Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2009:BJ8953

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
13-08-2009
Datum publicatie
30-09-2009
Zaaknummer
07/630215-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Witwassen, voorhanden hebben hennep, bewijs, gemotiveerde vrijspraak, valsheid in geschrift.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnr. : 07.630215-08

Uitspraak: 13 augustus 2009

Vonnis in de zaak van:

het openbaar ministerie

tegen

(verdachte),

geboren op (geboortejaar),

wonende te (adres).

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 30 juli 2009. De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. K. Kok, advocaat te Zwolle.

De officier van justitie, mr. G. van der Wulp, heeft ter terechtzitting gevorderd de veroordeling van verdachte terzake het onder 1 primair, 2, 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde tot

een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. De officier van justitie heeft verder gevorderd dat het inbeslaggenomen Cartier horloge verbeurd wordt verklaard.

TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

(volgt tenlastelegging)

GELDIGHEID VAN DE DAGVAARDING

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde:

De raadsman heeft betoogd dat de dagvaarding ten aanzien van feit 2 nietig dient te worden verklaard. Daartoe heeft de raadsman aangevoerd dat de tenlastelegging onvoldoende feitelijk is en dat de verdachte, nu hem niet duidelijk is waarvan hij wordt verdacht, zich daartegen niet naar behoren kan verweren.

De rechtbank volgt dit betoog. Naar het oordeel van de rechtbank is de opgave van het onder 2 ten laste gelegde feit onvoldoende feitelijk. Nu de dagvaarding ten aanzien van feit 2 derhalve niet voldoet aan de vereisten van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering dient deze nietig te worden verklaard.

BEWIJS

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde:

Ter terechtzitting heeft de raadsman van verdachte betoogd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 1 ten laste gelegde omdat nagenoeg het gehele verschil in de kasopstelling is verklaard en niet is komen vast te staan dat het geld of het voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf.

De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt.

De rechtbank stelt vast dat het onderzoek in de onderhavige zaak geen direct bewijs heeft opgeleverd van het van enig misdrijf afkomstig zijn van de onder 1 genoemde geldbedragen en/of personenauto’s.

Onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 28 september 2004, LJN AP2124 overweegt de rechtbank dat uit de bewijsmiddelen echter niet behoeft te kunnen worden afgeleid dat het desbetreffende voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Dit betekent dus dat uit de bewijsmiddelen niet behoeft te kunnen worden afgeleid door wie, wanneer en waar dit misdrijf concreet is begaan. Voldoende is dat het ‘niet anders kan zijn dan dat‘ het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is.

Naar het oordeel van de rechtbank is hier in het onderhavige geval echter geen sprake van omdat niet met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat de geldbedragen en personenauto’s een legale herkomt hebben. Een criminele herkomst kan niet als enige aanvaardbare verklaring gelden. De rechtbank heeft in dit verband mede gelet op de door de broer van verdachte (naam) bij brief van 16 juli 2009 gegeven verklaring met betrekking tot de herkomst van het geld en hetgeen ter terechtzitting is verklaard.

Gelet op het voorgaande is naar het oordeel van de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 primair en subsidiair is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken. De rechtbank volgt het verweer.

Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde:

Ter terechtzitting heeft de raadsman van verdachte betoogd dat verdachte eveneens dient te worden vrijgesproken van het onder 3 ten laste gelegde voor wat betreft de in de personenauto en in het bedrijfspand aan de (adres) aangetroffen hennep.

De rechtbank verwerpt het verweer voor wat betreft de in het bedrijfspand aan de (adres) gevonden hennep. Hiertoe overweegt de rechtbank dat verdachte ten tijde van het aantreffen van de hennep in het bedrijfspand aanwezig was en dat uit dactyloscopisch onderzoek is gebleken dat de vingerafdrukken van verdachte zijn aangetroffen op de ‘sealed bag’ waarin de hennep was verpakt. De verklaring die verdachte hiervoor heeft gegeven, namelijk dat het logisch is dat de vingerafdrukken van verdachte op de sealbag zijn aangetroffen omdat verdachte medewerker was van de enige growshop in Zwolle en deze growshop de betreffende sealbags regelmatig verkocht aan derden, acht de rechbank niet aannemelijk.

