Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2009:BJ0226

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
09-06-2009
Datum publicatie
26-06-2009
Zaaknummer
07.610084-08, 07.612246-08, 07.610042-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

gedragsbeïnvloedende maatregel

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector strafrecht

parketnummers: 07.610084-08; 07.612246-08; 07.610042-09 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 9 juni 2009

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende [adres],

thans verblijvende in de RIJ de Doggershoek te Den Helder.

Raadsman mr. S.G.B.M. Schönhage, advocaat te Almere.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 26 mei 2009, waarbij de officier van justitie, mr. N.M. van Collenburg, de verdachte en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

Ter zitting zijn overeenkomstig artikel 285 van het Wetboek van Strafvordering de zaken onder voormelde parketnummers gevoegd.

2 De tenlastelegging

De verdachte is ten laste gelegd dat:

T.a.v. parketnummer 07.610084-08.

hij op of omstreeks 15 oktober 2008 te Almere, (althans) in de gemeente Almere, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een bromfiets/scooter (merk: Aprilia) en/of een helm, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde partij 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

- voor die bromfiets/scooter, waarop die [benadeelde partij 1] reed, is/zijn gesprongen en/of

- (vervolgens) de weg die die [benadeelde partij 1] volgde heeft/hebben geblokkeerd en/of

- naast die [benadeelde partij 1] is/zijn gaan staan en/of

- de sleutel(bos) uit het contact van die bromfiets/scooter heeft/hebben gepakt en/of

- meermalen, althans eenmaal, (met kracht) aan de helm, die die [benadeelde partij 1] droeg, heeft/hebben getrokken en/of gerukt, en/of

- meermalen, althans eenmaal, tegen (het lichaam van) die [benadeelde partij 1] heeft/hebben geduwd en/of aan (het lichaam van) die [benadeelde partij 1] heeft/hebben getrokken (waardoor die [benadeelde partij 1] ten val is gekomen) en/of

- een of meerdere slaande beweging(en) in de richting van die [benadeelde partij 1] heeft/hebben gemaakt, en/of

- meermalen, in ieder geval eenmaal, (met kracht) op de borst(kas), in ieder geval op/tegen/in het lichaam, van die [benadeelde partij 1] heeft/hebben geslagen en/of gestompt;

T.a.v. parketnummer 07.612246-08.

1.

hij op of omstreeks 01 mei 2008 in de gemeente Almere opzettelijk en wederrechtelijk een (linker)(buiten)spiegel van een auto ([kenteken]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

2.

hij op of omstreeks 29 juni 2008 in de gemeente Almere tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen één verpakking Berlinerbollen en/of één verpakking mini-donuts en/of één blikje Red Bull, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan winkelbedrijf [x], gelegen aan [adres], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

T.a.v. parketnummer 07.610042-09.

hij op of omstreeks 04 maart 2009 te Almere, (althans ) in de gemeente Almere, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee, althans een fles(sen) drank (merk Passoa en/of Safari), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [x], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de hem ten laste gelegde feiten heeft begaan (met uitzondering van feit 2 met parketnummer 07.612246-08) en baseert zich daarbij op de aangiftes en de bekennende verklaringen van verdachte.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van de feiten met parketnummer 07.610084-08, 07.610042-09 en feit 1 met parketnummer 07.612246-08.

De verdediging stelt zich op het standpunt dat verdachte dient te worden vrijgesproken van feit 2 met parketnummer 07.612246-08, aangezien verdachte ontkent en er zich verder geen aanwijzingen in het dossier bevinden waaruit afgeleid kan worden dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht de als feit 2 onder parketnummer 07.612246-08 tenlastegelegde winkeldiefstal niet wettig en overtuigend bewezen, nu dit feit door verdachte is ontkend en overigens in het dossier het wettig bewijs voor de betrokkenheid van verdachte bij dit feit ontbreekt.

De rechtbank acht de volgende feiten wettig en overtuigend bewezen en baseert zich daarbij op het volgende.

T.a.v. parketnummer 07.610084-08:

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 26 mei 2009 en de bekennende verklaring van verdachte afgelegd bij de politie d.d. 17 oktober 2008 ;

- de aangifte van [benadeelde partij 1], wonende te Almere, d.d. 15 oktober 2008 .

T.a.v. parketnummer 07.612246-08:

Feit 1:

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 26 mei 2009 en de bekennende verklaring van verdachte afgelegd bij de politie d.d. 20 juni 2008 ;

- de aangifte van [benadeelde partij 2], wonende te Almere, d.d. 8 mei 2008 .

