Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2009:BI2132

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
06-04-2009
Datum publicatie
23-04-2009
Zaaknummer
07.607396-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

winkeldiefstal

bewijs

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE – LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnummer : 07.607396-08 (P)

Uitspraak : 6 april 2009

Vonnis in de zaak van:

het openbaar ministerie

tegen

[verdachte],

[geboortedatum]

[woonplaats]

1. HET ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 23 maart 2009. De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. P.P.C.M. Waart, advocaat te Amsterdam.

De officier van justitie, mr. M.J.E. Vink, heeft ter terechtzitting gevorderd

• de vrijspraak van verdachte ter zake het onder 3 ten laste gelegde

• de veroordeling van verdachte ter zake het onder 1, 2, 4, 5, 6, 7, 8, 9 en 10 ten laste gelegde

tot een gevangenisstraf voor de duur van 28 weken, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

2. DE TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

zij op of omstreeks 2 september 2008 in de gemeente Dronten tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een spijkerbroek (merk Fornarina), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Biggles Jeansshop (filiaal De Kiel) in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s).

2.

zij op of omstreeks 14 augustus 2008 in de gemeente Dronten tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van een wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een groot aantal goederen (waaronder fruit en/of tandpasta en/of tandenborstel en/of diverse diepvriesgoederen), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan C1000 (filiaal De Kajuit), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s).

3.

zij op of omstreeks 2 december 2008 in de gemeente Dronten tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een dames spijkerbroek (merk “Met Jeans”), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Biggles Jeansshop (filiaal De Kiel), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s)

althans, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

zij op of omstreeks 2 december 2008 in de gemeente Dronten ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederechtelijke toe-eigening weg te nemen een dames spijkerboek (merk “Met Jeans”), geheel of ten dele toebehorende aan Biggles Jeansshop (filiaal De Kiel), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), naar die Jeansshop is/zijn toegegaan en/of die spijkerbroek in die Jeansshop heeft/hebben gepakt en/of met die spijkerbroek naar een pashokje in die Jeansshop is/zijn gegaan en/of in dat pashokje die spijkerbroek onder haar eigen broek heeft/hebben aangetrokken en/of in dat pashokje die spijkerbroek in haar tas heeft/hebben gestopt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

4.

zij op of omstreeks 02 december 2008 in de gemeente Dronten tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een groot aantal goederen (waaronder twee stuks Venus en/of Gillette en/of twee stuks Beverly Hills en/of drie stuks Stein Naturals en/of El Mare en/of Supradyn en/of Vick Vaporub en/of twee stuks Prodent en/of Sensodyne), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Drogisterij Trekpleister (filiaal Het Ruim), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s).

5.

zij op of omstreeks 2 december 2008 in de gemeente Dronten tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee flessen shampoo (merk Guhl) en/of twee potten haarcrème (merk John Frieda), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan het Kruidvat (filiaal Het Ruim), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s).

6.

zij op of omstreeks 2 december 2008 in de gemeente Dronten tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fles Smirnoff en/of een fles Grand Marnier en/of een fles Cointreau, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de Mitra (filiaal De Binnenloop), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s).

7.

zij op of omstreeks 2 december 2008 in de gemeente Dronten tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen drie, althans een aantal, kostuums, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de Vogele (filiaal Het Ruim), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s).

8.

zij op of omstreeks 2 december 2008 in de gemeente Lelystad tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee jassen (merk Jessica) en/of een jas (merk Canda) en/of een jas (merk Westbury), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan C & A (filiaal Neringpassage), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s).

9.

zij op of omstreeks 2 december 2008 in de gemeente Lelystad tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee jassen (eigen merk), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan M & S Mode (filiaal Neringpassage), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s).

10.

zij op of omstreeks 2 december 2008 in de gemeente Lelystad tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee kostuums (merk WE), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan WE Store (filiaal De Wissel), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s).

3. DE VOORVRAGEN

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4. DE BEWIJSMIDDELEN EN DE BEOORDELING DAARVAN

A. Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De Officier van Justitie stelt dat de ten laste gelegde feiten onder 3, 6 en 9 niet bewezen kunnen worden verklaard. De overige zeven ten laste gelegde feiten kunnen naar het oordeel van de Officier van Justitie wel bewezen worden verklaard. Voor elk van deze feiten eist de Officier van Justitie een gevangenisstraf van vier weken, hetgeen resulteert in een eis tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 28 weken.

