Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2009:BK0603

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
15-10-2009
Datum publicatie
19-10-2009
Zaaknummer
07.620124-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Overval op juwelier De Gouden Kroon te Almere, medeplichtigheid

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnr. : 07.620124-09

Uitspraak: 15 oktober 2009

Vonnis in de zaak van:

het openbaar ministerie

tegen

[verdachte],

geboren op [geboortedatum]

wonende te [adres]

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 2 oktober 2009. De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. F.T. van der Zee, advocaat te Amsterdam.

De officier van justitie, mr. D. Sarian, heeft ter terechtzitting gevorderd de veroordeling van verdachte terzake het onder 1 subsidiair ten laste gelegde tot

- een gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen, waarvan 144 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en als bijzondere voorwaarde reclasseringscontact;

- een werkstraf voor de duur van 240 uren subsidiair 120 dagen hechtenis.

TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

zij op of omstreeks 05 februari 2009 in de gemeente Almere tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen, sieraden, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Juwelier de Gouden Kroon en/of [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd door geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s) met een bivakmuts en/of een panty en/of een capuchon op en/of over het hoofd en/of voor het gezicht en/althans met een zodanig bedekking van het gezicht dat herkenning niet mogelijk was, althans werd bemoeilijkt en/of voorzien van een of meer hamers althans slagvoorwerpen dat pand van die Juwelier, waarin die [slachtoffer] zich bevond, is/zijn binnengegaan en/of (vervolgens) in het bijzijn van en/of zichtbaar en/of hoorbaar voor die [slachtoffer] het glas van een of meer vitrines heeft/hebben ingeslagen en/of (aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft/hebben doen ontstaan en/of met een of meer hamers althans slagvoorwerp in de hand ten overstaan van en/of zichtbaar voor die [slachtoffer] heeft/hebben gemanipuleerd en/of één of meerdere malen met een vuurwapen in de richting van genoemde [slachtoffer] heeft/hebben geschoten waarbij genoemde [slachtoffer] door een kogel in zijn buik, althans in zijn lichaam, werd geraakt, tengevolge van welk feit die [slachtoffer], zwaar lichamelijk letsel, te weten een schotwond in de buik en/of in de zij van het lichaam, althans in het lichaam en/of een beschadiging aan de dunne darm, heeft bekomen

althans indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[dader 1] en/of [dader 2] en/of [dader 3] en/of [dader 4] op of omstreeks 05 februari 2009 in de gemeente Almere, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft/hebben weggenomen diverse sieraden, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Juwelier de Gouden Kroon en/of [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [dader 1] en/of [dader 2] en/of [dader 3] en/of [dader 4] en/of aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld hierin bestond(en) dat door [dader 1] en/of [dader 2] en/of [dader 3] en/of [dader 4] één of meerdere malen met een vuurwapen in de richting van genoemde [slachtoffer] werd geschoten waarbij genoemde [slachtoffer] door een kogel in zijn buik, althans in zijn lichaam, is geraakt, tengevolge van welk feit die [slachtoffer], zwaar lichamelijk letsel, te weten een schotwond in de buik en/of in de zij van het lichaam, althans in het lichaam en/of een beschadiging aan de dunne darm, heeft bekomen; tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 4 tot en met 5 februari 2009 in de gemeente Almere en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door bij Juwelier de gouden Kroon naar binnen te gaan en te vragen naar de sluitingstijden en/of door aan X en/of Y te vertellen dat zij na de overval één voor één met de daders mee moesten lopen naar de bushalte.

2.

zij op of omstreeks 05 februari 2009 in de gemeente Almere, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, één of meer wapens van categorie III, te weten één of meer vuurwapen(s) in de vorm van een revolver en/of een pistool, en/of munitie van categorie III, in elk geval (een) wapen(s) vallend onder categorie III, voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd.

BEWIJS

Met de raadsvrouw en de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat er geen sprake is geweest van een voldoende bewuste en nauwe samenwerking om te kunnen spreken van medeplegen, zodat de rechtbank verdachte vrij zal spreken van hetgeen haar onder 1 primair ten laste is gelegd. Ook zal de rechtbank verdachte vrij spreken van het onder 2 ten laste gelegde, nu niet is gebleken van enige (machts)relatie tussen het wapen en verdachte.

Door de raadsvrouw van verdachte is betoogd dat verdachte tevens dient te worden vrijgesproken van het onder 1 subsidiair aan haar ten laste gelegde, omdat niet is voldaan aan de voorwaarden voor strafbaarheid van medeplichtigheid. Door de raadsvrouw is betoogd dat de gedragingen van verdachte niet daadwerkelijk hebben bijgedragen aan het plegen van de overval en dat er derhalve niet daadwerkelijk hulp is verleend. Het vragen naar de sluitingstijd van de winkel zag op het eventueel plegen van de overval op 4 februari. De informatie die door verdachte is verkregen is niet daadwerkelijk gebruikt bij de overval op 5 februari. Ook het doorgeven van een boodschap aan haar vriendinnen kan naar het oordeel van de raadsvrouw niet worden aangemerkt als het verlenen van hulp in de zin van artikel 48 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank is, in tegenstelling tot de raadsvrouw, van oordeel dat de handelingen zoals aan verdachte ten laste zijn gelegd wel degelijk van ondersteunde betekenis zijn geweest bij het plegen van de overval. Door de informatie die verdachte aan de daders van de overval heeft verschaft over de sluitingstijden van de winkel hebben zij kunnen plannen wanneer zij de overval het best zouden kunnen gaan plegen. Ook het vragen van haar vriendinnen om samen met de overvallers na de overval één voor één samen met een overvaller het huis te verlaten zou de uitvoering van het misdrijf gemakkelijk maken. Dat het uiteindelijk niet zover is gekomen doet hieraan niet af.

