Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2009:BK0263

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
06-10-2009
Datum publicatie
15-10-2009
Zaaknummer
07/480236-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

gekwalificeerde diefstal, opzet op inklimming, aanhouding buiten heterdaad, onrechtmatige aanhouding

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnr. : 07.480236-09 en 07.480838-08 VTVV

Uitspraak: 6 oktober 2009

Vonnis in de zaak van:

het openbaar ministerie

tegen

(verdachte),

geboren op (geboortejaar),

thans verblijvende in (verblijfplaats)

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 23 september 2009. De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. J.A.M. Kwakman, advocaat te Deventer.

De officier van justitie, mr. G.C. Pol, heeft ter terechtzitting gevorderd de veroordeling van verdachte ter zake van het onder 1, 2, 3, 5 en 6 ten laste gelegde, rekening houdend met 2 ad informandum gevoegde feiten, tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden. Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde feit heeft de officier van justitie zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van de vordering tenuitvoerlegging in de zaak met parketnummer 07.480838-08 VTVV heeft de officier van justitie gevorderd dat de proeftijd met één jaar zal worden verlengd.

TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

(volgt tenlastelegging)

1.

hij op of omstreeks 27 maart 2009 te Olst, gemeente Olst-Wijhe, tezamen en in vereninging met anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit meerdere, althans één gebouw(en) en/of pand(en) van Stichting (naam) (waaronder (naam 2 )) heeft weggenomen meerdere, althans één geldbedrag(en) (van in ieder geval 25 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Stichting (naam), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel;

2.

hij op één of meer tijdstippen op of omstreeks 25 april 2009 te Olst, gemeente Olst-Wijhe, tezamen en in vereniging met anderen, althans alleen, meermalen, althans éénmaal met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een gebouw/pand (aan de adres) van Stichting (naam) heeft weggenomen meerdere, althans één sleutel(s) en/of geldbedrag(en) (ongeveer 130 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Stichting (naam), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming en/of een valse sleutel;

(dossier 09502765)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

3.

hij in of omstreeks de periode van 25 april 2009 tot en met 26 april 2009 te Wilsum, althans in de gemeente Kampen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fiets (merk BMX), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan (naam 3 ), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

art 310 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 07 juni 2009 te Olst, gemeente Olst-Wijhe, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (uit gebouw (naam 4) van Stichting (naam)) een of meer sleutel(s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Stichting (naam ), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

art 310 Wetboek van Strafrecht

5.

hij op één of meer tijdstippen op of omstreeks 07 juni 2009 te Olst, gemeente Olst-Wijhe, meermalen, althans éénmaal met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit meerdere, althans een gebouw(en) en/of werkplaats(en) van Stichting (naam ) (waaronder de kaarsenmakerij en/of de houtwerkplaats) en/of uit meerdere, althans één kluisje(s) (een grijze en/of een oranje en/of een zwarte) (onder meer) heeft weggenomen meerdere, althans één sleutel(s) en/of sleutelbos(sen) en/of meerdere, althans een geldbedrag(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Stichting (naam), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen

goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming en/of een valse sleutel;

(dossiernummer 2009016149)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

6.

hij op of omstreeks 23 juni 2009 te Olst, gemeente Olst-Wijhe, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een gebouw (genoemd (naam 4)) heeft weggenomen een sleutel, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Stichting (naam), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn

mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

(dossiernummer 2009022574)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

GELDIGHEID VAN DE DAGVAARDING

Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde:

De raadsvrouw heeft betoogd dat de dagvaarding ten aanzien van feit 4 nietig dient te worden verklaard. Daartoe heeft de raadsvrouw aangevoerd dat nergens in de aangifte van de Stichting (naam) over diefstal uit het gebouw ‘(naam 4)’ wordt gesproken. Gelet hierop is niet duidelijk waarop het onder 4 ten laste gelegde feit betrekking heeft en kan de verdediging zich daartegen niet naar behoren verweren.

