Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2009:BJ8981

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
29-09-2009
Datum publicatie
30-09-2009
Zaaknummer
07/400072-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

seks / ontucht bij gebrekkige ontwikkeling of stoornis - aard van gebrekkige ontwikkeling of stoornis - mogelijkheid om wil ten aanzien van sexuele handelingen zelf te bepalen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnr. : 07.400072-09

Uitspraak: 29 september 2009

Vonnis in de zaak van:

het openbaar ministerie

tegen

(verdachte),

geboren op (geboortejaar),

wonende te (adres).

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 15 september 2009. De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. W.P. Maris, advocaat te Zwolle.

De officier van justitie, mr. C.C.S. Bordenga-Koppes, heeft ter terechtzitting gevorderd de veroordeling van verdachte ter zake van het onder 1 en 2 ten laste gelegde tot een gevangenisstraf van 36 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en de bijzondere voorwaarde dat verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen en voorschriften van de reclassering.

Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de vordering van de benadeelde partij

(slachtoffer) gehele wordt toegewezen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 24 februari 2007 tot en met 10 november 2008 in de gemeente(n) Kampen en/of Zwolle, althans in het arrondissement Zwolle/Lelystad, met (slachtoffer) (geboren 23 februari 1991), van wie hij, verdachte, wist dat die (slachtoffer) in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde, dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn/haar geestvermogens leed dat die (slachtoffer) niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, (telkens) een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die (slachtoffer), hebbende verdachte één of meermalen zijn penis in de vagina en/of de mond van die (slachtoffer) gebracht en/of geduwd;

art 243 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 24 februari 2005 tot en met 10 november 2008 in de gemeente(n) Kampen en/of Zwolle, althans in het arrondissement Zwolle/Lelystad, met (slachtoffer), van wie hij, verdachte, wist dat die (slachtoffer) in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht

verkeerde, dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn/haar geestvermogens leed dat die (slachtoffer) niet of onvolkomen in staat was zijn/haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, (telkens) een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit het zoenen op/tegen de mond en/of (vervolgens) het duwen en/of brengen van zijn, verdachtes, tong in de mond van die (slachtoffer);

art 247 Wetboek van Strafrecht

BEWIJS

De raadsman van verdachte heeft, kort en zakelijk weergegeven, aangevoerd dat aangeefster uitstekend in staat was haar wil ten aanzien van de gepleegde seksuele handelingen te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden. Op grond hiervan heeft de raadsman vrijspraak van het onder 1 en 2 ten laste gelegde bepleit.

De rechtbank overweegt hieromtrent het volgende.

In het onderhavige dossier bevindt zich een Psychiatrisch Anamnese betreffende aangeefster opgemaakt door (naam), orthopedagoog. Daarin staat beschreven dat aangeefster enigszins achterloopt in haar ontwikkeling.

In de delictsomschrijving van de artikelen 243 en 247 van het Wetboek van Strafrecht gaat het echter niet om een gebrekkige ontwikkeling of stoornis van de geestvermogens in het algemeen, maar om de vraag of het ‘slachtoffer’ door een gebrekkige ontwikkeling en/of stoornis niet of onvoldoende haar wil omtrent seksuele handelingen ten aanzien van haar persoon kan bepalen.

De rechtbank is van oordeel dat in de onderhavige zaak niet is komen vast te staan dat aangeefster niet of onvoldoende haar wil kon bepalen omtrent seksuele handelingen ten aanzien van haar persoon.

Derhalve dient verdachte van het onder 1 en 2 ten laste gelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht.

Benadeelde partij

De verdachte zal van de aan de vordering van de benadeelde partij (slachtoffer) ten grondslag liggende feiten worden vrijgesproken en derhalve zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij (slachtoffer) in haar vordering niet-ontvankelijk is.

BESLISSING

Het onder 1 en 2 ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

Het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis wordt opgeheven.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij (slachtoffer) in haar vordering niet ontvankelijk is.

Aldus gewezen door mr. F. Koster, voorzitter, mrs. C.A.M. Heeregrave en

G.E.A. Neppelenbroek, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. Nijhuis als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 september 2009.

Mr. Neppelenbroek voornoemd was buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.