffer 1] bij haar hals en nek vastpakte en stevig vastklemde en/of

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in zijn hand had en hiermee richtte op genoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of andere personen met de woorden toevoegend: "Geef geld, geld" en/of

- dreigend (een) mes(sen), althans een op een mes gelijkend voorwerp in zijn hand(en) vasthield(en) en dit richtte naar het slachtoffer [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in zijn hand had en richtte op het hoofd van [slachtoffer 2] en dreigend schreeuwde: "Alles in de tas, alles in de tas" en/of

- één of en meermalen dreigend tegen die [slachtoffer 1] heeft geroepen: "Ik maak je af, ik maak je af";

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

[dader 1] en/of [dader 2] en/of [dader 3] en/of één of meerdere onbekende (mede)dader(s) op of omstreeks 06 januari 2009 in de gemeente Amersfoort, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld, [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van geld, te weten, een geldbedrag van in totaal 1000 euro, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Hoogvliet B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan [dader 1] en/of [dader 2] en/of [dader 3], welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat

[dader 1] en/of [dader 2] en/of [dader 3] en/of één of meerdere onbekende (mede)dader(s)

- dreigend een schroevendraaier vasthield gericht naar het slachtoffer [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of

- een schroevendraaier in de nek van genoemde [slachtoffer 1] drukte en/of tegen genoemde [slachtoffer 1] zei 'ik ga je slaan' en/of 'ik ga je steken' en/of

- genoemde [slachtoffer 1] bij haar hals en nek vastpakte en stevig vastklemde en/of

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in zijn hand had en hiermee richtte op genoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of andere personen met de woorden toevoegend: "Geef geld, geld" en/of

- dreigend (een) mes(sen), althans een op een mes gelijkend voorwerp in zijn hand(en) vasthield(en) en dit gericht naar het slachtoffer [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in zijn hand had en richtte op het hoofd van [slachtoffer 2] en dreigend schreeuwde: "Alles in de tas, alles in de tas" en/of

- één of en meermalen dreigend tegen die [slachtoffer 1] heeft geroepen: "Ik maak je af, ik maak je af";

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 06 januari 2009 in de gemeente Amersfoort en/of elders te Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door (toen en daar)

- informatie over voornoemde supermarkt te vergaren en/of te verschaffen en/of

- op één of meer (mede)dader(s) te wachten en/of

- op de uitkijk te staan en/of

2.

hij op of omstreeks 06 januari 2009 in de gemeente Amersfoort en/of elders te Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, één of meerdere wapen(s) van categorie I onder 7°, te weten één of meer op een vuurwapen gelijkend voorwerp(en), zijnde (een) voorwerp(en) dat/die voor wat betreft zijn/hun vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde(n) met (een) vuurwapen(s) en/of met (een) voor ontploffing bestemde voorwerp(en) voorhanden heeft gehad;

en/of

één of meer wapens van categorie III, te weten één of meer vuurwapen(s) in de vorm van een revolver en/of een pistool, althans een wapen vallend onder categorie III, voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd.

BEWIJS

De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte een van de drie overvallers was die de Hoogvliet supermarkt te Amersfoort op 6 januari overvielen. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.

De rechtbank hecht met name waarde aan de verklaring van getuige [getuige 1]. Zij wordt zelf niet verdacht van enig strafbaar feit en heeft er dus geen belang bij anderen te belasten om zo zichzelf te ontlasten. Getuige [getuige 1] verklaart dat zij op 5 januari rond 23.00 uur in de bus drie jongens heeft ontmoet, een Antilliaanse, een Surinaamse [medeverdachte 2] en een Hindoestaanse jongen. Zij herkent bij een fotoconfrontatie [medeverdachte 1] als de Antilliaan, [medeverdachte 2] als de Hindoestaan en verdachte als de Surinamer uit Almere, de jongens die zij die avond in de bus tegen komt. Ze vertellen haar dat ze uit Almere komen en dat ze gaan chillen bij een vriend. Aan [medeverdachte 2] geeft ze haar telefoonnummer. Op 6 januari 2009 wordt ze door de Antilliaan opgehaald en meegenomen naar de flat van die vriend. Ze vragen haar om een schroevendraaier, maar die geeft ze niet. Ze gaat naar huis en als ze die avond weer naar de woning komt heeft ze door dat er iets mis is. Ze merkt dat er in de badkamer geld wordt verdeeld. Haar telefoon wordt afgepakt en ze mag niet weg. Aan de politie wijst ze een woning aan de Leonorehof aan waar ze met de jongens is geweest. In deze woning blijkt [medeverdachte 3], ook wel [X] genoemd, te verblijven.

