Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2009:BK0600

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
15-10-2009
Datum publicatie
19-10-2009
Zaaknummer
07.620131-09
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARN:2011:BP7245, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Overval op juwelier De Gouden Kroon te Almere

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnr. : 07.620131-09 (P)

Uitspraak: 15 oktober 2009

Vonnis in de zaak van:

het openbaar ministerie

tegen

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats]

wonende te [woonplaats],

thans gedetineerd in het Huis van Bewaring Doetinchem.

1. Onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 14 mei 2009, 11 augustus 2009 en 1 oktober 2009. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. D. Sarian,en van hetgeen door de verdachte en de raadsman van verdachte, mr. A.D. Kloosterman, advocaat te Amsterdam naar voren is gebracht.

2. Tenlastelegging

De verdachte is, na een nadere omschrijving tenlastelegging en een wijziging tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 05 februari 2009 in de gemeente Almere tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen, sieraden, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Juwelier de Gouden Kroon en/of [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd door geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s) met een bivakmuts en/of een panty en/of een capuchon op en/of over het hoofd en/of voor het gezicht en/althans met een zodanig bedekking van het gezicht dat herkenning niet mogelijk was, althans werd bemoeilijkt en/of voorzien van een of meer hamers althans slagvoorwerpen dat pand van die Juwelier, waarin die [slachtoffer] zich bevond, is/zijn binnengegaan en/of (vervolgens) in het bijzijn van en/of zichtbaar en/of hoorbaar voor die [slachtoffer] het glas van een of meer vitrines heeft/hebben ingeslagen en/of (aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft/hebben doen ontstaan en/of met een of meer hamers althans slagvoorwerp in de hand ten overstaan van en/of zichtbaar voor die [slachtoffer] heeft/hebben gemanipuleerd en/of één of meerdere malen met een vuurwapen in de richting van genoemde [slachtoffer] heeft/hebben geschoten waarbij genoemde [slachtoffer] door een kogel in zijn buik, althans in zijn lichaam, werd geraakt, tengevolge van welk feit die [slachtoffer], zwaar lichamelijk letsel, te weten een schotwond in de buik en/of in de zij van het lichaam, althans in het lichaam en/of een beschadiging aan de dunne darm, heeft bekomen;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 05 februari 2009 te Almere ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen, geld en/of sieraden, en/althans een of meer goederen, geheel of ten dele toebehorende aan Juwelier de Gouden Kroon en/of [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), het pand van de Juwelier de Gouden Kroon is/zijn binnengegaan en/of (vervolgens) het glas van een of meer vitrines in dat pand heeft/hebben verbroken en/of een of meer sieraden, en/althans goederen heeft/hebben gepakt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welke poging tot diefstal werd vergezeld en/of gevolgd door geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s) toen daar opzettelijk gewelddadig en/of bedreigend:

- met een bivakmuts en/of een panty en/of een capuchon op en/of over het hoofd en/of voor het gezicht en/althans met een zodanig bedekking van het gezicht dat herkenning niet mogelijk was, althans werd bemoeilijkt en/of voorzien van een of meer hamers althans slagvoorwerpen dat pand van die Juwelier, waarin die [slachtoffer] zich bevond, is/zijn binnengegaan en/of (vervolgens) in het bijzijn van en/of zichtbaar en/of hoorbaar voor die [slachtoffer] het glas van een of meer vitrines heeft/hebben ingeslagen en/of (aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft/hebben doen ontstaan en/of met een of meer hamers althans slagvoorwerp in de hand ten overstaan van en/of zichtbaar voor die [slachtoffer] heeft/hebben gemanipuleerd en/of

- één of meerdere malen met een vuurwapen in de richting van genoemde [slachtoffer] heeft/hebben geschoten waarbij genoemde [slachtoffer] door een kogel in zijn buik, althans in zijn lichaam, werd geraakt, tengevolge van welk feit die [slachtoffer], zwaar lichamelijk letsel, te weten een schotwond in de buik en/of in de zij van het lichaam, althans in het lichaam en/of een beschadiging aan de dunne darm, heeft bekomen.

