Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2009:BI2437

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
14-04-2009
Datum publicatie
28-04-2009
Zaaknummer
07/420228-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Gedragsbeinvloedende maatregel, voorwaarden

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnr. : 07/420228-08, 07/531405-08 en 07/430078-06 (VTVV)

Uitspraak: 14 april 2009

Vonnis in de zaak van:

het openbaar ministerie

tegen

[verdachte],

geboren op [geboortejaar]

wonende te [adres]

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 31 maart 2009. De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. P.L. Hellinga, advocaat te Zwolle.

De officier van justitie, mr. B.C. van Haren, heeft ter terechtzitting gevorderd:

- de vrijspraak van de verdachte voor het ten laste gelegde in de zaak met parketnummer 07/531405-08;

- voor het onder 1, 2, 3, 4 primair, 5, 6 primair en 7 primair ten laste gelegde in de zaak met parketnummer 07/420228-08:

o oplegging van de gedragsbeïnvloedende maatregel voor de tijd van 12 maanden, inhoudende een behandeling van verdachte in De Tender, subsidiair 6 maanden jeugddetentie,

o jeugddetentie voor de tijd van 2 weken, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar, met als bijzondere voorwaarde een verplicht jeugdreclasseringscontact;

o toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [xxx] ter zake van het onder 1 ten laste gelegde feit tot een bedrag van € 250,00, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht voor voornoemd bedrag;

o toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [xxx] ter zake van het onder 4 ten laste gelegde feit ad € 50,00, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht voor voornoemd bedrag.

De officier van justitie heeft voorts primair gevorderd ten aanzien van de vordering tenuitvoerlegging in de zaak met parketnummer 07/430078-06 de proeftijd te verlengen met 1 jaar en subsidiair heeft zij toewijzing van de vordering gevorderd

TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

(volgt tenlastelegging)

De rechtbank nummert het bij dagvaarding met parketnummer 07/531405-08 ten laste gelegde feit als feit 8.

BEWIJS

De verdachte dient van het onder 2, 6 en 8 ten laste gelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1, 3, 4 primair, 5 en 7 primair ten laste is gelegd, met dien verstande dat:

(volgt bewezenverklaring; zie aangehechte kopie dagvaarding)

Van het onder 1, 3, 4 primair, 5 en 7 primair meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

STRAFBAARHEID

Het bewezene levert op:

Feit 1:

Mishandeling, terwijl het feit wordt gepleegd tegen een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening,

strafbaar gesteld bij artikel 300 juncto artikel 304 van het Wetboek van Strafrecht.

Feit 3:

Eenvoudige belediging,

strafbaar gesteld bij artikel 266 van het Wetboek van Strafrecht.

Feit 4:

Openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen,

strafbaar gesteld bij artikel 141 van het wetboek van Strafrecht.

Feit 5:

Diefstal,

strafbaar gesteld bij artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht.

Feit 7:

Overtreding van artikel 41 van de Leerplichtwet 1969,

strafbaar gesteld bij artikel 26 van de Leerplichtwet 1969.

De verdachte is deswege strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden gebleken zijn die die strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten.

OPLEGGING VAN STRAF OF MAATREGEL

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de na te noemen beslissing passend.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank onder meer rekening gehouden met:

een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 3 maart 2009;

een de verdachte betreffend psychologisch onderzoeksrapport d.d. 19 november

2008 uitgebracht door mevrouw drs. B. Meijer, GZ-psycholoog;

- een de verdachte betreffend adviesrapport d.d. 18 maart 2009 uitgebracht door het

Bureau Jeugdzorg Overijssel;

- een brief van de Raad voor de Kinderbescherming te Zwolle d.d. 27 maart 2009.

Door de verdediging is het verweer gevoerd dat niet is voldaan aan de in het tweede lid van artikel 77w van het Wetboek van Strafrecht neergelegde voorwaarden om een maatregel betreffende het gedrag van de jeugdige op te leggen.

De raadsvrouw heeft in dit verband –kort samengevat en zakelijk weergegeven- aangevoerd dat

-de brief van de Raad voor de Kinderbescherming, d.d. 27 maart 2009, niet is ondertekend door de opsteller ervan, [xxx]

-het aan genoemde brief gehechte, door [xxx] e[xxx] opgestelde, advies dat namens de Raad voor de Kinderbescherming Zwolle is uitgebracht, niet is gedateerd;

-het hiervoor bedoelde advies van de Raad voor de Kinderbescherming niet wordt ondersteund door een gedragsdeskundige.

De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt daartoe het volgende.

