Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2009:BJ6543

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
24-08-2009
Datum publicatie
01-09-2009
Zaaknummer
Awb 08/1116
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Beroep tegen aanslag verontreinigingsheffing ongegrond verklaard. Vanuit de woning van eiser wordt afvalwater getransporteerd naar de IBA, welke in beheer is bij het waterschap. Daarmee is aan de voorwaarden voor het opleggen van de aanslag voldaan. Afspraken met de gemeente of toezeggingen door een gemeenteambtenaar kunnen daar niet aan af doen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Belastingblad 2009/1296 met annotatie van Redactie
FutD 2009-1883
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector Bestuursrecht, Meervoudige Belastingkamer

Registratienummer: Awb 08/1116

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) juncto artikel 26 Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) in het geding tussen

Eiser te woonplaats,

gemachtigde: H. Evers

en

de heffingsambtenaar van het Gemeenschappelijke Belastingkantoor Oost Nederland (Lococensus),

verweerder.

en

het dagelijks bestuur van het waterschap Velt en Vecht, belanghebbende.

1. Ontstaan en loop van het geding

Met dagtekening 12 januari 2008 heeft verweerder eiser een aanslag verontreinigingsheffing voor het belastingjaar 2008 ten bedrage van € 194,76 opgelegd.

Bij brief van 1 februari 2008 heeft eiser bezwaar gemaakt tegen deze aanslag.

Bij uitspraak op bezwaar van 30 juni 2008 heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard. Eiser heeft hiertegen bij brief van 7 juli 2008 beroep ingesteld.

Verweerder heeft bij brief van 22 augustus 2008 een verweerschrift ingezonden. Eiser heeft bij brief van 28 februari 2009 zijn reactie op de inhoud van het verweerschrift kenbaar gemaakt, en een afschrift ingezonden van de overeenkomst aanleg, gebruik en instandhouding van het Individuele Behandelingssysteem Afvalwater (IBA) van 15 februari 2001 tussen de gemeente De Wolden en eiser.

Bij schrijven van 25 mei 2009 heeft belanghebbende een schriftelijke uiteenzetting ingediend.

Het beroep is op 29 juli 2009 ter zitting behandeld. Eiser is in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde.

Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door J. Middel-van Os en H. Lammers.

Belanghebbende is, zoals bij brief van 21 juli 2009 aangegeven, niet verschenen.

De rechtbank heeft vervolgens het onderzoek ter zitting gesloten.

2. De feiten

Eiser is eigenaar van het perceel gelegen aan het (..) te (..), gemeente De Wolden, kadastraal bekend gemeente Zuidwolde, sectie (..) nummer (..).

Bij overeenkomst van 5 februari 2001 heeft de gemeente Wolden eiser een IBA ter beschikking gesteld.

3. Het geschil

In geschil is de vraag of de aanslag verontreinigingsheffing voor het jaar 2008 terecht is opgelegd. De hoogte van de aanslag is niet in geschil.

Eiser heeft aangevoerd dat hij sinds de aankoop van zijn huis in 1998 nimmer verontreinigingsheffing heeft betaald, omdat hij een eigen septictank bij de woning had.

In 2001 heeft de gemeente De Wolden bij eiser een IBA geplaatst.

Eiser is van mening dat verweerder ten onrechte stelt dat verontreinigingsheffing betaald moet worden vanwege het onderhoud aan de IBA. Dit onderhoud zou worden bekostigd uit de door eiser betaalde heffing rioolrecht. Door de heer (..) van de gemeente De Wolden is dit bevestigd.

Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat de aanslag verontreinigingsheffing terecht is opgelegd.

Belanghebbende is eveneens van oordeel dat de aanslag terecht is opgelegd.

Voor een meer uitvoerige weergave van de standpunten van partijen verwijst de rechtbank naar de gedingstukken.

4. Beoordeling van het geschil

Met ingang van 29 december 2007 is de Wet modernisering waterschapsbestel in werking getreden en is de Wet verontreiniging oppervlaktewateren (hierna: Wvo) gewijzigd.

Gelet op artikel XII van de Wet modernisering waterschapsbestel blijft hoofdstuk IV van de Wvo van toepassing zoals dat luidde voor de inwerkingtreding van deze wet ten aanzien van belastingen die betrekking hebben op belastingtijdvakken die zijn aangevangen vóór 1 januari 2009.

Nu het geding ziet op een aanslag verontreinigingsheffing over het belastingjaar 2008, zijn de bepalingen van de Wvo, zoals deze luidden tot 29 december 2007, met inachtneming van artikel XII van de Wet modernisering waterschapsbestel, nog van toepassing.

