Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2009:BJ5741

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
12-08-2009
Datum publicatie
21-08-2009
Zaaknummer
07/440099-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

bewijs, vrijwillige terugtred, medeplegen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnr. : 07.440099-09 en 07.440166-09

Uitspraak: 12 augustus 2009

Vonnis in de zaak van:

het openbaar ministerie

tegen

(verdachte),

geboren (geboortejaar),

wonende te (adres),

thans verblijvende in de (verblijfplaats).

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden d.d. 9 juli 2009 en 29 juli 2009 waarbij verdachte en zijn raadsman mr. J.A. Schadd, advocaat te Arnhem aanwezig zijn geweest.

De officier van justitie, mr. B. van Haren, heeft ter terechtzitting gevorderd de veroordeling van verdachte terzake:

- de dagvaarding met parketnummer 07.440099-09, de feiten 1, 2, 3 en 4 en

- de dagvaarding met parketnummer 07.440166-09, het ten laste gelegde feit tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

(volgt tenlastelegging)

BEWIJS

Met betrekking tot feit 1 van de dagvaarding met parketnummer 07.440099-09 heeft de raadsman van verdachte betoogd dat verdachte weliswaar op de hoogte was van de inbraak doch dat verdachte in de auto is blijven zitten omdat die te dronken was om mee te gaan. Het enkele feit dat verdachte op de hoogte was van de plannen is volgens de raadsman onvoldoende om tot een bewezenverklaring van medeplegen te komen. Derhalve heeft de raadsman de rechtbank verzocht de verdachte van dit feit vrij te spreken.

Met betrekking tot feit 2 van de dagvaarding met parketnummer 07.440099-09 heeft de raadsman betoogd dat gezien de omstandigheden het stadium van voorbereiding reeds voorbij was en sprake was van een begin van uitvoering. Verdachten hebben echter het plan niet doorgezet. De raadsman heeft de rechtbank verzocht de verdachte primair vrij te spreken nu een begin van uitvoering niet ten laste is gelegd en subsidiair vrijspraak gevorderd vanwege het vrijwillig terugtreden van verdachte.

Met betrekking tot de feiten 3 en 4 van voornoemde dagvaarding heeft de raadsman zich aan het oordeel van de rechtbank gerefereerd.

Met betrekking tot feit 1 van de dagvaarding met parketnummer 07.440099-09 overweegt de rechtbank het volgende:

Uit de verklaringen van de medeverdachten komt naar voren dat het plannen van de inbraak bij verdachte in de kapsalon heeft plaatsgevonden. Volgens de medeverdachten was verdachte zelfs een van de initiators en zou tevens voor de aanwezigheid van wapens hebben gezorgd.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte in de voorfase een significante rol heeft vervuld bij het plannen en voorbereiden van de inbraak en tevens heeft gezorgd dat er wapens voorhanden waren. Dat verdachte zo dronken was dat hij geen actieve rol van betekenis heeft vervuld bij de daadwerkelijke uitvoering van de inbraak, doet daar niet aan af.

De rechtbank is derhalve van oordeel dat voor medeplegen voldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is.

Met betrekking tot feit 2 van de dagvaarding met parketnummer 07.440099-09 overweegt de rechtbank het volgende:

Dat verdachten naar de juwelier zijn gereden en het feit dat een van de verdachten uit de auto is gestapt om het pand te verkennen zijn naar het oordeel van de rechtbank geen handelingen die gekwalificeerd kunnen worden als zijnde handelingen waardoor de uitvoering van het delict reeds was aangevangen. De rechtbank is van oordeel dat in dit geval geen sprake was van een begin van uitvoering. De rechtbank verwerpt derhalve het verweer.

Met betrekking tot de door de raadsman aangevoerde vrijwillige terugtred overweegt de rechtbank het volgende:

Beslissend voor de aanname van vrijwillige terugtred is de vraag of deze het gevolg was van een spontane besluitvorming en niet plaatsvond uitsluitend onder invloed van uitwendige prikkels. Van vrijwilligheid is sprake zolang verdachte nog de werkelijke keus had tussen doorgaan of stoppen.

Niets stond verdachte (en diens mededaders) in de weg om – ondanks de opmerkelijke uitspraak van (naam) dat hij de deur niet kon vinden - de overval op de juwelier alsnog te plegen. Maar hij heeft dit niet gedaan. Verdachte is toen, samen met medeverdachten, weggereden naar de woning aan de (adres), om aldaar een woninginbraak te plegen.

Dat verdachte de overval niet heeft doorgezet is niet slechts afhankelijk van externe factoren maar is tevens een omstandigheid van de wil van de verdachte afhankelijk.

Gezien het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat aannemelijk is geworden dat de verdachte vrijwillig is teruggetreden en de rechtbank zal verdachte dan ook met betrekking tot dit feit ontslaan van alle rechtvervolging.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte ten laste is gelegd, met dien verstande dat:

Parketnummer 07.440099-09

Feit 1

Hij op of omstreeks 27 maart 2009 in de gemeente Deventer tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning

((adres)) heeft weggenomen een kluis en sieraden, geheel toebehorende aan (naam), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zijn mededaders, waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak.

Feit 3

Hij op of omstreeks 27 maart 2009 in de gemeente Deventer tezamen en in vereniging met een ander of anderen, een wapen van categorie III, te weten een vuurwapen (9 mm FM Browning) en munitie van categorie III, te weten een of meer scherpe patronen, voorhanden heeft gehad.

Feit 4

Hij op of omstreeks 27 maart 2009 in de gemeente Deventer tezamen en in vereniging met anderen, een wapen van categorie III onder 5, te weten een of meer voorwerpen waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, voorhanden hebben gehad.

Parketnummer 07.440166-09

Hij op of omstreeks 22 maart 2009 in de gemeente Amsterdam tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (aan de adres) heeft weggenomen 600 euro en een handtas en een horloge en een of meer kettingen, geheel of ten dele toebehorende aan (naam 2), waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak.

Van het meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

STRAFBAARHEID

Het bewezene levert op:

Parketnummer 07.440099-09

Feit 1

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak,

strafbaar gesteld bij de artikelen 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Feit 3

Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, in vereniging gepleegd,

strafbaar gesteld bij de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Feit 4

Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, in vereniging gepleegd,

strafbaar gesteld bij de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Parketnummer 07.440166-09

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak,

strafbaar gesteld bij de artikelen 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

De verdachte is deswege strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden gebleken zijn die die strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten.

OPLEGGING VAN STRAF OF MAATREGEL

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de na te noemen beslissing passend.

De rechtbank is in dit geval van oordeel dat een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf noodzakelijk is, omdat aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak miskend zouden worden.

Bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel zouden moeten voeren, acht de rechtbank niet aanwezig.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 31 maart 2009 en

- een de verdachte betreffend Voorlichtingsrapport van Reclassering Nederland d.d. 6 juli 2009, uitgebracht door mw. M. Groeneveld, reclasseringsmedewerker.

De oplegging van straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 10, 27, 47, 57, 91 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het onder de feiten 1, 3 en 4 van parketnummer 07.440099-09 en parketnummer 07.440166-09 ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert de strafbare feiten op, zoals hiervoor vermeld. De verdachte is deswege strafbaar.

De rechtbank ontslaat de verdachte ter zake van het onder feit 2 van parketnummer 07.440099-09 ten laste gelegde van alle rechtsvervolging.

Van het meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden.

De tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, zal bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering worden gebracht.

Het bevel tot voorlopige hechtenis wordt opgeheven met ingang van het tijdstip waarop de duur van deze hechtenis gelijk wordt aan die van de opgelegde gevangenisstraf.

Aldus gewezen door mr. A.J. Louter, voorzitter, mrs. F. Koster en

J.E. van den Steenhoven-Drion, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.A. van den Hoek als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 augustus 2009.

Mr. J.E. van den Steenhoven-Drion voornoemd was buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.