B. Het standpunt van de verdediging

De advocaat van verdachte heeft betoogd dat geen der ten laste gelegde feiten bewezen kunnen worden verklaard. Daarbij is met name gesteld dat van verschillende aangiftes kan worden gezegd dat deze onvoldoende onderbouwd zijn, terwijl door een vergelijking van de voorraad van de winkel en de kassagegevens eenvoudig vastgesteld had kunnen worden of dergelijke goederen inderdaad uit die winkel zijn ontvreemd.

Mocht de rechtbank wel tot een bewezenverklaring komen, dan is gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte een gevangenisstraf niet aan de orde. Het geschorste bevel tot bewaring dient in ieder geval te worden opgeheven.

C. Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat de feiten onder 3 en 7 wettig en overtuigend bewezen zijn. De overige feiten zijn dat niet.

Ten aanzien van feit 1 (winkeldiefstal in de Biggles Jeansshop te Dronten op 2 september 2008) wijst de rechtbank erop dat aangeefster stelt te hebben ontdekt dat verdachte op hier genoemde datum een spijkerbroek uit de hiervoor genoemde winkel heeft gestolen, maar uit de aangifte is voor de rechtbank niet eenduidig op te maken op welke wijze aangeefster dit ontdekt heeft. Aangeefster verklaart namelijk zelf dat zij verdachte niet steeds in het oog heeft kunnen houden omdat zij ook andere klanten moest helpen. Bij het bekijken van de camerabeelden uit de winkel heeft ook de betrokken verbalisant Hoekstra verklaard dat de verdachte niet steeds in beeld was. Dit alles bij elkaar betekent voor de rechtbank dat niet eenduidig kan worden vastgesteld dat verdachte een broek uit die winkel heeft weggenomen.

Ten aanzien van feit 2 (winkeldiefstal C1000 op 14 augustus 2008) stelt de rechtbank vast dat de betrokkenheid van verdachte niet kan worden afgeleid uit het beschikbare materiaal. Enkel staat vast dat verdachte samen met anderen in de winkel was, zonder dat aan haar handelingen kunnen worden toegerekend die tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde kunnen leiden.

Ten aanzien van feit 3 (winkeldiefstal uit dezelfde Biggles Jeansshop op 2 december 2008) oordeelt de rechtbank anders. Uit de aangifte van dat feit blijkt dat de aangeefster in de hiervoor genoemde winkel en datum verdachte herkent van een eerdere aangifte (betreffende feit 1) en haar om die reden scherp in de gaten hield en steeds bij haar in de buurt bleef. Uit die aangifte blijkt overtuigend dat verdachte een spijkerbroek in haar tas heeft gedaan zonder deze af te rekenen. Een dergelijke handeling wordt aangemerkt als diefstal, nu verdachte daarmee de broek in haar bezit en buiten het bereik van de eigenaar heeft gebracht. Verdachte is vervolgens na het verlaten van deze winkel aangehouden.

Ten aanzien van feiten 4 t/m 6 en 7 t/m 10 stelt de rechtbank vast dat de goederen die in de auto van verdachte zijn aangetroffen uit verschillende winkels afkomstig zijn geweest. Het betreft hier generieke goederen waarvan uit de aangiftes niet duidelijk wordt waarop de stellige aangifte precies is gebaseerd én –zelfs indien uit de aangiftes moet worden afgeleid dat de goederen uit de genoemde winkels zijn gestolen- evenmin kan worden vastgesteld wat de rol van verdachte is geweest. Aan haar wordt de diefstal van de goederen ten laste gelegd, terwijl niet kan worden uitgesloten dat zij zich enkel heeft schuldig gemaakt aan de heling van die goederen.

Dit alles geldt niet ten aanzien van feit 7 (winkeldiefstal Vogele Mode te Dronten op 2 december 2008). Op 2 december 2008 worden in Dronten in de auto van verdachte onder andere drie kostuums aangetroffen, waarvan één in een geprepareerde tas. Deze kostuums worden door aangeefster herkend als afkomstig uit de winkel van Vogele Mode te Dronten. Aan de hand van de voorraad- en kassagegevens stelt aangeefster dat deze kostuums op 2 december 2008 tussen 10.00 uur en 18.00 uur uit de winkel zijn gestolen.