Ingevolge artikel 18, lid 1, van de Wvo is een kwaliteitsbeheerder niet zijnde het Rijk, bevoegd ter bestrijding van zijn kosten van maatregelen tot het tegengaan en voorkomen van verontreiniging van oppervlaktewateren een heffing in te stellen ter zake van het direct of indirect brengen van stoffen in oppervlaktewater waarvoor de kwaliteitsbeheerder bevoegd is, of op een zuiveringtechnisch werk dat bij die kwaliteitsbeheerder in beheer is.

Onder een zuiveringstechnisch werk wordt ingevolge artikel 17, onder f, van de Wvo, verstaan een werk voor het zuiveren van afvalwater of het transport van afvalwater, niet zijnde een riolering.

Onder kwaliteitsbeheerder wordt ingevolge artikel 17, onder g, van de Wvo, verstaan het openbaar lichaam waarvan een orgaan bevoegd is tot vergunningverlening ingevolge deze wet.

Onder afvoeren wordt ingevolge artikel 17, onder i, van de Wvo, verstaan het direct of indirect brengen als bedoeld in artikel 18, eerste lid.

De hierboven vermelde bepalingen zijn eveneens neergelegd in de Verordening verontreinigingsheffing 2007 (hierna: de Verordening), zoals deze luidde ten tijde hier van belang.

Artikel 3, lid 1, van de Verordening bepaalt dat onder de naam verontreinigingsheffing, ter bestrijding van de kosten van maatregelen tot het tegengaan en voorkomen van verontreiniging van oppervlaktewateren, een directe belasting wordt geheven ter zake van het direct of indirect brengen van stoffen in oppervlaktewater waarvoor het waterschap bevoegd is, of een zuiveringstechnisch werk dat bij het waterschap in beheer is.

Aan de heffing worden degenen onderworpen die stoffen direct of indirect in een oppervlaktewater of op een zuiveringstechnisch werk brengen.

Tussen partijen is niet in geschil dat de IBA is aan te merken als een zuiveringstechnisch werk. Evenmin is in geschil dat dit zuiveringstechnisch werk in beheer is bij het waterschap Reest en Wieden.

De rechtbank stelt vast dat het waterschap Reest en Wieden dit beheer uitvoert in opdracht van het waterschap Velt en Vecht, aangezien de gemeente De Wolden zowel in het beheergebied van Velt en Vecht als in het beheergebied van Reest en Wieden ligt. Deze waterschappen zijn overeengekomen dat het waterschap Reest en Wieden de in de gemeente De Wolden liggende IBA’s beheert voor rekening van het waterschap Velt en Vecht, voor zover de IBA’s liggen in het beheergebied van Velt en Vecht.

Op grond hiervan is het waterschap Velt en Vecht in onderhavige kwestie de bevoegde kwaliteitsbeheerder die tot heffing mag overgaan, welke bevoegdheid aan verweerder is overgedragen.

De rechtbank stelt tevens vast dat vanuit de woning van eiser afvalwater getransporteerd wordt naar de IBA, met andere woorden, eiser brengt stoffen op een zuiveringtechnisch werk.

Gelet op de hierboven weergegeven bepalingen heeft verweerder derhalve eiser op goede gronden aangeslagen in de verontreinigingsheffing voor het belastingjaar 2008, omdat eiser direct of indirect stoffen op een zuiveringstechnisch werk brengt.

De verwijzing van eiser naar het bepaalde in de door hem overgelegde overeenkomst maakt dit niet anders. Niet alleen is het een overeenkomst tussen de gemeente De Wolden en eiser en is het waterschap niet betrokken in deze overeenkomst, evenmin is in deze overeenkomst gesteld dat eiser na de aanleg van de IBA niet zal worden aangeslagen in de verontreinigingsheffing. Integendeel, er wordt in artikel 17 voor de betaling van de verontreinigingsheffing verwezen naar de Heffingsverordening Waterkwaliteit Waterschap Reest en Wieden respectievelijk de Heffingsverordening Waterschap Velt en Vecht.

Het beroep van eiser op toezeggingen en uitlatingen van de heer Velthuis van de gemeente De Wolden kan niet tot een ander oordeel leiden, nu deze toezeggingen en uitlatingen niet door of namens het waterschap zijn gedaan. De gemeente gaat niet over de vraag of wel of geen verontreinigingsheffing geheven mag worden.

Hieruit volgt dat het beroep van eiser ongegrond verklaard dient te worden.

5. Proceskosten

De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

6. Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.W.Akkerman, voorzitter, mr. L.E.C. van Rijckevorsel-Besier en mr. J.F.M.J. Bouwman en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van Y. van der Zaan-van Arnhem als griffier, op

Afschrift verzonden op: