Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2009:BJ5737

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
12-08-2009
Datum publicatie
21-08-2009
Zaaknummer
07/440095-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

geldigheid dagvaarding, bewijs, vrijwillige terugtree, medeplegen, gemotiveerde vrijspraak

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnr. : 07.440095-09 en 07.440167-09

Uitspraak: 12 augustus 2009

Vonnis in de zaak van:

het openbaar ministerie

tegen

(verdachte),

geboren op (geboortejaar),

wonende te (adres),

thans verblijvende in (verblijfplaats).

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 9 juli 2009 en 29 juli 2009 waarbij verdachte en zijn raadsman mr. I. Petkovski, advocaat te Deventer aanwezig zijn geweest.

De officier van justitie, mr. B. van Haren, heeft ter terechtzitting gevorderd de veroordeling van verdachte ter zake van:

- de op de dagvaarding met parketnummer 07.440095-09 onder 1, 2, en 3 ten laste gelegde feiten en

- het op de dagvaarding met parketnummer 07.440167-09 ten laste gelegde

tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Met betrekking tot feit 4 op de dagvaarding met parketnummer 07.440095-09 vordert de officier van justitie de verdachte vrij te spreken.

TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

(volgt tenlastelegging)

BEWIJS

De raadsman van verdachte heeft verklaard dat verdachte het feit op de dagvaarding met parketnummer 07.440167-09 alsook feit 1 op de dagvaarding met parketnummer 07.440095-09 heeft bekend.

Ten aanzien van feit 2 van laatstgenoemde dagvaarding heeft de raadsman betoogd dat de tenlastelegging onvoldoende feitelijk en specifiek is omschreven. Voorts heeft de raadsman bepleit dat verdachte vrijwillig is teruggetreden.

De wapens, genoemd in de feiten 3 en 4, waren geen eigendom van verdachte. Verdachte zou het wapen, omschreven in feit 3, zelfs uit veiligheidsoverwegingen hebben opgeborgen. Verdachte zou niet hebben geweten dat de stroomstootwapens in de auto aanwezig waren. De raadsman verzoekt de rechtbank derhalve de verdachte vrij te spreken van het onder de feiten 3 en 4 ten laste gelegde van de dagvaarding met parketnummer 07.440095-09.

Met betrekking tot het op de dagvaarding met parketnummer 07.440095-09 onder 2 ten laste gelegde overweegt de rechtbank het volgende:

Blijkens de inhoud van het dossier is op 27 maart 2009 sprake geweest van twee misdrijven, te weten een overval op een juwelier en een inbraak in een woning aan de (adres). In de tenlastelegging onder 2. gaat het om de voorbereiding van het misdrijf “afpersing”. In het licht van het dossier is voldoende duidelijk om de voorbereiding van welk misdrijf het hier gaat, namelijk de afpersing van de juwelier. Verdachte heeft er daarnaast geen blijk van gegeven dat hij niet heeft begrepen welk feit hem ten laste is gelegd. De rechtbank is derhalve van oordeel dat het betreffende feit voldoende feitelijk en specifiek is omschreven en verwerpt derhalve het verweer.

Ten aanzien van de door de raadsman bepleitte vrijwillige terugtred overweegt de rechtbank het volgende:

Beslissend voor de aanname van vrijwillige terugtred is de vraag of de terugtred het gevolg was van een spontane besluitvorming en niet plaatsvond uitsluitend onder invloed van uitwendige prikkels. Van vrijwilligheid is sprake zolang verdachte nog de werkelijke keus had tussen doorgaan of stoppen.

Verdachte heeft de auto bestuurd waarmee de verdachten naar de juwelier zijn gereden. Medeverdachte (naam) is ter hoogte van de juwelier uit de auto gestapt en heeft toen aangegeven dat hij de deur niet kon vinden. Niets stond verdachte (en diens mededaders) in de weg om – ondanks de opmerkelijke uitspraak van (naam) dat hij de deur niet kon vinden - de overval op de juwelier alsnog te plegen. Maar hij heeft dit niet gedaan. Verdachte is toen, samen met medeverdachten, weggereden naar de woning aan de (adres), om aldaar een woninginbraak te plegen

Dat verdachte de overval niet heeft doorgezet is niet slechts afhankelijk van externe factoren maar is tevens een omstandigheid van de wil van de verdachte afhankelijk.

