Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2009:BI2467

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
14-04-2009
Datum publicatie
28-04-2009
Zaaknummer
07.607005-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

brandstichting, opzetverweer, ontoerekeningsvatbaarheid

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnr. : 07.607005-09

Uitspraak: 14 april 2009

Vonnis in de zaak van:

het openbaar ministerie

tegen

[verdachte],

geboren op [geboortedatum]

gedetineerd in de PIV te Zwolle,

thans verblijvende in Forensisch Psychiatrische afdeling De Boog te Warnsveld.

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 31 maart 2009. De verdachte is verschenen, bijgestaan door mw. mr. E. Uit de Boogaardt, advocaat te Emmeloord.

De officier van justitie, mr. B.E.M. van de Ven, heeft ter zitting geconcludeerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit en heeft gevorderd de verdachte wegens volledige ontoerekingsvatbaarheid te ontslaan van alle rechtsvervolging en de maatregel van plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis te gelasten voor de duur van één jaar.

TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

zij op of omstreeks 02 januari 2009 in de gemeente Lelystad, opzettelijk brand heeft gesticht in een (flat)woning gelegen aan de [adres], immers heeft verdachte toen in voornoemde (flat)woning opzettelijk een kaars aangestoken en/of (vervolgens) met deze/een brandende kaars één of meerdere gordijn(en) in de woonkamer in brand gestoken, in elk geval met open vuur in aanraking gebracht, ten gevolge waarvan één of meerdere gordijn(en) en/of een kattenkrabpaal en/of één of meerdere (andere) in de woonkamer aanwezige goed(eren) geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval in voornoemde (flat)woning brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor voornoemde (flat)woning en voor de omringende (flat)woningen en/of de zich daarin bevindende goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de zich in de omringende (flat)woningen bevindende personen, in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was.

BEWIJS

Door de raadsvrouw van verdachte is betoogd dat verdachte van het aan haar ten laste gelegde feit zal moeten worden vrijgesproken, nu verdachte ten tijde van haar handelen van elk inzicht in de reikwijdte van haar gedragingen en de mogelijke gevolgen daarvan was verstoken, zodat het bestanddeel opzet niet kan worden bewezen. De raadsvrouw heeft daartoe onder meer gewezen op het rapport van de psychiater waaruit naar voren komt dat bij verdachte op belangrijke gebieden van het menselijk functioneren sprake is van psychische instabiliteit. Ook heeft zij gewezen op de conclusie van de psycholoog dat verdachte onder oplopende druk al snel psychotisch kan decompenseren, het contact met de realiteit kwijt raakt en dat verdachte de gevolgen van haar daden in die toestand niet kan overzien.

De rechtbank overweegt dienaangaande als volgt.

De rechtbank stelt voorop dat de conclusie van de psychiater dat sprake is van psychische instabiliteit en de conclusie van de psycholoog dat verdachte de gevolgen van haar daden niet kon overzien niet in de weg staan aan een bewezenverklaring van opzet. Een geestelijke stoornis staat slechts dan aan een bewezenverklaring van opzet in de weg indien bij verdachte ten tijde van haar handelen ieder inzicht in de draagwijdte van haar gedragingen en de mogelijke gevolgen zou hebben ontbroken. Voor het vermoeden van de aanwezigheid van die situatie geeft de over verdachte opgestelde rapportage noch het verhandelde ter zitting aanleiding. De rechtbank is daarentegen van oordeel dat verdachte zich meer of minder bewust is geweest van de betekenis van wat zij deed. De rechtbank baseert haar oordeel in belangrijke mate op de verklaring van verdachte dat zij ook de slaapkamer in brand wilde steken, maar dat dat niet kon, omdat de kat daar zat.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte ten laste is gelegd, met dien verstande dat:

zij op 02 januari 2009 in de gemeente Lelystad, opzettelijk brand heeft gesticht in een flatwoning gelegen aan de [adres], immers heeft verdachte toen in voornoemde flatwoning opzettelijk een kaars aangestoken en vervolgens met deze brandende kaars gordijnen in de woonkamer in brand gestoken ten gevolge waarvan gordijnen en een kattenkrabpaal gedeeltelijk zijn verbrand, terwijl daarvan gemeen gevaar voor voornoemde flatwoning en voor de omringende flatwoningen en de zich daarin bevindende goederen en levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de zich in de omringende flatwoningen bevindende personen te duchten was.

