Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2009:BI8226

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
28-05-2009
Datum publicatie
16-06-2009
Zaaknummer
Awb 08/475
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank verklaart beroep tegen ongeschiktheidsontslag van zweminstructrice ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector Bestuursrecht, Meervoudige Kamer

Registratienummer: Awb 08/475

Uitspraak

in het geding tussen:

Eiser te woonplaats,

gemachtigde mr. L.J.H.M. Achten, advocaat te Zwolle,

en

het college van burgemeester en wethouders van Raalte,

verweerder,

gemachtigde: mr. K.F.A.M. Weijling, advocaat te De Meern.

1. Procesverloop

Bij besluit van 4 september 2007 heeft verweerder aan eiseres met ingang van 15 september 2007 eervol ontslag verleend uit de ambtelijke dienst van de gemeente Raalte op grond van het bepaalde in artikel 8:6, eerste lid, van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling/ Uitwerkingsovereenkomst (hierna: CAR/UWO). Bij brief van 2 oktober 2007 heeft eiseres hiertegen bezwaar gemaakt.

Bij brief van 17 maart 2008 heeft eiseres beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar. Bij besluit van 18 maart 2008 heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard. Verweerder heeft op 28 augustus 2008 een verweerschrift ingediend.

Het beroep is op 20 april 2009 behandeld ter zitting. Eiseres is in persoon verschenen, bijgestaan door mr. Achten. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door P. Gras, afdelingshoofd Sportaccomodaties bij de gemeente Raalte, bijgestaan door mr. Weijling.

2. Overwegingen

De rechtbank is vooreerst van oordeel dat eiseres geen belang meer heeft bij de beoordeling van het beroep tegen het niet tijdig beslissen op het op 2 oktober 2007 ingediende bezwaar. Het beroep, voor zover gericht tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar, is derhalve niet-ontvankelijk.

Ingevolge het bepaalde in artikel 6:20, vierde lid, van de Awb wordt het beroep geacht mede te zijn gericht tegen het op 18 maart 2008 genomen besluit.

Tussen partijen is in geschil of het besluit waarbij eiseres is ontslagen uit haar functie van instructeur elementair zwemmen op goede gronden berust.

De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden:

Eiseres was sinds 1 april 2001 werkzaam bij de gemeente Raalte, in de functie van ‘instructeur elementair zwemmen’, voor 16 uur en 3 plusuren per week. In de periode van 2001 tot eind 2004 is eiseres regelmatig uitgevallen. Eiseres in deze periode regelmatig aangesproken op haar functioneren. Eiseres had in deze periode problemen in de privésfeer. Van 2005 tot halverwege 2006 werd een zekere verbetering geconstateerd in het functioneren van eiseres. Omdat de direct-leidinggevende van eiseres in het najaar van 2006 opnieuw tekortkomingen constateerde in haar functioneren, werd besloten om, ter verbetering van het functioneren van eiseres, een begeleidings- en verbetertraject op te starten. Tijdens een gesprek dat op 2 december 2006, in het kader van het verbetertraject, plaatsvond zijn de volgende kritiekpunten genoemd: organisatie van de lessen, techniek, houding, inzicht, praktische zaken en communicatie. Als eiseres zwemles gaf, werd zij geobserveerd door een collega die als begeleider optrad. Deze collega, (…), gaf eiseres vervolgens feedback. Naar aanleiding van deze observaties zijn evaluatieformulieren ingevuld door (…). In eerste instantie zou dit traject tot eind maart 2007 duren. Omdat eiseres zich in maart 2007, vanwege problemen in haar thuissituatie, ziek had gemeld, werd dit traject verlengd tot de zomervakantie. Naar aanleiding van incidenten tijdens een zwemles op 8 mei 2007 heeft verweerder eiseres op 14 mei 2007 ontheven van haar particuliere zwemlestaken. In eerste instantie mocht eiseres nog toezicht blijven houden tijdens het vrij zwemmen. Bij besluit van 25 juni 2007 heeft verweerder eiseres de toegang tot de dienst ontzegd.

Verweerder heeft eiseres vervolgens ontslag verleend op grond van het bepaalde in artikel 8:6, eerste lid, van de CAR/UWO. Deze bepaling luidt als volgt:

Ontslag kan aan de ambtenaar worden verleend op grond van onbekwaamheid of ongeschiktheid voor de vervulling van zijn betrekking anders dan op grond van ziekten of gebreken. Ontslag op grond van dit artikel wordt eervol verleend.

