Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2009:BK0590

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
15-10-2009
Datum publicatie
19-10-2009
Zaaknummer
07.607057-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Overval op juwelier De Gouden Kroon te Almere en overvallen op supermarkten

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnr. : 07.607057-09

Uitspraak: 15 oktober 2009

Vonnis in de zaak van:

het openbaar ministerie

tegen

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats],

thans gedetineerd in de P.I. Flevoland, Huis van Bewaring Almere Binnen.

1. Onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 14 mei 2009, 11 augustus 2009 en

1 oktober 2009. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. D. Sarian,en van hetgeen door de verdachte en de raadsman van verdachte, mr. A.H.A Beijersbergen van Henegouwen, advocaat te Zeewolde naar voren is gebracht.

2. Tenlastelegging

De verdachte is, na een nadere omschrijving tenlastelegging en een wijziging tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 05 februari 2009 in de gemeente Almere tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen, sieraden, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Juwelier de Gouden Kroon en/of [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd door geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s) met een bivakmuts en/of een panty en/of een capuchon op en/of over het hoofd en/of voor het gezicht en/althans met een zodanig bedekking van het gezicht dat herkenning niet mogelijk was, althans werd bemoeilijkt en/of voorzien van een of meer hamers althans slagvoorwerpen dat pand van die Juwelier, waarin die [slachtoffer] zich bevond, is/zijn binnengegaan en/of (vervolgens) in het bijzijn van en/of zichtbaar en/of hoorbaar voor die [slachtoffer] het glas van een of meer vitrines heeft/hebben ingeslagen en/of (aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft/hebben doen ontstaan en/of met een of meer hamers althans slagvoorwerp in de hand ten overstaan van en/of zichtbaar voor die [slachtoffer] heeft/hebben gemanipuleerd en/of één of meerdere malen met een vuurwapen in de richting van genoemde [slachtoffer] heeft/hebben geschoten waarbij genoemde [slachtoffer] door een kogel in zijn buik, althans in zijn lichaam, werd geraakt, tengevolge van welk feit die [slachtoffer], zwaar lichamelijk letsel, te weten een schotwond in de buik en/of in de zij van het lichaam, althans in het lichaam en/of een beschadiging aan de dunne darm, heeft bekomen;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 05 februari 2009 te Almere ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen, geld en/of sieraden, en/althans een of meer goederen, geheel of ten dele toebehorende aan Juwelier de Gouden Kroon en/of [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), het pand van de Juwelier de Gouden Kroon is/zijn binnengegaan en/of (vervolgens) het glas van een of meer vitrines in dat pand heeft/hebben verbroken en/of een of meer sieraden, en/althans goederen heeft/hebben gepakt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welke poging tot diefstal werd vergezeld en/of gevolgd door geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s) toen daar opzettelijk gewelddadig en/of bedreigend:

- met een bivakmuts en/of een panty en/of een capuchon op en/of over het hoofd en/of voor het gezicht en/althans met een zodanig bedekking van het gezicht dat herkenning niet mogelijk was, althans werd bemoeilijkt en/of voorzien van een of meer hamers althans slagvoorwerpen dat pand van die Juwelier, waarin die [slachtoffer] zich bevond, is/zijn binnengegaan en/of (vervolgens) in het bijzijn van en/of zichtbaar en/of hoorbaar voor die [slachtoffer] het glas van een of meer vitrines heeft/hebben ingeslagen en/of (aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft/hebben doen ontstaan en/of met een of meer hamers althans slagvoorwerp in de hand ten overstaan van en/of zichtbaar voor die [slachtoffer] heeft/hebben gemanipuleerd en/of

- één of meerdere malen met een vuurwapen in de richting van genoemde [slachtoffer] heeft/hebben geschoten waarbij genoemde [slachtoffer] door een kogel in zijn buik, althans in zijn lichaam, werd geraakt, tengevolge van welk feit die [slachtoffer], zwaar lichamelijk letsel, te weten een schotwond in de buik en/of in de zij van het lichaam, althans in het lichaam en/of een beschadiging aan de dunne darm, heeft bekomen.

2.

hij op of omstreeks 05 februari 2009 in de gemeente Almere, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, één of meer wapens van categorie III, te weten één of meer vuurwapen(s) in de vorm van een revolver en/of een pistool, en/of munitie van categorie III, in elk geval een wapen vallend onder categorie III, voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd.

3.

hij op of omstreeks 8 januari 2009 in de gemeente Alkmaar tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld, [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van geld, te weten, een geldbedrag van in totaal 3931,67 euro, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan winkelbedrijf Lidl, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

en/of

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen geld, te weten een geldbedrag van in totaal 3931,67 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan winkelbedrijf Lidl, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om de diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s)

- naar die [slachtoffer 1] is gelopen met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, in zijn hand en/of daarbij één of meermalen dreigend tegen die [slachtoffer 1] heeft geschreeuwd: "Open de kassalade" en/of (daarbij) een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, van korte afstand op het hoofd en/of elders op het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft gericht en/of gericht gehouden en/of daarbij meermalen zeer dreigend heeft geschreeuwd: "Het briefgeld, het briefgeld, waar zijn de vijftigjes, ook de vijftigjes" en/of "Ik schiet jullie neer, ik zal jullie doodschieten" en/of "Schiet op, schiet op anders schiet ik je neer" en/of

- één of meermalen met dat vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, in de zij en/of rug en/of elders op het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft geprikt en/of geduwd en of

- (vervolgens) op die [slachtoffer2] is afgelopen en een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer 2] heeft gericht en/of gericht gehouden en/of (daarbij) dreigend heeft geschreeuwd “Jij ook, jij ook je kassa openen”en/of “Schiet op, anders schiet ik je neer” en/of

- één of meermalen met dat vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, in de zij van die [slachtoffer 2] heeft geprikt en/of geduwd,

althans, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[dader 1] en/of [dader 2] en/of [dader 3] en/of één of meerdere onbekende (mede)dader(s) op of omstreeks 08 januari 2009 in de gemeente Alkmaar, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld, [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van geld, te weten, een geldbedrag van in totaal 3931,67 euro, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan winkelbedrijf Lidl, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

en/of

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen geld, te weten een geldbedrag van in totaal 3931,67 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan winkelbedrijf Lidl, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om de diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat [dader 1] en/of [dader 2] en/of [dader 3] en/of één of meerdere onbekende (mede)dader(s)

