Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2009:BJ1816

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
01-04-2009
Datum publicatie
17-08-2009
Zaaknummer
148904 - HA ZA 08-1020
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Opdracht tot zoeken van medewerker voor klant. Functie-eis: stressbestendigheid. Binnen één week is medewerker ziek wegens psychische klachten. Opdrachtnemer tekort geschoten in inspanningsverplichting, nu zij noch de klant heeft geïnformeerd over het WAO-verleden van de medewerker noch zelf een onderzoek naar de stressbestendigheid heeft gedaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 148904 / HA ZA 08-1020

Vonnis van 1 april 2009

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CONTENT B.V.,

gevestigd te Almere,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. J.W. Hilhorst,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PM KOMPONENTEN B.V.,

gevestigd te Doetinchem,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. M.F.H.M. van Haastert.

Partijen zullen hierna Content en PM Komponenten genoemd worden.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 19 november 2009,

- de akte overlegging producties tevens conclusie van antwoord in reconventie, met producties,

- de brief van mr. Van Haastert van 12 februari 2009 met een productie,

- het proces-verbaal van comparitie van 17 februari 2008.

2. De feiten

2.1. PM Komponenten zocht medio 2007 een administratief/commercieel medewerker. De juiste kandidaat diende onder meer stressbestendig te zijn. Zij heeft Content opdracht gegeven een medewerker voor haar te zoeken. Die opdracht is door Content bij brief van 12 juni 2007 aanvaard. In die brief meldt Content dat zij werkt op ‘no cure no pay’-basis en zij heeft haar algemene voorwaarden van toepassing verklaard. PM Komponenten heeft deze brief voor akkoord ondertekend (hierna: de overeenkomst).

2.2. Artikel 24 van de algemene voorwaarden van Content luidt:

1. [Content] zal haar kennis van de arbeidsmarkt aanwenden om een geschikte Kandidaat te zoeken voor de door de Opdrachtgever aangegeven functie en/of te verrichten werkzaamheden. [Content] heeft ter zake een inspanningsverbintenis ten opzichte van de Opdrachtgever.

2. De Opdrachtgever beslist te allen tijde zelf of hij een door [Content] geselecteerde Werving en Selectie Kandidaat een (arbeids)overeenkomst wil aanbieden. [Content] is dan ook op geen enkele wijze aansprakelijk voor schade, in de meest ruime zin, welke direct of indirect is of wordt veroorzaakt door de door [Content] geleverde Kandidaat.

2.3. Content heeft drie kandidaten voor PM Komponenten geselecteerd waarvan deze er twee, waaronder [A], heeft opgeroepen voor een gesprek. De aan PM Komponenten ter beschikking gestelde levensloop van [A] houdt onder meer in:

“Eind 2002 heeft [A] een moeilijke periode meegemaakt in de persoonlijke sfeer. Ze heeft de tijd genomen om alles helder voor ogen te krijgen en is in januari 2004 begonnen met activiteitenbegeleiding om niet hele dagen thuis te zijn.”

De gesprekken met [A] zijn gunstig verlopen en zij is op 18 juni 2007 bij PM Komponenten in dienst gestreden. Op 25 juni 2007 heeft [A] zich ziek gemeld. In overleg met Content en [A] heeft PM Komponenten daarna de arbeidsovereenkomst met haar beëindigd.

2.4. Bij factuur van 27 juni 2007 heeft Content PM Komponenten EUR 7.928,38 (incl btw) voor de werving en selectie van [A] in rekening gebracht. Bij brief van 3 juli 2007 heeft PM Komponenten Content meegedeeld zeer ontevreden te zijn met de door Content geleverde prestatie en om een creditfactuur gevraagd. Daarna is verdere correspondentie gevolgd, die niet heeft geleid tot andere standpunten van partijen.

3. De vordering in conventie

3.1. Content vordert, kort gezegd, veroordeling van PM Komponenten tot betaling van EUR 9.639,93. Het gevorderde bedrag bestaat uit een hoofdsom van EUR 7.928,38 vermeerderd met rente en buitengerechtelijke incassokosten.

3.2. Content stelt dat zij de haar opgedragen werkzaamheden correct heeft uitgevoerd.

4. Het verweer in conventie

4.1. PM Komponenten voert ten verwere aan dat Content heeft gezegd op ‘no cure no pay’-basis te werken. [A] voldeed niet aan de functie-eisen, omdat zij niet stressbestendig bleek te zijn. Content heeft PM Komponenten niet volledig geïnformeerd over [A]. Deze is, zo is achteraf gebleken, in het verleden langdurig arbeidsongeschikt geweest wegens psychische klachten en zij heeft op grond van die klachten een WAO-uitkering genoten. Uit dat verleden volgt dat [A] niet opgewassen was tegen de werkdruk bij PM Komponenten. Content had [A] dus nooit als geschikte kandidaat aan PM Komponenten mogen presenteren. Nu [A] binnen een week uitviel was er geen ‘cure’ zodat zij ook geen ‘pay’ verschuldigd is, aldus PM Komponenten.

4.2. Subsidiair voert PM Komponenten aan dat zij heeft gedwaald in de geschiktheid van [A] voor het vervullen van de functie door de inlichtingen die Content haar heeft verschaft. Bovendien is Content tekortgeschoten in haar informatieplicht, omdat zij PM Komponenten niet heeft meegedeeld dat [A] een WAO-uitkering had genoten. PM Komponenten beroept zich op de vernietigbaarheid van de overeenkomst.

4.3. Meer subsidiair voert PM Komponenten aan dat Content door een kandidaat voor te stellen waarvan binnen een week al blijkt dat deze niet geschikt is voor de functie, tekortgeschoten is in de nakoming van de op haar rustende verplichtingen. Dat rechtvaardigt een algehele ontbinding van de overeenkomst.

