Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2009:BJ6138

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
01-07-2009
Datum publicatie
04-01-2010
Zaaknummer
158219 - KG ZA 09-276
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Geen onrechtmatige hinder door verkeersplateau.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 158219 / KG ZA 09-276

Vonnis in kort geding van 1 juli 2009

in de zaak van

1. [eiser],

wonende te [plaats],

2. [eiseres],

wonende te [plaats],

eisers,

advocaat mr. C.E. van Staveren, te Zwolle,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE STEENWIJKERLAND,

zetelend te Steenwijk,

gedaagde,

advocaat mr. W.E.M. Klostermann te Zwolle.

Partijen zullen hierna [eiser] c.s. en de Gemeente Steenwijkerland genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van [eiser] c.s. tevens akte houdende wijziging eis

- de pleitnota van Gemeente Steenwijkerland.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [eiser] c.s. woont aan de [adres 1], gelegen aan de hoek [adres 2]/[adres 3]. De [adres 2] bestaat uit een hoofdweg met aan beide zijden een parallelweg. De [adres 2] is een doorgaande weg met een intensiteit van 700 voertuigen per uur in de spits. In oktober 2007 heeft de Gemeente Steenwijkerland op het kruispunt [adres 2]/[adres 3] een verkeersplateau met zebrapaden laten aanleggen.

2.2. Het verkeersplateau is aangelegd als snelheidsremmende maatregel ten behoeve van de veiligheid van overstekende kinderen in verband met de komst van een schoolgebouw in de buurt.

2.3. Na ingebruikname van het verkeersplateau op de hoofdweg heeft [eiser] c.s. op 12 november 2007 schriftelijk aan de Gemeente Steenwijkerland te kennen gegeven trillingshinder te ondervinden van zware voertuigen die het verkeersplateau oprijden. Daarnaast heeft [eiser] c.s. er op gewezen dat de oprijstrook die voor de parallelweg gepland is, korter is dan de oprijstrook die op de hoofdweg is gerealiseerd is.

2.4. Mede naar aanleiding van de klachten van [eiser] c.s. heeft de Gemeente Steenwijkerland enige aanpassingen verricht aan het verkeersplateau, bestaande uit het vergroten van de vlakheid van het plateau door herbestraten van en aanvullingen in het cunet en het verlengen van de oprijstrook op de parallelweg (laatste bijlage bij productie 2).

2.5. In opdracht van [eiser] c.s. is in de periode 11 tot en met 18 september 2008 door dGMr Adviseurs voor bouw, industrie, verkeer, milieu en software (hierna: dGMr) onderzoek gedaan naar de door [eiser] c.s. gestelde trillingshinder. DGMr heeft op 1 oktober 2008 een rapport uitgebracht.

2.6. Bij brief van 4 november 2008 heeft [eiser] c.s., onder verwijzing naar de in het rapport van dGMr van 1 oktober 2008 neergelegde conclusies, de Gemeente Steenwijkerland verzocht het verkeersplateau te verwijderen, dan wel zodanig aan te passen dat het plateau (alsnog) aan de daarvoor geldende normen voldoet. De Gemeente Steenwijkerland heeft aan dit verzoek geen gevolg gegeven.

3. Het geschil

3.1. [eiser] c.s. vordert na een wijziging van eis samengevat - dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

a. de Gemeente Steenwijkerland gelast binnen tien dagen na het vonnis het verkeersplateau te verwijderen en verwijderd te houden, op straffe van verbeurte van een dwangsom van EUR 2.500,00 per dag voor elke dag dat de Gemeente Steenwijkerland niet aan het vonnis voldoet;

b. subsidiair de Gemeente Steenwijkerland veroordeelt tot het binnen vier weken na het vonnis aanpassen van het verkeersplateau aan CROW aanbeveling 244 – ‘Richtlijn Verkeersplateaus’ en tot het binnen vier weken na aanpassing overleggen van een rapport van dGMr of een ander onafhankelijk ingenieursbureau waaruit volgt dat de trillingshinder als gevolg van de aldus aangepaste verkeersdrempel voldoet aan de normen van voornoemde richtlijn, met de bepaling dat de Gemeente Steenwijkerland een boete van EUR 2.500,00 per dag verbeurt na de eerst bedoelde termijn dat zij de drempel niet heeft aangepast en een boete van EUR 1.000,00 per dag verbeurt na de tweede bedoelde termijn dat zij een dergelijk rapport niet heeft overgelegd;

c. meer subsidiair de Gemeente Steenwijkerland veroordeelt een zodanige voorziening te treffen dat door [eiser] c.s. geen trillingshinder meer wordt ervaren;

d. de Gemeente Steenwijkerland te veroordelen in de kosten van het geding.

