Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2009:BI9355

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
16-06-2009
Datum publicatie
23-06-2009
Zaaknummer
07.607389-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

bewijs, wederrechtelijke vrijheidsberoving, strafmaatmotivering

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnr. : 07.607389-08 (P)

Uitspraak: 16 juni 2009

Vonnis in de zaak van:

het openbaar ministerie

tegen

[verdachte],

geboren op [geboortedatum]

wonende te [adres],

thans verblijvende in het Huis van Bewaring te Zwolle.

1. Onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft in het openbaar plaatsgevonden op 10 maart en 2 juni 2009.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. B.E.M. van de Ven en van hetgeen door verdachte en de raadsman van verdachte, mr. H.O. den Otter, advocaat te Almere naar voren is gebracht.

2. Tenlastelegging

De verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 28 november 2008 in de gemeente Dronten tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft/hebben hij verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s) met dat opzet die [slachtoffer 1]

- in zijn woning opgezocht en hem gezegd: "We komen je interieur ophalen want we eisen geld van je" en/of

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, getoond en/of (daarbij) dreigend de woorden toegevoegd: "Haal geen rare dingen in je hoofd want ik schiet je zo neer" en/of "Jij gaat de hele dag met ons mee totdat je ons 5000 euro kunt betalen, trek je spullen aan", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- (vervolgens) gedwongen mee te gaan naar de woning gelegen aan [adres] en/of

- dreigend de woorden toegevoegd: "Je blijft net zolang bij ons totdat we 5000 euro hebben" en/of "Haal geen stomme dingen in je hoofd want als je wat gaat proberen ben je zwaar de lul, dan gaan we je verkrachten en gaan we je de hele dag in gijzeling houden. Probeer maar niet te ontkomen want dat lukt je toch niet", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- (vervolgens) onder druk gezet om zijn broer te bellen om geld te regelen en/of

- (vervolgens) meermalen tegen/in het gezicht, althans tegen het lichaam, gestompt/geslagen en/of

- een rol tape getoond en hem daarbij dreigend de woorden toegevoegd: "Als we zometeen naar de bank gaan en we komen zonder geld terug, bind ik je vast met de tape en kom je niet meer los totdat het geld betaald is", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- naar de bank gereden waar die [slachtoffer 1] geld moest opnemen voor verdachte en/of zijn mededader(s).

2.

hij op of omstreeks 28 november 2008 in de gemeente Dronten tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een televisie (merk Samsung), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s)

- dreigend tegen die [slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd: "Bemoei je er niet mee. Je moet die televisie los maken, dan neem ik die mee", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- hierbij dreigend een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, uit zijn broeksband heeft gehaald en aan die mededader gegeven en gezegd: "Hier heb je deze vuurwapen, hou ze in de gaten, ik ga even de televisie in huis brengen, ik kom er zo aan",

althans, indien vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 28 november 2008 in de gemeente Dronten tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een televisie (merk Samsung), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader (s), welk geweld en/of bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s)

- dreigend tegen die [slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd: "Bemoei je er niet mee. Je moet die televisie los maken, dan neem ik die mee", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- hierbij dreigend een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, uit zijn broeksband heeft gehaald en aan die mededader gegeven en gezegd: "Hier heb je deze vuurwapen, hou ze in de gaten, ik ga even de televisie in huis brengen, ik kom er zo aan".

3. De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4. De bewijsmotivering

4.1 Vaststaande feiten

Op vrijdag 28 november rond 12.00uur komt er bij de politie een melding binnen van een gijzeling/afpersing. Deze melding wordt gedaan door bankpersoneel van de ABN AMRO bank gevestigd aan de Rede 2 te Dronten. De meldster geeft aan dat er een persoon in het filiaal is die tegenover een bankmedewerkster heeft verklaard dat hij gegijzeld is en een bedrag van 5000 euro moet pinnen. De latere aangever, [slachtoffer 1], verklaart telefonisch aan de meldkamer dat hij is gegijzeld in het Hogerhuis 48. [slachtoffer 1] geeft aan dat de daders zich op de openbare weg voor de bank bevinden en rijden in een rode Opel Astra. Het slachtoffer geeft de signalementen van de daders. Politieambtenaren zien vervolgens twee personen welke aan het signalement voldoen in een Rode Opel Astra stappen en weg rijden. De inzittenden van de auto worden aangehouden. De aangehouden personen blijken verdachte, [verdachte], en zijn neefje, [mededader], te zijn. Een agent die de bank binnen gaat treft daar [slachtoffer 1] hevig trillend aan, aangever vertelt hem al stotterend zijn verhaal. De agent ziet dat aangever hierbij erg emotioneel is.