Eventueel zou de overeenkomst gedeeltelijk kunnen worden ontbonden, waarbij PM Komponenten dan nog aan Content een vergoeding zou moeten voldoen voor de door haar bestede tijd tegen bijvoorbeeld- een uurtarief van EUR 50,--.

4.4. Ten slotte bestrijdt PM Komponenten de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten.

5. De vordering in reconventie

5.1. PM Komponenten vordert, kort samengevat:

primair:

verklaring voor recht dat de overeenkomst van partijen vernietigd is, althans vernietiging van de overeenkomst en, voor zover noodzakelijk, ontheffing van PM Komponenten van haar verplichting de door Content gezonden factuur te voldoen;

subsidiair:

verklaring voor recht dat de overeenkomst tussen partijen geheel of gedeeltelijk is ontbonden, althans gehele of gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst en, voor zover noodzakelijk, ontheffing van PM Komponenten van haar verplichting de door Content gezonden factuur te voldoen, althans bepaling tot welk bedrag PM Komponenten deze factuur dient te voldoen.

5.2. De onderbouwing van haar vordering is vrijwel gelijk aan hetgeen PM Komponenten subsidiair en meer subsidiair in conventie ten verwere heeft aangevoerd.

6. Het verweer in reconventie

Content voert ten verwere aan dat zij weldegelijk een geschikte kandidaat heeft geselecteerd. De vorige werkgever van [A], een advocatenkantoor, was ook zeer tevreden over haar functioneren. Zij heeft alle relevante informatie aan PM Komponenten ter beschikking gesteld en het is aan deze om te beoordelen of de voorgestelde kandidaat geschikt is. Er is altijd een risico dat een medewerker nadien toch minder bevalt.

7. De beoordeling

in conventie

7.1. De rechtbank is vrij in de volgorde waarin zij de verweren van PM Komponenten behandelt. Zij ziet aanleiding te beginnen met het meer subsidiaire wanprestatieverweer.

7.2. Zoals Content ter comparitie heeft opgemerkt stelt zij aan haar opdrachtgevers uitsluitend kandidaten voor die aan de functie-eisen voldoen. Daaraan is in dit geval niet voldaan, omdat –zoals vast staat- [A] niet voldoende stressbestendig was voor de functie bij PM Komponenten. Hoewel in de levensloop van [A], waarvan PM Komponenten kennis heeft genomen, een aanzet gevonden kan worden voor de verdenking van psychische klachten bij [A], mocht PM Komponenten erop vertrouwen dat deze kandidaat aan de functie-eisen voldeed, zodat zij niet indringend daarnaar hoefde door te vragen.

Voor zover Content zich beroept op artikel 24 van haar algemene voorwaarden waarin is opgenomen dat op Content niet meer dan een inspanningsverplichting rust, is het volgende van belang. Content diende òf PM Komponenten te informeren over het WAO-verleden van [A], zodat deze zich daarover zelf een beeld kon vormen, òf zelf een zodanig onderzoek daarnaar te doen dat zij met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid wist dat [A] voldoende stressbestendig was. Het eerste heeft Content niet gedaan, en wat het laatste betreft is de enkele omstandigheid dat [A] mogelijkerwijs, Content blijft daar rijkelijk vaag over, wel heeft voldaan op het advocatenkantoor waar zij daarvoor werkte, niet toereikend. Content is derhalve tekortgeschoten in de nakoming van de op haar rustende inspanningsverplichting.

7.3. Uit de stellingen van Content kan nog worden begrepen dat zij meent niet in verzuim te zijn gekomen, omdat zij bereid en in staat was een andere kandidaat aan PM Komponenten te leveren. PM Komponenten heeft daartegenover aangevoerd dat zij geen vertrouwen meer had in Content, omdat [A] niet voldeed, Content al had gezegd dat zij weinig kandidaten had en een nieuwe door Content voorgestelde kandidaat niet aan de functie-eisen voldeed.

Dit een en ander is ter comparitie besproken en Content heeft hetgeen PM Komponenten heeft aangevoerd onvoldoende weerlegd. Derhalve kan niet anders worden gezegd dan dat Content in verzuim was, zodat er voldoende grond is voor ontbinding van de overeenkomst, waarop PM Komponenten zich bij wijze van exceptief verweer heeft beroepen. Content kan daarom geen betaling van de gezonden factuur verlangen.

7.4. De hoofdvordering zal worden afgewezen en de nevenvorderingen delen dat lot. Hetgeen partijen verder te berde hebben gebracht behoeft geen bespreking meer. De rechtbank passeert het bewijsaanbod van Content als niet ter zake doend, omdat hetgeen zij te bewijzen aanbiedt niet tot een andere uitkomst kan leiden.

7.5. Content zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van PM Komponenten worden begroot op:

- explootkosten EUR 71,80

- vast recht 303,00

- salaris advocaat 1.152,00 (3 punten × tarief EUR 384,00)

Totaal EUR 1.526,80

in reconventie

7.6. Gelet op hetgeen hiervoor in conventie is beslist heeft PM Komponenten geen belang bij haar vorderingen. Deze zullen daarom worden afgewezen.

7.7. PM Komponenten zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Content worden begroot op EUR 576,00 voor salaris van de advocaat.

8. De beslissing

De rechtbank

in conventie

8.1. wijst de vorderingen af,

8.2. veroordeelt Content in de proceskosten, aan de zijde van PM Komponenten tot op heden begroot op EUR 1.562,80,

8.3. verklaart de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in reconventie

8.4. wijst de vorderingen af,

8.5. veroordeelt PM Komponenten in de proceskosten, aan de zijde van Content tot op heden begroot op EUR 576,00,

8.6. verklaart de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Huijzer en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2009.