- naar die [slachtoffer 1] is gelopen met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, in zijn hand en/of daarbij één of meermalen dreigend tegen die [slachtoffer 1] heeft geschreeuwd: "Open de kassalade" en/of (daarbij) een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, van korte afstand op het hoofd en/of elders op het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft gericht en/of gericht gehouden en/of daarbij meermalen zeer dreigend heeft geschreeuwd: "Het briefgeld, het briefgeld, waar zijn de vijftigjes, ook de vijftigjes" en/of "Ik schiet jullie neer, ik zal jullie doodschieten" en/of "Schiet op, schiet op anders schiet ik je neer" en/of

- één of meermalen met dat vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, in de zij en/of rug en/of elders op het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft geprikt en/of geduwd en of

- (vervolgens) op die [slachtoffer 2] is afgelopen en ene vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer 2] heeft gericht en/of gericht gehouden en/of (daarbij) dreigend heeft geschreeuwd “Jij ook, jij ook je kassa openen”en/of “Schiet op, anders schiet ik je neer” en/of

- één of meermalen met dat vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, in de zij van die [slachtoffer 2] heeft geprikt en/of geduwd;

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 08 januari 2009 in de gemeente Almere en/of elders te Nederland, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door (toen en daar)

- informatie over voorgenoemde supermarkt te vergaren en/of te verschaffen en/of

- op één of meer (mede)dader(s) te wachten en/of

- op de uitkijk te staan.

4.

hij op of omstreeks 08 januari 2009 in de gemeente Alkmaar en/of Almere en/of elders te Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, één of meer wapens van categorie III, te weten een gasrevolver (merk Rohm), voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;.

5.

hij op of omstreeks 1 november 2008 in de gemeente IJsselstein tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld, [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot de afgifte van geld, te weten een geldbedrag van in totaal 3373,- euro en/of een kassalade, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan winkelbedrijf C1000, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

en/of

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen geld, te weten een geldbedrag van in totaal 3373,- euro en/of een kassalade, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan winkelbedrijf C1000, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om de diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s) - (ieder) een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in zijn/hun hand had(den) en/of daarbij één of meermalen dreigend (dit) (deze) vuurwapen(s), althans op een vuurwapen gelijkend(e) voorwerp(en) richtte(n) op [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of - (hierbij) dreigend de woorden toevoegde(n) "Maak open, geef mij geld" en/of "We willen geld" en/of "Geef geld, geef geld" en/of

- een tik gaf op het hoofd van die [slachtoffer 1] en/of

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in zijn hand had en/of dit richtte op het hoofd van die [slachtoffer 1] en/of

- een mededader (toen) riep "Schiet haar door de kankerkop" waarna hij wees naar [slachtoffer 1] en/of

- op het toetsenbord van de kassa en/of op de kassa heeft/hebben geslagen en/of

- riep(en) "Doe die kankerkassa open of we schieten je dood" en/of

- met een vuurwapen althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp richtend op die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], riep "Opschieten anders schieten we haar dood".

6.

hij op of omstreeks 01 november 2008 in de gemeente IJsselstein en/of elders te Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, één of meerdere wapen(s) van categorie I onder 7°, te weten één of meer op een vuurwapen gelijkend voorwerp(en), zijnde (een) voorwerp(en) dat/die voor wat betreft zijn/hun vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde(n) met (een) vuurwapen(s) en/of met (een) voor ontploffing bestemde voorwerp(en)voorhanden heeft gehad;

en/of

één of meer wapens van categorie III, te weten één of meer vuurwapen(s) in de vorm van een revolver en/of een pistool, althans een wapen vallend onder categorie III, voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

7.

hij op of omstreeks 6 januari 2009 in de gemeente Amersfoort, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld, [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van geld, te weten, een geldbedrag van in totaal 1000 euro, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Hoogvliet B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s)

- dreigend een schroevendraaier vasthield gericht naar het slachtoffer [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of

- een schroevendraaier tegen de nek van genoemde [slachtoffer 1] drukte en/of tegen genoemde [slachtoffer 1] zei 'ik ga je slaan' en/of 'ik ga je steken' en/of

- genoemde [slachtoffer 1] bij haar hals en nek vastpakte en stevig vastklemde en/of

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in zijn hand had en hiermee richtte op genoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of andere personen met de woorden toevoegend: "Geef geld, geld" en/of

- dreigend (een) mes(sen), althans een op een mes gelijkend voorwerp in zijn hand(en) vasthield(en) en dit richtte naar het slachtoffer [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in zijn hand had en richtte op het hoofd van [slachtoffer 2] en dreigend schreeuwde: "Alles in de tas, alles in de tas" en/of

- één of en meermalen dreigend tegen die [slachtoffer 1] heeft geroepen: "Ik maak je af, ik maak je af";

althans, indien het vorenstaande onder 7 niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

[dader 1] en/of [dader 2] en/of [dader 3] en/of één of meerdere onbekende (mede)dader(s) op of omstreeks 06 januari 2009 in de gemeente Amersfoort, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld, [slachtoffer 1] en/of [slachto[slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van geld, te weten, een geldbedrag van in totaal 1000 euro, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Hoogvliet B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat

[dader 1] en/of [dader 2] en/of [dader 3] en/of één of meerdere onbekende (mede)dader(s)

- dreigend een schroevendraaier vasthield gericht naar het slachtoffer [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of

- een schroevedraaier tegen de nek van genoemde [slachtoffer 1] drukte en/of tegen genoemde [slachtoffer 1] zei 'ik ga je slaan' en/of 'ik ga je steken' en/of

- genoemde [slachtoffer 1] bij haar hals en nek vastpakte en stevig vastklemde en/of

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in zijn hand had en hiermee richtte op genoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of andere personen met de woorden toevoegend: "Geef geld, geld" en/of

- dreigend (een) mes(sen), althans een op een mes gelijkend voorwerp in zijn hand(en) vasthield(en) en dit gericht naar het slachtoffer [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in zijn hand had en richtte op het hoofd van [slachtoffer 2] en dreigend schreeuwde: "Alles in de tas, alles in de tas" en/of

- één of en meermalen dreigend tegen die [slachtoffer 1] heeft geroepen: "Ik maak je af, ik maak je af";

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 06 januari 2009 in de gemeente Amersfoort en/of elders te Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door (toen en daar)

- informatie over voornoemde supermarkt te vergaren en/of te verschaffen en/of

- op één of meer (mede)dader(s) te wachten en/of

- op de uitkijk te staan;

8.

hij op of omstreeks 06 januari 2009 in de gemeente Amersfoort en/of elders te Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, één of meerdere wapen(s) van categorie I onder 7°, te weten één of meer op een vuurwapen gelijkend voorwerp(en), zijnde (een) voorwerp(en) dat/die voor wat betreft zijn/hun vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde(n) met (een) vuurwapen(s) en/of met (een) voor ontploffing bestemde voorwerp(en) voorhanden heeft gehad;

en/of

één of meer wapens van categorie III, te weten één of meer vuurwapen(s) in de vorm van een revolver en/of een pistool, althans een wapen vallend onder categorie III, voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd.