De rechtbank zal bij de op te leggen straf rekening houden met het feit dat het opzet van verdachte niet gericht is geweest op het schieten met een vuurwapen, nu uit de bewijsmiddelen niet volgt dat verdachte wist dat er een vuurwapen in het spel was.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1 subsidiair ten laste is gelegd, met dien verstande dat:

1 subsidiair:

[dader 1] en [dader 2] en [dader 3] en [dader 4] op of omstreeks 05 februari 2009 in de gemeente Almere, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening hebben weggenomen diverse sieraden toebehorende aan Juwelier de Gouden Kroon, welke diefstal werd gevolgd van geweld tegen [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld hierin bestond dat door [dader 4] met een vuurwapen in de richting van genoemde [slachtoffer] werd geschoten waarbij genoemde [slachtoffer] door een kogel in zijn buik is geraakt, tengevolge van welk feit die [slachtoffer], zwaar lichamelijk letsel, te weten een schotwond in de buik en een beschadiging aan de dunne darm, heeft bekomen; tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 4 tot en met 5 februari 2009 in de gemeente Almere opzettelijk inlichtingen heeft verschaft en opzettelijk behulpzaam is geweest door bij Juwelier de Gouden Kroon naar binnen te gaan en te vragen naar de sluitingstijden en door aan X en Y te vertellen dat zij na de overval één voor één met de daders mee moesten lopen naar de bushalte.

STRAFBAARHEID

Het bewezene levert op:

1 subsidiair:

Opzettelijk behulpzaam zijn bij diefstal door twee of meer verenigde personen vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en bij betrapping op heterdaad aan zichzelf of aan andere deelnemers aan het misdrijf de vlucht mogelijk te maken, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft, strafbaar gesteld bij de artikelen 310 en 312 in samenhang met artikel 48 van het Wetboek van Strafrecht.

De verdachte is deswege strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden gebleken zijn die die strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten.

OPLEGGING VAN STRAF OF MAATREGEL

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon van de verdachte. Daarbij heeft de rechtbank in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte is behulpzaam geweest bij een gewapende overval op een juwelier. Bij deze overval is [slachtoffer] in zijn buik geschoten en levensgevaarlijk gewond geraakt. Voor [slachtoffer] is deze overval een bijzonder traumatische ervaring geweest waarvan hij nog dagelijks de gevolgen ondervindt.

Zoals overwogen zal de rechtbank bij het bepalen van de op te leggen straf rekening houden met het feit dat het opzet van verdachte niet was gericht op het schieten met een vuurwapen op [slachtoffer]. Daarnaast houdt de rechtbank rekening met het feit dat verdachte nog niet eerder voor dergelijke feiten is veroordeeld.

Voorts houdt de rechtbank bij haar beslissing rekening met een de verdachte betreffend voorlichtingsrapport uitgebracht door Tactus verslavingszorg d.d. 4 september 2009. Gelet op de inhoud van dit rapport zal de rechtbank aan verdachte een deels voorwaardelijke straf op leggen om te voorkomen dat verdachte in de toekomst opnieuw de fout in gaat en om haar te helpen om van haar (soft)drugsgebruik af te komen. Temeer nu de verdachte ter zitting heeft verklaard dat ze in verwachting is.

De oplegging van straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d en 27 van het Wetboek van Strafrecht.

Benadeelde partij

De vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2], handelend onder de naam Juwelier de Gouden Kroon, zijn naar het oordeel van de rechtbank ten aanzien van verdachte niet van zo eenvoudige aard dat deze zich lenen voor behandeling in het strafgeding. De rechtbank zal derhalve bepalen dat de benadeelde partijen in die vorderingen niet ontvankelijk zijn en dat de vorderingen slechts bij de burgerlijke rechter kunnen worden aangebracht.

BESLISSING

Het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

Het onder 1 subsidiair ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert het strafbare feit op, zoals hiervoor vermeld. De verdachte is deswege strafbaar.

Het onder 1 subsidiair meer of anders ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen.

De tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, zal bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering worden gebracht.

Van de gevangenisstraf zal een gedeelte, groot 144 dagen, niet worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond van het feit dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van twee jaar aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of gedurende die proeftijd de hierna te melden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

Als bijzondere voorwaarde wordt gesteld dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen, te geven door of namens de afdeling verslavingsreclassering van Tactus verslavingszorg, zulks zolang deze instelling of een door haar aan te wijzen andere reclasseringsinstelling dat gedurende de proeftijd nodig oordeelt, met opdracht aan die instelling als bedoeld in artikel 14d van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank legt aan verdachte op een taakstraf, te weten de werkstraf het verrichten van onbetaalde arbeid gedurende 240 uren.

De rechtbank beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 120 dagen hechtenis, althans een aantal dagen hechtenis dat evenredig is aan het niet verrichte aantal uren taakstraf .

Het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis wordt opgeheven.

De rechtbank verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 1] te Arnhem en de benadeelde partij [benadeelde partij 2], handelend onder de naam Juwelier de Gouden Kroon, te Almere niet ontvankelijk in hun vorderingen.

Aldus gewezen door mr. M.A. Pot, voorzitter, mrs. A.W.M. van Hoof en M.A.A. ter Meer-Siebers, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. Seuters als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 oktober 2009.

Mrs. M.A. Pot en M.A.A. ter Meer-Siebers voornoemd waren buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.