3.2. Gemeente Steenwijkerland voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Van een spoedeisend belang van [eiser] c.s. bij zijn vordering is in voldoende mate gebleken.

4.2. Vooreerst moet worden beoordeeld of de door [eiser] c.s. ondervonden trillingshinder vanwege over het verkeersplateau rijdend (vracht)verkeer, naar objectieve maatstaven gemeten moet worden aangemerkt als hinder. Bij de beoordeling van de vraag of naar objectieve maatstaven gemeten sprake is van hinder dienen specifiek in de persoon van [eiser] c.s. gelegen omstandigheden in beginsel buiten beschouwing te worden gelaten. Dit betekent dat de omstandigheid dat mevrouw [A], die lijdt aan de ziekte van Ménière en daardoor extra gevoelig is voor trillingen, geen rol kan spelen bij de beoordeling van de vraag of sprake is van hinder.

4.3. Voor de vraag aan welke eisen verkeersplateaus dienen te voldoen gaan partijen uit van de richtlijnen van het CROW (kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte), meer in het bijzonder CROW Publicatie 244: Richtlijn verkeersplateaus (hierna: de CROW-richtlijn).

4.4. De CROW-richtlijn beveelt bij een weg met een passeersnelheid van 50 km/u (de hoofdweg) een verkeersplateau met sinusprofiel aan met een hoogte van 0,08 meter dan wel 0,12 meter. Voor een verkeersplateau met een hoogte van 0,08 meter beveelt de CROW-richtlijn een lengte van op- en afrit aan van minimaal 2,40 meter. Voor een verkeersplateau met een hoogte van 0,12 meter beveelt de CROW-richtlijn een lengte van op- en afrit aan van minimaal 3,50 meter.

4.5. Bij een weg met een passeersnelheid van 30 km/u (de parallelweg) beveelt de CROW-richtlijn een verkeersplateau met sinusprofiel aan met een hoogte van 0,08 meter dan wel 0,12 meter. Voor een verkeersplateau met een hoogte van 0,08 meter beveelt de CROW-richtlijn een lengte van op- en afrit aan van minimaal 1,00 meter. Voor een verkeersplateau met een hoogte van 0,12 meter beveelt de CROW-richtlijn een lengte van op- en afrit aan van minimaal 1,50 meter.

4.6. Uit de definitieve tekening (productie 3 van de Gemeente Steenwijkerland) blijkt dat een verkeersplateau met een hoogte van 0,08 meter is voorzien. De op- en afrit (door partijen ook “het talud” genoemd) op de hoofdweg zal volgens de tekening worden gerealiseerd met gebruikmaking van prefab betonnen drempel elementen, bestemd voor een plateau met een hoogte van 0,08 meter en een talud van 3,00 meter. Het talud op de parallelweg is volgens de tekening korter. Uit een door de Gemeente Steenwijkerland overgelegde factuur van 26 oktober 2007 (productie 8) blijkt dat prefab betonnen platen zijn geleverd die bestemd zijn voor de aanleg van een plateau met een hoogte van 0,08 meter. De geleverde betonnen platen hebben een lengte van 3,00 meter. In een brief van 21 februari 2008 (productie 2, bijlage 6, bij de dagvaarding) heeft de Gemeente Steenwijkerland aangegeven dat de hoogte van het plateau op de parallelwegen 0,12 meter is. Het talud van het plateau op de parallelweg aan de zijde van [eiser] c.s. is, uitgaande van de brief van de Gemeente Steenwijkerland van 29 mei 2008 verlengd tot 2,40 meter.

De niet onderbouwde en vage aanduiding in het rapport van dGMr van 1 oktober 2008 dat de hoogte van het plateau “circa 12 cm” bedraagt en een talud is gerealiseerd van “ongeveer 1,5 m” leidt niet tot twijfel aan de door de Gemeente Steenwijkerland gestelde maatvoering.

4.7. Gelet op het voorgaande moet vooralsnog worden aangenomen dat het verkeersplateau qua maatvoering voldoet aan de in de CROW-richtlijn opgenomen aanbevelingen.

4.8. Dit geldt niet voor de in de CROW-richtlijn aanbevolen afstand van het verkeersplateau tot nabij gelegen bebouwing. De Gemeente Steenwijkerland erkent dat de afstand van de woning van [eiser] c.s. tot het verkeersplateau (ruim) onder de in de CROW-richtlijn verkeersplateaus aanbevolen afstand blijft.