In het strafdossier bevinden zich onder meer:

- een gedagtekend en ondertekend adviesrapport d.d. 18 maart 2009 van de afdeling jeugdreclassering van het Bureau Jeugdzorg Overijssel dat als bijlage is gevoegd bij:

- een brief van de Raad voor de Kinderbescherming d.d. 27 maart 2009, kennelijk opgesteld door [xxx], als casusregisseur strafzaken werkzaam bij de Raad voor de Kinderbescherming te Zwolle, in welke brief wordt ingestemd met de inhoud van genoemd rapport van Bureau Jeugdzorg Overijssel en het door die instantie daarin gegeven advies;

- een gedagtekend en ondertekend Pro Justitia rapport betreffende verdachte, d.d. 19 november 2008 opgemaakt door een gedragsdeskundige, te weten mw. drs. B. Meijer, GZ-psycholoog.

De rechtbank is van oordeel dat het niet ondertekend zijn van de brief, die kennelijk afkomstig is van [xxx] niet met zich brengt dat niet voldaan is aan (een van) de voorwaarden als bedoeld in artikel 77w, tweede lid, Sr. Voor zover in die brief nog eens uitdrukkelijk wordt ingestemd met het rapport van Bureau Jeugdzorg d.d. 18 maart 2009 opgemaakt door [xxx], blijkt van die instemming immers ook al uit het rapport dat is opgesteld namens de Raad voor de Kinderbescherming door [xxx] e[xxx].

Dat, zoals de raadsvrouw heeft betoogd, laatstbedoeld rapport van de Raad voor de Kinderbescherming abusievelijk niet is gedateerd –hetgeen inderdaad wel is voorgeschreven- laat onverlet dat wel aan de ratio van de betreffende wettelijke bepaling is voldaan. Ingevolge deze bepaling moet zich bij de stukken namelijk een met redenen omkleed en ondertekend advies van de Raad voor de Kinderbescherming bevinden dat niet ouder mag zijn dan een jaar, terug rekenend vanaf de dag van de terechtzitting.

Uit de stukken blijkt dat de Raad voor de Kinderbescherming eerder in deze zaak heeft geadviseerd te weten op 11 december 2008 (stuk getiteld “Onderbouwing [xxx]”.) Zonder twijfel is het rapport dat door meergenoemde [xxx] en [xxx] namens de Raad is opgemaakt, en waar zij stellen dat de gedragsbeïnvloedende maatregel in dit geval geïndiceerd wordt geacht, in elk geval van een datum, gelegen na 11 december 2008 en voor de zitting van 31 maart 2009.

Daarmee staat vast dat het rapport –dat een met redenen omkleed advies behelst- niet ouder is dan een jaar en dus ten grondslag kan worden gelegd aan de maatregel.

Ook aan het derde vereiste, de ondersteuning van het advies door een gedragsdeskundige, is voldaan, gelet op de inhoud van het hierboven genoemde rapport van mw. drs. Meijer, GZ-psycholoog.

Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank aan alle in het tweede lid van artikel 77w van het Wetboek van Strafrecht gestelde voorwaarden voldaan.

Uit de inhoud van voornoemde psychologische onderzoeksrapportage blijkt onder meer het navolgende:

Bij verdachte is sprake van een gedragsstoornis en een reeds jarenlang bestaande zorgelijke persoonlijkheidsontwikkeling met een zwakke agressieregulatie en impulscontrole. Op grond van de gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens van verdachte moet zij voor wat betreft de haar verweten mishandeling als licht verminderd toerekeningsvatbaar worden beschouwd.

Het risico op herhaling van soortgelijke feiten wordt als zeer groot ingeschat. Bij verdachte zelf lijkt weinig motivatie aanwezig voor verandering. Er is sprake van een onvermogen om met emotionele spanningen om te gaan. Verdachte heeft een neiging tot vijandige attributie en is impulsief. Bij frustraties en negatieve spanningen uit haar omgeving zal de angst en spanning bij verdachte snel toenemen. Zij ervaart de omgeving dan als bedreigend en wordt

overspoeld door negatieve gevoelens hetgeen kan leiden tot acting out gedrag.

De tot nu toe geboden hulpverlening aan verdachte binnen het kader van de ambulante jeugdhulpverlening, in de vorm van een ots-maatregel, jeugdreclassering, PEL, CAD en Sova-training, heeft onvoldoende effect gehad en hebben verdere ontsporing van verdachte met agressief gedrag niet kunnen voorkomen. Behandeling in een klinische setting zoals de FPK te Assen is thans dringend gewenst. Geadviseerd wordt tot het opleggen van voorwaardelijke jeugddetentie of oplegging van een gedragsbeïnvloedende maatregel voor een termijn van 12 maanden.

De rechtbank neemt de conclusies ten aanzien van de toerekeningsvatbaarheid van de verdachte ten tijde van het plegen van de feiten op de daarvoor in voornoemde rapportage bijeengebrachte gronden over en maakt die tot de hare. De rechtbank concludeert op grond van voornoemde rapportage dat de verdachte de haar ten laste gelegde en bewezen verklaarde strafbare feiten in licht verminderde mate kunnen worden toegerekend. De rechtbank acht verdachte in zoverre strafbaar.

