Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2009:BJ6116

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
23-06-2009
Datum publicatie
27-08-2009
Zaaknummer
159138 / KG ZA 09-310
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Auteursrecht. Uitgever schendt verplichtingen uit uitgeefovereenkomst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 159138 / KG ZA 09-310

Vonnis in kort geding van 23 juni 2009

in de zaak van

[eiseres]

wonende te [plaats],

eiseres,

procederend met een toevoeging

advocaat mr. J.C. Gillesse,

tegen

[gedaagde]

wonende te [plaats],

gedaagde,

verschenen in persoon

Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 18 juni 2009

- de mondelinge behandeling ter openbare terechtzitting van 19 juni 2009

- de pleitnota van [eiseres]

- de pleitnota van [gedaagde].

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [eiseres] is de auteur van een manuscript met als werktitel “De parasympathicus”.

2.2. [gedaagde] is uitgever.

2.3. [eiseres] en [gedaagde] hebben op 27 augustus 2008 een uitgeefovereenkomst gesloten met betrekking tot voormeld manuscript. In deze overeenkomst is onder meer het volgende bepaald:

“Artikel 3

[…]

3. Indien de uitgever de kopij accepteert, behoort het tot de taak van de uitgever om zo nodig, op kosten van de uitgever, de kopij in overleg met de auteur te redigeren.”

2.4. In opdracht van [gedaagde] is het manuscript geredigeerd door de redacteur [redacteur] (hierna: de redacteur). Tussen partijen is verschil van mening ontstaan over de door de redacteur in het manuscript aangebrachte wijzigingen: [eiseres] is van mening dat die wijzigingen te inhoudelijk zijn, waardoor de boodschap die zij in het boek wil uitdragen te veel wordt aangetast.

2.5. In een email bericht van 19 oktober 2008 heeft [eiseres] aan [gedaagde] onder meer geschreven:

“[…]

Ik heb het een en ander naast elkaar gezet en ik vind dat mijn manuscript alleen op grammatica en structuur geredigeerd mag worden en op geen enkele wijze inhoudelijk aangetast zoals nu.”

2.6. Op vrijdag 8 mei 2009 heeft [gedaagde] aan [eiseres] als volgt bericht:

“Voorts behouden wij ons wel het recht voor het initiële manuscript zoals door aan ons is aangeleverd WEL te publiceren met een voorwoord van de uitgever, teneinde onze investering terug te verdienen. Uw rol is beperkt tot geen rol.”

2.7. De raadsman van [eiseres] heeft bij brief van 10 juni 2009 aan [eiseres] het volgende geschreven:

“Ik sommeer u voorts niets uit te geven dan nadat cliënte de definitieve kopij heeft goedgekeurd. Gaarne ontvang ik per omgaande hiervan een bevestiging omdat ik mij anders genoodzaakt zie de voorlopige voorzieningenrechter op straffe van een dwangsom te vragen de uitgave te verbieden.”

2.8. [gedaagde] heeft half juni 2009 het originele, ongeredigeerde manuscript gepubliceerd. In het colofon van het boek is de volgende tekst geplaatst:

“Noot van de uitgever:

Na de ondertekening van de uitgeefovereenkomst bleek de auteur er geen prijs op te stellen dat er structurele, normale redactionele wijzigingen op het geleverde manuscript werden uitgevoerd. De structurele aanpassingen waren nodig om de tekst overzichtelijker en beter leesbaar te maken. Omdat de materie op zich te veel van belang en te interessant is om niet te worden uitgegeven, zijn wij nu helaas genoodzaakt de ongeredigeerde manuscripttekst te publiceren.”

3. Het geschil

3.1. [eiseres] vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad zover de wet zulks toelaat:

- [gedaagde] zal verbieden het boek van [eiseres] de parasympathicus of delen daarvan in de handel te brengen althans uit te geven, althans de inmiddels aangevangen uitgifte te staken en gestaakt te houden, op straffe van verbeurte van een dwangsom van EUR 500,- voor elk exemplaar dat zich na 24 uur na betekening van dit vonnis nog in de handel bevindt dan wel nog in de handel wordt gebracht, althans wordt uitgegeven, totdat in de bodemprocedure op het verzoek tot ontbinding is beslist;

[gedaagde] zal veroordelen in de kosten van dit geding.

3.2. [gedaagde] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Van het spoedeisend belang in deze zaak is in voldoende mate gebleken.

4.2. [eiseres] baseert haar vordering op de stelling dat [gedaagde] in strijd met de uitgeefovereenkomst en onrechtmatig jegens haar handelt door tegen haar wens een ongeredigeerde manuscripttekst uit te geven en op de markt te brengen. Voorts heeft [gedaagde] in strijd met de waarheid in het colofon van het boek geschreven dat [eiseres] geen prijs stelt op redactionele wijzigingen in het manuscript. Het opnemen van deze ‘noot van de uitgever’ is dan ook onrechtmatig jegens [eiseres] en in strijd met artikel 25 lid 1 sub d van de Auteurswet, aldus [eiseres].

4.3. [gedaagde] voert aan dat hij ingevolge artikel 1 lid 3 van de uitgeefovereenkomst gerechtigd is het manuscript te publiceren, zo nodig na redactie van de kopij. Volgens [gedaagde] heeft [eiseres] de redactie steeds ernstig tegengewerkt omdat naar haar zeggen onvoldoende tijd aan haar werk werd besteed en omdat de redacteur niet voldoende gekwalificeerd zou zijn. [gedaagde] bestrijdt dat de door de redacteur gewenste wijzigingen (te) inhoudelijk zijn. Eind februari/begin maart 2009 weigerde [eiseres] definitief verder mee te werken aan het boek. Om toch enige vergoeding van alle gemaakte kosten te realiseren, heeft [gedaagde] besloten het initiële manuscript te publiceren, met de noot.