De rechtbank volgt dit betoog. Nu de dagvaarding ten aanzien van feit 4 derhalve niet voldoet aan de vereisten van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering dient deze nietig te worden verklaard.

BEWIJS

Ten aanzien van het onder 2 genoemde feit heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het hem ten laste gelegde. De raadsvrouw heeft hiertoe aangevoerd dat niet duidelijk is waar het geld zou zijn gestolen.

De rechtbank volgt dit verweer niet. Naar het oordeel van de rechtbank kan uit de voorhanden zijnde bewijsmiddelen, met name de verklaring van verdachte zelf (dossierpagina’s 39 en 40), worden afgeleid dat het geldbedrag van € 130,- is gestolen uit het dorpshuis gelegen aan de (adres).

De raadsvrouw van verdachte heeft zich met betrekking tot het onder 5 ten laste gelegde feit op het standpunt gesteld dat ten aanzien van de weggenomen sleutels geen sprake is van gekwalificeerde diefstal. Hiertoe heeft de raadsvrouw aangevoerd dat verdachte het gebouw is ingeklommen om te schuilen voor de regen en pas hierna, toen hij al in het gebouw was, het plan heeft opgevat om de sleutels te stelen.

De rechtbank verwerpt ook dit verweer. De rechtbank overweegt hiertoe dat voor een bewezenverklaring van de kwalificerende gedraging (de inklimming) niet vereist is dat het opzet reeds op voorhand hierop was gericht.

De raadsvrouw heeft verder aangevoerd dat verdachte van het onder 6 ten laste gelegde feit dient te worden vrijgesproken. Hiertoe heeft de raadsvrouw aangevoerd dat van het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening geen sprake is omdat de sleutel door de vorige bewoners in het pand is achtergelaten en daarom aan niemand toebehoort.

De rechtbank verwerpt dit verweer. Naar het oordeel van de rechtbank is niet gebleken dat het eigendomsrecht van de sleutel kennelijk is prijsgegeven. Nu de sleutel in een gebouw is aangetroffen en dit gebouw een eigenaar heeft, kan de sleutel geenszins als een res nullius worden aangemerkt.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte 1, 2, 3, 5 en 6 ten laste is gelegd, met dien verstande dat:

1.

hij op 27 maart 2009 te Olst, gemeente Olst-Wijhe, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit één gebouw van Stichting (naam) ((naam 2 )) heeft weggenomen één geldbedrag van in ieder geval 25 euro toebehorende aan Stichting (naam), waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;

2.

hij op meer tijdstippen op 25 april 2009 te Olst, gemeente Olst-Wijhe, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een gebouw (aan de adres), van Stichting (naam) heeft weggenomen één geldbedrag (ongeveer 130 euro), toebehorende aan Stichting (naam), waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van inklimming of een valse sleutel;

3.

hij in of omstreeks de periode van 25 april 2009 tot en met 26 april 2009 te Wilsum, althans in de gemeente Kampen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fiets (merk BMX), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan (naam 3 ), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

5.

hij op meer tijdstippen op 7 juni 2009 te Olst, gemeente Olst-Wijhe, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit meerdere gebouwen of werkplaatsen van Stichting (naam ) (waaronder de kaarsenmakerij en de houtwerkplaats) en/of meerdere kluisjes (een grijze en een oranje en een zwarte) heeft weggenomen meerdere sleutelbossen en meerdere geldbedragen, toebehorende aan Stichting (naam), waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van inklimming of een valse sleutel;

6.

hij op 23 juni 2009 te Olst, gemeente Olst-Wijhe, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een gebouw (genoemd (naam 4)) heeft weggenomen een sleutel, toebehorende aan een ander dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van inklimming;

Van het 1, 2, 3, 5 en 6 meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

STRAFBAARHEID

Het bewezene levert op:

1.

Diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van valse sleutels

en

Diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels,

strafbaar gesteld bij artikel 310 juncto 311 van het Wetboek van Strafrecht.