[slachtoffer 1] gaat mee naar het bureau voor een verklaring. Hij doet op het bureau aangifte van gijzeling en afpersing. Hij verklaard dat verdachte en [mededader] hem die ochtend vroeg in zijn woning kwamen opzoeken Op dat moment zijn ook [getuige] en [slachtoffer 2] in de woning aanwezig. Verdachte en [mededader] zeggen hem dat ze zijn interieur komen halen en dat ze geld van hem eisen. Als [[slachtoffer 2], een medebewoner van aangever, naar beneden komt ziet aangever dat hij door [mededader] met vlakke hand op de wangen wordt geslagen. [mededader] zegt aangever dat hij zijn televisie los moet maken, omdat hij deze mee wil nemen. Aangever ziet dat [mededader] een vuurwapen uit zijn broeksband haalt en dit aan verdachte geeft. Nadat [mededader] de televisie heeft weggebracht wordt aangever gedwongen met verdachte en [mededader] mee te gaan net zo lang tot ze 5000 euro van hem hebben. Aangever verklaart dat hij met de verdachten mee gaat naar [adres], waar hij opnieuw wordt bedreigd en onder druk wordt gezet zijn broer te bellen om geld te regelen. Verdachte verklaart dat zij vervolgens naar de Jumbo en later de Leen Bakker bezoeken. Herhaaldelijk wordt tegen hem gezegd dat hij bij verdachte en [mededader] moet blijven, omdat het anders alleen maar erger zou worden. Als zij weer terug zijn in de woning van [mededader] wordt aangever geslagen en wordt hem een rol dikke tape getoond. Ze dreigen hem daarmee vast te binden als ze zonder geld van de bank weer komen. Bij de bank gekomen alarmeert aangever de politie.

4.2 Het standpunt van het Openbaar ministerie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder 1 en 2 primair ten laste is gelegd.

4.3 Het standpunt van de verdediging

Verdachte ontkent de aan hem ten laste gelegde feiten. Verdachte verklaart dat hij inderdaad met zijn neefje [mededader] bij aangever is geweest. Dit was omdat zijn neefje nog 150 euro van aangever tegoed had. Volgens verdachte is aangever echter vrijwillig met hen meegegaan om 150 euro te gaan pinnen. De televisie heeft hij als onderpand aan [mededader] gegeven. Nadat ze bij de Jumbo en de Leen Bakker zijn geweest gaan ze naar de Bank. Omdat het allemaal erg lang duurt en omdat ze verwachten dat [slachtoffer 1] toch geen geld heeft besluiten ze niet langer te wachten en rijden weg. Verdachte ontkent dat er een wapen aan aangever is getoond door hem of [mededader].

De raadsman van verdachte heeft aangevoerd dat zijn cliënt van zowel het onder 1 en 2 ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken. Volgens de raadsman zijn de aangifte en de getuigenverklaringen niet betrouwbaar. De raadsman voert aan dat de getuigen de gelegenheid hebben gehad om samen met aangever een verhaal in elkaar te draaien. Daarnaast heeft de raadsman gewezen op de brief van aangever d.d. 8 december 2008, waarin hij het niet heeft over bedreiging, gijzeling of afpersing.

4.4 Beoordeling van de tenlastelegging.

De rechtbank is van oordeel dat zowel de onder 1 en 2 primair aan verdachte ten laste gelegde feiten kunnen worden bewezen en overweegt daartoe als volgt.

De rechtbank is van oordeel dat de aangifte in voldoende mate steun vindt in de overige bewijsmiddelen. De getuigen [getuige] en [slachtoffer 2] verklaren overeenkomstig de aangifte. De rechtbank ziet anders dan door de verdediging is betoogd geen reden te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de aangifte en de getuigenverklaringen. Aangever en de getuigen verklaren consistent en gedetailleerd. Ook bij de rechter-commissaris blijven zij hun verhaal. Bovendien komen de aangifte en de getuigenverklaring niet alleen onderling overeen, ook vinden zij steun in overige gegevens welke uit het onderzoek naar voren zijn gekomen. De rechtbank wijst daarbij op het wapen waarover zowel aangever als de getuigen verklaren. Dit wapen wordt aangetroffen aan de [adres], het ouderlijk huis van verdachte. Getuige [getuige] verklaart dit wapen te hebben gevonden in de woning van [mededader]. Het wapen wordt door aangever later herkend als het wapen waarmee hij is bedreigd. Daarnaast is er de rol tape waar aangever over verklaart. Door verbalisanten wordt een rol tapen in het Hogerhuis aangetroffen, later blijkt deze echter te zijn verdwenen. Ten slotte wijst de rechtbank op de toestand waarin aangever bij de bank en tegen de politie zijn verhaal doet. Hij trilt en is emotioneel.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de verklaring van verdachte, dat aangever vrijwillig met hem en zijn neefje mee ging, ongeloofwaardig.

