Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2009:BJ6043

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
01-07-2009
Datum publicatie
16-11-2009
Zaaknummer
146531 / HA ZA 08-733
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verkeersongeluk (uitzwenkende vrachtwagen); stelplicht en bewijslastverdeling; eigen schuldverweer; dubbele bewijsopdrachten die met elkaar in verband staan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 146531 / HA ZA 08-733

Vonnis van 1 juli 2009

in de zaak van

de vennootschap onder firma

[A],

gevestigd te Mariënheem,

eiseres,

advocaat mr. A. Vaarkamp, te Zwolle,

tegen

de onderlinge waarborgmaatschappij met uitgesloten aansprakelijkheid

ONDERLINGE WAARBORGMAATSCHAPPIJ TVM U.A.,

mede handelend onder de naam TVM verzekeringen,

gevestigd te Hoogeveen,

gedaagde,

advocaat mr. M.F.H.M. van Haastert, te Zwolle.

Partijen zullen hierna [eiseres] en TVM genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de conclusie van antwoord

- de conclusie van repliek

- de conclusie van dupliek

- de akte overlegging producties van de zijde van [eiseres]

- de antwoordakte van de zijde van TVM.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Op vrijdagmiddag 7 juli 2006 heeft zich een ongeval voorgedaan tussen een vrachtwagen met aanhanger van [eiseres] en een vrachtwagen met oplegger van Pultrum Rijssen B.V. (hierna: Pultrum). De vrachtwagen van [eiseres] werd op dat moment bestuurd door de heer [B], de vrachtwagen van Pultrum door de heer [C]. In het navolgende zullen [B] en [C] eveneens aangeduid worden als respectievelijk [eiseres] en Pultrum.

2.2. [eiseres] en Pultrum reden op de bewuste datum op de [weg A]. Pultrum reed voor [eiseres]. Ter hoogte van de kruising van de [weg A] met de [weg B] en de [weg C] gaf Pultrum richting aan naar links.

2.3. Op de voornoemde kruising is een voorsorteerstrook voor linksafslaand verkeer aanwezig.

2.4. De rijbaan voor rechtdoorgaand verkeer is 3,3 meter breed. De bewuste vrachtwagen van [eiseres] is 2,55 meter breed.

2.5. Bij het links afslaan van de [weg A] naar de [weg B] is de oplegger van Pultrum naar rechts uitgezwenkt. Op dat moment passeerde [eiseres] Pultrum aan de rechterzijde. [eiseres] werd daarbij geraakt door de uitzwenkende oplegger aan haar linkerzijde tussen de achteras van de vrachtauto en de vooras van de aanhanger. Achterop de oplegger van Pultrum hing een bord dat waarschuwde voor het risico van uitzwenken.

2.6. Door de Politie regio Twente is een proces-verbaal opgesteld terzake van dit ongeval. In dit proces-verbaal is vermeld:

“Beknopte duidelijke omschrijving van het ongeval

Betrokkene 14.1 (Pultrum, rechtbank) reed over [weg A] (…) Op vermeld kruispunt wilde hij links afslaan. Hij sorteerde niet geheel voor om links af te slaan. Vervolgens sloeg hij linksaf, waarna de combinatie van betrokkene 14.1 uitzwaaide op de voor hem rechts liggende rijstrook voor rechtdoor, zonder de van hem rechts bevindende betrokkene 14.2 ([eiseres], rechtbank) voor te laten gaan. Hierdoor ontstond tussen beiden een aanrijding met vermelde schade. Betrokkene 14.1 had alvorens af te slaan wel een teken met zijn richtingaanwijzer gegeven.

(art. 18 lid 1 RVV 1990)”

2.7. TVM is de WAM-verzekeraar van (de vrachtauto van) Pultrum.

2.8. Door dit ongeval is er schade ontstaan aan de vrachtwagen (linksachter) en de aanhanger (linksvoor) van [eiseres]. Terzake deze schade heeft de verzekeraar van [eiseres] een schade-expertise laten uitvoeren op 18 september 2006.

2.9. [eiseres] heeft TVM aangesproken tot voldoening van de door haar geleden schade aan de aanhanger. De schade aan de vrachtauto van [eiseres] is door tussenkomst van haar eigen WAM-verzekeraar vergoed door TVM.

3. Het geschil

3.1. [eiseres] vordert samengevat - voor recht te verklaren dat TVM aansprakelijk is voor de gevolgen van het in de dagvaarding omschreven ongeval en uit dien hoofde de schade aan de aanhanger ad EUR 19.610,56, te vermeerderen met de wettelijke rente, zal moeten vergoeden. Voorts vordert zij dat TVM wordt veroordeeld tot betaling van de administratiekosten ad EUR 1.000,00 en de buitengerechtelijke incassokosten van EUR 3.074,66 te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de dag der dagvaarding, met veroordeling van TVM in de kosten van dit geding.

