Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2009:BJ3591

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
21-07-2009
Datum publicatie
24-07-2009
Zaaknummer
07.607107-09 en 07.600072-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

staandehouding

aanhouding

doorzoeking

onrechtmatigheid

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnr. : 07.607107-09 en 07.600072-09

Uitspraak: 21 juli 2009

Vonnis in de zaak van:

het openbaar ministerie

tegen

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres],

thans verblijvende in het Huis van Bewaring te Lelystad.

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 7 juli 2009. De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. G.I. Roos, advocaat te Almere.

De officier van justitie, mr. M. Kamper, heeft ter terechtzitting gevorderd de veroordeling van verdachte terzake het ten laste gelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van twee jaar met als bijzondere voorwaarde contact met de verslavingsreclassering van Tactus verslavingszorg.

TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

07.607107-09

1.

hij op of omstreeks [datum] in de gemeente [plaats] opzettelijk heeft vervoerd/verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt aan [personen], in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 2,17 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

2.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van [datum] tot en met [datum] in de gemeente [plaats], althans in Nederland, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, (telkens) (een) grote hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende MDMA en/of amfetamine en/of speed, in elk geval (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,

en/of

hij op of omstreeks [datum] in de gemeente [plaats], in zijn, verdachtes, woning (aan de [adres]) opzettelijk aanwezig heeft gehad, - ongeveer 1869,74 gram van een materiaal bevattende amfetamine en/of - ongeveer 45 eenheden MDMA en/of - ongeveer 26 eenheden amfetamine, in elk geval (een) grote hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende MDMA en/of amfetamine, in elk geval (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

3.

hij in of omstreeks de periode van [datum] tot en met [datum] in de gemeente [plaats] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres]), een hoeveelheid van ongeveer 80 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

07.600072-09

hij op of omstreeks [datum] in de gemeente [plaats] opzettelijk en wederrechtelijk (met verf) de/een (voor)gevel van cafetaria [naam], in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan cafetaria [naam] en/of [aangever], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.

BEWIJS

De raadsman van verdachte heeft primair betoogd dat de aanhouding van verdachte onrechtmatig is geweest, nu er op het moment van aanhouding nog geen sprake was van een redelijk vermoeden van schuld.

De rechtbank overweegt hierover als volgt. Anders dan door de raadsman is aangevoerd wordt verdachte nadat verbalisanten hem iets aan [persoon] zien overhandigen staande gehouden. Pas nadat ook [persoon] staande is gehouden en bij hem een wikkel met daarin wit poeder wordt aangetroffen wordt verdachte aangehouden. Op dat moment was er een redelijk vermoeden van schuld, zodat van een onrechtmatige aanhouding geen sprake was.

Voorts is door de raadsman betoogd dat de doorzoeking in de woning van verdachte onrechtmatig is geweest, nu de verklaring van geen bezwaar niet uit vrije wil door verdachte is ondertekend en verdachte op het moment van ondertekening van die verklaring nog geen bijstand had gehad van een advocaat. De raadsman heeft hierbij gewezen op pagina 99 van het dossier, waar verdachte te kennen geeft zijn bedenkingen te hebben over het al dan niet geven van toestemming.

De rechtbank is van oordeel dat niet is gebleken dat er onoorbare druk op verdachte is uitgeoefend. Op pagina 99 van het dossier is te lezen hoe aan verdachte wordt uitgelegd dat hij geen toestemming hoeft te geven en op pagina 100 van het dossier verklaart verdachte dat hij overweegt om toestemming te geven voor de zoeking.

De rechtbank is van oordeel dat de door de raadsman aangehaalde Salduz-problematiek in deze zaak niet aan de orde is, nu verdachte, ook nadat hij met zijn raadsman heeft gesproken, bij de politie en ook op de terechtzitting, de aan hem ten laste gelegde feiten bekent.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte ten laste is gelegd, met dien verstande dat:

07.607107-09

1.

hij op [datum] in de gemeente [plaats] opzettelijk heeft vervoerd/verkocht en afgeleverd en verstrekt aan [persoon] ongeveer 2,17 gram van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

2.