5. De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte ten laste is gelegd, met dien verstande dat:

1.

hij op 28 november 2008 in de gemeente Dronten tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk [slachtoffer 1] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, immers hebben hij verdachte en zijn mededader met dat opzet die [slachtoffer 1]

- in zijn woning opgezocht en hem gezegd: "We komen je interieur ophalen want we eisen geld van je" en

- een vuurwapen getoond en (daarbij) dreigend de woorden toegevoegd: "Haal geen rare dingen in je hoofd want ik schiet je zo neer" en "Jij gaat de hele dag met ons mee totdat je ons 5000 euro kunt betalen, trek je spullen aan” en

- (vervolgens) gedwongen mee te gaan naar de woning gelegen aan [adres] en

- dreigend de woorden toegevoegd: "Je blijft net zolang bij ons totdat we 5000 euro hebben" en "Haal geen stomme dingen in je hoofd want als je wat gaat proberen ben je zwaar de lul, dan gaan we je verkrachten en gaan we je de hele dag in gijzeling houden. Probeer maar niet te ontkomen want dat lukt je toch niet" en

- (vervolgens) onder druk gezet om zijn broer te bellen om geld te regelen en

- (vervolgens) meermalen in het gezicht geslagen en

- een rol tape getoond en hem daarbij dreigend de woorden toegevoegd: "Als we zometeen naar de bank gaan en we komen zonder geld terug, bind ik je vast met de tape en kom je niet meer los totdat het geld betaald is", en

- naar de bank gereden waar die [slachtoffer 1] geld moest opnemen voor verdachte en/of zijn mededader.

2.

hij op 28 november 2008 in de gemeente Dronten tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een televisie (merk Samsung), toebehorende aan [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij, verdachte en/of zijn mededader

- dreigend tegen die [slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd: "Bemoei je er niet mee. Je moet die televisie los maken, dan neem ik die mee", en/of

- hierbij dreigend een vuurwapen uit zijn broeksband heeft gehaald en aan die mededader gegeven en gezegd: "Hier heb je deze vuurwapen, hou ze in de gaten, ik ga even de televisie in huis brengen, ik kom er zo aan".

Van het meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

6. Strafbaarheid

Het bewezene levert op:

1.

Opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden, strafbaar gesteld bij artikel 282 van het Wetboek van Strafrecht.

2.

Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, strafbaar gesteld bij artikel 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

De verdachte is deswege strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden gebleken zijn die die strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten.

7. De strafoplegging

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd de veroordeling van verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek van voorarrest.

De verdediging heeft vrijspraak bepleit.

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft de rechtbank in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft samen met zijn mededader aangever enkele uren wedderrechtelijk van zijn vrijheid beroofd en hem daarbij onder meer met een vuurwapen bedreigd. De rechtbank vindt met name deze wedderrechtelijke vrijheidsberoving met gebruik van een wapen een zeer ernstig feit en is daarom van oordeel dat een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf noodzakelijk is, omdat aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak miskend zouden worden.

In het voordeel van verdachte neemt de rechtbank in aanmerking dat hij zowel bij de vrijheidsberoving als de diefstal van de televisie een meer passieve rol heeft gespeeld dan zijn mededader en dat hij geen recente documentatie heeft op het gebied van geweldsdelicten.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 8 mei 2009.

- een de verdachte betreffend voorlichtingsrapport d.d. 21 januari 2009 uitgebracht door Reclassering Nederland;

- de overige stukken van het de verdachte betreffende persoonsdossier.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 10, 27, 47, 57, 282, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

10. Beslissing

Het ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert de strafbare feiten op, zoals hiervoor vermeld. De verdachte is deswege strafbaar.

Het meer of anders ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden.

De tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, zal bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering worden gebracht.

Aldus gewezen door mr. G.H. Meijer, voorzitter, mrs. M.A.A. ter Meer-Siebers en A.J. Louter, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. Seuters als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 juni 2009.

Mrs. G.H. Meijer en A.J. Louter voornoemd waren buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.