Het voorgaande brengt niet met zich dat reeds hierom moet worden aangenomen dat sprake is van hinder. Of daadwerkelijk sprake is van hinder zal moeten blijken uit objectieve gegevens.

4.9. Partijen gaan voor de vraag wat onder hinder moet worden verstaan uit van de door de Stichting Bouwresearch opgestelde richtlijn “Trilling: meet- en beoordelingsrichtlijnen, deel B - Hinder voor personen in gebouwen” (hierna: de SBR-richtlijn).

4.10. In de SBR-richtlijn wordt de trillingssterkte aangeduid met Vmax en Vper. Voor verschillende situaties worden verschillende streefwaarden aangegeven met de aanduiding:

A1 onderste streefwaarde voor de trillingssterkte Vmax (dimensieloos)

A2 bovenste streefwaarde voor de trillingssterkte Vmax (dimensieloos)

A3 streefwaarde voor de trillingssterkte Vper (dimensieloos)

Aan de streefwaarden wordt voldaan wanneer:

- de waarde van de maximale trillingssterkte in een ruimte (Vmax) kleiner is dan A1, of als

- de waarde van de maximale trillingssterkte van een ruimte (Vmax) kleiner is dan A2 waarbij de trillingssterkte over de beoordelingsperiode voor deze ruimte (Vper) kleiner is dan A3.

4.11. Uitgaande van de SBR-richtlijn betreft het hier een nieuwe situatie met herhaald voorkomende trillingen. De streefwaarden voor deze situatie zijn neergelegd in tabel 2, waarin voor wonen gedurende de dag en avond streefwaarden gelden van:

A1: 0,15

A2: 0,40

A3: 0,05

Gedurende de nacht gelden voor wonen de volgende streefwaarden:

A1: 0,10

A2: 0,20

A3: 0,05

4.12. In bijlage 5 bij de SBR-richtlijn wordt voor gevallen waarin sprake is van een overschrijding van de streefwaarden de volgende hinderkwalificatie gegeven:

VmaxHinderkwalificatie< 0,1geen hinder0,1 – 0,2weinig hinder (bestaande situaties)0,2 – 0,8matige hinder0,8 – 3,2hinder> 3,2ernstige hinder

4.13. In het rapport van dGMr van 1 oktober 2008 zijn de volgende conclusies opgenomen:

“Tijdens de uitgevoerde bemande metingen op 18 september 2008 zijn geen trillingssterkten in de woning geregistreerd hoger dan 0.2 mm/s en is ook geen trillingshinder waargenomen in de zin van de SBR-richtlijn deel B (Vper blijft in de meetperiode onder de 0,05 mm/s).

Uit de verrichte trillingsmetingen over een week, van 11 tot en met 18 september 2008, kan geconcludeerd worden dat zwaar verkeer over het verkeersplateau [adres 2]/[adres 3] trillingen veroorzaakt in de woning [adres 1] die de streefwaarde A2 van 0,2 uit de SBR-richtlijn deel B in de nachtperiode zo nu en dan overschrijden. Na filtering van trillingsopwekking door bewoning zijn de volgende trillingssterkten opgetreden. De hierna gepresenteerde hoogste waarden zijn gekoppeld aan gelijktijdig optredende trillingssterkten in de bodem.

- slaapkamer verticaal: tot circa 0,4 mm/s met uitschieters tot 0,6 mm/s;

- slaapkamer horizontaal: tot circa 0,5 mm/s met uitschieters tot 0,84 mm/s;

- woonkamer verticaal: tot circa 0,5 mm/s met uitschieters tot 0,65 mm/s.

Trillingen met een sterkte van 0,1 tot 0,4 mm/s zijn als juist voelbaar te omschrijven, maar gedurende de dag- en avondperiode conform de SBR-richtlijn deel B niet als hinder te kwalificeren. De optredende trillingssterkten in de slaapkamer en woonkamer zijn volgens de SBR-richtlijn deel B echter als te hoog te kwalificeren en kunnen leiden tot trillingshinder.”

4.14. De voorzieningenrechter gaat vooralsnog uit van de juistheid van de in het dGMr rapport neergelegde, met metingen onderbouwde conclusies. Uit deze conclusies volgt dat de trillingssterkte die in de woning optreedt nu en dan hoger is dan de in de SBR-richtlijn opgenomen streefwaarden. De hinder die dan optreedt kan, conform bijlage 5 bij de SBR-richtlijn, worden gekwalificeerd als matige hinder met over de gehele meetperiode één uitschieter boven de 0,8 mm/s, die kan worden gekwalificeerd als hinder.