Verweerder stelt zich op het standpunt dat uit het geheel van gedragingen van eiseres, gedurende een langere periode, is gebleken dat zij ongeschikt is voor de vervulling van haar betrekking, anders dan op grond van ziekte of gebrek. Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiseres ten gevolge van een beperkte sociaal-emotionele ontwikkeling niet in staat is om haar functie op correcte wijze te vervullen. Dit uit zich in een moeizame communicatie met collega’s en leidinggevenden en in onvriendelijk gedrag richting ouders en leerlingen. Eiseres kan moeilijk omgaan met kritiek. Eiseres heeft in het bad onvoldoende overzicht en reageert niet adequaat, waardoor zich gevaarlijke situaties kunnen voordoen. Veel collega’s van eiseres weigeren om met haar samen te werken. De bedrijfsarts heeft op 15 maart 2007 een alcohollucht bij eiseres waargenomen. Tijdens een training die eind maart 2007 plaatsvond hebben enkele collega’s geconstateerd dat eiseres naar alcohol rook. Een verbetering van het functioneren van eiseres valt niet te verwachten. Op 8 mei 2007 was, tijdens een door eiseres gegeven zwemles waarbij ouders van nieuwe leerlingen toekeken, sprake van een tweetal incidenten. Eiseres heeft een leerling onnodig hardhandig aangepakt en dit kind uit de groep geplaatst. Verder heeft eiseres tijdens deze zwemles de veiligheid van een ander kind, dat meerdere keren met het hoofd onder water raakte, onnodig in gevaar gebracht door een verkeerde opstelling in het bad. Verweerder wijst voorts op de schriftelijke verklaringen over het functioneren van eiseres, die zijn afgelegd door (…) en door (…).

Eiseres stelt zich op het standpunt dat het ontslagbesluit onvoldoende gebaseerd is op concrete feiten en omstandigheden met betrekking tot haar functioneren. Niet gebleken is dat eiseres door haar verslavingsprobleem niet goed functioneert. Eiseres is onvoldoende gelegenheid geboden om haar functioneren, voor zover dit niet voldeed, te verbeteren. Eiseres wijst in dit verband op het advies van de Commissie Bezwaarschriften, van 14 december 2007.

De rechtbank stelt voorop dat aan een ambtenaar ontslag ingevolge het bepaalde in artikel 8:6, eerste lid, van de CAR/UWO kan worden verleend, indien sprake is van het ontbreken van de eigenschappen, bekwaamheden, vaardigheden of instelling die nodig zijn voor een goede vervulling van de functie. Het tekortschieten moet blijken uit concrete voorbeelden en de ambtenaar moet, na te zijn geconfronteerd met het tekortschietend functioneren, de gelegenheid krijgen om dit te verbeteren. Zoals ondermeer volgt uit de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 6 december 2007 (LJN: BC0477) is niet vereist dat voorafgaand aan een ontslag op deze grond eerst een (formele) beoordeling van het functioneren van de ambtenaar dient plaats te vinden.

De rechtbank is van oordeel dat verweerder, voor wat betreft de periode vanaf het najaar van 2006 tot halverwege 2007, in voldoende mate met concrete voorbeelden heeft aangetoond dat eiseres tekortschoot in de vervulling van haar functie. In dit verband acht de rechtbank van belang dat door de begeleiders van eiseres evaluatieformulieren zijn ingevuld naar aanleiding van hun observaties tijdens door eiseres gegeven zwemlessen. De rechtbank heeft geen reden om te veronderstellen dat later wijzigingen zouden zijn aangebracht in de overgelegde evaluatieformulieren, zoals door eiseres is betoogd, of dat verweerder doelbewust een aantal evaluatieformulieren met een voor eiseres gunstige inhoud zou hebben achtergehouden. Voorts heeft verweerder, bij het nemen van het bestreden besluit, betekenis mogen toekennen aan de schriftelijke verklaringen die op 17 januari 2008 zijn afgelegd door (…), de vaste begeleider van eiseres, en door (…), managementondersteuner Sportaccomodaties bij de gemeente Raalte. Daarnaast acht de rechtbank tevens de door (…), coördinator zwemlessen in zwembad “Tijenraan”, en door (…) opgestelde verslagen over het verloop van de zwemles op 8 mei 2007 van belang. (…) was uit hoofde van haar functie aanwezig tijdens deze zwemles. (…), een collega van eiseres, was als ouder van één van de kinderen die zwemles kregen, aanwezig. De omstandigheid dat de persoonlijke verhoudingen tussen eiseres en (…) wellicht niet optimaal zijn, betekent niet dat verweerder in het geheel geen betekenis mocht toekennen aan wat zij verklaard heeft over wat plaatsvond tijdens deze les. De rechtbank acht, in het kader van de vaststelling van de feiten, tevens van belang dat eiseres ter zitting heeft erkend dat zij op 8 mei 2007 verkeerd stond opgesteld in het zwembad, waardoor zij geen goed zicht had op alle kinderen. Dat het kind dat onder water raakte niet daadwerkelijk in levensgevaar is geweest, betekent niet dat verweerder met dit incident geen rekening heeft mogen houden.

