Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2009:BI8200

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
14-05-2009
Datum publicatie
16-06-2009
Zaaknummer
07/976428-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

mensensmokkel; bewijs

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector strafrecht

parketnummer: 976428-07 (P)

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 14 mei 2009

in de strafzaak tegen

(Verdachte),

Geboren op (geboortejaar),

wonende te (adres)

raadsman mr. R.A.L.F. Frijns, advocaat te Rotterdam

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 14 mei 2009, waarbij de officier van justitie, mr. G.R.C. Veurink, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 19 september 2007, althans in of omstreeks de periode van 1 tot en met 19 septemer 2007, te Hoek van Holland, gemeente Rotterdam en/of Zwolle en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, zestien, althans één of meer perso(o)n(en) met de Irakese en/of Chinese nationaliteit, althans van buitenlandse afkomst,

- behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door

- uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in

Nederland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie en/of IJsland en/of Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, en/of of die ander daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat die toegang of die doorreis en/of dat

verblijf wederrechtelijk was,

immers heeft hij, verdachte, toen en daar, tezamen met één of meer van zijn mededaders

- bovengenoemde perso(o)n(en) vervoerd naar Hoek van Holland teneinde die personen naar Engeland over te brengen en/of

- haar/zijn/hun woning ter beschikking gesteld teneinde in die woning de afwikkeling en/of de voorbereidingen te treffen van de toegang tot of doorreis door Nederland met bestemming Engeland van die perso(o)n(en) en/of

- een auto voor het vervoer naar Hoek van Holland ter beschikking gesteld en/of gehuurd en/of

- het transport van die bovengenoemde personen naar Hoek van Holland begeleid teneinde die personen naar Engeland over te brengen en/of

- één of meer van die perso(o)n(en) vanaf een adres in Enschede opgehaald en/of

- één of meer van die perso(o)n(en) vanaf het station in Zwolle, althans vanaf enige plaats in Zwolle, opgehaald en overgebracht naar de woning aan de (adres) ter voorbereiding op het vervoer van die perso(o)n(en) naar Engeland en/of

- de financiële afwikkeling van het transport van die perso(o)n(en) naar Engeland geregeld en/of

- die perso(o)n(en), althans één of meerdere van hen één of meer dagen in zijn woning onderdak verleend en/of

(aldus) het transport en de komst naar Nederland en/of de doorreis naar Engeland van die bovengenoemde personen georganiseerd en/of gecoördineerd en/of gefacilliteerd;

art 197a lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2007 tot en met 20 september 2007 te Hoek van Holland in de gemeente Rotterdam en/of Zwolle en/of (elders) in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit verdachte en/of één of meer van de volgende personen:

(naam) en/of (naam) en/of (naam) en/of (naam) en/of één of meer anderen,

welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het (telkens) plegen van mensensmokkel, al dan niet als beroep of gewoonte en/of tezamen en in vereniging met anderen of een ander, als bedoeld in artikel 197a van het Wetboek van Strafrecht;

art 140 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft medegepleegd. Verder heeft de officier van justitie gevorderd dat verdachte van het onder 2 ten laste gelegde wordt vrijgesproken.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen, omdat het bewijs wordt gevormd door verklaringen van medeverdachten die niet consistent en consequent hebben verklaard, niet naadloos op elkaar aansluiten en derhalve niet geloofwaardig zijn.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van feit 1:

Op 19 september 2007 omstreeks 22.00 uur zijn te Hoek van Holland, bij een controle door de Koninklijke Marechaussee, in de laadruimte van een vrachtauto met het kenteken xx-xx-xx personen met een Aziatisch uiterlijk en 2 personen met een Koerdisch uiterlijk aangetroffen. Voor deze vrachtauto was zonder betaling een plaats gereserveerd met de intentie om met een motorschip van de Stena Line naar Groot-Brittanië te reizen . Bestuurder van deze vrachtwagen was (naam). (naam) wordt door (naam) ook wel (naam) genoemd. De twee personen met Koerdisch uiterlijk waren (naam) en (naam) . Deze twee Koerden waren mee om de Chinezen te begeleiden. Van de 14 personen met Aziatisch uiterlijk kan gevoeglijk – op grond van de verklaringen van (naam) – worden aangenomen dat het Chinezen betrof, die hier illegaal op doorreis waren .

Kort (enkele minuten) voor deze controle door de Koninklijke Marechaussee was de vrachtauto met het kenteken xx-xx-xx nog vergezeld van een personenauto, merk BMW, met kenteken XX-XX-XX . In deze BMW zaten (naam) en (naam).

(naam) had het geld voor de reis gekregen van (verdachte).

(naam) noemt de vriend van (naam), (verdachte), ook wel [naam]. (naam) noemt hem [naam]. (naam) wordt ook wel [naam] genoemd.

(naam) had met twee contactpersonen, [naam] en [naam], afgesproken om een groep Chinezen in Nederland op te vangen en ervoor te zorgen dat de Chinezen in een vrachtauto naar Hoek van Holland zouden komen. De Chinezen waren een paar dagen voor 19 september 2007 vanuit Frankrijk in Zwolle aangekomen. (naam) en (verdachte) hebben deze Chinezen die dag van het station opgehaald en gebracht naar de woning aan de (adres) te Zwolle, in gebruik bij (verdachte) en (naam). Na enkele dagen is een aantal Chinezen weggebracht naar een woning in Enschede, aan de (adres), eveneens op naam van (naam). De Chinezen hebben op deze adressen aan aantal dagen verblijf gehouden.