De rechtbank volgt het verweer van de raadsman voor wat betreft de in de personenauto gevonden hennep en acht derhalve niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte betrokken is geweest bij de hennep die is aangetroffen in personenauto. De rechtbank spreekt de verdachte van dit deel van het onder 3 ten laste gelegde vrij.

Ten aanzien van het onder 4 en 5 ten laste gelegde:

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte geen opzet had op het valselijk opmaken van de werkgeversverklaring. Dit verweer wordt verworpen. De rechtbank overweegt hiertoe dat uit de bewijsmiddelen is gebleken dat verdachte het salaris van

€ 1875,31 slechts één maal, te weten in de maand januari 2007, heeft ontvangen en dat verdachte in de maanden hiervoor en hierna een ruimschoots lager salaris heeft ontvangen.

De stelling van de raadsman van verdachte dat de werkgeversverklaring is opgesteld begin februari 2007 en dat men er toen nog vanuit ging dat het maandsalaris van januari 2007 voor het hele jaar zou gelden leidt niet tot een ander oordeel.

Verdachte had naar het oordeel van de rechtbank inzicht moeten hebben in het door hem verdiende salaris in de maanden voor en na januari 2007. Nu verdachte desondanks de werkgeversverklaring heeft laten opstellen op basis van het éénmalig hoge salaris over de maand januari 2007, heeft verdachte de aanmerkelijke kans op de valsheid van de werkgeversverklaring bewust aanvaard.

Het formulier loonafrekening is naar het oordeel van de rechtbank niet valselijk opgemaakt omdat uit de dossierstukken blijkt dat er in de maand januari 2007 daadwerkelijk € 1.875,31 op de rekening van verdachte is overgemaakt, hetgeen overeenkomt met het op de loonafrekening vermelde bedrag. De rechtbank acht daarom niet bewezen dat verdachte het formulier loonafrekening valselijk heeft opgemaakt. De rechtbank spreekt verdachte van dit deel van de tenlastelegging vrij.

Nu verdachte ter verkrijging van een hypothecaire lening de valselijk opgemaakte werkgeversverklaring en het loonafschrift over de maand januari 2007 aan de bankmedewerker heeft overgelegd heeft hij zich aldus schuldig gemaakt aan oplichting zoals is ten laste gelegd.

Ten aanzien van het onder 6 ten laste gelegde:

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat in het dossier een proces-verbaal ontbreekt waarin wordt vastgesteld dat het in de woning van verdachte aangetroffen voorwerp een busje CS-gas betreft.

De rechtbank volgt dit betoog en spreekt de verdachte daarom van het onder 6 ten laste gelegde feit vrij.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 3, 4 en 5 ten laste is gelegd, met dien verstande dat:

3.

hij in de periode van 3 september 2008 tot en met 9 oktober 2008 in de gemeente Zwolle respectievelijk (a) in een schuur nabij een woning, gelegen aan de (adres) en (c) in een woning gelegen aan de (adres) en (d) in een bedrijfspand gelegen aan de (adres) tezamen en in vereniging met anderen, althans alleen, opzettelijk

aanwezig heeft gehad ongeveer respectievelijk 1.4 kilogram en 1 kilogram en 1.17 kilogram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.