2.

Hij op of omstreeks 5 februari 2009 in de gemeente Almere, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door hem, verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, tezamen en in vereniging met zijn mededaders met dat opzet een of meerdere malen met een vuurwapen in de richting van genoemde [slachtoffer] heeft geschoten, waarbij genoemde [slachtoffer] door een kogel in de buik werd geraakt, terwijl de uitvoering dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welke vorenomschreven poging tot doodslag werd gevolgd, vergezeld en voorafgegaan van enig strafbaar feit,

te weten de diefstal en/of poging tot diefstal van een of meer sieraden, toebehorende aan [slachtoffer] en/of Juwelier De Gouden Kroon, gepleegd tezamen en in vereniging met anderen, welke diefstal en/of poging diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal en/of poging diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld hierin bestond dat hij, verdachte en zijn mededaders:

- met een bivakmuts en/of een panty en/of een capuchon op en/of over het hoofd en/of voor het gezicht en/althans met een zodanig bedekking van het gezicht dat herkenning niet mogelijk was, althans werd bemoeilijkt en/of

- voorzien van een of meer hamers althans slagvoorwerpen dat pand van die Juwelier, waarin die [slachtoffer] zich bevond, is/zijn binnengegaan en/of

- (vervolgens) in het bijzijn van en/of zichtbaar en/of hoorbaar voor die [slachtoffer] het glas van een of meer vitrines heeft/hebben ingeslagen en/of (aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft/hebben doen ontstaan en/of

- met een of meer hamers althans slagvoorwerp in de hand ten overstaan van en/of zichtbaar voor die [slachtoffer] heeft/hebben gemanipuleerd en

welke poging tot doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en aan andere deelnemers aan het feit straffeloosheid en het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren,

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 05 februari 2009 in de gemeente Almere, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet één of meerdere malen met een vuurwapen in de richting van genoemde [slachtoffer] heeft geschoten, waarbij genoemde [slachtoffer] door een kogel in de buik werd geraakt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

3.

hij op of omstreeks 05 februari 2009 in de gemeente Almere, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, één of meer wapens van categorie III, te weten één of meer vuurwapen(s) in de vorm van een revolver en/of een pistool, en/of munitie van categorie III, in elk geval een wapen vallend onder categorie III, voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd.

3. De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4. De bewijsmotivering

4.1. Vaststaande feiten

Op 5 februari 2009 wordt een gewapende overval gepleegd op de juwelier “De Gouden Kroon” te Almere. Omstreeks 17.45 uur komen vier mannen met bedekte gezichten de winkel binnen. Twee van hen beginnen direct met de hamers die zij in hun handen hebben de vitrines in de winkel kapot te slaan. [slachtoffer], die op dat moment alleen aan het werk is in de winkel van zijn broer, loopt vanuit de werkkamer de winkel in en gooit zijn werkhamer richting een van de overvallers. Hierna rent hij door de voordeur naar buiten. Hij drukt op de alarmknop en schreeuwt dat er een overval plaatsvindt. Vervolgens probeert [slachtoffer] het rolluik aan de voorzijde van de juwelierszaak naar beneden te trekken met als doel om de daders van de overval in te sluiten. Het rolluik wordt tegengehouden en één van de overvallers weet onder het rolluik door weg te komen. Als deze overvaller onder het rolluik door is lukt het [slachtoffer] het rolluik tot aan de grond toe naar beneden te trekken. Terwijl [slachtoffer] het rolluik naar beneden houdt wordt hij door de ontkomen overvaller in zijn buik geschoten.

De schutter weet te vluchten. De andere drie overvallers worden door de politie op heterdaad aangehouden.

[slachtoffer] wordt overgebracht naar het ziekenhuis en daar met spoed geopereerd. Van zijn dunne darm moet als gevolg van de schotwond 40 centimeter worden verwijderd.

4.1.2. Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1 primair, 2 primair en 3 ten laste is gelegd. De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat sprake was van een voltooide diefstal nu er reeds sieraden door de verdachten in een tas waren gedaan.

De officier van justitie is van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte de vierde, ontkomen, man is die op de heer [slachtoffer] heeft geschoten.

4.1.3. Het standpunt van de verdediging

Verdachte heeft zich beroepen op zijn zwijgrecht.

De raadsman van verdachte heeft betoogd dat verdachte van de aan hem ten laste gelegde feiten dient te worden vrijgesproken, omdat hij niet de vierde man, en dus de schutter, is. De raadsman heeft daartoe onder meer aangevoerd dat de verklaringen van de getuigen [getuige 1], [getuige 2], [getuige 3] en [getuige 4] niet voldoende betrouwbaar zijn om te komen tot de overtuiging dat verdachte de vierde dader zou zijn. Aan hen zijn enkel de foto’s van de verdachten getoond en nu de andere drie verdachten reeds bekend waren gaat het de facto om een één persoonsconfrontatie. [getuige 1], [getuige 3] en [getuige 2] lijken bovendien te twijfelen over de herkenning van verdachte. De verklaring van [getuige 4] is onbetrouwbaar, omdat hij er alle belang bij heeft zichzelf te ontlasten en verdachte te belasten. Voorts heeft de raadman aangevoerd dat de bijnaam Adsco niet uitzonderlijk is.

Indien de rechtbank mocht oordelen dat verdachte wel de vierde man is, heeft de raadsman subsidiair aangevoerd dat slechts van een poging tot diefstal sprake was. De goederen zijn immers nimmer in de machtsfeer van de overvallers terecht gekomen, omdat het luik naar beneden ging.

4.1.4. Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat hetgeen verdachte onder 1 primair, 2 primair en 3 ten laste is gelegd wettig en overtuigend kan worden bewezen.

Nu er reeds sieraden uit de vitrines waren weggenomen en in een tas waren gedaan is sprake van een voltooide wegnemingshandeling en daarmee een voltooide diefstal. De weggenomen sieraden zijn op dat moment in de feitelijke heerschappij van de overvallers. Dat zij de winkel niet hebben (kunnen) verlaten doet hieraan niet af. Overigens zijn ook buiten de winkel sieraden aangetroffen.

De rechtbank overweegt ten aanzien van de herkenning van verdachte door [getuige 1], [getuige 3], [getuige 2] en [getuige 4] als volgt.

Met de raadsman is de rechtbank van oordeel dat hier de facto een éénpersoonsconfrontatie heeft plaats gevonden. De rechtbank overweegt dat een dergelijke fotoconfrontatie in dit geval niet de voorkeur heeft ten aanzien van de getuigen [getuige 1], [getuige 3] en [getuige 2], omdat zij verdachte slechts betrekkelijk kort kenden en slechts tweemaal hebben ontmoet, en de bewijswaarde van een éénpersoonsconfrontatie in zo’n geval aanzienlijk minder is dan die van een zogenaamde foslo-confrontatie. De rechtbank is echter, anders dan de raadsman, niet van oordeel dat dit met zich mee brengt dat er geen enkel gewicht aan de herkenningen door [getuige 1], [getuige 3] en [getuige 2] kan worden toegekend.

[getuige 1] , [getuige 2] en [getuige 3] wijzen verdachte aan als de vierde man. Zij verklaren alle drie dat verdachte samen met de anderen ([medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3]) vertrok om de overval te gaan plegen en dat hij later als enige terug kwam en zei ‘me shoot a man. Alledrie hebben ze verdachte niet slechts vluchtig gezien, maar hebben ze op 4 en 5 februari 2009 gedurende enige tijd met hem opgetrokken en doorgebracht.

[getuige 1] verklaart dat verdachte door de anderen ‘Adsco’ werd genoemd.

[getuige 4] zegt zelfs als hem een foto van verdachte wordt getoond hem voor 1000% zeker te herkennen als Adsco, de vierde man, die nadat hij met de drie andere was vertrokken terug kwam en zei dat hij een man had geschoten.

Door de neef van verdachte wordt verklaard dat de bijnaam van verdachte Adsco is.