4.4. Het gaat in deze zaak om de vraag of [gedaagde] gerechtigd is het door [eiseres] aangeleverde originele manuscript zonder redactionele wijzigingen, en dus met alle spelfouten, grammaticale fouten én opmaakfouten, uit te geven.

4.4.1. Op grond van artikel 3 lid 3 van de uitgeefovereenkomst behoort het tot de taak van de uitgever om zo nodig de kopij in overleg met de auteur te redigeren. Zowel uit de overgelegde stukken – waaronder de ongeredigeerde uitgave van het boek – als uit het verhandelde ter zitting is gebleken dat het originele manuscript vele fouten bevat en redactie behoeft. Dit is ook door [gedaagde] erkend. Op grond van de uitgeefovereenkomst rustte derhalve op [gedaagde] de taak om het boek te redigeren. Bovendien hebben partijen bij het sluiten van de uitgeefovereenkomst uitdrukkelijk besproken dat het boek in opdracht van [gedaagde] door de redacteur zou worden geredigeerd. Door toch een niet geredigeerde versie van het boek uit te geven heeft [gedaagde] derhalve gehandeld in strijd met artikel 3 lid 3 van de uitgeefovereenkomst.

4.4.2. In dit verband is tevens van belang dat [eiseres], middels de hiervoor in rechtsoverweging 2.6. deels geciteerde brief van haar raadsman, [gedaagde] heeft gesommeerd niets uit te geven dan nadat [eiseres] de definitieve kopij heeft goedgekeurd. [gedaagde] wist derhalve dat [eiseres] niet wilde dat het boek ongeredigeerd werd uitgebracht. Zijn verweer dat hij ervan mocht uitgaan dat er overeenstemming was over het uitgeven van een ongecorrigeerd manuscript, snijdt dan ook geen hout.

4.4.3. Uit de overgelegde stukken, met name de overgelegde (delen) van de emailcorrespondentie van partijen, blijkt dat [eiseres] duidelijk te kennen heeft gegeven aan [gedaagde] dat zij wenste dat haar manuscript qua grammatica en structuur werd geredigeerd. Het opnemen van een noot in het boek waarin is vermeld dat [eiseres] haar werk niet geredigeerd wenste te zien, is derhalve in strijd met de waarheid en onrechtmatig jegens [eiseres].

4.4.4. Uit het voorgaande volgt dat [gedaagde] onrechtmatig en in strijd met de uitgeefovereenkomst heeft gehandeld door het boek ongeredigeerd en voorzien van een onjuiste noot op de markt te brengen. De aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid brengt mee dat [gedaagde] zich in dat geval niet kan beroepen op zijn uit de overeenkomst voortvloeiend recht om het werk uit te geven. Dat in de periode dat het boek werd geredigeerd tussen partijen verschil van mening is ontstaan over de aan te brengen aanpassingen en dat [eiseres] daarom de samenwerking met [gedaagde] wilde beëindigen en de uitgeefovereenkomst wilde ontbinden, geeft [gedaagde] niet het recht om het boek van [eiseres] dan maar zonder haar toestemming, zonder de – ook volgens [gedaagde] – noodzakelijke aanpassingen en voorzien van een onjuiste noot op de markt te brengen.

4.5. De conclusie is dat de vordering zal worden toegewezen, met dien verstande dat de dwangsom zal worden gemaximeerd op EUR 50.000,-.

4.6. Indien en voor zover [gedaagde] met zijn verzoek om [eiseres] te veroordelen in de kosten die [gedaagde] op 18 en 19 juni heeft gemaakt, heeft beoogd een reconventionele vordering in te stellen, wordt overwogen dat [gedaagde] niet bij advocaat ter zitting is verschenen, maar in persoon. Dat heeft tot gevolg dat [gedaagde] geen eis in reconventie kan instellen, aangezien op grond van artikel 7.1. van het ‘Procesreglement kort gedingen rechtbanken sector civiel’ alleen de gedaagde die bij advocaat ter zitting verschijnt, een eis in reconventie kan instellen.

4.7. [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiseres] worden begroot op:

- dagvaarding EUR 85,98

- betaald vast recht 65,50

- in debet gesteld vast recht 196,50

- salaris advocaat 904,00 (2x tarief EUR 452,00)

Totaal EUR 1.251,98

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. verbiedt [gedaagde] de inmiddels aangevangen uitgifte van het boek “De parasympathicus” (ISBN 978 94 6000 050 8) of delen daarvan te staken of gestaakt te houden, op straffe van verbeurte van een dwangsom van EUR 500,- voor elk exemplaar dat zich 24 uur na betekening van dit vonnis nog in de handel bevindt, dan wel nog in de handel wordt gebracht, met een maximum van EUR 50.000,-, totdat in een bodemprocedure is beslist over ontbinding van de uitgeefovereenkomst;

5.2. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op EUR 1.251,98, te voldoen aan de griffier door overmaking op rekeningnummer 1923.25.930 ten name van MvJ Arrondissement Zwolle onder vermelding van "proceskostenveroordeling" en het zaak- en rolnummer 159138 / KG ZA 09-310,

5.3. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.4. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.A.M. Peper en in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2009.