3.2. [eiseres] voert daartoe aan dat Pultrum een onrechtmatige daad jegens haar heeft gepleegd. Aangezien Pultrum afsloeg had zij aan [eiseres], die op de baan voor rechtdoorgaand verkeer reed en haar weg vervolgde, conform de Wegen Verkeersweg (WVW) en het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV) voorrang moet verlenen. Dit heeft zij nagelaten. [eiseres] behoefde niet te voorzien dat Pultrum haar manoeuvre uit zou voeren voordat [eiseres] haar volledig zou hebben ingehaald. Pultrum is derhalve geheel aansprakelijk voor de door [eiseres] geleden schade.

3.3. TVM betwist de vordering van [eiseres]. Zij voert daartoe primair aan dat Pultrum slechts ten dele heeft voorgesorteerd, zodat de rijbaan voor rechtdoorgaand verkeer was “afgesloten”. Doordat [eiseres] haar desondanks passeerde, waarbij zij ten dele over de naast de [weg A] gelegen [weg C] moest rijden, is het ongeval geheel aan [eiseres] te wijten.

Subsidiair betoogt TVM dat, nu [eiseres] wist althans moest weten dat Pultrum linksaf zou slaan en daarbij zou uitzwenken, er sprake is van eigen schuld aan de zijde van [eiseres]. Hierbij dient in aanmerking te worden genomen dat Pultrum richting aan heeft gegeven naar links, slechts gedeeltelijk heeft voorgesorteerd, zij achterop haar vrachtwagen een waarschuwingsbord heeft dat waarschuwt voor het gevaar van uitzwenken en [eiseres] als vrachtwagenchauffeur van dit gevaar op de hoogte is.

3.4. Daarnaast betwist TVM de hoogte van de door [eiseres] geleden schade. Met name betwist zij dat de BTW als schade kan worden aangemerkt, aangezien [eiseres] deze kan verrekenen. Voorts betwist zij de hoogte van de eigen schade van [eiseres] en de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incasso- en administratiekosten.

3.5. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Fout van Pultrum?

4.1. Op grond van artikel 18 lid 1 RVV dient degene die linksaf slaat voorrang te verlenen aan verkeer dat aan de linker en rechterzijde achterop komt. Artikel 54 RVV bepaalt voorts dat bestuurders die een bijzondere manoeuvre uitvoeren daarbij voorrang dienen te verlenen aan het overige verkeer.

4.2. Tussen partijen staat vast dat Pultrum linksaf is geslagen van de [weg A]. Evenmin is in geschil dat ter plaatse een voorsorteerstrook voor linksafslaand verkeer aanwezig is. Tevens staat vast dat de oplegger van Pultrum bij het uitvoeren van deze manoeuvre is uitgezwenkt, daarbij gedeeltelijk op de baan voor het rechtdoorgaand verkeer is gekomen en de oplegger [eiseres] aan de linker zijkant heeft geraakt. Voorts heeft TVM niet betwist dat Pultrum heeft nagelaten voorrang te verlenen.

4.3. TVM heeft betoogd dat Pultrum geen andere (veilige) mogelijkheid had om deze manoeuvre uit te voeren. Stilstaan of volledig voorsorteren (waarop in het navolgende zal worden teruggekomen) behoorden niet tot de (veilige) mogelijkheden. Bij conclusie van repliek heeft [eiseres] echter aangeven dat Pultrum ervoor had kunnen kiezen volledig tot stilstand te komen, teneinde voorrangsgerechtigd verkeer voorrang te verlenen. Zij zou dan slechts langer hebben moeten wachten totdat al het voorrangsgerechtigd verkeer zou zijn gepasseerd. TVM heeft daarop niet nader gereageerd, zodat als onvoldoende onderbouwd weersproken heeft te gelden dat Pultrum volledig tot stilstand had kunnen komen en aldus alternatieven had waarbij voorrang kon worden verleend aan [eiseres].

4.4. Gelet op het voorgaande is de rechtbank is van oordeel dat Pultrum een onrechtmatige daad heeft gepleegd jegens [eiseres]. Deze onrechtmatige daad bestond eruit dat zij linksaf is geslagen zonder daarbij voorrang te verlenen aan rechtdoorgaand verkeer, hetgeen in strijd is met de artikelen 18 en 54 RVV.

Fout van [eiseres]/ eigen schuld?