T.a.v. parketnummer 07.610042-09:

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 26 mei 2009 en de bekennende verklaring van verdachte afgelegd bij de politie d.d. 4 maart 2009 ;

- de aangifte van [persoon], namens [x] ([adres]) te Almere, d.d. 4 maart 2009 ;

Op grond van het bepaalde in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, volstaat de rechtbank met een opgave van voornoemde bewijsmiddelen.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

T.a.v. parketnummer 07.610084-08

op 15 oktober 2008 te Almere, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een scooter (merk: Aprilia) en een helm, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 1], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen die [benadeelde partij 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld hierin bestond dat hij, verdachte, en/of zijn mededaders

- voor die scooter, waarop die [benadeelde partij 1] reed, zijn gesprongen en

- (vervolgens) de weg die die [benadeelde partij 1] volgde hebben geblokkeerd en

- naast die [benadeelde partij 1] zijn gaan staan en

- de sleutel(bos) uit het contact van die scooter hebben gepakt en

- meermalen, (met kracht) aan de helm, die die [benadeelde partij 1] droeg, hebben getrokken en gerukt, en

- meermalen, tegen het lichaam van die [benadeelde partij 1] hebben geduwd en aan het lichaam van die [benadeelde partij 1] hebben getrokken waardoor die [benadeelde partij 1] ten val is gekomen en

- een slaande beweging in de richting van die [benadeelde partij 1] hebben gemaakt, en

- meermalen, (met kracht) op de borst(kas) van die [benadeelde partij 1] hebben geslagen.

T.a.v. parketnummer 07.612246-08

1.

op 01 mei 2008 in de gemeente Almere opzettelijk en wederrechtelijk een linkerbuitenspiegel van een auto ([kenteken]) toebehorende aan [benadeelde partij 2], heeft vernield.

T.a.v. parketnummer 07.610042-09

op 04 maart 2009 te Almere, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee flessen drank (merk Passoa en Safari), toebehorende aan [x].

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de volgende strafbare feiten op:

T.a.v. parketnummer 07.610084-08.

Diefstal gepleegd door twee of meer verenigde personen voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, strafbaar gesteld bij artikel 312 juncto artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht.

T.a.v. parketnummer 07.612246-08.

Feit 1.

Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen, strafbaar gesteld bij artikel 350 van het Wetboek van Strafrecht.

T.a.v. parketnummer 07.610042-09.

Diefstal gepleegd door twee of meer verenigde personen, strafbaar gesteld bij artikel 311 juncto 310 van het Wetboek van Strafrecht.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

7 De oplegging van straf en maatregel.

7.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van de door haar bewezen feiten zal worden veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 108 dagen met aftrek van voorarrest. Zij vordert tevens de maatregel betreffende het gedrag van de jeugdige op te leggen voor de duur van 1 (één) jaar indien niet of niet naar behoren verricht te vervangen door jeugddetentie voor de duur van 3 (drie) maanden. De officier van justitie vordert de invulling van de gedragsbeïnvloedende maatregel zoals door de Jeugdreclassering geadviseerd, met dien verstande dat de maatregel hulp en steun (ook indien dit inhoudt ITB-criem) in het kader van nazorg na de residentiële behandeling dient plaats te vinden.

7.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging overweegt dat de hulp die verdachte in het verleden is aangeboden niet toereikend is geweest voor verdachte om zijn leven op orde te krijgen.

De verdediging bepleit de behandeling van verdachte binnen een civiel kader.

De verdediging merkt op dat de geadviseerde invulling van de gedragsbeïnvloedende maatregel de duur van één jaar zal overschrijden. Hoe zich dit verhoudt tot de maximale duur van de maatregel is de verdediging onduidelijk.

7.3 Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen oplegging van straf en maatregel is in overeenstemming met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf ,de vaststelling van de duur daarvan en bij de keuze voor het opleggen van de maatregel in het bijzonder het volgende laten meewegen.

De verdachte heeft samen met drie mededaders het slachtoffer [benadeelde partij 1] met geweld van zijn scooter en helm beroofd. De verdachte en zijn mededaders hebben het slachtoffer tijdens de diefstal geslagen, gestompt en geduwd. De wijze waarop deze diefstal met geweld heeft plaatsgevonden hebben angst en gevoelens van onveiligheid bij het slachtoffer teweeg gebracht. Naar de ervaring leert kunnen slachtoffers van dergelijke geweldsdelicten nog lange tijd psychisch nadelige gevolgen daarvan ondervinden.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 29 april 2009;

- een de verdachte betreffend psychologisch onderzoek (Pro Justitia) d.d. 20 februari 2009 uitgebracht door drs. R.M.C. Hoogstraten, GZ-psycholoog te Haarlem;

- een de verdachte betreffend adviesrapport d.d. 10 mei 2009, uitgebracht door M. Kogenhop, reclasseringswerker van de Jeugdreclassering;

- een de verdachte betreffend rapport raadsonderzoek strafzaken d.d. 20 mei 2009 uitgebracht door T. Hammer, raadsonderzoeker van de Raad voor de Kinderbescherming, met als bijlage een psycho-diagnostisch onderzoeksverslag d.d. 19 mei 2009 van M. Wensink en M. van Kranenburg, gedragsdeskundigen.