4.15. Uit het voorgaande volgt dat naar objectieve maatstaven gemeten nu en dan als gevolg van over het verkeersplateau rijdend (vracht)verkeer sprake is van een trillingssterkte die kan worden aangemerkt als (matige) hinder. Beoordeeld moet worden of deze hinder onrechtmatig is.

4.16. De beantwoording van de vraag of het toebrengen van hinder onrechtmatig is, hangt - daargelaten de hier niet aan de orde zijnde betekenis van ter zake geldende specifieke wettelijke regels - af van de aard, de ernst en de duur van de hinder en de daardoor toegebrachte schade in verband met de verdere omstandigheden van het geval, waarbij onder meer moet worden rekening gehouden met het gewicht van de belangen die door de hinder toebrengende activiteit worden gediend, en de mogelijkheid, mede gelet op de daaraan verbonden kosten, en de bereidheid om maatregelen ter voorkoming van schade te nemen (vgl. Hoge Raad 15 februari 1991, NJ 1992, 639).

4.17. De voorzieningenrechter is vooralsnog van oordeel dat de ernst van de hinder beperkt is. Weliswaar is sprake van overschrijding van de in de SBR-richtlijn neergelegde streefwaarden, doch deze overschrijding treedt, aldus de conclusies in het dGMr rapport van 1 oktober 2008, slechts nu en dan op. De overschrijdingen die optreden blijven, met uitzondering van één moment waarop een trillingssterkte van 0,84 mm/s is gemeten, allemaal binnen de kwalificatie “matige” hinder. De overschrijdingen zijn ook telkens zeer kortdurend. Dat [eiser] c.s. ernstige(r) hinder ervaart maakt het voorgaande niet anders. Het gaat hierbij immers om de subjectieve ervaring van [eiser] c.s. waarbij niet is uitgesloten dat sprake is van een bijzondere gevoeligheid voor trillingssterkten wegens ziekte die, hoe vervelend ook, bij de beoordeling van de vraag of de hinder onrechtmatig is, buiten beschouwing moet worden gelaten.

4.18. De Gemeente Steenwijkerland heeft terecht gesteld dat tegenover het belang van [eiser] c.s. bij beëindiging van de hinder, het algemeen belang staat dat is gediend met het behoud van een veilige oversteekplaats voor schoolgaande kinderen. De Gemeente Steenwijkerland heeft voorts gesteld dat een beter alternatief niet bestaat. Het plaatsen van stoplichten biedt, gelet op het relatief geringe aantal verkeersbewegingen, een schijnveiligheid en is daarom, zo stelt de Gemeente Steenwijkerland, geen redelijk alternatief voor een verkeersplateau. Een rotonde is, aldus de Gemeente Steenwijkerland, evenmin een alternatief nu op de kruising [adres 2]/[adres 3] maar weinig ruimte aanwezig is. Voor een rotonde zullen ook de parallelwegen gebruikt moeten worden waardoor het verkeer nog dichter bij de woning van [eiser] c.s. zou komen. Het instellen van een 30km/u zone op de hoofdweg is vanwege de inrichting van de hoofdweg niet handhaafbaar en vormt daarom, volgens de Gemeente Steenwijkerland, ook geen redelijk alternatief. De Gemeente Steenwijkerland heeft hiermee naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende onderbouwd dat voor het verkeersplateau geen beter alternatief voorhanden is. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat een kort geding procedure zich naar zijn aard niet leent voor nader onderzoek en bewijslevering ten aanzien van de vraag of een redelijk alternatief voor het verkeersplateau bestaat.

4.19. De voorzieningenrechter is gelet op het vorenstaande van oordeel dat het belang bij het behoud van een veilige oversteekplaats voor schoolgaande kinderen zwaarder weegt dan het belang van [eiser] c.s. bij opheffing van de, naar objectieve maatstaven gemeten, beperkte hinder die [eiser] c.s. ondervindt als gevolg van over het plateau rijdend (vracht)verkeer.

4.20. Het door [eiser] c.s. primair en (meer) subsidiair gevorderde zal daarom worden afgewezen.

4.21. [eiser] c.s. zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Gemeente Steenwijkerland worden begroot op:

- vast recht EUR 262,00

- overige kosten 0,00

- salaris advocaat 904,00

Totaal EUR 1.166,00

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt [eiser] c.s. in de proceskosten, aan de zijde van Gemeente Steenwijkerland tot op heden begroot op EUR 1.166,00,

5.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Zomer en in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2009.