Bovengenoemde verklaring van getuige [getuige 1] wordt bevestigd door de verklaring van verdachte. Hij verklaart dat hij op 5 januari samen met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] vanaf het station Amersfoort naar het huis van [medeverdachte 3] is gegaan. In de bus komen ze een meisje tegen zo verklaart hij. [medeverdachte 3] verklaart dat op 5 en 6 januari verdachte [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] bij hem kwamen.

Op basis van de aangifte en de verklaringen van [getuige 1], [medeverdachte 3] en verdachte komt de rechtbank tot de conclusie dat de overval op de supermarkt Hoogvliet vanuit de woning van [medeverdachte 3] is gepleegd door drie personen. In de woning aanwezig waren [medeverdachte 1], [medeverdachte 2], verdachte en [medeverdachte 3] zelf. Vervolgens dient de rechtbank de vraag te beantwoorden welke drie van deze vier personen de overval op de supermarkt Hoogvliet hebben gepleegd en wie van hen er in de woning is achter gebleven. Verdachte verklaart dat hij degene was die in de woning achter bleef, terwijl [medeverdachte 3] verklaart dat hij niet bij de overval op de supermarkt Hoogvliet aanwezig was en thuis is gebleven en achter de computer zat.

De verklaring van [medeverdachte 3] acht de rechtbank geloofwaardig. Hij verklaart dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] hem bij een bezoek aan de supermarkt Hoogvliet op 5 januari ’s middags eerst vroegen mee te doen aan de overval en dat toen hij weigerde ze verdachte hebben gevraagd. Dat dit daadwerkelijk ook is gebeurd blijkt uit de verklaring van verdachte. Op uitnodiging van [medeverdachte 2] gaat hij naar Amersfoort en reist in ieder geval het laatste stuk samen met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] naar de woning van [medeverdachte 3]. De rechtbank acht het niet aannemelijk dat verdachte vervolgens in het huis van een ander gaat zitten wachten terwijl die ander samen met zijn vrienden een overval gaat plegen. De verklaring van [medeverdachte 3] op dit punt is aannemelijker. De overval is gepleegd vanuit het huis waar hij verbleef. Uit MSN gesprekken blijkt dat met gebruikmaking van zijn MSN account op het moment van de overval een MSN bericht is verzonden.

De rechtbank zal de verklaring van getuige [getuige 1] met betrekking tot de herkenning van verdachte en anderen op foto’s van de overval niet bezigen voor het bewijs. Naar het oordeel van de rechtbank is herkenning van personen door middel van deze foto’s waarop weinig uiterlijke kenmerken waarneembaar zijn, niet voldoende betrouwbaar.

Op basis van het voorgaande komt de rechtbank tot de conclusie dat de drie overvalles [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en verdachte zijn geweest en dat het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1 primair en 2 ten laste is gelegd, met dien verstande dat:

1.primair

hij op 6 januari 2009 in de gemeente Amersfoort, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld, [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van geld, te weten, een geldbedrag van in totaal 1000 euro, toebehorende aan Hoogvliet B.V., welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte en/of zijn mededader(s)

- dreigend een schroevendraaier vasthield gericht naar het slachtoffer [slachtoffer 1] en

- een schroevendraaier tegen de nek van genoemde [slachtoffer 1] drukte en tegen genoemde [slachtoffer 1] zei 'ik ga je slaan' en 'ik ga je steken' en

- genoemde [slachtoffer 1] bij haar hals en nek vastpakte en stevig vastklemde en

- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in zijn hand had en richtte op het hoofd van [slachtoffer 2] en dreigend schreeuwde: "Alles in de tas, alles in de tas" en

- dreigend tegen die [slachtoffer 1] heeft geroepen: "Ik maak je af, ik maak je af";

2.

hij op 06 januari 2009 in de gemeente Amersfoort, tezamen en in vereniging met anderen meerdere wapens van categorie I onder 7°, te weten op een vuurwapen gelijkend voorwerpen, zijnde voorwerpen die voor wat betreft hun vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonden met vuurwapens voorhanden heeft gehad.

