Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2009:BJ5706

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
09-07-2009
Datum publicatie
20-08-2009
Zaaknummer
07/400096-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Opiumwet, Bewijs en Strafmaatmotivering

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnrs. : 07.400096-09

Uitspraak : 9 juli 2009

Vonnis in de zaak van:

het openbaar ministerie

tegen

(verdachte),

geboren op (geboortejaar),

wonende (adres),

thans verblijvende in (verblijfplaats)

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 25 juni 2009. De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. A.A. Bos, advocaat te Zwolle.

De officier van justitie, mr. A. Doedens, heeft ter terechtzitting terzake het onder 1 en 2 ten laste gelegde gevorderd de veroordeling van verdachte tot een gevangenisstraf van

15 maanden waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar met de bijzondere voorwaarde dat verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen te geven door of namens de Stichting Reclassering Nederland, ook als die een plaatsing in Stichting De Ontmoeting, woon- en werkcentrum Huize Norel en deelname aan het begeleidingsprogramma voor de duur van maximaal 16 maanden inhouden, verbeurdverklaring van het aangetroffen geldbedrag en onttrekking aan het verkeer van 1,5 gram cocaïne.

TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 juli 2008 tot

en met 25 maart 2009 in de gemeente Zwolle tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft vervoerd en/of

verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt aan (onder meer) (naam 1) en/of

(naam 2) en/of (naam 3) en/of (naam 4) en/of (naam 5) en/of

(naam 6) en/of (naam 7) en/of (naam 8), dealers- en/of

gebruikershoeveelheden heroïne (diacetylmorfine) en/of cocaïne, in elk geval

(telkens) een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne

(diacetylmorfine) en/of cocaïne, zijnde heroïne en/of cocaïne (telkens) (een)

middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel

aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.

hij op of omstreeks 25 maart 2009 in de gemeente Zwolle tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig

heeft gehad ongeveer 13.4 gram heroïne en/of cocaïne, in elk geval een

hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne (diacetylmorfine) en/of

cocaïne, zijnde heroïne en/of cocaïne (telkens) (een) middel(en) als bedoeld

in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het

vijfde lid van artikel 3a van die wet;

art 2 ahf/ond C Opiumwet

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 10 lid 3 Opiumwet

BEWIJS

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte 1 en 2 ten laste is gelegd, met dien verstande dat:

1.

hij op meer tijdstippen in de periode van 01 juli 2008 tot en met 25 maart 2009 in de gemeente Zwolle tezamen en in vereniging met anderen, (telkens) opzettelijk heeft vervoerd en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt aan (onder meer) (naam 1) en/of

(naam 2) en/of (naam 3) en/of (naam 4) en/of (naam 5) en/of

(naam 6) en/of (naam 7) en/of (naam 8), en/of (naam 9) en/of (naam 10) en/of (naam 11) dealers- en/of gebruikershoeveelheden heroïne (diacetylmorfine) en/of cocaïne, zijnde heroïne en cocaïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

2.

hij op 25 maart 2009 in de gemeente Zwolle, opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoe-

veelheid van een materiaal bevattende heroïne (diacetylmorfine) en cocaïne, zijnde heroïne en cocaïne (telkens) een middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

Van het 1 en 2 meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

STRAFBAARHEID

Het bewezene levert op:

1: Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder B, van de Opiumwet, gegeven verbod, strafbaar gesteld bij artikel 10 van de Opiumwet juncto artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht.

2: Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, strafbaar gesteld bij artikel 10 van de Opiumwet juncto artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht.

De verdachte is deswege strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden gebleken zijn die die strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten.

OPLEGGING VAN STRAF OF MAATREGEL

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de na te noemen beslissing passend.

De rechtbank is in dit geval van oordeel dat een gedeeltelijk onvoorwaardelijke vrijheidsstraf noodzakelijk is, omdat aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, gelet ook op het strafrechtelijk verleden van de verdachte, door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak miskend zouden worden. Bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel zouden moeten voeren, acht de rechtbank niet aanwezig.

Hoewel de rechtbank van oordeel is dat bij feiten als de onderhavige in beginsel een lange onvoorwaardelijke gevangenisstraf op haar plaats is zal zij deze thans – gelet op voormelde rapportage en gelet op de omstandigheid dat verdachte op korte termijn kan deelnemen aan het programma van het begeleidingsprogramma van Stichting De Ontmoeting (woon- en werkcentrum Huize Norel), welk programma maximaal 16 maanden in beslag zal nemen - voor een groot deel voorwaardelijk opleggen

De rechtbank is van oordeel dat de officier van justitie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vordering met betrekking tot de verbeurdverklaring van het aangetroffen geldbedrag, aangezien zij bij de zich in het dossier bevindende stukken geen kennisgeving van inbeslagname of een beslaglijst heeft aangetroffen en derhalve niet blijkt dat het geldbedrag in beslag is genomen.

De rechtbank is van oordeel dat 1,5 gram cocaïne en/of heroïne dienen te worden onttrokken aan het verkeer, omdat het middelen zijn met betrekking tot welke het onder 2 ten laste gelegde feit is begaan, terwijl het ongecontroleerde bezit ervan in strijd is met de wet.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank rekening gehouden met:

een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 29 mei 2009.

- een de verdachte betreffend voorlichtingsrapport d.d. 28 mei 2009 uitgebracht door het Leger des Heils te Zutphen.

De oplegging van straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 36b, 36c, 57, 63 en 91 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het onder 1 en 2 ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert de strafbare feiten op, zoals hiervoor vermeld. De verdachte is deswege strafbaar.

Het onder 1 en 2 meer of anders ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 (vijftien) maanden.

De tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, zal bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering worden gebracht.

Van de gevangenisstraf zal een gedeelte, groot 9 (negen) maanden, niet worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond van het feit dat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van twee jaar aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of gedurende die proeftijd de hierna te melden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

Als bijzondere voorwaarde wordt gesteld dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen, te geven door of namens de Stichting Reclassering Nederland, ook als die een behandeling in de Stichting De Ontmoeting, woon- en werkcentrum Huize Norel en deelname aan het begeleidingsprogramma voor de duur van maximaal 16 maanden inhouden, zulks zolang deze instelling of een door haar aan te wijzen andere reclasseringsinstelling dat gedurende de proeftijd nodig oordeelt, met opdracht aan die instelling als bedoeld in artikel 14d van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in haar vordering tot verbeurdverklaring van het aangetroffen geldbedrag.

De rechtbank verklaart onttrokken aan het verkeer 1,5 gram cocaïne en/of heroïne.

Aldus gewezen door mr. F.E.J. Goffin, voorzitter, mrs. G.P. Nieuwenhuis en H.J. Buijsman, rechters, in tegenwoordigheid van W.F. Grotenhuis als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 juli 2009.

Mr. Nieuwenhuis was buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.