Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2009:BJ2254

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
02-06-2009
Datum publicatie
10-07-2009
Zaaknummer
07/400053-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

overval coffeeshop

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnummer: 07.400053-09 (P)

Uitspraak: 2 juni 2009

VONNIS IN DE STRAFZAAK VAN:

het openbaar ministerie

tegen

(verdachte)

geboren op (geboortejaar)

zonder vaste woon- of verblijfsplaats

thans verblijvende in (xxx)

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 19 mei 2009. De verdachte is niet in persoon verschenen en is ter terechtzitting verdedigd door mr. W.P. Maris, advocaat te Zwolle, die heeft verklaard daartoe uitdrukkelijk te zijn gemachtigd.

DE TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd overeenkomstig de dagvaarding, zoals ter terechtzitting gewijzigd.

De rechtbank verbetert in de tenlastelegging kennelijke schrijffouten. De verdachte wordt daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

FORMELE VOORVRAGEN

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

DE BEWIJSMIDDELEN EN DE BEOORDELING DAARVAN

Het standpunt van de officier van justitie

Ten aanzien van het onder 1 primair ten laste gelegde, te weten poging tot diefstal met geweld, heeft de officier van justitie vrijspraak gevorderd. De officier van justitie heeft betoogd dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 subsidiair ten laste gelegde, te weten poging tot afpersing, alsmede de onder 2 ten laste gelegde vernielingen van twee (voorruiten van) auto’s.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd, dat verdachte zich wenst te refereren aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt met betrekking tot het bewijs het navolgende, op grond van de hierna vermelde bewijsmiddelen.

Op donderdag 5 februari 2009 is een man met een mes in zijn handen de coffeeshop (naam) binnengegaan. Achter de bar stonden de barmedewerkers (naam) en (naam). Blijkens de aangifte van (naam) is de man naast hem gaan staan, had de man een mes in zijn rechterhand, heeft de man daarmee stekende bewegingen in zijn richting gemaakt en heeft de man gezegd “ik wil de kassa. Anders gaat er iemand van jullie dood.” Aangeefster (naam) heeft verklaard dat de man het mes op ongeveer 25 centimeter van haar af hield en riep “Geld, kassa”. Een bezoeker, getuige (naam), heeft verklaard dat de man een mes in zijn rechterhand had en schreeuwde “Geef me geld en maak de kassa open of ik steek haar neer”. Een andere bezoeker, (naam), heeft verklaard dat de man met een mes in zijn hand achter de bar stond en riep “geld, geld, anders maak ik jullie dood. Ik moet geld hebben.” Ook andere bezoekers/getuigen hebben gezien dat een man met een mes dreigde en om geld riep.

(naam) heeft de overvalknop ingedrukt. Getuige (naam) heeft een barkruk tegen de man aangegooid. Getuige (naam) heeft de man vervolgens met een biljartkeu geslagen, waarna de man ten val is gekomen. De man is vervolgens door een aantal bezoekers belaagd, waarbij getuige (naam) het mes van de man afhandig heeft gemaakt en waarna de man de coffeeshop is uitgezet.

Meerdere getuigen hebben verklaard dat de man vervolgens buiten de coffeeshop een fiets heeft opgepakt en naar aldaar geparkeerde auto’s heeft gegooid. Blijkens (onder meer) de aangiften van (naam) en (naam) en de zich in het dossier bevindende foto’s zijn daardoor de voorruiten van die auto’s vernield.

Toen de politie ter plaatse kwam hebben omstanders gewezen in de richting van de (straat), alwaar verdachte is aangehouden.

Blijkens een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant (naam) is op beveiligingsbeelden van de coffeeshop zichtbaar, dat verdachte de coffeeshop binnen loopt. Vlak daarna is een arm/hand met een mes in beeld zichtbaar. Vervolgens is te zien dat er een barkruk door het beeld vliegt, dat een persoon met een keu iemand achter de bar slaat, dat iemand aan zijn kleding naar buiten wordt gedragen en dat verdachte buiten een fiets pakt en daarmee voorruiten van twee geparkeerde auto’s inslaat.

Uit een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant (naam) volgt, dat hij op 5 februari 2009 in de coffeeshop (naam) een mes heeft aangetroffen op de bar aan de personeelszijde en dat hij dat mes heeft veilig gesteld.

In zijn eerste verhoor bij de politie heeft verdachte verklaard dat hij met een mes (naam) is binnengegaan en dat hij heeft gezegd dat hij geld moest hebben.

Met de officier van justitie en met inachtneming van hetgeen door haar en de raadsman is aangevoerd, is de rechtbank van oordeel dat het onder 1 primair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend kan worden bewezen, zodat de verdachte hiervan dient te worden vrijgesproken.