4.

hij in de periode van 1 februari 2007 tot en met 9 februari 2007 in de gemeente Zwolle tezamen en in vereniging met anderen een formulier model-werkgeversverklaring zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen valselijk heeft opgemaakt, immers hebben verdachte en één of meer van zijn mededaders valselijk op 6 februari 2007 een formulier model-werkgeversverklaring opgesteld of ingevuld op naam van werknemer (verdachte) (geboortejaar) en daarbij ingevuld als aanvangstermijn indiensttreding 1 oktober 2005 en daarbij ingevuld als bruto jaarsalaris 32.400,- euro en als vaste 13e maand 2.700,- euro en vervolgens voornoemd formulier hebben ondertekend met een handtekening van (naam) (werkgever) zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken gebruiken;

5.

hij in de periode van 29 januari 2007 tot en met 9 februari 2007 in de gemeente Zwolle, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van listige

kunstgrepen een medewerker van SNS-bank heeft bewogen tot de verstrekking van een hypothecaire geldlening (236.000,- euro), hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - listiglijk en in strijd met de waarheid:

- een ingevuld formulier werkgeversverklaring (gedateerd 6 februari 2007) met daarop ingevuld als loon een bruto-jaarsalaris van 32.400,- euro en als vakantietoeslag een bedrag van 2.592,- euro en als vaste 13e maand een bedrag van 2.700,- euro en daarop ingevuld dat hij, verdachte sinds 1 oktober 2005 in vaste loondienst zou zijn bij werkgever (naam) (De Groene Tulp, gevestigd (adres) te Zwolle) en daarbij voornoemd formulier heeft voorzien van een handtekening van (naam) en vervolgens

- een samengesteld formulier loonafrekening Postbank (periode 1 januari 2007 - 18 januari 2007) op naam van werknemer (verdachte) (geboortejaar) met daarop aangegeven als datum indiensttreding de datum 1 oktober 2005 en daarop ingevuld als maandsalaris 2.700 euro en daarop ingevuld als werkgever (naam) (gevestigd (adres te Zwolle) overhandigd aan een medewerker van SNS-bank, waardoor een medewerker van SNS-bank werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

Van het onder 3, 4 en 5 meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

STRAFBAARHEID

Het bewezene levert op:

3.

(a en d)

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod,

strafbaar gesteld bij de artikel 11, tweede lid, van de Opiumwet en

(c)

Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod,

strafbaar gesteld bij de artikel 11, tweede lid, van de Opiumwet.

4.

Medeplegen van valsheid in geschrift,

strafbaar gesteld bij artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.

5.

Oplichting,

strafbaar gesteld bij artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht.

De verdachte is deswege strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden gebleken zijn die die strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten.

OPLEGGING VAN STRAF OF MAATREGEL

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de na te noemen beslissing passend.

De rechtbank zal de teruggave aan verdachte gelasten van het aan verdachte toebehorende Cartier horloge op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen vermelde voorwerp, aangezien dit niet vatbaar is voor verbeurdverklaring dan wel onttrekking aan het verkeer.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank rekening gehouden met:

een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 28 januari 2009;

De oplegging van straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47 en 91 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Verklaart de dagvaarding ten aanzien feit 2 nietig.

Het onder 1 primair, 1 subsidiair en 6 ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

Het 3, 4 en 5 ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert de strafbare feiten op, zoals hiervoor vermeld. De verdachte is deswege strafbaar.

Het 3, 4 en 5 meer of anders ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden.

De gevangenisstraf zal niet worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 jaar aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

De rechtbank legt aan verdachte op een taakstraf, te weten de werkstraf het verrichten van onbetaalde arbeid gedurende 200 uren.

De rechtbank beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 100 dagen hechtenis, althans een aantal dagen vervangende hechtenis dat evenredig is aan het niet verrichte aantal uren taakstraf.

De tijd, door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, zal bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde taakstraf in mindering worden gebracht, berekend naar de maatstaf van 2 uren taakstraf per dag.

De rechtbank gelast de teruggave van de op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen vermelde horloge Cartier aan verdachte.

Aldus gewezen door mr. A.J. Louter, voorzitter, mrs. G.P. Nieuwenhuis en G.E.A. Neppelenbroek, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.R. Lageveen als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 augustus 2009.

Mr. G.E.A. Neppelenbroek, voornoemd was buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.