Uit de inhoud van voornoemd adviesrapport van Bureau jeugdzorg Overijssel blijkt onder meer het navolgende:

Een behandeling van verdachte is noodzakelijk om terugval in oude gedragingen/patronen te voorkomen. Nu verdachte geen delicten meer pleegt, haar huidige verblijf binnen het Take Off-project van het Leger des Heils succesvol verloopt, verdachte zich begeleidbaar opstelt en zij meewerkt aan haar huidige behandeling wordt een klinische behandeling niet langer noodzakelijk geacht. Geadviseerd wordt om een gedragsbeïnvloedende maatregel op te leggen voor de duur van 1 jaar om de ambulante behandeling vanuit De Tender veilig te kunnen stellen. Voorts wordt geadviseerd een verplicht jeugdreclasseringscontact voor de duur van 2 jaar op te leggen.

De Raad heeft meegedeeld zich te kunnen vinden in voornoemd adviesrapport en heeft verzocht om ter concrete invulling van de gedragsbeïnvloedende maatregelen (onder meer) te bepalen dat:

- tot half april 2009 instelling van medicatie zal plaatsvinden door Accare te Zwolle;

- aansluitend aan Accare behandeling door De Tender te Deventer;

- de dagbesteding van verdachte zal bestaan uit werk en/of scholing;

- verdachte woonachtig zal zijn binnen het Take Off-project van het Leger des Heils;

- verdachte zich zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen van de jeugdreclassering;

- verdachte zal meewerken aan verdere diagnostiek.

De rechtbank is op grond van het voorgaande van oordeel dat de ernst van de begane misdrijven, de veelvuldigheid daarvan en de eerdere veroordelingen van verdachte ter zake van gepleegde misdrijven vereisen dat thans, in het belang van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van de verdachte, onder meer de maatregel betreffende het gedrag van de jeugdige als bedoeld in artikel 77w van het Wetboek van Strafrecht aan haar wordt opgelegd.

De rechtbank zal de door de raad voor de Kindbescherming geadviseerde concrete voorwaarden overeenkomstig bepalen als inhoudelijke onderdelen van de maatregel.

De rechtbank acht het voorts noodzakelijk om aan de verdachte een voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen met als bijzondere voorwaarde een verplicht jeugdreclasseringscontact teneinde de continuïteit van de noodzakelijk geachte hulpverlening en begeleiding te kunnen waarborgen.

De oplegging van straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 27, 36f, 77a, 77g, 77h, 77i, 77w, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg en 91 van het Wetboek van Strafrecht.

Benadeelde partij [xxx]

Bij het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan, dat de benadeelde partij [x] [xxx] rechtstreeks schade heeft geleden ten gevolge van het ten laste van verdachte onder 1 bewezen verklaarde feit.

De hoogte van die schade is, gelet op de inhoud van het “voegingsformulier benadeelde partij in het strafproces” en gelet op hetgeen tijdens het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen, genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van € 250,00, vermeerderd met de kosten die -tot op heden- worden begroot op nihil.

De vordering van de benadeelde partij, die in die vordering ontvankelijk is, is in dier voege toewijsbaar.

De vordering van de benadeelde partij [xxx] is naar het oordeel van de rechtbank voor wat het meer gevorderde betreft niet van zo eenvoudige aard dat deze zich leent voor behandeling in het strafgeding. De rechtbank zal derhalve bepalen dat de benadeelde partij in die vordering voor dat deel niet ontvankelijk is en dat de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

De rechtbank zal voorts ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde feit aan de verdachte op de voet van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van bovengenoemde geldsom van € 250,00 ten behoeve van het slachtoffer [x] [xxx].

Benadeelde partij [xxx]

Bij het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan, dat de benadeelde partij [xxx] rechtstreeks schade heeft geleden ten gevolge van het ten laste van verdachte onder 4 bewezen verklaarde feit.

De hoogte van die schade is, gelet op de inhoud van het “voegingsformulier benadeelde partij in het strafproces” en gelet op hetgeen tijdens het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen, genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van € 50,00, vermeerderd met de kosten die -tot op heden- worden begroot op nihil.

De vordering van de benadeelde partij, die in die vordering ontvankelijk is, is in dier voege toewijsbaar.

De verdachte is voor de schade, voorzover toegewezen, naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk.

De rechtbank zal voorts ter zake van het onder 4 bewezen verklaarde feit aan de verdachte op de voet van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van bovengenoemde geldsom van € 50,00 ten behoeve van het slachtoffer [xxx] .