Gezien het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat aannemelijk is geworden dat de verdachte vrijwillig is teruggetreden en de rechtbank zal verdachte dan ook met betrekking tot dit feit ontslaan van alle rechtvervolging.

Met betrekking tot het onder feit 3 en 4 ten laste gelegde overweegt de rechtbank het volgende:

Verdachte heeft op enig moment het plan opgevat een inbraak te plegen in de woning aan de (adres) te Deventer. Ter terechtzitting d.d. 29 juli 2009 heeft verdachte verklaard dat hij kennis had van de aanwezigheid van het wapen in de auto. Verdachte heeft verder bij de politie verklaard dat hij het wapen van een medeverdachte overhandigd heeft gekregen en dit in de kofferbak heeft opgeborgen

Gezien het voornoemde en de omstandigheid dat verdachte zich op geen enkele wijze heeft gedistantieerd van het wapen is de rechtbank van oordeel dat voor het onder feit 3 ten laste gelegde voldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is.

Dit in tegenstelling tot het voorhanden hebben van de stroomstootwapens. Uit het onderzoek is niet gebleken dat verdachte op de hoogte was van de aanwezigheid van de stroomstootwapens. Derhalve acht de rechtbank het onder feit 4 ten laste gelegde niet wettig bewezen en zal de verdachte daarvan vrijspreken.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte ten laste is gelegd, met dien verstande dat:

Parketnummer 07.440095-09

Feit 1

Hij op of omstreeks 27 maart 2009 in de gemeente Deventer tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning

((adres)) heeft weggenomen een kluis en sieraden, geheel toebehorende aan (naam), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zijn mededaders, waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak.

Feit 3

Hij op of omstreeks 27 maart 2009 in de gemeente Deventer tezamen en in vereniging met een ander of anderen, een wapen van categorie III, te weten een vuurwapen (9 mm FM Browning) en munitie van categorie III, te weten een of meer scherpe patronen, voorhanden heeft gehad.

Parketnummer 07.440167-09

Hij op of omstreeks 22 maart 2009 in de gemeente Amsterdam tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (aan de adres) heeft weggenomen 600 euro en een handtas en een horloge en een of meer kettingen, geheel of ten dele toebehorende aan (naam 2), waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak.

Van het meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

STRAFBAARHEID

Het bewezene levert op:

Parketnummer 07.440095-09

Feit 1

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak,

strafbaar gesteld bij de artikelen 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Feit 3

Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, in vereniging gepleegd,

strafbaar gesteld bij de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Parketnummer 07.440167-09

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak,

strafbaar gesteld bij de artikelen 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

De verdachte is deswege strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden gebleken zijn die die strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten.

OPLEGGING VAN STRAF OF MAATREGEL

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de na te noemen beslissing passend.

De rechtbank is in dit geval van oordeel dat een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf noodzakelijk is, omdat aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak miskend zouden worden.

Bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel zouden moeten voeren, acht de rechtbank niet aanwezig.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 15 juni 2009 en

- een de verdachte betreffend Adviesrapport van Reclassering Nederland d.d. 30 juni 2009, uitgebracht door mw. E. Dijkstra, reclasseringsmedewerker.

De oplegging van straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 10, 27, 47, 57, 91 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het onder de feiten 1 en 3 en van parketnummer 07.440095-09 en parketnummer 07.440167-09 ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert de strafbare feiten op, zoals hiervoor vermeld. De verdachte is deswege strafbaar.

Het onder feit 4 ten laste gelegde van parketnummer 07.440095-09 ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De rechtbank ontslaat de verdachte ter zake van het onder feit 2 van parketnummer 07.440095-09 ten laste gelegde van alle rechtsvervolging.

Van het meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden.

De tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, zal bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering worden gebracht.

Het bevel tot voorlopige hechtenis wordt opgeheven met ingang van het tijdstip waarop de duur van deze hechtenis gelijk wordt aan die van de opgelegde gevangenisstraf.

Aldus gewezen door mr. A.J. Louter, voorzitter, mrs. F. Koster en

J.E. van den Steenhoven-Drion, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.A. van den Hoek als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 augustus 2009.

Mr. J.E. van den Steenhoven-Drion voornoemd was buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.