2.

Diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming

en

Diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels,

strafbaar gesteld bij artikel 310 juncto 311 van het Wetboek van Strafrecht.

3.

Diefstal,

strafbaar gesteld bij artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht.

5.

Diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming en valse sleutels

en

Diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels,

strafbaar gesteld bij artikel 310 juncto 311 van het Wetboek van Strafrecht.

6.

Diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming

strafbaar gesteld bij artikel 310 juncto 311 van het Wetboek van Strafrecht.

De verdachte is deswege strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden gebleken zijn die die strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten.

OPLEGGING VAN STRAF OF MAATREGEL

Met betrekking tot het door de raadsvrouw van verdachte gevoerde verweer dat verdachte voor strafvermindering in aanmerking komt omdat de aanhouding van verdachte naar aanleiding van feit 3 onrechtmatig was, aangezien er sprake was van een aanhouding buiten heterdaad, terwijl geen toestemming is gevraagd aan de officier van justitie, overweegt de rechtbank dat zij volstaat met de vaststelling dat de aanhouding inderdaad onrechtmatig heeft plaatsgevonden. De rechtbank ziet echter geen aanleiding om deze onrechtmatigheid in de straf te verdisconteren.

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de na te noemen beslissing passend.

De rechtbank is in dit geval van oordeel dat een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf noodzakelijk is, omdat aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, gelet ook op het strafrechtelijk verleden van de verdachte, door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak miskend zouden worden. Bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel zouden moeten voeren, acht de rechtbank niet aanwezig.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank rekening gehouden met:

een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 28 augustus 2009;

een de verdachte betreffend Pro Justitia rapport van dr. I.A. Bok, GZ psycholoog, d.d. 14 september 2009, waarvan de rechtbank de daarin vervatte conclusie betreffende de verminderde toerekeningsvatbaarheid van de verdachte op de daarvoor in dat rapport bijeengebrachte gronden overneemt;

een de verdachte betreffend adviesrapport d.d. 25 juni 2009 uitgebracht door Reclassering Nederland;

een de verdachte betreffend vroeghulp interventierapport uitgebracht door Reclassering Nederland d.d. 29 april 2009.

De oplegging van straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 10, 27 en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

Vordering tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling

Gelet op het voorgaande en op het bepaalde in artikel 14g van het Wetboek van Strafrecht acht de rechtbank termen aanwezig alsnog de tenuitvoerlegging te gelasten van de bij vonnis d.d. 27 oktober 2008 van de politierechter in het arrondissement Zwolle-Lelystad opgelegde voorwaardelijke werkstraf.

BESLISSING

Ten aanzien van de tenlastelegging

Verklaart de dagvaarding ten aanzien van feit 4 nietig.

Het 1, 2, 3, 5 en 6 ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert de strafbare feiten op, zoals hiervoor vermeld. De verdachte is deswege strafbaar.

Het 1, 2, 3, 5 en 6 meer of anders ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden.

De tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, zal bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering worden gebracht.

Ten aanzien van de vordering tenuitvoerlegging

De rechtbank wijst de vordering toe.

De rechtbank gelast de tenuitvoerlegging van de in de zaak met parketnummer 07.480838-08 bij vonnis d.d. 27 oktober 2008 van de politierechter in het arrondissement Zwolle-Lelystad voorwaardelijk aan verdachte opgelegde straf, te weten een werkstraf voor de duur van 10 uren te voltooien binnen 1 jaar na het onherroepelijk worden van dit vonnis.

De rechtbank beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 5 dagen hechtenis, althans een aantal dagen hechtenis dat evenredig is aan het niet verrichte aantal uren taakstraf.

Aldus gewezen door mr. A.J. Louter, voorzitter, mrs. C.A.M. Heeregrave en mr. H.H.J. Harmeijer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.R. Lageveen als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 oktober 2009.

Mr. H.H.J. Harmeijer voornoemd was buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.