Vordering tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling

Gelet op het thans in te zetten hulpverleningstraject acht de rechtbank het niet passend dat traject te laten doorkruisen door een tenuitvoerlegging van jeugddetentie, zoals thans gevorderd.

De rechtbank zal daarom de vordering tot tenuitvoerlegging van de door de kinderrechter te Zwolle-Lelystad bij vonnis d.d. 19 maart 2007 opgelegde 14 dagen voorwaardelijke jeugddetentie afwijzen.

BESLISSING

Ten aanzien van de tenlastelegging

Het onder 2, 6 en 8 ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

Het onder 1, 2, 3, 4 primair, 5 en 7 primair ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert de strafbare feiten op, zoals hiervoor vermeld. De verdachte is deswege strafbaar.

Het onder 1, 2, 3, 4 primair, 5 en 7 primair meer of anders ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De rechtbank legt aan de verdachte op de maatregel betreffende het gedrag van de jeugdige voor de tijd van een jaar.

De rechtbank bepaalt dat deze maatregel zal inhouden:

- dat tot half april 2009 instelling van medicatie zal plaatsvinden door Accare te Zwolle;

- dat aansluitend aan Accare behandeling zal plaatsvinden door De Tender te Deventer;

- dat de verdachte zal deelnemen aan een ambulante behandeling in De Tender onder begeleiding van het Bureau Jeugdzorg Overijssel te Zwolle dan wel een door haar aan te wijzen andere organisatie;

- dat de dagbesteding van verdachte zal bestaan uit werk en/of scholing;

- dat verdachte woonachtig zal zijn binnen het Take Off-project van het Leger des Heils;

- dat verdachte zich zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen van de jeugdreclassering;

- dat verdachte zal meewerken aan verdere diagnostiek.

De rechtbank beveelt dat indien de verdachte niet of niet naar behoren aan de maatregel meewerkt, vervangende jeugddetentie voor de tijd van 6 maanden zal worden toegepast.

De rechtbank veroordeelt de verdachte voorts tot een jeugddetentie voor de duur van 2 weken.

De tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, zal bij de eventuele tenuitvoerlegging van de opgelegde jeugddetentie in mindering worden gebracht.

De jeugddetentie zal niet worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 jaar aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, of gedurende die proeftijd de hierna te melden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

Als bijzondere voorwaarde wordt gesteld dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen, te geven door het Bureau Jeugdzorg Overijssel te Zwolle, afdeling jeugdreclassering, zulks zolang deze instelling dat gedurende de proeftijd nodig oordeelt, met opdracht aan die instelling als bedoeld in artikel 77aa van het Wetboek van Strafrecht.

Het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis wordt opgeheven.

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [xxx]

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [x] [xxx] (gemachtigde [xxx]) van een bedrag van € 250,00 (zegge: tweehonderdvijftig euro) vermeerderd met de wettelijke rente sinds de dag waarop het thans onder 1 bewezen verklaarde feit jegens de benadeelde partij werd gepleegd, te weten 6 juli 2008, tot die van de voldoening.

De verdachte wordt voorts veroordeeld in de kosten, door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

De rechtbank legt op aan verdachte de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag, groot € 250,00, ten behoeve van het slachtoffer [x] [xxx], bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 5 dagen hechtenis.

De rechtbank bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij inzoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat inzoverre komt te vervallen.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij [xxx] voor wat het meer gevorderde betreft in haar vordering niet ontvankelijk is en dat zij haar vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [xxx]

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [xxx], wonende te [adres], van een bedrag van € 50,00 (zegge: vijftig euro) vermeerderd met de wettelijke rente sinds de dag waarop het thans onder 4 bewezen verklaarde feit jegens de benadeelde partij werd gepleegd, te weten 6 juli 2008, tot die van de voldoening, hoofdelijk met dien verstande dat indien en voor zover zijn mededader/mededaders betaalt/betalen, verdachte in zoverre van deze verplichting zal zijn bevrijd.

De verdachte wordt voorts veroordeeld in de kosten, door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

De rechtbank legt op aan verdachte de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag, groot € 50,00, ten behoeve van het slachtoffer [xxx], bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 1 dag hechtenis.

De rechtbank bepaalt dat, indien verdachte en/of zijn mededader/mededaders heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [xxx] in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte en/of zijn mededader/mededaders heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [xxx], daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Ten aanzien van de vordering tenuitvoerlegging

De rechtbank wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging van de in de zaak met parketnummer 07/430078-06 bij vonnis d.d. 19 maart 2007 van de kinderrechter te Zwolle-Lelystad voorwaardelijk aan verdachte opgelegde straf.

Aldus gewezen door mr. H. Heins, voorzitter tevens kinderrechter, mrs. F. Koster en L.J.C. Hangx, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.A. van den Hoek als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 april 2009.