Ten gevolge van een kennelijke vergissing/verschrijving staat in de tenlastelegging van feit 7 primair en subsidiair "een schroevedraaier in de nek van genoemde [slachtoffer 1] drukte" in plaats van "een schroevendraaier tegen de nek van genoemde [slachtoffer 1] drukte". De rechtbank herstelt deze vergissing door het laatste te lezen voor het eerste. Blijkens het onderzoek ter terechtzitting wordt de verdachte daardoor in de verdediging niet geschaad.

3. De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4. De bewijsmotivering

07.607059-09

4.1. Feit 1 en 2; Overval op de Gouden Kroon te Almere

4.1.1. Vaststaande feiten

Op 5 februari 2009 wordt een gewapende overval gepleegd op de juwelier “De Gouden Kroon” te Almere. Omstreeks 17.45 uur komen vier mannen met bedekte gezichten de winkel binnen. Twee van hen beginnen direct met de hamers die zij in hun handen hebben de vitrines in de winkel kapot te slaan. [slachtoffer], die op dat moment alleen aan het werk is in de winkel van zijn broer, loopt vanuit de werkkamer de winkel in en gooit zijn werkhamer richting een van de overvallers. Hierna rent hij door de voordeur naar buiten. Hij drukt op de alarmknop en schreeuwt dat er een overval plaats vindt. Vervolgens probeert [slachtoffer] het rolluik aan de voorzijde van de juwelierszaak naar beneden te trekken met als doel om de daders van de overval in te sluiten. Het rolluik wordt tegengehouden en één van de overvallers weet onder het rolluik door weg te komen. Als deze overvaller onder het rolluik door is lukt het [slachtoffer] het rolluik tot aan de grond toe naar beneden te trekken. Terwijl [slachtoffer] het rolluik naar beneden houdt wordt hij door de ontkomen overvaller in zijn buik geschoten.

De schutter weet te vluchten. De andere drie overvallers worden door de politie op heterdaad aangehouden. Verdachte is één van hen.

[slachtoffer] wordt overgebracht naar het ziekenhuis en daar met spoed geopereerd. 40 centimeter van zijn dunne darm moet als gevolg van de schotwond worden verwijderd.

4.1.2. Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1 primair ten laste is gelegd. De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat sprake was van een voltooide diefstal nu er reeds sieraden door de verdachten in een tas waren gedaan.

De officier van justitie is van oordeel dat het met een vuurwapen schieten op [slachtoffer] door de vierde weggekomen man, ook aan verdachte kan worden toegerekend.

4.1.3. Het standpunt van de verdediging

Door de raadsman van verdachte is aangevoerd dat verschillende goederen, waaronder de foto’s die op de fotocamera stonden en de laptop, op onrechtmatige wijze in beslag zijn genomen en van het bewijs dienen te worden uitgesloten, nu deze in beslag zijn genomen bij personen welke niet werden verdacht van enig strafbaar feit.

Verdachte heeft een gedeeltelijk bekennende verklaring afgelegd. Verdachte heeft aangevoerd dat hij niet op de hoogte was van het feit dat de vierde man, de schutter, een vuurwapen bij zich had. Ze hadden de hamers als wapen en het inslaan van de vitrines met de hamers zou al afschrikwekkend genoeg zijn.

De raadsman van verdachte stelt zich op het standpunt dat het schieten niet aan verdachte kan worden toegerekend. Er was niets afgesproken over het plegen van geweld tegen de persoon in de winkel aanwezig. Voorts heeft de raadsman betoogd dat van zwaar lichamelijk letsel in de zin van artikel 82 Sr geen sprake was.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde heeft de raadsman aangevoerd dat er een wapen is gebruikt maar dat niet kan worden vastgesteld welk wapen door wie is gebruikt. Verdachte had hier ook geen rekening mee hoeven houden.

4.1.4. Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat hetgeen verdachte onder 1 primair en onder 2 ten laste is gelegd wettig en overtuigend kan worden bewezen.

De rechtbank is, anders dan de raadsman, van oordeel dat er geen reden is om te komen tot bewijsuitsluiting. Zowel de fotocamera als de laptop die volgens de raadsman op onrechtmatige wijze in beslag zijn genomen, zijn niet onder verdachte in beslag genomen, zodat reeds om die reden van bewijsuitsluiting geen sprake kan zijn. Het zijn immers niet de belangen van verdachte die bij een eventuele onrechtmatige inbeslagname zouden zijn geschonden.

Nu er reeds sieraden uit de vitrines waren weggenomen en in een tas waren gedaan is sprake van een voltooide wegnemingshandeling en daarmee een voltooide diefstal. De weggenomen sieraden zijn op dat moment in de feitelijke heerschappij van de overvallers. Dat zij de winkel niet hebben (kunnen) verlaten doet hieraan niet af. Overigens zijn ook buiten de winkel sieraden aangetroffen.

Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat ook het gebruik van het vuurwapen door de weggekomen dader aan verdachte kan worden toegerekend. De verklaring van verdachte dat hij niet op de hoogte was van het feit dat er een wapen was meegenomen en dat men aannam dat het inslaan van de vitrines met hamers een voldoende afschrikwekkend effect zou moeten hebben acht de rechtbank uiterst ongeloofwaardig. Verdachte heeft samen met zijn mededaders van te voren een plan gemaakt om de juwelierszaak te gaan overvallen. Zij hebben een rolverdeling gemaakt, waarbij één overvaller de ruiten zou inslaan, één overvaller de medewerker van de juwelierszaak vast zou houden en twee overvallers de sieraden zouden pakken uit de ingeslagen vitrines. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat het zijn taak was om de ruiten in te slaan . Verdachte heeft verklaard dat hij sieraden heeft gepakt uit de vitrines samen met medeverdachte [medeverdachte 2] .