Uit de bewoordingen die verdachte blijkens de verschillende getuigenverklaringen heeft gebruikt volgt niet dat verdachte voornemens was om met bedreiging met geweld het geld eigenhandig weg te nemen, maar wel dat het zijn bedoeling was om met bedreiging met geweld de slachtoffers te dwingen tot afgifte van geld.

De rechtbank acht gelet op voormelde (samenvatting van) bewijsmiddelen aldus het onder 1 subsidiair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank overweegt in dat verband nog, dat zij de (latere) verklaring van verdachte dat hij niet zou hebben geprobeerd een overval te plegen respectievelijk dat hij niet zou hebben gedreigd met een mes, niet geloofwaardig acht.

Ook het bewijs en de overtuiging dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan is gegrond op de feiten en omstandigheden zoals die zijn vervat in de hiervoor vermelde (samenvatting van) bewijsmiddelen.

BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder 1 subsidiair en onder 2 ten laste is gelegd, met dien verstande dat:

1.

hij op 05 februari 2009 in de gemeente Zwolle ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld (naam) en (naam) te dwingen tot de afgifte van geld, toebehorende aan Coffeeshop (naam) en/of (naam), immers is verdachte:

- voornoemde coffeeshop binnenlopen en(vervolgens) achter de bar gaan staan en (daarbij)

- opzettelijk dreigend een opengeklapt mes in zijn hand(en) gehouden en (vervolgens) dat mes gericht en gericht gehouden op die (naam) en/of (naam) en (daarbij)

- opzettelijk dreigend die (naam) en (naam) de woorden toegevoegd: “Ik wil de kassa. Anders gaat iemand van jullie dood” of “Geef me geld en maak de kassa open of ik steek haar neer” of “Geld, geld anders maak ik jullie dood. Ik moet geld hebben”, althans woorden van soortgelijke strekking en/of aard, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op 05 februari 2009 in de gemeente Zwolle opzettelijk en wederrechtelijk (de voorruiten van) twee personenauto’s (Daihatsu, kenteken xx-xx-xx) en Peugeot, kenteken xx-xx-xx) (respectievelijk) toebehorende aan (naam) e.v. (naam) en (naam), heeft vernield;

Wat meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

DE KWALIFICATIE

Het bewezen verklaarde levert op:

1.

subsidiair

poging tot afpersing,

strafbaar gesteld bij artikel 317 juncto 45 Wetboek van Strafrecht

2.

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort vernielen, meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 350 Wetboek van Strafrecht

DE STRAFBAARHEID

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor wat te zijnen laste bewezen is verklaard.

DE STRAFOPLEGGING

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd, dat de eis van de officier van justitie buitenproportioneel hoog is en dat moet worden meegewogen dat zijn cliënt ten gevolge van het door de bezoekers van de coffeeshop tegen zijn cliënt gebruikte geweld aanzienlijk letsel heeft opgelopen.

Het oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. De rechtbank heeft in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft geprobeerd (medewerkers van) een coffeeshop te overvallen. Hij heeft daarbij gedreigd met een mes en heeft daarmee de directe slachtoffers, maar ook omstanders angst aangejaagd. De gevolgen voor slachtoffers van dergelijke heftige geweldsdelicten waarbij een steekwapen is gebruikt, kunnen groot zijn. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan. Verdachte heeft vervolgens, nadat hij door omstanders is overmeesterd, buiten de coffeeshop met een fiets ruiten van aldaar geparkeerde auto’s vernield. Daarmee heeft verdachte onnodig schade toegebracht aan eigendommen van anderen.

De rechtbank heeft rekening gehouden met een verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 3 april 2009, waaruit blijkt dat verdachte eerder met justitie in aanraking is geweest voor zowel vermogen- als geweldsdelicten.

De rechtbank is in dit geval van oordeel dat een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf noodzakelijk is, omdat aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, gelet ook op het strafrechtelijk verleden van de verdachte, door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak miskend zouden worden. De rechtbank komt tot oplegging van een lagere onvoorwaardelijke vrijheidsstraf dan door de officier van justitie gevorderd. Bij de hoogte van de straf heeft de rechtbank met name ook waarde gehecht aan de omstandigheid dat verdachte aanzienlijk letsel heeft opgelopen tengevolge van het optreden van de bezoekers van de coffeeshop, die verdachte hebben overmeesterd. De rechtbank acht de na te melden straf passend en overeenkomstig de geldende richtlijnen. Bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel zouden moeten leiden, acht de rechtbank niet aanwezig.

8. TOEPASSELIJKHEID WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De oplegging van straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 10, 27 en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het ten laste gelegde is wettig en overtuigend bewezen en levert het strafbare feit op, zoals hiervoor vermeld. De verdachte is deswege strafbaar.

Het meer of anders ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden.

De tijd, door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, zal bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering worden gebracht.

Aldus gewezen door mr. F.E.J. Goffin, voorzitter, mrs. G.A. Versteeg en L.J.C. Hangx, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.R. Lageveen als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 juni 2009.