Naast deze herkenningen zijn er de OVC gesprekken tussen de andere daders van de overval. Zij hebben het over de vierde man en dat hij een kind heeft en dat zijn vrouw zwanger was van de tweede. Verdachte heeft verklaard dat zijn vriendin in Suriname net is bevallen van hun tweede kind.

Voorts zijn er tapgesprekken tussen [medeverdachte 3] en zijn broer waaruit naar voren komt dat Adsco de vierde persoon is die betrokken is geweest bij de overval.

Gezien het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de vierde man en dus de schutter is geweest.

Ten aanzien van het onder 2 primair tenlastegelegde acht de rechtbank in ieder geval het voorwaardelijk opzet op de dood van [slachtoffer] bewezen, nu degene die een ander in de buik schiet zich willens en wetens blootstelt aan de aanmerkelijke kans dat het slachtoffer daaraan zal overlijden.

Ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde merkt de rechtbank op dat het wapen waarmee is geschoten weliswaar niet is gevonden, maar dat uit de gevolgen van het schot in de buik van [slachtoffer] kan worden afgeleid dat hier geschoten is met een wapen als in de tenlastelegging bedoeld. Bovendien is op het plaats delict een huls aangetroffen van het kaliber 6.35 mm Browning, vermoedelijk verschoten met een semi-automatisch pistool .

Gezien het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder 1 primair , 2 primair en 3 ten laste is gelegd.

5. De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1 primair,2 primair en 3 ten laste is gelegd, met dien verstande dat:

1. primair

hij op 05 februari 2009 in de gemeente Almere tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen, sieraden, geheel of ten dele toebehorende aan Juwelier de Gouden Kroon, welke diefstal werd vergezeld en gevolgd door geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededaders de vlucht mogelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte en zijn mededaders met een zodanig bedekking van het gezicht dat herkenning niet mogelijk was en voorzien van hamers dat pand van die Juwelier, waarin die [slachtoffer] zich bevond zijn binnengegaan en (vervolgens) in het bijzijn van en zichtbaar en hoorbaar voor die [slachtoffer] het glas van vitrines hebben ingeslagen en (aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie hebben doen ontstaan en met een hamer in de hand ten overstaan van en zichtbaar voor die [slachtoffer] hebben gemanipuleerd en met een vuurwapen in de richting van genoemde [slachtoffer] hebben geschoten waarbij genoemde [slachtoffer] door een kogel in zijn buik werd geraakt, tengevolge van welk feit die [slachtoffer], zwaar lichamelijk letsel, te weten een schotwond in de buik en een beschadiging aan de dunne darm, heeft bekomen.

2. primair

hij op 5 februari 2009 in de gemeente Almere ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet een of meerdere malen met een vuurwapen in de richting van genoemde [slachtoffer] heeft geschoten, waarbij genoemde [slachtoffer] door een kogel in de buik werd geraakt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welke vorenomschreven poging tot doodslag werd vergezeld en voorafgegaan van enig strafbaar feit,

te weten de diefstal van sieraden, toebehorende aan Juwelier De Gouden Kroon, gepleegd tezamen en in vereniging met anderen, welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal en/of poging diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld hierin bestond dat hij, verdachte en zijn mededaders:

- met een zodanig bedekking van het gezicht dat herkenning niet mogelijk was, althans werd bemoeilijkt en

- voorzien van hamers dat pand van die Juwelier, waarin die [slachtoffer] zich bevond, zijn binnengegaan en

- (vervolgens in het bijzijn van en zichtbaar en hoorbaar voor die [slachtoffer] het glas van vitrines hebben ingeslagen en (aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie hebben doen ontstaan en

- met een hamer in de hand ten overstaan van en zichtbaar voor die [slachtoffer] hebben gemanipuleerd,

welke poging tot doodslag werd gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en aan andere deelnemers aan het feit straffeloosheid en het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren.

3.

hij op 05 februari 2009 in de gemeente Almere, tezamen en in vereniging met anderen een wapen vallend onder categorie III, voorhanden heeft gehad.