4.5. TVM betoogt dat zij niettemin toch niet aansprakelijk is voor de door [eiseres] geleden schade. [eiseres] heeft een zodanig ernstige fout gemaakt dat het ongeval geheel, althans gedeeltelijk, aan haar is te wijten, aldus TVM.

TVM heeft daartoe aangevoerd dat Pultrum niet volledig heeft voorgesorteerd en over twee banen is blijven rijden (zowel de baan voor linksafslaand verkeer, als de baan voor doorgaand verkeer). Slechts op deze wijze kon zij de bocht maken; tevens voorkwam Pultrum op deze wijze dat achteropkomend verkeer haar in kon halen. [eiseres] heeft dan ook buiten de eigen rijbaan gereden om Pultrum ondanks de genomen voorzorgsmaatregelen in te kunnen halen.

De rechtbank vat het betoog van TVM op als een beroep op eigen schuld aan de zijde van [eiseres]. Het voorgaande doet immers niets af aan het oordeel dat Pultrum een onrechtmatige daad heeft gepleegd door na te laten voorrang te verlenen aan rechtdoorgaand verkeer, terwijl zij een bijzondere manoeuvre uitvoerde.

4.6. [eiseres] heeft daarop aangevoerd dat Pultrum, indien zij over twee banen zou hebben gereden, daarmee (ook) een verkeersfout zou hebben gemaakt. Daarmee zou Pultrum een doorgetrokken streep hebben overschreden en aldus in strijd me de verkeersregels over twee banen hebben gereden zonder van de voorsorteerstrook gebruik te maken. Dit betoog zou TVM dan ook, aldus [eiseres], niet kunnen baten.

De rechtbank volgt [eiseres] hierin niet. Indien immers zou komen vast te staan dat Pultrum de rijbaan voor rechtdoorgaand verkeer heeft “afgesloten”, kan [eiseres] hieraan geen rechtvaardiging ontlenen om in te halen terwijl de ruimte daartoe ontbrak. Hierbij dient in aanmerking te worden genomen dat het RVV toestaat dat rechts wordt ingehaald, mits de ingehaalde links heeft voorgesorteerd. Indien de lezing van TVM juist is, betekent dit derhalve dat het ongeval (ook) aan [eiseres] dient te worden toegerekend.

4.7. [eiseres] betwist dat Pultrum niet geheel voorsorteerde en er onvoldoende ruimte was voor haar om haar weg te vervolgen. Zij heeft daartoe gewezen op het feit dat er tussen beide vrachtwagens twee personenauto’s reden, die hun weg hebben kunnen vervolgen en voorrang hebben gekregen van Pultrum. Voorts heeft [eiseres] ter onderbouwing van haar betoog gewezen op de verklaring van [B] die aan het aanrijdingsformulier is gehecht, het proces-verbaal van de politie en de foto’s die bij de dagvaarding zijn gevoegd.

TVM weerspreekt ook dat er nog twee personenauto’s tussen de vrachtwagens reden.

4.8. Nu TVM een beroep doet op eigen schuld aan de zijde van [eiseres] en de feiten die zij aan dit beroep ten grondslag legt gemotiveerd door [eiseres] zijn betwist, zal TVM overeenkomstig de hoofdregel van artikel 150 Rv in de gelegenheid worden gestelde bedoelde feiten te bewijzen.

De rechtbank zal twee afzonderlijke, doch met elkaar in verband staande (zie hierna) bewijsopdrachten geven aan TVM. TVM zal worden toegelaten feiten en/of omstandigheden te bewijzen waaruit volgt dat:

I. Pultrum niet geheel heeft voorgesorteerd bij het linksaf slaan; en

II. Pultrum de rijbaan voor rechtdoorgaand verkeer had “afgesloten”, zodat er onvoldoende ruimte was voor [eiseres] om Pultrum in te halen.

4.9. Indien TVM slaagt in het leveren van het bewijs dat Pultrum bij het linksaf slaan niet geheel heeft voorgesorteerd én in het bewijs dat er onvoldoende ruimte was voor [eiseres] om haar in te halen, is de rechtbank van oordeel dat de schade van [eiseres] niet aan TVM kan worden toegerekend. Pultrum behoefde in dat geval immers geen rekening te houden met de mogelijkheid dat zij aan de rechterzijde door [eiseres] zou worden ingehaald. [eiseres] had in een dergelijk geval moeten begrijpen dat Pultrum haar manoeuvre voort zou zetten. De mate van verwijtbaarheid van Pultrum valt in dat geval in het niet bij de mate van eigen schuld van [eiseres], zodat de vordering van [eiseres] voor afwijzing gereed zou liggen.