Uit deze afgesproken rolverdeling volgt, dat was afgesproken dat de later ontkomen vierde dader de medewerker(s) van de winkel onder controle zou houden. Bij deze rol past het voorhanden hebben van een wapen.

Op 4 februari komt men al in de woning van [getuige 1] bijeen om de overval te plegen. Omdat het die dag echter al te laat was gaat het dan niet door. [getuige 1] verklaart dat het wapen op 4 februari van hand tot hand is gegaan. De verklaring van [getuige 1] dat de “pipa” er op 5 februari niet bij was zegt naar het oordeel van de rechtbank niet meer dan dat hij het wapen op 5 februari niet gezien heeft en niet dat er op 5 februari daadwerkelijk geen wapen was.

Medegedetineerde X heeft in detentie medeverdachte [medeverdachte 1] horen zeggen dat het de bedoeling was dat de juwelier onder schot zou worden gehouden. Dat verdachte zich niet van wapens distantieert, blijkt overigens ook wel uit de foto’s die zijn aangetroffen waarop te zien is hoe verdachte trots met een vuurwapen poseert.

Nu de verdachte wist dat er ten tijde van de overval een vuurwapen aanwezig was en het (eventuele) gebruik van geweld en bedreiging met geweld onderdeel was van het gezamenlijke plan heeft verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat er met het wapen op de in de winkel aanwezige medewerker(s) zou worden geschoten en dat iemand als gevolg daarvan zwaar lichamelijk letsel zou oplopen.

Anders dan door de raadsman is betoogd is de rechtbank van oordeel dat de ernst van het (levensbedreigend geweest zijnde) letsel van het slachtoffer zodanig is geweest, dat van zwaar lichamelijk letsel kan worden gesproken. De rechtbank merkt daarbij op dat artikel 82 van het Wetboek van Strafrecht niet een limitatieve opsomming geeft van wat onder zwaar lichamelijk letsel moet worden verstaan.

4.2 Feit 3 en 4; Overval op Supermarkt de Lidl te Alkmaar

4.2.1 Vaststaande feiten

Op 8 januari 2009 wordt een overval gepleegd op supermarkt de Lidl, gevestigd aan de Sakserstraat 43 te Alkmaar. Op de camerabeelden van de beveiligingscamera’s zijn tijdens de overval twee personen zichtbaar die de overval plegen. Twee winkel medewerkers worden onder bedreiging van een (zilverkleurig)vuurwapen gedwongen de kassa te openen. De overvallers vertrekken met de buit in een zilverkleurige Volkswagen Golf met kenteken [XX-XX-XX]

Op 9 januari, 5,5 uur na de overval, worden in voornoemde volkswagen vier personen aangehouden, waaronder verdachte (als passagier). Door de officier van justitie te Alkmaar wordt de aanhouding van verdachte, gelet op het tijdsverloop tussen de aanhouding en de overval, onrechtmatig geoordeeld.

In de auto wordt een zilverkleurig vuurwapen (onder de bestuurdersstoel) en kleding aangetroffen. De kleding vertoont overeenkomsten met de kleding die de overvallers ten tijde van de overval droegen. De kleding is onderzocht op DNA sporen. In een witte bandana wordt een DNA (meng) profiel aangetroffen en het DNA van verdachte matcht met dit DNA (meng) profiel.

Uit historische verkeersgegevens kan worden afgeleid dat het telefoonnummer wat bij verdachte in gebruik zou zijn op het tijdstip van de overval contact had met het GSM netwerk via antennemasten te Alkmaar.

4.2.2. Het standpunt van het Openbaar ministerie.

De officier van justitie acht hetgeen onder 3 primair en 4 ten laste is gelegd wettig en overtuigend bewezen. De officier van justitie wijst daarbij op het DNA van verdachte dat is aangetroffen op de bandana die bij de overval zou zijn gedragen. Dit DNA bewijs wordt ondersteund door het feit dat de telefoon van verdachte werd aangestraald door zendmastlocaties te Alkmaar. Ook wijst de officier van justitie op het zilverkleurige wapen dat op de beelden van de beveiligingscamera is te zien en het zilverkleurige wapen dat in de auto is aangetroffen.

4.2.3. Het standpunt van de verdediging

Verdachte heeft ontkend dat hij de overval heeft gepleegd.

Door de raadsman is vrijspraak bepleit van het onder 3 en 4 ten laste gelegde. De raadsman heeft aangevoerd dat het telefoonnummer [xx-xxxxxxxx] waarvan wordt gesteld dat het door zendmastlocaties te Alkmaar zou zijn aangestraald, niet aan verdachte is te linken. Voorts voert de raadsman aan dat niet kan worden vastgesteld dat de witte bandana door verdachte is gedragen bij de overval. Hij heeft daarbij gewezen op het vonnis van de rechtbank Alkmaar waarin wordt geconcludeerd dat een ander dan verdachte de zakdoek moet hebben gedragen bij de overval.

4.2.4. Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt dat zich in het strafdossier ten aanzien van het onder 3 en 4 ten laste gelegde de navolgende bewijsmiddelen bevinden die mogelijk duiden op verdachtes betrokkenheid.

Het DNA-profiel van verdachte matcht met het DNA mengprofiel dat is aangetroffen op de witte bandana die in de Volkswagen Golf is gevonden. De rechtbank overweegt dat zelfs als zou komen vast te staan dat de bandana die is onderzocht, de bandana is die door een van de overvallers ten tijde van de overval werd gedragen, dit nog niets zegt over de wijze waarop celmateriaal van verdachte op de bandana is gekomen, temeer nu het een mengprofiel betreft.

Er zijn historische verkeersgegevens van de mobiele telefoon met nummer [xx-xxxxxxxx], waaruit blijkt dat deze telefoon ten tijde van de overval contact had met een vaste GSM-antenne in Alkmaar. De rechtbank overweegt dat, mocht al kunnen worden vastgesteld dat het nummer ten tijde van de overval bij verdachte in gebruik was, deze gegevens geen bewijs opleveren voor de aanwezigheid van verdachte op de plaats van de overval.