Van het onder 1 primair, 2 primair en 3 meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

6. Kwalificatie

Het bewezene levert op:

07.607059-09

1 primair: Diefstal door twee of meer verenigde personen vergezeld en gevolg van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en bij betrapping op heterdaad aan zichzelf of aan andere deelnemers aan het misdrijf de vlucht mogelijk te maken, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft, strafbaar gesteld bij de artikelen 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

2 primair: Poging tot doodslag, vergezeld en voorafgegaan van een strafbaar feit en gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en aan andere deelnemers aan het feit straffeloosheid en het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren, strafbaar gesteld bij artikel 288 van het Wetboek van Strafrecht.

3: Medeplegen van handelen in strijd met artikel 26 eerste lid van de Wet wapens en munitie, strafbaar gesteld bij artikel 55 van de Wet wapens en munitie.

7. Strafbaarheid

De verdachte en het feit zijn strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden zijn gebleken die die strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten.

8. De strafoplegging

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd de veroordeling van verdachte ter zake het onder 1 primair, 2 primair en 3 laste gelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 jaren met aftrek van voorarrest.

De raadsman heeft vrijspraak bepleit. Subsidiair heeft hij betoogd dat de eis van de officier van justitie te hoog is.

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon van de verdachte. Daarbij heeft de rechtbank in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich, samen met zijn mededaders, schuldig gemaakt aan een professioneel voorbereide overval. Bij deze overval droegen verdachte en zijn mededaders gezichtsbedekkende kleding. Verdachte droeg een vuurwapen bij zich en heeft hiermee het slachtoffer in zijn buik geschoten, waardoor hij in levensgevaar heeft verkeerd. Voor het slachtoffer is deze overval een bijzonder traumatische ervaring waarvan hij nog dagelijks de gevolgen ondervindt. [slachtoffer] heeft dit door middel van een schriftelijke slachtofferverklaring op de zitting naar voren gebracht. Hij is lichamelijk nog niet hersteld en hij kan zijn werk als sieraden reparateur niet uitoefenen.

Verdachte heeft geen rekening gehouden met deze zeer ernstige gevolgen van zijn handelen voor het slachtoffer. Hij heeft enkel gehandeld uit winstbejag. Toen het erop leek dat het mis zou gaan en hij misschien zelf gepakt zou worden, heeft hij meedogenloos gehandeld door [slachtoffer] van dichtbij neer te schieten. De rechtbank rekent dit de verdachte zeer zwaar aan. Daarbij komt dat het handelen van verdachte en zijn mededaders in de maatschappij zorgt voor grote gevoelens van onrust en onveiligheid.

De rechtbank is in dit geval van oordeel dat een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf noodzakelijk is, omdat aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak miskend zouden worden.

Bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel zouden moeten voeren, acht de rechtbank niet aanwezig.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank rekening gehouden met een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 7 september 2009.

9. Vorderingen van de benadeelde partijen

1. [benadeelde partij 1] wonende te [woonplaats], heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 9.677,-- gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 1. en 2. ten laste gelegde.

De rechtbank overweegt dat bij het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan, dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden ten gevolge van het ten laste van verdachte bewezen verklaarde feit.

De hoogte van die schade is naar het oordeel van de rechtbank genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van € 6.325,--. De naar billijkheid vast te stellen vergoeding wegens immateriële schade bedraagt niet minder dan € 3.000,--, zodat dat bedrag onder die titel kan worden toegewezen. € 325,-- is toewijsbaar als vergoeding voor ziekenhuisopname. De gevorderde vergoeding wegens gederfde inkomsten is tot een bedrag van € 3000,-- genoegzaam komen vast te staan.

De vordering van de benadeelde partij, die in die vordering ontvankelijk is, is in dier voege toewijsbaar.

De vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] is naar het oordeel van de rechtbank voor wat het meer gevorderde betreft niet van zo eenvoudige aard dat deze zich leent voor behandeling in het strafgeding. De rechtbank zal derhalve bepalen dat de benadeelde partij voor dat deel niet-ontvankelijk is en dat de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

De verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk.