Van het meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

STRAFBAARHEID

Het bewezenverklaarde levert op:

opzettelijk brandstichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is, strafbaar gesteld bij artikel 157 aanhef en onder 1 van het Wetboek van Strafrecht

en

opzettelijk brandstichten, terwijl daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is, strafbaar gesteld bij artikel 157 aanhef en onder 2 van het Wetboek van Strafrecht.

Ter beoordeling van de toerekingsvatbaarheid van de verdachte heeft de rechtbank een tweetal pro justitia rapportages ontvangen. Het betreft een psychologisch rapport d.d. 22 maart 2009 van drs. A. K. Wieringa, klinisch psycholoog, en een psychiatrisch rapport van A.C. Bruins, psychiater.

Voornoemd rapport van de deskundige Bruijns houdt als conclusie onder meer in dat bij verdachte sprake is van een gebrekkige ontwikkeling en een ziekelijke stoornis van haar geestesvermogens in de vorm van een ernstige borderline persoonlijkheidsstoornis. Verdachte heeft bovendien een psychotische kwetsbaarheid, die onder stress kan leiden tot voorbijgaande psychotische symptomen. Er dient verder rekening te worden gehouden met de mogelijkheid dat de schildklierafwijking de psychiatrische symptomatologie kan versterken. De psychische instabiliteit is bij verdachte pregnant aanwezig op belangrijke gebieden van het menselijk functioneren.. De psychotische kwetsbaarheid vergroot deze instabiliteit. Bij het ten laste gelegde speelde naaste de genoemde instabiliteit het psychotisch symptoom van imperatieve gehoorhallucinaties een doorslaggevende rol. De deskundige Bruijns adviseert de verdachte volledig ontoerekingsvatbaar te verklaren.

Het rapport van deskundige Wieringa houdt eveneens als conclusie in dat verdachte lijdt aan een ernstige borderline persoonlijkheidsstoornis gecombineerd met een psychotische kwetsbaarheid, waardoor bij oplopende druk psychotische symptomen kunnen ontstaan. Deze stoornis beïnvloedde de gedragskeuzes en gedragingen van verdachte ten tijde van het ten laste gelegde. Deskundige Wieringa adviseert verdachte voor het ten laste gelegde als volledig ontoerekenigsvatbaar te beschouwen.

De rechtbank is van oordeel dat de deskundigen op goede gronden tot hun advies zijn gekomen en maakt het oordeel van de deskundigen tot het hare.

De rechtbank concludeert dat verdachte ten tijde van het ten laste gelegde en bewezen verklaarde feit ontoerekeningsvatbaar was en dat het feit de verdachte niet kan worden toegerekend. De rechtbank zal de verdachte derhalve ontslaan van rechtsvervolging.

OPLEGGING VAN EEN MAATREGEL

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de na te noemen beslissing passend.

De rechtbank zal de verdachte ontslaan van alle rechtsvervolging op grond van het feit dat verdachte wegens volledige ontoerekeningsvatbaarheid niet strafbaar wordt geacht.

Zowel de deskundige Wieringa als de deskundige Bruins adviseren verdachte middels artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht voor de periode van één jaar te laten opnemen in een psychiatrisch ziekenhuis.

Op grond van voornoemde rapportages van de deskundigen is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van verdachte en de algemene veiligheid van goederen en personen, het opleggen van de maatregel plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis voor de duur van één jaar eist.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank voorts rekening gehouden met:

- een de verdachte betreffend voorlichtingsrapport d.d. 20 maart 2009 uitgebracht door Reclassering Nederland.

De beslissing berust op de artikelen 37, 39, 57 en 157 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert het strafbare feit op, zoals hiervoor vermeld.

Het meer of anders ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De rechtbank ontslaat de verdachte te dier zake van alle rechtsvervolging.

De rechtbank legt aan verdachte op de maatregel van plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis voor de duur van één jaar.

Aldus gewezen door mr. A.W.M. van Hoof, voorzitter, mrs. J.P.C. Obbink en W.F. Roelink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. Seuters als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 april 2009.