De Raad voor de Kinderbescherming (verder te noemen: de Raad) adviseert een gedragsbeïnvloedende maatregel op te leggen voor de duur van een jaar, welk advies wordt ondersteund door de gedragsdeskundigen M. Wensink en M. van Kranenburg, GZ-psycholoog, alsmede door de Jeugdreclassering.

De Raad acht een gedragsbeïnvloedende maatregel geïndiceerd gelet op de ontwikkeling van verdachte en de veelvuldigheid van de begane delicten.

Er lijkt sprake van een hechtingsstoornis en een gedragsstoornis. Deze lijkt gekenmerkt te worden door het vertonen van grensoverschrijdend gedrag zonder daarvoor verantwoordelijkheid te nemen.

De mate van cannabisgebruik wordt als zorgelijk geschat, aangezien alle gepleegde delicten onder invloed van cannabis zijn gepleegd. Uit risicotaxatie komt naar voren dat, indien verdachte geen behandeling krijgt, het recidiverisico zeer hoog wordt ingeschat.

De maatregel dient om de verdere ontwikkeling van verdachte zo gunstig mogelijk te laten verlopen. De Raad adviseert een residentiële behandeling, aangezien hulp in het ambulante kader in het verleden zonder gewenst resultaat is gebleven.

De Raad adviseert een gedragsbeïnvloedende maatregel voor de duur van één jaar met als onderdelen:

- residentiële plaatsing in een verslavingskliniek om verdachtes cannabisverslaving te behandelen;

- residentiële plaatsing in een instelling voor jongeren met ernstige gedragsproblemen;

- politiecontroles bij verlof vanuit de residentiële instelling;

- nazorg met betrekking tot de verslavingsproblematiek;

- indien nodig nazorg vanuit de Waag Flevoland in de vorm van ambulante behandeling;

- indien de ambulante begeleiding eerder ingaat dat de maatregel afloopt is begeleiding vanuit ITB Harde Kern nodig;

- maatregel hulp en steun in het kader van de nazorg na de maatregel, ook als dit ITB Harde Kern inhoudt;

- geen gebruik van verdovende middelen;

- geen contact met medeverdachten.

De Raad adviseert een vervangende jeugddetentie voor de duur van zes maanden.

Ter zitting heeft M.Heijdens, namens de Raad, het advies gehandhaafd.

Bureau Jeugdzorg Flevoland heeft in zijn adviesrapport d.d. 10 mei 2009 geadviseerd tot oplegging van de gedragsbeïnvloedende maatregel, welk advies ter zitting door M. Kogenhop, namens Bureau Jeugdzorg, is gehandhaafd.

De rechtbank neemt het advies van de Raad voor de Kinderbescherming om een maatregel betreffende het gedrag van de jeugdige op te leggen voor de duur van één jaar over, zoals hierna omschreven, nu de ernst van de begane misdrijven hiertoe aanleiding geeft en de maatregel in het belang is van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van de verdachte.

De psycholoog komt in genoemd rapport tot de conclusie dat verdachte lijdt aan een gebrekkige ontwikkeling van de geestesvermogens in de vorm van een gedragsstoornis en een reactieve hechtingsstoornis. Ten tijde van het ten laste gelegde is verdachte bezig geweest met eigen belang en is verdachte uit op eigen gewin. De psycholoog acht verdachte licht verminderd toerekeningsvatbaar voor het ten laste gelegde.

De rechtbank neemt die conclusie van de psycholoog over, maakt die tot de hare en heeft bij het vaststellen van de strafmaat rekening gehouden met de licht verminderde toerekeningsvatbaarheid.

8 De benadeelde partijen

8.1 Het standpunt de officier van justitie

T.a.v. parketnummer 07.610084-08.

De officier van justitie is van oordeel dat het ten laste gelegde feit bewezen kan worden. Het slachtoffer [benadeelde partij 1] heeft zijn gestolen scooter niet meer teruggekregen. Dat de naam van de vader van het slachtoffer genoemd staat op de factuur doet niet af aan de juistheid van de vordering, omdat de vader van het slachtoffer het factuurbedrag heeft voorgeschoten.

De officier van justitie vordert toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1]– hoofdelijk – tot een bedrag van € [bedrag], alsmede oplegging van de maatregel tot schadevergoeding ten behoeve van dit slachtoffer tot voornoemd bedrag;

T.a.v. parketnummer 07.612246-08 (feit 1).

De officier van justitie is van oordeel dat uit de stukken in het dossier geconcludeerd kan worden dat er schadebemiddeling heeft plaatsgevonden en dat aan de benadeelde partij [benadeelde partij 2] de schade reeds is voldaan.