De rechtbank zal voorts aan de verdachte op de voet van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van bovengenoemde geldsom van € 6.325,-- ten behoeve van [benadeelde partij 1].

2. [benadeelde partij 2], handelende onder de naam Juwelier de Gouden Kroon te Almere, heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 20.295,82 gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 1. ten laste gelegde.

De rechtbank overweegt dat bij het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan, dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden ten gevolge van het ten laste van verdachte bewezen verklaarde feit.

De hoogte van die schade is naar het oordeel van de rechtbank genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van € 5.090,--. Bestaande uit een bedrag van € 2.800,-- voor de schade aan plafond en interieur winkel (€ 532,-- aan BTW kan worden teruggevraagd) en € 290,-- aan schoonmaakkosten. De gevorderde vergoeding wegens gederfde inkomsten is tot een bedrag van € 2.000,-- genoegzaam komen vast te staan.

De vordering van de benadeelde partij, die in die vordering ontvankelijk is, is in dier voege toewijsbaar.

De vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] is naar het oordeel van de rechtbank voor wat het meer gevorderde betreft niet van zo eenvoudige aard dat deze zich leent voor behandeling in het strafgeding. De rechtbank zal derhalve bepalen dat de benadeelde partij voor dat deel niet-ontvankelijk is en dat de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

De verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk.

De rechtbank zal voorts aan de verdachte op de voet van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van bovengenoemde geldsom van € 5.090,-- ten behoeve van [benadeelde partij 2].

10. Wettelijke voorschriften

De oplegging van de straf of maatregel is, naast de reeds aangehaalde artikelen, gegrond op de artikelen 10, 27, 47, 57 en 91 van het Wetboek van Strafrecht.

11. Beslissing

Het onder 1 primair, 2 primair en 3 ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert de strafbare feiten op, zoals hiervoor vermeld. De verdachte is deswege strafbaar.

Het onder 1 primair, 2 primair en 3 ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren.

De tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, zal bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering worden gebracht.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij 1], wonende te [woonplaats], van een bedrag van € 6.325,-- vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 februari 2009 tot de dag van de voldoening, hoofdelijk met dien verstande dat indien en voor zover zijn mededader/mededaders betaalt/betalen, verdachte in zoverre van zijn verplichting zal zijn bevrijd.

De verdachte wordt voorts veroordeeld in de kosten, door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

De rechtbank legt op aan verdachte de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag, groot € 6.325,-- ten behoeve van [benadeelde partij 1], bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 66 dagen hechtenis.

De rechtbank bepaalt dat, indien verdachte en/of zijn mededader/mededaders heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij 1] in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte en/of zijn mededaders heeft /hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij 1] daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij [benadeelde partij 1] voor wat het meer gevorderde betreft in zijn vordering niet ontvankelijk is en dat hij zijn vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij 2], handelende onder de naam Juwelier de Gouden Kroon te Almere, van een bedrag van

€ 5.090,-- vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 februari 2009 tot de dag van de voldoening, hoofdelijk met dien verstande dat indien en voor zover zijn mededader/mededaders betaalt/betalen, verdachte in zoverre van zijn verplichting zal zijn bevrijd.

De verdachte wordt voorts veroordeeld in de kosten, door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

De rechtbank legt op aan verdachte de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag, groot € 5.090,-- ten behoeve van [benadeelde partij 2], bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 60 dagen hechtenis.

De rechtbank bepaalt dat, indien verdachte en/of zijn mededader/mededaders heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij 2] in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte en/of zijn mededaders heeft /hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij 2] daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij [benadeelde partij 2] voor wat het meer gevorderde betreft in zijn vordering niet ontvankelijk is en dat hij zijn vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Aldus gewezen door mr. M.A. Pot, voorzitter, mrs. A.W.M. van Hoof en M.A.A. ter Meer-Siebers rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. Seuters als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 oktober 2009.

Mr. M.A.A. ter Meer-Siebers voornoemd was buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.