Ten slotte is er nog het wapen dat is gevonden in de auto, dat gelijkenissen vertoont met het wapen waarmee verdachte op een foto is te zien. Ook het aantreffen van dit wapen kan (ook in samenhang bezien met het vorenstaande) geen bewijs opleveren voor betrokkenheid van verdachte bij de overval. Immers kan niet worden vastgesteld dat het betreffende wapen het wapen is dat bij de overval op de Lidl is gebruikt.

Het bovenstaande levert onvoldoende bewijs om te kunnen komen tot een bewezen verklaring van de onder 3 en 4 ten laste gelegde feiten en de verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.3 Feit 5 en 6; Overval op de C1000 te IJsselstein

4.3.1. Vaststaande feiten

Op 1 november 2008 wordt een overval gepleegd op de Supermarkt C1000 in winkelcentrum de Clinckhoeff te IJsselstein. Vier jongens met capuchons over hun hoofd komen de winkel binnen. Drie van hen hebben een vuurwapen in hun handen en er wordt geld van de caissière geëist. Door een caissière wordt geld uit de kassalade afgegeven en door een andere caissière wordt een gehele geldlade afgegeven.

Op 3 november 2008 wordt de geldlade bij in een aanbouw zijnde woning te IJsselstein aangetroffen. Deze geldlade bleek afkomstig van de overval. Bij de geldlade wordt tevens kleding aangetroffen.

De bij de geldlade aangetroffen kleding is op DNA sporen onderzocht. Van een zwart/lichtblauwe joggingsbroek is een DNA profiel verkregen en het DNA profiel van verdachte matcht met dit DNA profiel.

Door getuigen wordt verklaard dat een van de overvallers een crips sjaaltje droeg.

4.3.2 Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het onder 5 en 6 ten laste gelegde. Hij heeft daartoe gewezen op het DNA van verdachte dat is aangetroffen op de kleding welke is gevonden bij de weggenomen geldlade, het vuurwapen dat door de overvallers is gebruikt en overeenkomsten vertoont met het vuurwapen waarmee verdachte op een foto is te zien en het feit dat verdachte op een foto met een crips sjaal is te zien. Ook het feit dat verdachte geen verklaring geeft voor belastende omstandigheden mag in de bewijsvoering worden betrokken.

4.3.3. Het standpunt van de verdediging

Verdachte heeft ontkend betrokken te zijn geweest bij de overval op de C1000 te IJsselstein.

De raadsman is van oordeel dat verdachte van het onder 5 en 6 ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken. Hij heeft aangevoerd dat niet vaststaat dat de broek is gedragen bij de overval, laat staan dat verdachte deze broek daarbij heeft gedragen. Ook het crips sjaaltje waarmee verdachte op een foto is te zien levert geen bewijs voor de betrokkenheid van verdachte, nu dergelijke sjaaltjes overal te koop zijn.

4.3.4. Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt dat er ten aanzien van het onder 5 en 6 ten laste gelegde zich naast de aangifte de volgende bewijsmiddelen in het dossier bevinden.

Allereerst is er de zwart/lichtblauwe trainingsbroek die bij de geldlade is aangetroffen en waarop een DNA profiel is aangetroffen dat matcht met het DNA profiel van verdachte.

De rechtbank is van oordeel dat dit niet kan dienen voor het bewijs dat verdachte betrokken is geweest bij de overval, nu niet kan worden vastgesteld dat de broek bij de overval is gedragen. Op beelden van de overval is de broek niet te zien. Daarbij komt dat het DNA van verdachte ook op een andere manier op de broek kan zijn gekomen dan door de broek te dragen bij de overval.

Dan is er het wapen waarmee verdachte op een foto is te zien en dat gelijkenissen zou vertonen met een wapen dat bij de overval is gebruikt. Ook dit kan naar het oordeel van de rechtbank niet bijdragen aan het bewijs, nu niet vast staat welke wapens bij de overval zijn gebruikt en welk wapen op de foto te zien is.

Ten slotte is er de crips bandana. Een getuige verklaart dat een van de overvallers zo’n bandana droeg. Verdachte is op een foto te zien met een dergelijke bandana. Nu dergelijke bandana’s op veel plaatsen kunnen worden gekocht, kan dit (ook niet in samenhang bezien met het voorgaande) geen bewijs opleveren voor betrokkenheid van verdachte bij de overval.

Nu de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen geen omstandigheden bevatten die op zichzelf of in samenhang met de verdere inhoud van de bewijsmiddelen beschouwd redengevend moeten worden geacht voor het bewijs van verdachtes betrokkenheid bij de feiten 5 en 6, zal de rechtbank de omstandigheid dat verdachte zich op zijn zwijgrecht beroept niet voor het bewijs kunnen bezigen. Dit zou in strijd zijn met de regel dat de omstandigheid dat een verdachte weigert een verklaring af te leggen of een bepaalde vraag te beantwoorden op zichzelf, ook gelet op art. 29 van het Wetboek van Strafvordering, niet tot het bewijs kan bijdragen.

Gelet op het hiervoor overwogene zal de rechtbank verdachte vrijspreken van hetgeen hem onder 5 en 6 ten laste is gelegd.

4.4. Feit 7 en 8; Overval op supermarkt Hoogvliet te Amersfoort

4.4.1. Vaststaande feiten

Op 6 januari 2009 wordt een overval gepleegd op supermarkt Hoogvliet aan het Operaplein te Amersfoort. Rond 17.40 uur komen er drie jonge mannen met bedekte gezichten de winkel binnen. Twee van hen hebben een pistool en een van hen heeft een schroevendraaier. Ze schreeuwen dat ze geld willen en dat de kassalade’s open moeten. Als een van de caissières de kassalade niet snel genoeg open krijgt, wordt zij door een van de overvallers bij haar hals gepakt en wordt er met een scherp voorwerp tegen haar hals geduwd. Ondertussen wordt er door een andere caissière aan een overvaller geld uit een andere kassa afgegeven en hierna verdwijnen de drie overvallers uit de winkel. Er blijkt een bedrag van ongeveer 1000 euro te zijn weggenomen.

4.4.2. Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 7 primair en 8 ten laste is gelegd. De officier van justitie baseert zich daarbij op de verklaringen van getuige [getuige 2] en de verklaring van mede-verdachte [medeverdachte 2].

4.4.3. Het standpunt van de verdediging.

De raadsman van verdachte heeft vrijspraak van het ten laste gelegde bepleit. Allereerst heeft de raadsman aangevoerd dat de herkenning van verdachte door getuige [getuige 2] van het bewijs dient te worden uitgesloten nu de foto’s volgens de raadsman sturend zijn geweest. Voorts heeft de raadman twijfels geuit over de betrouwbaarheid van de verklaringen van [getuige 2] en [medeverdachte 3].