Voor wat betreft het op 31 maart 2007, tijdens werktijd, ruiken naar alcohol heeft verweerder betekenis mogen toekennen aan de e-mailberichten van (…) en van (…) van die datum, waarin zij het afdelingshoofd Sportaccomodaties hiervan op de hoogte stellen. Verder heeft verweerder, in verband met deze problematiek, betekenis mogen toekennen aan de op 15 maart 2007 door de bedrijfsarts gedane melding, dat eiseres - toen zij die dag op het spreekuur verscheen – naar alcohol rook. Eiseres heeft ook zelf, tijdens de hoorzitting op 13 september 2007 en ter zitting van 20 april 2009, erkend dat zij een verslavingsprobleem “met pieken en dalen” heeft.

De rechtbank is, gelet op het geheel van deze stukken die zich in het dossier bevinden, van oordeel dat verweerder in voldoende mate, met concrete gegevens, heeft onderbouwd dat eiseres niet beschikt over de vereiste bekwaamheden en vaardigheden om haar functie naar behoren te vervullen.

De rechtbank is voorts van oordeel dat verweerder eiseres voldoende gelegenheid heeft geboden om zich de vereiste bekwaamheden en vaardigheden alsnog eigen te maken en om zodoende haar functioneren te verbeteren. Aan eiseres is in het kader van het verbetertraject intensieve begeleiding en ondersteuning aangeboden. Omdat eiseres zich in maart 2007 ziek had gemeld is dit traject verlengd. De rechtbank is, in navolging van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 6 december 2007 (LJN: BC0477), van oordeel dat een verbetertraject vroegtijdig mag worden afgebroken, indien duidelijk is dat niet meer te verwachten valt dat voortzetting van een dergelijk traject tot een daadwerkelijke verbetering zal leiden. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich, mede gezien de incidenten die plaatsvonden tijdens de zwemles op 8 mei 2007, op het standpunt mogen stellen dat een dergelijke verbetering in het geval van eiseres niet meer te verwachten viel. Verweerder heeft bij zijn besluitvorming groot belang mogen hechten aan de veiligheid van de kinderen die zwemles volgen. Het belang van de veiligheid tijdens de zwemlessen is ermee gediend dat slechts zweminstructeurs die beschikken over de voor deze functie vereiste bekwaamheden en vaardigheden zwemles geven.

Gelet op het vorenstaande heeft verweerder in redelijkheid gebruik kunnen maken van zijn bevoegdheid om eiseres met toepassing van artikel 8:6, eerste lid, van de CAR/UWO ontslag te verlenen.

Het beroep is derhalve in zoverre ongegrond.

De rechtbank ziet aanleiding om verweerder te veroordelen in de proceskosten die eiseres, ten behoeve van het instellen van beroep tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar, redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze proceskosten worden, onder toekenning van een halve punt voor het instellen van dit beroep, begroot op € 161,--. Er bestaat geen aanleiding om verweerder te veroordelen in de proceskosten die eiseres overigens heeft gemaakt in verband met de behandeling van haar beroep.

3. Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep, voor zover gericht tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar, niet-ontvankelijk;

- verklaart het beroep voor het overige ongegrond;

- verooordeelt verweerder in de proceskosten, welke begroot worden op € 161,--, door de gemeente Raalte te betalen aan

eiseres;

- gelast dat de gemeente Raalte aan eiseres het door haar betaalde griffierecht, ten bedrage van € 145,--, vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.W. Akkerman, voorzitter, mr. E. Steendijk en mr. A. Oosterveld, rechters en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. A. van der Weij als griffier, op

Afschrift verzonden op: