Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2009:BJ5704

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
09-07-2009
Datum publicatie
20-08-2009
Zaaknummer
07/420037-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Opzetverweer

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnr. : 07.420037-09 en 07.420037-09 (ad informandum gevoegd)

Uitspraak: 9 juli 2009

Vonnis in de zaak van:

het openbaar ministerie

tegen

(verdachte),

geboren op (geboortejaar),

wonende te (adres).

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 25 juni 2009. De verdachte is verschenen, bijgestaan door R.H. Broeksema, advocaat te Zwolle.

De officier van justitie, mr. G. Edelenbos, heeft ter terechtzitting terzake het onder 1 primair, 2 primair en 3 ten laste gelegde (alsmede de ad informandum gevoegde zaak met parketnummer 07.420037-09) gevorderd de veroordeling van verdachte tot:

- een werkstraf van 80 uren subsidiair 40 dagen jeugddetentie met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht van 28 uren,

- jeugddetentie voor de duur van 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar met de bijzondere voorwaarde dat verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen te geven door of namens het Bureau Jeugdzorg Overijssel (jeugdreclassering), ook als die een behandeling bij Accare en Verslavingszorg Tactus inhouden;

- toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, (naam 1), tot een bedrag van

- € 433,60;

- oplegging van de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 433.60 ten behoeve van het slachtoffer, (naam 1) voornoemd.

TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 17 januari 2009 in de gemeente Zwolle ter uitvoering van

het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging, met een

ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade aan

een persoon genaamd (naam 1), zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met dat

opzet en na kalm beraad en rustig overleg,

- die(naam 1) één of meermalen (krachtig) tegen/op/aan het lichaam

heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of geduwd en/of getrokken en/of

- die(naam 1) één of meermalen knietjes tegen/op het lichaam heeft/hebben

gegeven en/of

- die(naam 1) één of meermalen ten val heeft/hebben gebracht en/of

- die(naam 1) één of meermalen (krachtig) tegen/op het lichaam en/of het hoofd heeft/

hebben geschopt en/of getrapt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op of omstreeks 17 januari 2009 in de gemeente Zwolle, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en met

voorbedachten rade mishandelend, althans opzettelijk mishandelend, een

persoon, (naam 1), opzettelijk, na kalm beraad en rustig overleg,

althans opzettelijk

- één of meermalen (krachtig) tegen/op/aan het lichaam heeft/hebben

geslagen en/of gestompt en/of geduwd en/of getrokken en/of

- één of meermalen knietjes tegen/op het lichaam heeft/hebben gegeven en/of

- één of meermalen ten val heeft/hebben gebracht en/of

- één of meermalen (krachtig) tegen/op het lichaam en/of het hoofd heeft/hebben

geschopt en/of getrapt, tengevolge waarvan die (naam 1) enig lichamelijk letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

art 301 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 17 januari 2009 in de gemeente Zwolle tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich

en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of

bedreiging met geweld (naam 1) heeft gedwongen tot de afgifte van

een geldbedrag van 10 euro en/of sigaretten, in elk geval van enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan die(naam 1), in elk geval aan een ander

of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke

bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn

mededader(s)

- die(naam 1) één of meermalen (krachtig) tegen/op het hoofd en/of het

lichaam heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of geduwd en/of

- die(naam 1)n ten val heeft/hebben gebracht en/of

- die(naam 1) één of meermalen (krachtig) tegen/op het hoofd en/of het

lichaam heeft/hebben getrapt en/of geschopt en/of

- dreigend -zakelijk weergegeven- tegen die(naam 1) gezegd: "dat hij 10 euro

moest afgeven aan hem" en/of "dat als hij dit tegen de politie of tegen zijn

ouders zou vertellen hij zou worden vermoord of verdronken;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op of omstreeks 17 januari 2009 in de gemeente Zwolle (naam 1) heeft

bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware

mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde(naam 1) dreigend

de woorden toegevoegd :"Als je dit tegen de politie of je ouders vertelt,

vermoord of verdrink ik je", althans woorden van gelijke dreigende aard of

strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 12 december 2008 in de gemeente Zwolle tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen één ketting en/of één armband

en/of één ring en/of één of meer (paar) oorbellen, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan (naam winkel), in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s); (parketnummer:

420459-08)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

BEWIJS

De rechtbank verwerpt het door de raadsman gevoerde verweer dat verdachte terzake het onder 1 ten laste gelegde feitencomplex op geen enkele wijze opzet heeft gehad om

(naam 1) zwaar lichamelijk letsel toe te brengen.

De rechtbank is van oordeel dat mag worden geconcludeerd dat het opzet van verdachte om

(naam 1) zwaar lichamelijk letsel toe te brengen naar objectieve maatstaven aanwezig is geweest. Immers, uit de gebezigde bewijsmiddelen is komen vast te staan dat verdachte opzettelijk en met kracht meerdere keren met een geschoeide voet tegen het lichaam van

(naam 1) heeft getrapt terwijl deze op de grond lag. Tijdens het trappen tegen het lichaam heeft verdachte(naam 1) tevens op het hoofd geraakt. Aangezien als algemeen bekend moet worden beschouwd – ook bij een vijftienjarige – dat het hoofd een uitermate kwetsbare plaats van het lichaam is, leidt de rechtbank af dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij (naam 1) zwaar lichamelijk letsel zou toebrengen. De rechtbank acht daarmee bewezen dat verdachte op voren omschreven wijze opzet heeft gehad bij de poging tot zware mishandeling.

De rechtbank acht aldus wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder

1 primair, 2 primair en 3 ten laste is gelegd, met dien verstande dat:

1. hij op 17 januari 2009 in de gemeente Zwolle ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging, met een ander, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade aan een persoon genaamd (naam 1), zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, tezamen en in vereniging met een ander met dat

opzet en na kalm beraad en rustig overleg,

- die(naam 1) (krachtig) tegen het lichaam hebben geslagen en/of gestompt en/of

geduwd en/of getrokken en

- die(naam 1) knietjes tegen het lichaam heeft/hebben gegeven en

- die(naam 1) ten val heeft gebracht en

- die(naam 1) (krachtig) tegen het lichaam en het hoofd heeft geschopt en/of getrapt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2. hij op 17 januari 2009 in de gemeente Zwolle, met het oogmerk om zich

wederrechtelijk te bevoordelen door geweld (naam 1) heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van 10 euro en sigaretten, toebehorende aan die(naam 1), welk geweld hierin bestond dat hij, verdachte,

- die(naam 1) (krachtig) tegen het hoofd en het lichaam heeft geslagen en gestompt

en geduwd en

- die(naam 1)n ten val heeft gebracht en

- die(naam 1) (krachtig) tegen het hoofd en het lichaam heeft getrapt en geschopt en

- dreigend -zakelijk weergegeven- tegen die(naam 1) gezegd: "dat hij 10 euro

moest afgeven aan hem.”

3. hij op 12 december 2008 in de gemeente Zwolle met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen één ketting en één armband

en één ring en één of meer (paar) oorbellen, toebehorende aan (naam winkel).

Van het onder 1 primair, 2 primair en 3 meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

STRAFBAARHEID

Het bewezene levert op:

1. Medeplegen van poging tot zware mishandeling, gepleegd met voorbedachten rade, strafbaar gesteld bij artikel 303 junctis de artikelen 45 en 47 van het Wetboek van Strafrecht.

2. Afpersing, strafbaar gesteld bij artikel 317 van het Wetboek van Strafrecht

3. Diefstal, strafbaar gesteld bij artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht.

De verdachte is deswege strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden gebleken zijn die die strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten.

OPLEGGING VAN STRAF OF MAATREGEL

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de na te noemen beslissing passend.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 28 mei 2009;

- een de verdachte betreffend rapport d.d. 21 januari 2009, uitgebracht door de Raad voor de Kinderbescherming te Zwolle;

- een adviesrapport betreffende verdachte d.d. 2 februari 2009, uitgebracht door de afdeling jeugdreclassering van het Bureau Jeugdzorg Overijssel;

- een de verdachte betreffend psychiatrisch rapport d.d. 25 maart 2009 uitgebracht door I. Hazemeijer en E.J.D. Prinsen, psychiater en psychiater in opleiding te Zwolle;

- een psychologisch rapport betreffende verdachte d.d. 27 maart 2009, uitgebracht door H.R.J. ter Borg, psycholoog te Leeuwarden.

Laatst vermelde gedragskundige rapporten houden als conclusie onder meer in dat betrokkene ten tijde van het hem ten laste gelegde lijdende was aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling en ziekelijke stoornis zijner geestvermogens dat de feiten, indien bewezen, hem in enigszins verminderde mate kunnen worden toegerekend.

De rechtbank neemt de conclusie op de in de onderscheiden rapporten aangedragen gronden over en maakt het oordeel van de deskundigen tot het hare.