Verdachte heeft verklaard dat zij op 2 december 2008 samen met een zekere [de man] vanuit Amsterdam naar Dronten is gereden. [de man] verklaart ditzelfde. [de man] verklaart daarbij dat hij de kleding uit Amsterdam heeft meegenomen voordat hij samen met verdachte naar Donten reed. Voorts verklaart [de man] dat hij die dag in Amsterdam een zekere [man] heeft ontmoet die hem kleding wilde verkopen. [de man] heeft rond 10.00 uur à 10.30 uur met de telefoon van die [man] gebeld met een zekere [koper], die de kleding wel wilde kopen. [de man] sprak af om [koper] in Dronten te ontmoeten om de kleding te leveren. De tassen met kleding zijn vervolgens door [de man] in de auto van verdachte gelegd en zij zijn naar Dronten gereden. Deze verklaring komt overeen met de verklaring van verdachte dat [de man] met tassen in haar auto is gestapt toen zij hem ophaalde in Amsterdam om naar Dronten te rijden.

De verklaring van [de man] omtrent de tassen met kleding kan naar het oordeel van de rechtbank niet juist zijn. Immers, de diefstal van de kleding vindt plaats ná 10.00 uur, zodat uitgesloten kan worden dat verdachte rond 10.00 uur à 10.30 uur in Amsterdam al kan beschikken over die kleding. Dit betekent evenzo dat de verklaring van verdachte op dit punt evenmin juist kan zijn. Gelet hierop en de omstandigheid dat de kostuums zijn aangetroffen in de auto van verdachte, die met draaiende motor in de direkte nabijheid stond van de winkel waar verdachte een spijkerbroek had weggenomen terwijl verdachte zich schuldig maakt aan die diefstal, komt de rechtbank tot de conclusie dat verdachte zich samen met haar mededader eveneens schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van deze kleding.

5. DE BEWEZENVERKLARING

De verdachte dient van het onder 1, 2, 4, 5, 6, 8, 9 en 10 ten laste gelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 3 en 7 ten laste is gelegd, met dien verstande dat:

3. primair

zij op 2 december 2008 in de gemeente Dronten tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een dames spijkerbroek merk “Met Jeans” toebehorende aan Biggles Jeansshop.

7.

zij op 2 december 2008 in de gemeente Dronten tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen drie kostuums toebehorende aan Vogele, filiaal Het Ruim.

Van het meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

6. DE STRAFBAARHEID

Het bewezene levert op:

Onder 3 primaire:

Diefstal door twee of meer verenigde personen, strafbaar gesteld bij artikel 310 juncto 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Onder 7:

Diefstal door twee of meer verenigde personen, strafbaar gesteld bij artikel 310 juncto 311 van het Wetboek van Strafrecht.

De feiten en de verdachte zijn strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden gebleken zijn die die strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten.

7. DE OPLEGGING VAN STRAF OF MAATREGEL

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de na te noemen beslissing passend.

De rechtbank is in dit geval van oordeel dat een onvoorwaardelijke taakstraf van na te melden duur noodzakelijk is, omdat aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak miskend zouden worden. Bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel zouden moeten voeren, acht de rechtbank niet aanwezig.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 25 februari 2009;

- de overige stukken van het de verdachte betreffende persoonsdossier.

De oplegging van straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 10, 27 en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

8. DE BESLISSING

Ten aanzien van de tenlastelegging

Het onder 1, 2, 4, 5, 6, 8, 9 en 10 tenlastegelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

Het onder 3 en 7 tenlastegelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert de strafbare feiten op, zoals hiervoor vermeld. De verdachte is deswege strafbaar.

De rechtbank legt aan verdachte op een taakstraf, te weten een werkstraf voor de duur van 60 uren.

De rechtbank beveelt dat voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet of niet naar behoren verricht de werkstraf wordt vervangen door 30 dagen hechtenis, althans een aantal dagen hechtenis dat evenredig is aan het niet verrichte aantal uren werkstraf.

De tijd, door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, zal bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde werkstraf in mindering worden gebracht, berekend naar de maatstaf van 2 uren werkstraf per dag.

Het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis wordt opgeheven.

Aldus gewezen door mr. G.A. Versteeg, voorzitter, mrs. M.C.P. de Ridder en L.J.C. Hangx, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.E. Doornwaard, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 april 2009.

Mrs. G.A. Versteeg en L.J.C. Hangx, voornoemd waren buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.