De vrachtauto met kenteken xx-xx-xx was op 19 september 2007 gehuurd van Autoverhuurbedrijf (naam) te Zwolle tot 21 september 2007 18.00 uur. De vrachtauto werd gehuurd door (naam) in tegenwoordigheid van de bestuurder (naam). Dit gebeurde op verzoek van (verdachte). (naam) heeft de betaling gedaan. Het geld voor deze betaling is ter beschikking gesteld door (naam). (verdachte) had (naam) gevraagd of hij de vrachtwagen wilde besturen.

(naam) is met de vrachtauto in Zwolle geweest, op het adres van (naam), en van daaruit naar Enschede gereden, om vervolgens vergezeld van de BMW naar Hoek van Holland te gaan. De BMW is vooruit gereden om hem de weg te wijzen. In Zwolle en Enschede zijn toen de Chinezen in de vrachtauto gestapt.

(verdachte) is op 19 september 2007 aanwezig geweest bij het inladen van meubels in de vrachtauto in Zwolle, samen met (naam), (naam), (naam) en (naam) . In Zwolle zijn vervolgens ook de Chinezen uit de woning aan de (adres) in de vrachtauto gestapt. Ook daar is (verdachte) bij aanwezig geweest.

Op grond van het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte (verdachte) medepleger is van het onder 1 ten laste.

Het standpunt van de verdediging dat de medeverdachten niet geloofwaardig zijn, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende onderbouwd.

Ten aanzien van feit 2:

De verdachte dient van het onder 2 ten laste gelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat

hij in de periode van 1 tot en met 19 september 2007, te Hoek van Holland, gemeente Rotterdam en/of Zwolle en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen,

zestien personen met de Irakese en/of Chinese nationaliteit,

- behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie

terwijl hij, verdachte en zijn mededaders wisten dat die toegang of die doorreis wederrechtelijk was,

immers heeft hij, verdachte, toen en daar, en/of één of meer van zijn mededaders

- bovengenoemde personen vervoerd naar Hoek van Holland teneinde die personen naar Engeland over te brengen en

- een auto voor het vervoer naar Hoek van Holland gehuurd en

- het transport van die bovengenoemde personen naar Hoek van Holland begeleid teneinde die personen naar Engeland over te brengen en

- één of meer van die personen vanaf een adres in Enschede opgehaald en

- één of meer van die personen vanaf het station in Zwolle opgehaald en overgebracht naar de woning aan de (adres) ter voorbereiding op het vervoer van die personen naar Engeland en

- de financiële afwikkeling van het transport van die personen naar Engeland geregeld en

aldus het transport en de doorreis naar Engeland van die bovengenoemde personen georganiseerd en gefaciliteerd.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen onder 1 meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Dit levert het volgende strafbare feit op:

mensensmokkel, in vereniging begaan door meerdere personen, meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 197a, eerste en vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

7 De strafoplegging

7.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen:

- een werkstraf van 240 uur subsidiair 120 dagen hechtenis;

- een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden, met aftrek van het voorarrest, met een proeftijd van 2 jaren.

7.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ten aanzien van de strafoplegging niets naar voren gebracht.

7.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft de rechtbank in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft samen met anderen geprobeerd om een aantal personen, aan wie de toegang en het verblijf in Nederland en Groot Brittannië niet was toegestaan, via en/of vanuit Nederland naar Groot Brittannië te smokkelen.

Door mensensmokkel wordt het overheidsbeleid inzake de bestrijding van illegaal verblijf en illegale toegang tot Nederland en andere landen van de Europese Unie doorkruist. De rechtbank rekent het de verdachte aan dat hij met zijn handelen hieraan heeft bijgedragen.

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit het justitieel documentatieregister van 10 april 2009 waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor het plegen van misdrijven.

Alles afwegend komt de rechtbank tot het oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde straf voldoende recht doet aan de ernst van het feit en de persoon van de verdachte. Dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor een misdrijf, in voorarrest heeft gezeten en het gepleegde misdrijf al enige tijd geleden heeft plaatsgevonden, is hierbij nadrukkelijk meegewogen.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 27, 57 en 197a van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het onder 2 tenlastegelegde feit;

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 1 ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat onder 1 meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

mensensmokkel, in vereniging begaan door meerdere personen, meermalen gepleegd

- verklaart verdachte strafbaar;

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 6 maanden;

- bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 jaar schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- veroordeelt verdachte tot een werkstraf van 240 uren;

- beveelt dat indien verdachte de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 dagen;

- bepaalt dat de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de uitvoering van de werkstraf naar rato van twee uur per dag;

Dit vonnis is gewezen door mr. G.P. Nieuwenhuis, voorzitter, mr. C.A.M. Heeregrave en mr. A.J. Louter, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. Nijhuis, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 28 mei 2009.

Mr. Heeregrave is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.