Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2009:BJ5742

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
12-08-2009
Datum publicatie
21-08-2009
Zaaknummer
07/440098-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

gemotiveerde vrijspraak

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnr. : 07.440098-09

Uitspraak: 12 augustus 2009

Vonnis in de zaak van:

het openbaar ministerie

tegen

(verdachte),

geboren op (geboortejaar),

wonende te (adres).

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 29 juli 2009 waarbij verdachte en zijn raadsman mr. A.R. Maarsingh, advocaat te Deventer, aanwezig zijn geweest.

De officier van justitie, mr. B. van Haren, heeft ter terechtzitting gevorderd de veroordeling van verdachte ter zake van het onder feit 1 subsidiair ten laste gelegde tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 17 dagen met aftrek van voorarrest. De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat verdachte van het onder feit 1 primair, 2, 3 en 4 ten laste gelegde zal worden vrijgesproken.

TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

(volgt tenlastelegging zoals ter terechtzitting gewijzigd)

BEWIJS

Met betrekking tot het onder feit 1 primair, 2, 3 en 4 ten laste gelegde refereert de raadsman zich aan de vordering van de officier.

De raadsman van verdachte heeft aangevoerd dat verdachte ook dient te worden vrijgesproken van het onder feit 1 subsidiair ten laste gelegde nu elk wettig en overtuigend bewijs ontbreekt.

De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte niet op de hoogte was van de omstandigheid dat medeverdachten het plan hadden opgevat een inbraak te plegen. Voorts heeft de raadsman aangevoerd dat uit het dossier niet blijkt met welke middelen zijn cliënt medeverdachten zou hebben geholpen de inbraak in de woning te plegen. Hooguit is er sprake geweest van medeplichtigheid achteraf, maar dat is niet strafbaar. De raadsman van verdachte heeft geconcludeerd dat in dit geval geen sprake is van medeplichtigheid aan de woninginbraak.

De rechtbank concludeert op grond van het onderzoek dat verdachte bij de medeverdachten in de auto is gestapt waarna men naar een juwelier is gereden. Nadat door de medeverdachten van de overval is afgezien, zijn de medeverdachten naar de woning gereden waar de inbraak heeft plaatsgevonden. De rechtbank is van oordeel dat uit de stukken blijkt dat verdachte weliswaar met de medeverdachten in de auto is meegereden naar de juwelier c.q. de woning waar de inbraak heeft plaatsgevonden doch dat het aandeel van verdachte in het gehele feitencomplex van dusdanig geringe aard is geweest dat niet gesproken kan worden van een zodanig nauwe en bewuste samenwerking dat van “medeplegen” sprake is geweest. Evenmin acht de rechtbank – ten aanzien van het onder 1 subsidiair tenlastegelegde – bewezen dat verdachte voorafgaande aan of tijdens het plegen van de woninginbraak opzettelijk behulpzaam is geweest door één of meer van de in de tenlastelegging genoemde middelen.

De verdachte dient derhalve van het onder feit 1 primair en subsidiair, 2, 3 en 4 ten laste gelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht.

BESLISSING

Het onder 1 primair en subsidiair evenals het onder 2, 3 en 4 ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

Aldus gewezen door mr. A.J. Louter, voorzitter, mrs. F. Koster en

J.E. van den Steenhoven-Drion, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.A. van den Hoek als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 augustus 2009.

Mr. J.E. van den Steenhoven-Drion voornoemd was buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.