Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2009:BI9943

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
04-05-2009
Datum publicatie
25-06-2009
Zaaknummer
07.607050-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

inbraak, bewijs, verklaring verdachte niet geloofwaardig

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE – LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnummer : 07.607050-09

Uitspraak : 4 mei 2009

Vonnis in de zaak van:

het openbaar ministerie

tegen

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende [woonplaats],

thans verblijvende in de [P.I.].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 20 april 2009. De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. P.C. Smit, advocaat te Utrecht.

De officier van justitie, mr. N.M. van Collenburg heeft ter terechtzitting gevorderd de veroordeling van verdachte ter zake van het ten laste gelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 91 (eenennegentig) dagen, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, de verbeurdverklaring van de op de “Lijst van inbeslaggenomen voorwerpen” vermelde portofoon en de schoenen, toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]partij] tot een bedrag van € [bedrag], alsmede oplegging van de maatregel tot schadevergoeding ten behoeve van dit slachtoffer tot voornoemd bedrag.

TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 02 februari 2009 in de gemeente Almere tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een sportschool (gelegen aan [adres]) heeft weggenomen twee flatscreens (merk: Hitachi), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij] en/of [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

BEWIJS

De verdachte ontkent dat hij het ten laste gelegde feit heeft begaan. Verdachte verklaart het inbraakalarm te hebben gehoord en te hebben gezien dat [kennis] met een televisie uit de richting kwam vanwaar het alarm klonk. Verdachte verklaart dat hij met [kennis], op [kennis]’s verzoek, schoenen ruilde en diens jas aannam, waarna [kennis] alleen nog een vest aanhad. Uit openbare meteorologische gegevens blijkt dat het die bewuste nacht koud was. De rechtbank acht deze verklaring van verdachte mede daarom ongeloofwaardig. Daar komt bij dat niet aannemelijk is dat een gewaarschuwd persoon, gezien verdachtes eerdere justitiële contacten, met een voor verdachte zelf vermoedelijke inbreker van schoenen zou wisselen.

Verdachte is gesignaleerd op het dak nabij de plaats delict. Bij ontdekking door de politie is verdachte gevlucht, maar na een korte achtervolging is verdachte aangehouden. Onaannemelijk is het verhaal van verdachte dat hij ondanks dat hij geen aandeel heeft in de inbraak is gaan schuilen voor de politie. De rechtbank acht de verklaring van verdachte ongeloofwaardig, mede gezien het korte tijdsbestek tussen de inbraak en de aanhouding van verdachte nabij de plaats delict.

De kleding die verdachte die bewuste avond droeg komt overeen met de kleding gedragen door een van de daders zoals te zien is op de camerabeelden. De door verdachte afgelegde verklaringen kunnen naar het oordeel van de rechtbank niet anders dan het doel hebben om de waarheid te bemantelen, te weten dat verdachte een bedrijfsinbraak heeft gepleegd.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte ten laste is gelegd, met dien verstande dat:

hij op 02 februari 2009 in de gemeente Almere tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een sportschool (gelegen aan [adres]) heeft weggenomen twee flatscreens (merk: Hitachi), toebehorende aan [benadeelde partij], waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak.

Van het meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

STRAFBAARHEID

Het bewezene levert op:

Diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, strafbaar gesteld bij artikel 311, juncto artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht.

Het feit en de verdachte zijn strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden gebleken zijn die die strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten.

OPLEGGING VAN STRAF OF MAATREGEL

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan bedrijfsinbraak. Bedrijfsinbraken zijn zeer ergerlijke feiten, die naast schade vaak veel hinder veroorzaken voor de gedupeerden.

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de na te noemen beslissing passend.

De rechtbank is in dit geval van oordeel dat een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur noodzakelijk is, omdat aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, gelet ook op het strafrechtelijk verleden van de verdachte, door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak miskend zouden worden. Bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel zouden moeten voeren, acht de rechtbank niet aanwezig.

Met betrekking tot de inbeslaggenomen voorwerpen, zoals opgenomen op de (in fotokopie aan dit vonnis gehechte) “Lijst van inbeslaggenomen voorwerpen” d.d. 31 maart 2009 overweegt de rechtbank het navolgende.

De rechtbank is van oordeel dat de op voornoemde lijst onder nummer 1 vermelde voorwerpen dienen te worden verbeurdverklaard, aangezien met behulp van dit voorwerp het bewezenverklaarde feit is voorbereid/begaan, terwijl niet is kunnen worden vastgesteld aan wie het voorwerp toebehoort.

De rechtbank zal de bewaring gelasten ten behoeve van de rechthebbende van de op voornoemde lijst onder nummer 2 vermelde voorwerp, te weten een paar schoenen, nu voorshands niet duidelijk is wie als zodanig kan worden aangemerkt.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 31 maart 2009.

De oplegging van straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 10, 27, 33, 33a en 36f van het Wetboek van Strafrecht.

Benadeelde partij

Voor aanvang van de terechtzitting heeft [benadeelde partij] zich als benadeelde partij in dit geding gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van schade ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde feit. De hoogte van die schade wordt door de benadeelde partij begroot op een bedrag van € [bedrag].

Bij het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat de benadeelde partij [benadeelde partij] rechtstreeks schade heeft geleden ten gevolge van het bewezen verklaarde feit. De hoogte van die schade is genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van € [bedrag], vermeerderd met de kosten die – tot op heden – worden begroot op nihil.

De vordering van de benadeelde partij, die in die vordering ontvankelijk is, is in dier voege bij wijze van voorschot toewijsbaar.

De vordering van de benadeelde partij is naar het oordeel van de rechtbank voor wat betreft het meer gevorderde (te weten met betrekking tot de extra uren en de twee plasmaschermen) niet van zo eenvoudige aard dat deze zich leent voor behandeling in het strafgeding. De rechtbank zal derhalve bepalen dat de benadeelde partij in de vordering voor dat deel niet ontvankelijk is en dat de vordering ter zake dit deel slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

De rechtbank zal voorts aan de verdachte op de voet van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een geldsom van € [bedrag] ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij].

BESLISSING

Het ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert het strafbare feit op, zoals hiervoor vermeld. De verdachte is deswege strafbaar.

Het meer of anders ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 91 (eenennegentig) dagen.

De tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, zal bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering worden gebracht.

Het bevel tot voorlopige hechtenis wordt opgeheven met ingang van het tijdstip waarop de duur van deze hechtenis gelijk wordt aan die van de (onvoorwaardelijk) opgelegde gevangenisstraf.

De rechtbank verklaart verbeurd het op de “Lijst van inbeslaggenomen voorwerpen” d.d. 31 maart 2009 onder nummer 1 vermelde voorwerp, te weten een portofoon.

De rechtbank gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de op de “Lijst van inbeslaggenomen voorwerpen” d.d. 31 maart 2009 onder nummer 2 vermelde voorwerpen, te weten een paar schoenen (Nike Air heist).

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij], te Almere, van een bedrag van € [bedrag] ([bedrag]), met veroordeling tevens van verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

De rechtbank legt op aan verdachte de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € [bedrag] ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij] voornoemd, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door [aantal] dagen hechtenis.

De rechtbank bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij] in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij], daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij [benadeelde partij] voor wat het meer gevorderde betreft in zijn vordering niet ontvankelijk is en dat hij zijn vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Aldus gewezen door mr. S.E. Bins-van Waegeningh, voorzitter, mrs. H.M. Schaak en H. Harmeijer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.G. Dees, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 mei 2009.

Mr. S.E. Bins-van Waegeningh voornoemd was buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.