Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2009:BI2130

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
23-03-2009
Datum publicatie
23-04-2009
Zaaknummer
07.607032-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

diefstal

bewijs

strafmaatmotivering

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE – LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnummer : 07.607032-09

Uitspraak : 23 maart 2009

Vonnis in de zaak van:

het openbaar ministerie

tegen

[verdachte],

[geboortedatum],

[woonplaats].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 23 maart 2009. De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. J.A.C. van de Brink, advocaat te Almere.

De officier van justitie, mr. M.J.E. Vink, heeft ter terechtzitting gevorderd dat verdachte veroordeeld zal worden ter zake van de ten laste gelegde diefstal

• primair: tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders in de zin van artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht;

• subsidiair: tot oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 8 weken, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

Indien een gevangenisstraf voor de duur van 8 weken wordt opgelegd, is de officier van justitie van mening dat sprake is van artikel 67a lid 3 van het Wetboek van Strafvordering en dat verdachte onmiddellijk in vrijheid gesteld dient te worden.

TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 21 januari 2009 in de gemeente Lelystad met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een grote hoeveelheid vleespakketten (waaronder kipfilet), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de Jumbo Supermarkt (filiaal Waagpassage), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

VOORVRAGEN

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

BEWIJS

Ter terechtzitting heeft raadsman J.A.C. van den Brink vrijspraak van het ten laste gelegde feit bepleit. Er zijn vleespakketten in de tas gezien die verdachte bij zich droeg, maar er wordt door de officier van justitie voorbij gegaan aan het feit dat cliënt aangeeft het vlees terug te hebben gelegd in de winkel. De persoon die de vleespakketten gekocht had, was bij verdachte toen verbalisant [verbalisant] de vleespakketten in de tas waarnam. Dit blijkt ook uit het proces-verbaal.

In tegenstelling tot wat de raadsman heeft betoogd, acht de rechtbank het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen. Verdachte heeft toegegeven de vleespakketten in zijn tas te hebben gestopt met de bedoeling deze pakketten uit de winkel weg te nemen. Daarmee is het misdrijf zoals hem ten laste gelegd voltooid. De verklaring die de verdachte ter terechtzitting heeft afgelegd, inhoudende dat hij de vleespakketten in de winkel heeft teruggelegd, acht de rechtbank niet alleen onvoldoende geloofwaardig, maar eveneens niet relevant.

De rechtbank acht aldus wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte ten laste is gelegd, met dien verstande dat:

hij op 21 januari 2009 in de gemeente Lelystad met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid vleespakketten, waaronder kipfilet, toebehorende aan de Jumbo Supermarkt filiaal Waagpassage.

Van het meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

STRAFBAARHEID

Het bewezene levert op:

Diefstal, strafbaar gesteld bij artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht.

Het feit en de verdachte zijn strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden gebleken zijn die de strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten.

OPLEGGING VAN STRAF OF MAATREGEL

De rechtbank overweegt bij de strafoplegging dat verdachte in het verleden veel politiële en justitiële contacten heeft gehad. Bovendien is er een voorlichtingsrapport van Tactus Verslavingszorg waarin zij concludeert verdachte als ultimum remedium te plaatsen in een inrichting voor stelselmatige daders vanwege het feit dat verdachte al diverse opnames in klinieken en begeleidingstrajecten gevolgd heeft en dit niet het gewenste resultaat van een blijvende verandering in zijn leefpatroon heeft opgeleverd. Desalniettemin is het voor de rechtbank van doorslaggevend belang dat verdachte in de periode van 2003 tot aan 2008 niet in aanraking is geweest met justitie. De rechtbank acht om die reden, afgezien van de vraag of een plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders formeel mogelijk is, een plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders op dit moment niet aan de orde.

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de na te noemen beslissing passend.

De rechtbank is in dit geval van oordeel dat een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur noodzakelijk is, omdat aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak miskend zouden worden. Bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel zouden moeten voeren, acht de rechtbank niet aanwezig.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank voorts rekening gehouden met:

- een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 25 februari 2009;

- een voorlichtingsrapport d.d.17 maart 2009, uitgebracht door de heer P.M. Visser, reclasseringswerker van Tactus Verslavingszorg te Flevoland.

De oplegging van straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 10 en 27 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert het strafbare feit op, zoals hiervoor vermeld. De verdachte is deswege strafbaar.

Het meer of anders ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 weken.

De tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, zal bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering worden gebracht.

Het bevel tot voorlopige hechtenis wordt opgeheven met ingang van het tijdstip waarop de duur van deze hechtenis gelijk wordt aan die van de onvoorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf.

Aldus gewezen door mr. M.C.P. de Ridder, voorzitter, mrs. G.A. Versteeg en L.J.C. Hangx, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.E. Doornwaard, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 maart 2009.

Mrs. G.A. Versteeg en L.J.C. Hangx, voornoemd waren buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.