4.10. Slaagt TVM niet in het leveren van het bewijs dat onvoldoende ruimte is gelaten aan [eiseres] om in te halen, maar wel in bewijs van haar stelling dat zij bij het linksaf slaan niet geheel heeft voorgesorteerd, dan is er eveneens sprake van eigen schuld aan de zijde van [eiseres].

In dat geval doet zich immers niet de situatie ex artikel 11 RVV voor, zodat het [eiseres] niet toegestaan was rechts in te halen. Voorts diende [eiseres] in een dergelijk geval rekening te houden met de mogelijkheid dat Pultrum haar manoeuvre zou voortzetten zonder achteropkomend verkeer voor te laten gaan. Daarbij is de rechtbank van oordeel dat het gevaar van uitzwenken bij [eiseres] als vrachtwagenchauffeur bekend was, waarbij zij voorts door middel van een bord achterop de vrachtwagen van Pultrum op het risico van uitzwenken is gewezen.

Het voorgaande neemt echter de verplichting van Pultrum niet weg om voorrang te verlenen aan achteropkomend verkeer. Voorts mocht Pultrum er niet zonder meer op vertrouwen dat andere verkeersgebruikers rekening zouden houden met haar manoeuvre, indien de rijbaan voor rechtdoorgaand verkeer grotendeels door haar was vrijgelaten. Een waarschuwingsbord en het aangeven van richting ontslaan immers Pultrum niet van haar verplichting tot het verlenen van voorrang.

Een toerekenbaarheid van de schade aan TVM van 50% ligt in dat geval in de rede.

4.11. Slaagt TVM in geen van beide bewijsopdrachten, dat ligt de vordering van [eiseres] in beginsel voor integrale toewijzing gereed. Indien niet vast komt te staan dat Pultrum bij het linksaf slaan niet geheel heeft voorgesorteerd, ziet de rechtbank geen reden om, ondanks de veronderstelde kennis bij [eiseres] van uitzwenken en het waarschuwingsbord achterop de vrachtwagen van Pultrum, enige relevante mate van eigen schuld aanwezig te achten bij [eiseres]. In het geval Pultrum bij het linksaf slaan geheel heeft voorgesorteerd mocht [eiseres] er immers op vertrouwen dat haar, conform de geldende verkeersregels, voorrang zou worden verleend en Pultrum tot stilstand zou komen teneinde daartoe gerechtigd verkeer voorrang te verlenen.

4.12. Bij het oproepen van de getuigen moet er rekening mee worden gehouden dat het verhoor van een getuige gemiddeld 60 minuten duurt. De namen en woonplaatsen van de getuigen en de tijdstippen waartegen zij zijn opgeroepen, dienen ten minste een week voor het verhoor aan de wederpartij en aan de griffier van de rechtbank te worden opgegeven.

4.13. Partijen moeten er op voorbereid zijn dat de rechtbank op een zitting bepaald voor de getuigenverhoren een mondeling tussenvonnis kan wijzen waarbij een verschijning van partijen op diezelfde zitting wordt bevolen om inlichtingen over de zaak te vragen en om te onderzoeken of partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden. Zij moeten daarom in persoon op de getuigenverhoren verschijnen. Een rechtspersoon moet ter zitting vertegenwoordigd zijn door iemand die van de zaak op de hoogte is en bevoegd is tot vertegenwoordiging.

Schade?

4.14. De beslissing omtrent de hoogte van de gestelde schade aan de zijde van [eiseres] zal worden aangehouden in afwachting van de uitkomst van de bewijslevering.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. stelt TVM in de gelegenheid te bewijzen feiten en/of omstandigheden waaruit volgt dat:

I. Pultrum bij het linksaf slaan niet geheel heeft voorgesorteerd; en

II. Pultrum de rijbaan voor rechtdoorgaand verkeer had “afgesloten”, zodat er onvoldoende ruimte was voor [eiseres] om Pultrum in te halen.

5.2. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 15 juli 2009 voor uitlating door TVM of zij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en / of door een ander bewijsmiddel,

5.3. bepaalt dat TVM, indien zij geen bewijs door getuigen wil leveren maar wel bewijsstukken wil overleggen, die stukken direct in het geding moet brengen,

5.4. bepaalt dat TVM, indien zij getuigen wil laten horen, de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden juli tot en met september 2009 direct moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,

5.5. bepaalt dat dit getuigenverhoor zal plaatsvinden op de terechtzitting van mr. T.R. Hidma in het gerechtsgebouw te Zwolle aan de Luttenbergstraat 5,

5.6. bepaalt dat alle partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,

5.7. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. T.R. Hidma en in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2009.