STRAFBAARHEID

Het bewezene levert op:

1 primair: Afpersing door twee of meer verenigde personen, strafbaar gesteld bij artikel 317 juncto artikel 312 van het Wetboek van Strafrecht.

2: Medeplegen van handelen in strijd met artikel 13 eerste lid Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd, strafbaar gesteld bij artikel 55 van de Wet wapens en munitie.

De verdachte is deswege strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden gebleken zijn die die strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten.

OPLEGGING VAN STRAF OF MAATREGEL

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon van de verdachte. Daarbij heeft de rechtbank in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich, samen met zijn mededaders, schuldig gemaakt aan een professioneel voorbereide overval. Bij deze overval droegen verdachte en zijn mededaders gezichtsbedekkende kleding en werden er vuurwapens gebruikt. Voor de slachtoffers moet deze overval een bijzonder traumatische ervaring zijn geweest waarvan zij nog dagelijks de gevolgen ondervinden.

Verdachte heeft geen rekening gehouden met deze zeer ernstige gevolgen van zijn handelen voor de slachtoffers. Hij heeft enkel gehandeld uit winstbejag. De rechtbank rekent dat de verdachte zwaar aan. Daarbij komt dat het handelen van verdachte en zijn mededaders in de maatschappij zorgt voor gevoelens van onrust en onveiligheid.

De rechtbank is in dit geval van oordeel dat een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf noodzakelijk is, omdat aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak miskend zouden worden.

Bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel zouden moeten voeren, acht de rechtbank niet aanwezig.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank rekening gehouden met

een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 7 september 2009;

De oplegging van straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 10, 27, 36f, 47, 57 en 91 van het Wetboek van Strafrecht.

Benadeelde partij

Hoogvliet B.V. te Amersfoort, heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 1.637,95 gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 1. ten laste gelegde.

De rechtbank overweegt dat bij het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan, dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden ten gevolge van het ten laste van verdachte bewezen verklaarde feit.

De hoogte van die schade is naar het oordeel van de rechtbank genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van € 1.000,--.

De vordering van de benadeelde partij, die in die vordering ontvankelijk is, is in dier voege toewijsbaar.

De vordering van de benadeelde partij Hoogvliet B.V. is naar het oordeel van de rechtbank voor wat het meer gevorderde betreft niet van zo eenvoudige aard dat deze zich leent voor behandeling in het strafgeding. De uitdraai van het geldkantoor is voor de rechtbank niet duidelijk. De rechtbank zal derhalve bepalen dat de benadeelde partij voor dat deel niet-ontvankelijk is en dat de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

De verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk.

De rechtbank zal voorts aan de verdachte op de voet van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van bovengenoemde geldsom van € 1.000,-- ten behoeve van Hoogvliet. B.V.

BESLISSING

Het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert de strafbare feiten op, zoals hiervoor vermeld. De verdachte is deswege strafbaar.

Het onder 1 primair en 2 meer of anders ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden.

De tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, zal bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering worden gebracht.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij Hoogvliet B.V te Amersfoort, van een bedrag van € 1.000,-- vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 januari 2009 tot de dag van de voldoening, hoofdelijk met dien verstande dat indien en voor zover zijn mededader/mededaders betaalt/betalen, verdachte in zoverre van zijn verplichting zal zijn bevrijd.

De verdachte wordt voorts veroordeeld in de kosten, door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

De rechtbank legt op aan verdachte de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag, groot € 1.000,-- ten behoeve van Hoogvliet B.V., bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 20 dagen hechtenis.

De rechtbank bepaalt dat, indien verdachte en/of zijn mededader/mededaders heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de benadeelde partij Hoogvliet B.V. in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte en/of zijn mededaders heeft /hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij Hoogvliet B.V. daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij Hoogvliet B.V. voor wat het meer gevorderde betreft in haar vordering niet ontvankelijk is en dat zij haar vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Aldus gewezen door mr. M.A. Pot, voorzitter, mrs. A.W.M. van Hoof en M.A.A. ter Meer-Siebers, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. Seuters als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 oktober 2009.

Mr. M.A.A. ter Meer-Siebers voornoemd was buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.