Voorts heeft de rechtbank er rekening mee gehouden dat de verdachte zich, naast de bewezen verklaarde feiten, ook schuldig heeft gemaakt aan diefstal van een Ipod, zoals valt af te leiden uit het ter kennisneming van de rechtbank bij de stukken gevoegde dossier met parketnummer 07.420177-09 en zoals ook door de verdachte tegenover de politie is erkend en door de verdachte ter terechtzitting is bevestigd.

Bij de vaststelling van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van de onder 1 en 2 bewezen verklaarde feiten, de omstandigheden waaronder deze feiten zijn gepleegd, met de omstandigheid dat verdachte in ernstige mate inbreuk heeft gepleegd op de persoonlijke integriteit van het slachtoffer en met de gevolgen die het handelen van verdachte bij het slachtoffer - voor wie het gebeurde een zeer traumatiserende ervaring is geweest - teweeg heeft gebracht.

Hoewel de rechtbank van oordeel is dat bij feiten als onder 1 primair en 2 primair bewezen verklaard in beginsel een onvoorwaardelijke jeugddetentie op haar plaats is, zal zij deze thans – gelet op voormelde rapportage en gelet op de omstandigheid dat verdachte binnen het circuit van de ambulante gezondheidszorg is opgenomen, aan continuering van welke zorg de rechtbank grote waarde hecht – slechts voorwaardelijk opleggen, met daaraan verbonden de bijzondere voorwaarde zoals hierna te melden. Bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel zouden moeten voeren, acht de rechtbank niet aanwezig.

De oplegging van straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 77a, 77h, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa en 77gg van het Wetboek van Strafrecht.

Benadeelde partij

Bij het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan, dat de benadeelde partij,

(naam 1) rechtstreeks schade heeft geleden ten gevolge van de ten laste van verdachte onder 1 en 2 bewezen verklaarde feiten.

De hoogte van die schade is, gelet op de in het ‘voegingsformulier benadeelde partij in het strafproces’ verstrekte informatie en de daarbij overgelegde stukken, genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van € 633,60, vermeerderd met de kosten die -tot op heden- worden begroot op nihil.

De vordering van de benadeelde partij, die in die vordering ontvankelijk is, is in dier voege toewijsbaar.

De rechtbank zal voorts aan de verdachte op de voet van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van bovengenoemde geldsom van € 633,60 ten behoeve van het slachtoffer (naam 1).

BESLISSING

Het onder 1 primair, 2 primair en 3 ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert de strafbare feiten op, zoals hiervoor vermeld. De verdachte is deswege strafbaar.

Het onder 1 primair, 2 primair en 3 meer of anders ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 3 (drie) maanden.

De jeugddetentie zal niet worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van twee jaar aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of gedurende die proeftijd de hierna te melden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

Als bijzondere voorwaarde wordt gesteld dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen, te geven door het Bureau Jeugdzorg Overijssel, jeugdreclassering, ook als die een ambulante behandeling bij Verslavingszorg Tactus en Accare inhouden, zulks zolang deze instelling dat gedurende de proeftijd nodig oordeelt.

De rechtbank legt aan verdachte op een taakstraf, te weten de werkstraf het verrichten van onbetaalde arbeid gedurende 80 (tachtig) uren, te voltooien binnen een jaar na het onherroepelijk worden van dit vonnis.

De rechtbank beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 40 (veertig) dagen jeugddetentie, althans een aantal dagen jeugddetentie dat evenredig is aan het niet verrichte aantal uren taakstraf.

De tijd, door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, zal bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde taakstraf in mindering worden gebracht, berekend naar de maatstaf van 2 uren taakstraf per dag.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, (naam 1), wonende te (adres), van een bedrag van € 633,60 (zegge: zeshonderd drieëndertig euro en zestig cent). De verdachte wordt voorts veroordeeld in de kosten, door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

De rechtbank legt op aan verdachte de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag, groot € 633,60, ten behoeve van het slachtoffer (naam 1), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 12 dagen hechtenis.

De rechtbank bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

De rechtbank verklaart de benadeelde partij, (naam 1), niet-ontvankelijk voor wat het meer gevorderde betreft.

Aldus gewezen door mr. G.P. Nieuwenhuis, kinderrechter, voorzitter, mrs. H.J. Buijsman en F.E.J. Goffin, rechters, in tegenwoordigheid van W.F. Grotenhuis als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 juli 2009.