De officier van justitie vordert de benadeelde partij [benadeelde partij 2] niet ontvankelijk te verklaren in de vordering.

8.2 Het standpunt van de verdediging

T.a.v. parketnummer 07.610084-08.

De verdediging verzoekt de benadeelde partij [benadeelde partij 1] niet ontvankelijk te verklaren. De factuur is gericht aan D. [benadeelde partij 1], die zich niet als benadeelde partij heeft gesteld. Bovendien ontbreekt een rechtstreeks verband tussen de schade van de benadeelde partij en het gepleegde feit. Eveneens is op de factuur het btw bedrag niet vermeld, waardoor het schadebedrag onduidelijk is.

T.a.v. parketnummer 07.612246-08 (feit 1).

De verdediging verzoekt de benadeelde partij [benadeelde partij 2] niet ontvankelijk dient te verklaren in zijn vordering, aangezien zijn schade reeds voldaan is.

8.3 Het oordeel van de rechtbank

T.a.v. parketnummer 07.610084-08.

De benadeelde partij [benadeelde partij 1] vordert een schadevergoeding van € [bedrag].

De rechtbank stelt vast dat uit de stukken blijkt dat de benadeelde partij zijn scooter niet heeft terug gekregen. De gevorderde materiële schade wordt deels ondersteund door facturen, terwijl de overige gevorderde schadeposten alleszins aannemelijk en redelijk zijn. Eveneens is de gevorderde immateriële schade redelijk en opeisbaar.

De rechtbank is van oordeel dat de schade het rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit en acht verdachte daarvoor aansprakelijk.

Het gevorderde is voldoende aannemelijk gemaakt zodat de vordering zal worden toegewezen.

Met betrekking tot de toegekende vordering van de benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

T.a.v. parketnummer 07.612246-08 (feit 1).

De benadeelde partij [benadeelde partij 2] vordert schadevergoeding van € [bedrag].

De rechtbank stelt vast dat uit de stukken in het dossier geconcludeerd kan worden dat inmiddels schadebemiddeling heeft plaatsgevonden tussen de benadeelde partij en verdachte, waarbij het schadebedrag reeds is betaald.

De rechtbank zal de vordering dan ook afwijzen.

9 De wettelijke voorschriften

De oplegging van straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 36f, 57, 77a, 77g, 77h, 77i, 77w, 77wc van het Wetboek van Strafrecht.

10 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het onder parketnummer 07.612246-08 onder 2 ten laste gelegde feit;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.5 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart de bewezen verklaarde feiten strafbaar;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie van 108 (honderd en acht) dagen;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde jeugddetentie;

- legt aan de verdachte op de maatregel betreffende het gedrag van de jeugdige voor de duur van 1 (één) jaar, bestaande uit:

1. residentiële plaatsing in een verslavingskliniek om verdachtes cannabisverslaving te behandelen, te weten een klinische behandeling bij JellinekMentrum Jeugdkliniek te Amstelveen, gevolgd door:

2. residentiële plaatsing in een instelling voor jongeren met ernstige gedragsproblemen, , te weten behandeling bij Centrum voor orthopsychiatrie en forensische jeugdpsychiatrie Barentsz, te Den Dolder;

3. nazorg met betrekking tot de verslavingsproblematiek, te weten vanuit Tactus of Centrum Maliebaan gericht op terugvalpreventie ten aanzien van het middelengebruik

4. indien nodig nazorg vanuit de Waag Flevoland in de vorm van een ambulante behandeling en/of MST;

5. begeleiding door Bureau Jeugdzorg Flevoland in de vorm van maatregel hulp en steun in het kader van nazorg na een residentiële behandeling, ook als dit inhoudt ITB Harde Kern;

- draagt Bureau Jeugdzorg Flevoland/Jeugdreclassering op de veroordeelde bij de Gedragsbeïnvloedende Maatregel hulp en steun te verlenen;

- beveelt dat, indien de verdachte niet naar behoren aan de tenuitvoerlegging van de maatregel heeft meegewerkt, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 6 (zes) maanden;

- het bevel tot voorlopige hechtenis wordt opgeheven met ingang van het tijdstip waarop de duur van deze hechtenis gelijk wordt aan die van de opgelegde jeugddetentie.

Benadeelde partijen

T.a.v. parketnummer 07.610084-08

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij 1] van € [bedrag], waarvan € [bedrag] ter zake van materiële schade en € [bedrag] ter zake van immateriële schade en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 15 oktober 2008 tot aan de dag der algehele voldoening.

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 1], € [bedrag] te betalen;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

T.a.v. parketnummer 07.612246-08

- wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] af.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.E. Buitendijk, voorzitter, tevens kinderrechter, mr. G.H. Meijer en mr. J.P.C. Obbink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.G. Dees griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 9 juni 2009.