hij op in de periode van [datum] tot en met [datum] in de gemeente [plaats], (telkens) opzettelijk heeft verkocht en afgeleverd en verstrekt en vervoerd, (telkens) grote hoeveelheden van een materiaal bevattende MDMA en/of amfetamine en/of speed, in elk geval middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,

en

hij op [datum] in de gemeente [plaats], in zijn, verdachtes, woning (aan de [adres]) opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 1500 gram van een materiaal bevattende amfetamine en ongeveer 45 eenheden MDMA en ongeveer 26 eenheden amfetamine, in elk geval middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

3.

hij in de periode van [datum] tot en met [datum] in de gemeente [plaats] opzettelijk heeft geteeld en bereid en bewerkt (in een pand aan de [adres]), een hoeveelheid van ongeveer 80 hennepplanten, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.

07.600072-09

hij op [datum] in de gemeente [plaats] opzettelijk en wederrechtelijk (met verf) de (voor)gevel van cafetaria [naam], toebehorende aan cafetaria [naam] en/of [aangever] heeft beschadigd.

Van het meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

STRAFBAARHEID

Het bewezene levert op:

07.607107-09

1: Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, strafbaar gesteld bij artikel 10 van de Opiumwet.

2: Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, strafbaar gesteld bij artikel 10 van de Opiumwet,

en

Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, strafbaar gesteld bij artikel 10 van de Opiumwet.

3: Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, strafbaar gesteld bij artikel 11 van de Opiumwet.

07.600072-09

Opzettelijk en wedderechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort beschadigen.

De verdachte is deswege strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden gebleken zijn die die strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten.

OPLEGGING VAN STRAF OF MAATREGEL

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de na te noemen beslissing passend.

De rechtbank is in dit geval van oordeel dat een deels onvoorwaardelijke vrijheidsstraf noodzakelijk is, omdat aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak miskend zouden worden.

Bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel zouden moeten voeren, acht de rechtbank niet aanwezig. Verdachte heeft zich gedurende een lange periode schuldig gemaakt aan het dealen van hard-drugs. Daardoor is verdachte mede-verantwoordelijk voor de nadelige effecten die het gebruik van verdovende middelen veroorzaakt. Daarbij is van belang dat amfetamine, MDMA en Speed stoffen zijn die sterk verslavend werken en schadelijk zijn voor de gezondheid. Voorts is het een feit van algemene bekendheid dat verslaafden in de regel vermogensdelicten plegen om in hun gebruik te kunnen voorzien.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank rekening gehouden met:

een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 17 juni 2009;

- een de verdachte betreffend voorlichtingsrapport d.d. 19 juni 2009 uitgebracht door Tactus verslavingszorg.

De rechtbank zal aan verdachte, gelet op bovengenoemde rapportages, tevens een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen teneinde verdachte ervan te weerhouden nieuwe strafbare feiten te plegen en een verplichte begeleiding door de afdeling verslavingsreclassering van Tactus verslavingszorg mogelijk te maken.

De rechtbank komt tot een lagere straf dan door de officier van justitie is geëist, gezien verdachtes proceshouding waarin hij ruimhartig openheid van zaken heeft gegeven, waarbij hij zichzelf niet heeft gespaard, en er bij verdachte sprake lijkt te zijn van oprecht berouw.

De oplegging van straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 57 en 91 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert de strafbare feiten op, zoals hiervoor vermeld. De verdachte is deswege strafbaar.

Het meer of anders ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden.

De tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, zal bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering worden gebracht.

Van de gevangenisstraf zal een gedeelte, groot 6 maanden, niet worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond van het feit dat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van twee jaar aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of gedurende die proeftijd de hierna te melden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

Als bijzondere voorwaarde wordt gesteld dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen, te geven door of namens de afdeling verslavingsreclassering van Tactus verslavingszorg, zulks zolang deze instelling of een door haar aan te wijzen andere reclasseringsinstelling dat gedurende de proeftijd nodig oordeelt, met opdracht aan die instelling als bedoeld in artikel 14d van het Wetboek van Strafrecht.

Aldus gewezen door mr. M.A. Pot, voorzitter, mrs. L.G. Wijma en G.E.A. Neppelenbroek, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. Seuters als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 juli 2009.

Mrs. L.G. Wijma en G.E.A. Neppelenbroek voornoemd waren buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.