Ook over het wapen is teveel onduidelijkheid om te kunnen komen tot een veroordeling.

4.4.4. Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte een van de drie overvallers was die de Hoogvliet supermarkt te Amersfoort op 6 januari overvielen. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.

De rechtbank ziet geen reden om de fotobewijsconfrontaties uit te sluiten van het bewijs, omdat verdachte samen met ander als enige zijn gekleed in “blauwe bajes pakjes”. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat de fotoselectie aan zowel de hulpofficier als de raadsman is getoond en dat zij zich beiden konden vinden in de selectie. Vervolgens is de fotoselectie door twee testobservatoren getoetst, zodat de confrontatie geheel volgens de daarvoor geldend procedures heeft plaatsgevonden. Bovendien verklaart medeverdachte 2 dat hij samen met verdachte, die een vriend van hem is , in Amersfoort is geweest op 5 en 6 januari 2009 . De herkenning van verdachte door getuige [getuige 2] wordt dus bevestigd door een medeverdachte die verdachte goed kent. Dit bevestigt de betrouwbaarheid van de herkenning door [getuige 2].

De rechtbank hecht met name waarde aan de verklaring van getuige [getuige 2]. Zij wordt zelf niet verdacht van enig strafbaar feit en heeft er dus geen belang bij anderen te belasten om zo zichzelf te ontlasten. Getuige [getuige 2] verklaart dat zij op 5 januari rond 23.00 uur in de bus drie jongens heeft ontmoet, een Antilliaanse, een Surinaamse [X], en een Hindoestaanse jongen. Zij herkent bij een fotoconfrontatie [medeverdachte 1] als de Antilliaan, verdachte als de Hindoestaan en [medeverdachte 2] als de Surinamer uit Almere, de jongens die zij die avond in de bus tegen komt. Ze vertellen haar dat ze uit Almere komen en dat ze gaan chillen bij een vriend. Aan [X] geeft ze haar telefoonnummer. Op 6 januari 2009 wordt ze door de Antilliaan opgehaald en meegenomen naar de flat van die vriend. Ze vragen haar om een schroevendraaier, maar die geeft ze niet. Ze gaat naar huis en als ze die avond weer naar de woning komt heeft ze door dat er iets mis is. Ze merkt dat er in de badkamer geld wordt verdeeld. Haar telefoon wordt afgepakt en ze mag niet weg. Aan de politie wijst ze een woning aan de Leonorehof aan waar ze met de jongens is geweest. In deze woning blijkt [medeverdachte 3], ook wel [Y] genoemd, te verblijven.

Bovengenoemde verklaring van getuige [getuige 2] wordt bevestigd door de verklaring van [medeverdachte 2]. [medeverdachte 2] verklaart dat hij op 5 januari samen met Junni en verdachte vanaf het station Amersfoort naar het huis van [medeverdachte 3] is gegaan. In de bus komen ze een meisje tegen zo verklaart hij. [medeverdachte 3] verklaart dat op 5 en 6 januari verdachte en [medeverdachte 2] bij hem kwamen.

Zowel uit de verklaring van [medeverdachte 2] als uit de verklaring van [medeverdachte 3] volgt dat de overval door drie personen vanuit de woning van [medeverdachte 3] is gepleegd.

In de woning aanwezig waren verdachte, [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] zelf. Vervolgens dient de rechtbank de vraag te beantwoorden welke van deze drie personen de overval op de supermarkt Hoogvliet hebben gepleegd en wie van hen er in de woning is achter gebleven. [medeverdachte 2] verklaart dat hij degene was die in de woning achter bleef, terwijl [medeverdachte 3] verklaart dat hij niet bij de overval op de supermarkt Hoogvliet aanwezig was, thuis is gebleven en achter de computer zat.

De verklaring van [medeverdachte 3] acht de rechtbank geloofwaardig. Hij verklaart dat [medeverdachte 1] en verdachte hem bij een bezoek aan de supermarkt Hoogvliet op 5 januari ’s middags eerst vroegen mee te doen aan de overval en dat toen hij weigerde ze [medeverdachte 2] hebben gevraagd. Dat dit daadwerkelijk ook is gebeurd blijkt uit de verklaring van [medeverdachte 2]. Op uitnodiging van verdachte gaat hij naar Amersfoort en reist in ieder geval het laatste stuk samen met [medeverdachte 1] en verdachte naar de woning van [medeverdachte 3]. De rechtbank acht het niet aannemelijk dat [medeverdachte 2] vervolgens in het huis van een ander gaat zitten wachten terwijl die ander samen met zijn vrienden een overval gaat plegen. De verklaring van [medeverdachte 3] op dit punt is aannemelijker. De overval is gepleegd vanuit het huis waar hij verbleef. Uit MSN gesprekken blijkt dat met gebruikmaking van zijn MSN account op het moment van de overval een MSN bericht is verzonden.

De rechtbank zal de verklaring van getuige [getuige 2] met betrekking tot de herkenning van verdachte en anderen op foto’s van de overval niet bezigen voor het bewijs. Naar het oordeel van de rechtbank is herkenning van personen door middel van deze foto’s waarop weinig uiterlijke kenmerken waarneembaar zijn, niet voldoende betrouwbaar.

Op basis van het voorgaande komt de rechtbank tot de conclusie dat de drie overvallers verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zijn geweest en dat het onder 7 primair en 8 ten late gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen.

Voor wat betreft feit 8 is inderdaad niet vast te stellen of het om echte dan wel op vuurwapens gelijkende voorwerpen is gegaan, maar gezien de aangiften en getuigenverklaringen kan vastgesteld worden dat ten minste op vuurwapens gelijkende voorwerpen voorhanden zijn geweest.

5. De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1 primair,2, 7 primair en 8 ten laste is gelegd, met dien verstande dat:

1.

hij op 05 februari 2009 in de gemeente Almere tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen, sieraden, geheel of ten dele toebehorende aan Juwelier de Gouden Kroon, welke diefstal werd vergezeld en gevolgd door geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededaders de vlucht mogelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte en zijn mededaders met een zodanig bedekking van het gezicht dat herkenning niet mogelijk was en voorzien van hamers dat pand van die Juwelier, waarin die [slachtoffer] zich bevond zijn binnengegaan en (vervolgens) in het bijzijn van en zichtbaar en hoorbaar voor die [slachtoffer] het glas van vitrines hebben ingeslagen en (aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie hebben doen ontstaan en met een hamer in de hand ten overstaan van en zichtbaar voor die [slachtoffer] hebben gemanipuleerd en met een vuurwapen in de richting van genoemde [slachtoffer] hebben geschoten waarbij genoemde [slachtoffer] door een kogel in zijn buik werd geraakt, tengevolge van welk feit die [slachtoffer], zwaar lichamelijk letsel, te weten een schotwond in de buik en een beschadiging aan de dunne darm, heeft bekomen.

2.

hij op 05 februari 2009 in de gemeente Almere, tezamen en in vereniging met anderen een wapen vallend onder categorie III, voorhanden heeft gehad.

7.

hij op 6 januari 2009 in de gemeente Amersfoort, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld, [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van geld, te weten, een geldbedrag van in totaal 1000 euro, toebehorende aan Hoogvliet B.V., welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte en zijn mededaders

- dreigend een schroevendraaier vasthield gericht naar het slachtoffer [slachtoffer 1] en

- een schroevedraaier tegen de nek van genoemde [slachtoffer 1] drukte en tegen genoemde [slachtoffer 1] zei 'ik ga je slaan' en 'ik ga je steken' en

- genoemde [slachtoffer 1] bij haar hals en nek vastpakte en stevig vastklemde en

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in zijn hand had en richtte op het hoofd van [slachtoffer 2] en dreigend schreeuwde: "Alles in de tas, alles in de tas" en

- dreigend tegen die [slachtoffer 1] heeft geroepen: "Ik maak je af, ik maak je af";

8.

hij op 06 januari 2009 in de gemeente Amersfoort, tezamen en in vereniging met anderen meerdere wapens van categorie I onder 7°, te weten op een vuurwapen gelijkend voorwerpen, zijnde voorwerpen die voor wat betreft hun vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonden met vuurwapens voorhanden heeft gehad;

Van het onder 1 primair, 2, 7 primair en 8 meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

6. Kwalificatie

Het bewezene levert op:

1 primair: Diefstal door twee of meer verenigde personen vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en bij betrapping op heterdaad aan zichzelf of aan andere deelnemers aan het misdrijf de vlucht mogelijk te maken, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft, strafbaar gesteld bij de artikelen 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

2: Medeplegen van handelen in strijd met artikel 26 eerste lid van de Wet wapens en munitie, strafbaar gesteld bij artikel 55 van de Wet wapens en munitie.

7 primair: Afpersing, door twee of meer verenigde personen, strafbaar gesteld bij artikel 317 juncto artikel 312 van het Wetboek van Strafrecht.

8: Medeplegen van handelen in strijd met artikel 13 eerste lid Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd, strafbaar gesteld bij artikel 55 van de Wet wapens en munitie.

7. Strafbaarheid

De verdachte en het feit zijn strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden zijn gebleken die die strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten.

8. De strafoplegging

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd de veroordeling van verdachte ter zake het onder 1 primair, 2, 3 primair, 4, 5 primair, 6 , 7 primair, 8 ten laste gelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 jaren met aftrek van voorarrest.

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van een groot aantal feiten. Subsidiair heeft hij de rechtbank verzocht rekening te houden met het feit dat verdachte first offender is en hem een deels voorwaardelijke straf op te leggen.

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon van de verdachte. Daarbij heeft de rechtbank in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich, samen met zijn mededaders, schuldig gemaakt aan twee professioneel voorbereide overvallen. Bij deze overvallen droegen verdachte en zijn mededaders gezichtsbedekkende kleding en werden er vuurwapens (of daarop gelijkende voorwerpen) gebruikt. Bij de overval op Juwelier de Gouden Kroon is het slachtoffer in zijn buik geschoten en daarbij levensgevaarlijk gewond geraakt. Voor de slachtoffers zijn deze overvallen bijzonder traumatische ervaringen waarvan zij nog dagelijks de gevolgen ondervinden. [slachtoffer] heeft dit door middel van een schriftelijke slachtofferverklaring op de zitting naar voren gebracht. Hij is lichamelijk nog niet hersteld en hij kan zijn werk als sieraden reparateur niet uitoefenen. De bijkomende omstandigheid dat de diefstal met geweld zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad wordt door de wetgever als een strafverzwarende omstandigheid beschouwd

Verdachte heeft geen rekening gehouden met deze zeer ernstige gevolgen van zijn handelen voor de slachtoffers. Hij heeft enkel gehandeld uit winstbejag. De rechtbank rekent dat de verdachte zwaar aan. Daarbij komt dat het handelen van verdachte en zijn mededaders in de maatschappij zorgt voor gevoelens van onrust en onveiligheid.

In het voordeel van verdachte weegt dat hij nog niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld.

De rechtbank is in dit geval van oordeel dat een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf noodzakelijk is, omdat aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak miskend zouden worden.

Bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel zouden moeten voeren, acht de rechtbank niet aanwezig.

Mede omdat de rechtbank de onder 3 tot en met 6 ten laste gelegde feiten op de dagvaarding met parketnummer 07.607059-09 niet bewezen acht zal zij aan verdachte een lagere gevangenisstraf opleggen dan door de officier van justitie geëist.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank rekening gehouden met:

een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 7 september 2009;

een de verdachte betreffend voorlichtingsrapport d.d. 2 juni 2009 uitgebracht door Reclassering Nederland;

de overige stukken van het de verdachte betreffende persoonsdossier.

9. Vorderingen van de benadeelde partijen

1. [benadeelde partij 1] wonende te Arnhem, heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 9.677,-- gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 1. ten laste gelegde.

De rechtbank overweegt dat bij het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan, dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden ten gevolge van het ten laste van verdachte bewezen verklaarde feit.

De hoogte van die schade is naar het oordeel van de rechtbank genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van € 6.325,--. De naar billijkheid vast te stellen vergoeding wegens immateriële schade bedraagt niet minder dan € 3.000,--, zodat dat bedrag onder die titel kan worden toegewezen. €325,-- is toewijsbaar als vergoeding voor ziekenhuisopname. De gevorderde vergoeding wegens gederfde inkomsten is tot een bedrag van € 3000,-- genoegzaam komen vast te staan.

De vordering van de benadeelde partij, die in die vordering ontvankelijk is, is in dier voege toewijsbaar.

De vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] is naar het oordeel van de rechtbank voor wat het meer gevorderde betreft niet van zo eenvoudige aard dat deze zich leent voor behandeling in het strafgeding. De rechtbank zal derhalve bepalen dat de benadeelde partij voor dat deel niet-ontvankelijk is en dat de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

De verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk.

De rechtbank zal voorts aan de verdachte op de voet van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van bovengenoemde geldsom van € 6.325,-- ten behoeve van [benadeelde partij 1].

2. [benadeelde partij 2], handelende onder de naam Juwelier de Gouden Kroon te Almere, heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 20.295,82 gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 1. ten laste gelegde.

De rechtbank overweegt dat bij het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan, dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden ten gevolge van het ten laste van verdachte bewezen verklaarde feit.

De hoogte van die schade is naar het oordeel van de rechtbank genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van € 5.090,--. Bestaande uit een bedrag van € 2.800,-- voor de schade aan plafond en interieur winkel ( € 532,-- aan BTW kan worden teruggevraagd) en € 290,-- aan schoonmaakkosten. De gevorderde vergoeding wegens gederfde inkomsten is tot een bedrag van € 2.000,-- genoegzaam komen vast te staan.

De vordering van de benadeelde partij, die in die vordering ontvankelijk is, is in dier voege toewijsbaar.

De vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] is naar het oordeel van de rechtbank voor wat het meer gevorderde betreft niet van zo eenvoudige aard dat deze zich leent voor behandeling in het strafgeding. De rechtbank zal derhalve bepalen dat de benadeelde partij voor dat deel niet-ontvankelijk is en dat de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

De verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk.

De rechtbank zal voorts aan de verdachte op de voet van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van bovengenoemde geldsom van € 5.090,-- ten behoeve van [benadeelde partij 2].

3. Hoogvliet B.V. te Amersfoort, heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 1.637,95 gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 7. ten laste gelegde.

De rechtbank overweegt dat bij het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan, dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden ten gevolge van het ten laste van verdachte bewezen verklaarde feit.

De hoogte van die schade is naar het oordeel van de rechtbank genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van € 1.000,--.

De vordering van de benadeelde partij, die in die vordering ontvankelijk is, is in dier voege toewijsbaar.

De vordering van de benadeelde partij Hoogvliet B.V. is naar het oordeel van de rechtbank voor wat het meer gevorderde betreft niet van zo eenvoudige aard dat deze zich leent voor behandeling in het strafgeding. De uitdraai van het geldkantoor is voor de rechtbank niet duidelijk. De rechtbank zal derhalve bepalen dat de benadeelde partij voor dat deel niet-ontvankelijk is en dat de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

De verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk.

De rechtbank zal voorts aan de verdachte op de voet van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van bovengenoemde geldsom van € 1.000,-- ten behoeve van Hoogvliet. B.V.

10. Wettelijke voorschriften

De oplegging van de straf of maatregel is, naast de reeds aangehaalde artikelen, gegrond op de artikelen 10, 27, 36f, 47, 57 en 91 van het Wetboek van Strafrecht.

11. Beslissing

Het onder 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde is niet bewezen en verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

Het onder 1 primair, 2, 7 primair en 8 ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert de strafbare feiten op, zoals hiervoor vermeld. De verdachte is deswege strafbaar.

Het onder 1 primair, 2, 7 primair en 8 op meer of anders ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren.

De tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, zal bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering worden gebracht.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [[benadeelde partij 1], wonende te Arnhem, van een bedrag van € 6.325,-- vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 februari 2009 tot de dag van de voldoening, hoofdelijk met dien verstande dat indien en voor zover zijn mededader/mededaders betaalt/betalen, verdachte in zoverre van zijn verplichting zal zijn bevrijd.

De verdachte wordt voorts veroordeeld in de kosten, door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

De rechtbank legt op aan verdachte de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag, groot € 6.325,-- ten behoeve van [benadeelde partij 1], bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 66 dagen hechtenis.

De rechtbank bepaalt dat, indien verdachte en/of zijn mededader/mededaders heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [[benadeelde partij 1] in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte en/of zijn mededaders heeft /hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [[benadeelde partij 1] daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij [benadeelde partij 1] voor wat het meer gevorderde betreft in zijn vordering niet ontvankelijk is en dat hij zijn vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij 2], handelende onder de naam Juwelier de Gouden Kroon te Almere, van een bedrag van € 5.090,-- vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 februari 2009 tot de dag van de voldoening, hoofdelijk met dien verstande dat indien en voor zover zijn mededader/mededaders betaalt/betalen, verdachte in zoverre van zijn verplichting zal zijn bevrijd.

De verdachte wordt voorts veroordeeld in de kosten, door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

De rechtbank legt op aan verdachte de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag, groot € 5.090,-- ten behoeve van [benadeelde pa[slachtoffer], bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 60 dagen hechtenis.

De rechtbank bepaalt dat, indien verdachte en/of zijn mededader/mededaders heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde pa[slachtoffer] in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte en/of zijn mededaders heeft /hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij 2] daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij [benadeelde partij 2] voor wat het meer gevorderde betreft in zijn vordering niet ontvankelijk is en dat hij zijn vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij Hoogvliet B.V te Amersfoort, van een bedrag van € 1.000,-- vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 januari 2009 tot de dag van de voldoening, hoofdelijk met dien verstande dat indien en voor zover zijn mededader/mededaders betaalt/betalen, verdachte in zoverre van zijn verplichting zal zijn bevrijd.

De verdachte wordt voorts veroordeeld in de kosten, door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

De rechtbank legt op aan verdachte de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag, groot € 1.000,-- ten behoeve van Hoogvliet B.V., bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 20 dagen hechtenis.

De rechtbank bepaalt dat, indien verdachte en/of zijn mededader/mededaders heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de benadeelde partij Hoogvliet B.V. in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte en/of zijn mededaders heeft /hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij Hoogvliet B.V. daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij Hoogvliet B.V. voor wat het meer gevorderde betreft in haar vordering niet ontvankelijk is en dat zij haar vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Aldus gewezen door mr. M.A. Pot, voorzitter, mrs. A.W.M. van Hoof en M.A.A. ter Meer-Siebers, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. Seuters als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 oktober 2009.

Mr. M.A.A. ter Meer-Siebers voornoemd was buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.