Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2009:BI0859

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
06-04-2009
Datum publicatie
14-04-2009
Zaaknummer
07/400046-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

medeplegen, significante bijdrage.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnr. : 07.400046-09

Uitspraak: 6 april 2009

Vonnis in de zaak van:

het openbaar ministerie

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortejaar]

wonende te [adres]

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 4 maart 2009 en 23 maart 2009. De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. A.S. ten Doesschate, advocaat te Zwolle.

De officier van justitie, mr. D. van den Berg, heeft ter terechtzitting gevorderd de veroordeling van verdachte terzake het onder 1 subsidiair, 2, 3 en 4 ten laste gelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

De officier van justitie heeft verder gevorderd:

-dat de vordering van de benadeelde par[naam 1] volledig zal worden toegewezen met daarbij oplegging van een schadevergoedingsmaatregel;

-dat de vordering van de benadeelde partij [naam2] volledig zal worden toegewezen met daarbij oplegging van een schadevergoedingsmaatregel.

TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 01 februari 2009 in de gemeente Zwolle aan een persoon

genaamd [naam 1], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (letsel gebit),

heeft toegebracht, door deze opzettelijk krachtig met gebalde vuist in/tegen

het gezicht te slaan en/of te stompen;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op of omstreeks 01 februari 2009 in de gemeente Zwolle opzettelijk

mishandelend een persoon (t[naam 1]), krachtig met gebalde

vuist in/tegen het gezicht te slaan en/of te stompen, tengevolge waarvan deze

zwaar lichamelijk letsel (letsel gebit), althans enig lichamelijk letsel,

heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

2.

hij op of omstreeks 01 februari 2009 in de gemeente Zwolle opzettelijk

mishandelend een persoon (te w[xxx]en [naam 3]), één of meermalen krachtig

in/tegen de rug heeft geslagen en/of gestompt, waardoor deze letsel heeft

bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

3.

hij op of omstreeks 01 februari 2009 in de gemeente Zwolle met een ander of

anderen, op of aan de openbare weg, [xxx], in elk geval op of aan

een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd teg[xxx] [naam 4], welk geweld bestond uit het in/tegen het gezicht van die [naam 4]

slaan en/of stompen en/of het aan de kleding van die [naam 4] rukken en/of

trekken;

4.

hij op of omstreeks 01 februari 2009 in de gemeente Zwolle opzettelijk

mishandelend een persoon (te weten [naam2]), krachtig in/tegen het gezicht

heeft geslagen en/of gestompt, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn

heeft ondervonden;

BEWIJS

Ten aanzien van het onder 1 primair ten laste gelegde:

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat de opzet van de verdachte, al dan niet in voorwaardelijke zin, gericht is geweest op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.

Dit verweer wordt verworpen. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat de verdachte met zijn vuist hard en met kracht vol in het gezicht van het slachtoffer heeft geslagen. Hierdoor heeft de verdachte zich willens en wetens blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel zou bekomen.

De raadsvrouw heeft verder aangevoerd dat uit de bewijsmiddelen niet blijkt dat sprake is geweest van “zwaar lichamelijk letsel”.

Ook dit verweer wordt verworpen.

In de op 5 februari 2009 door de foren[xxx]sch arts [xxx] opgemaakte en ondertekende letselbeschrijving van [naam 1] staat vermeld:

“(…)

-de voortand midden-rechts (element 11) is uitgeslagen

-de voortand rechts ernaast (element 12) is ontwricht, d.w.z. staat los in de tandkas.

De uitgeslagen tand is teruggeplaatste en samen met tand 12 met een spalk verbonden aan de overige elementen.

Over de uiteindelijke kans op herstel van tand 11 is op dit moment nog niets te zeggen: omdat de tand uitgeslagen is geweest, is in elk geval de tandzenuw kapot: dit zal nooit meer herstellen: de tand blijft gevoelloos en is klinisch gezien “dood”;

Vaak zal zo’n tand verder afsterven en /of verkleuren (…). “

Naar het oordeel van de rechtbank is deze beschadiging van het gebit dermate ingrijpend en onherstelbaar, dat dit naar gewoon spraak gebruik kan worden aangeduid als zwaar lichamelijk letsel. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat tanden een essentiële lichamelijke functie hebben en er, gelet op de kapotte tandzenuw, geen uitzicht is op volledig herstel

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde:

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2 ten laste gelegde feit heeft gepleegd. Aangever heeft verklaard dat hij ineens enkele stompen in zijn rug kreeg waardoor hij de controle over verdachte kwijtraakte. Gelet op deze feitelijke situatie is de rechtbank niet tot de overtuiging gekomen dat verdachte aangever [naam 3] in de rug heeft geslagen.

Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde:

De raadsvrouw heeft betoogd dat nu niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte aangever heeft geslagen hij van het onder 3 ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken.

De rechtbank verwerpt dit betoog. Van het ‘in vereniging’ plegen van geweld is reeds sprake indien de betrokkene een voldoende significante of wezenlijke bijdrage levert aan het geweld; deze bijdrage behoeft echter zelf niet van gewelddadige aard te zijn.

Gelet hierop is niet vereist dat verdachte aangever zelf heeft geslagen. Voldoende is dat verdachte een bijdrage als voornoemd heeft geleverd aan het geweld tegen aangever. Hiervan is naar het oordeel van de rechtbank sprake nu uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte naar de groep van aangever is gelopen, zich agressief naar deze groep heeft gedragen en iemand uit deze groep heeft geslagen.

Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde:

De verdachte dient van het onder 4 ten laste gelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1 primair en 3 ten laste is gelegd, met dien verstande dat:

1.

hij op 1 februari 2009 in de gemeente Zwolle aan een persoon [naam 1], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (letsel gebit), heeft toegebracht, door deze opzettelijk krachtig met gebalde vuist in het gezicht te slaan;

3.

hij op 1 februari 2009 in de gemeente Zwolle met een ander of anderen, op de openbare weg, [xxx], openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [xxx] [naam 4], welk geweld bestond uit het in het gezicht van die [naam 4] slaan.

Van het onder 1 primair en 3 meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

STRAFBAARHEID

Het bewezene levert op:

1.

Zware mishandeling,

strafbaar gesteld bij artikel 302 van het Wetboek van Strafrecht.

2.

Het openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen,

strafbaar gesteld bij artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht.

De verdachte is deswege strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden gebleken zijn die die strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten.

OPLEGGING VAN STRAF OF MAATREGEL

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de na te noemen beslissing passend.

De rechtbank is in dit geval van oordeel dat een deels onvoorwaardelijke vrijheidsstraf noodzakelijk is, omdat aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, gelet ook op het strafrechtelijk verleden van de verdachte, door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak miskend zouden worden. Bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel zouden moeten voeren, acht de rechtbank niet aanwezig.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank rekening gehouden met:

een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 10 februari 2009;

een gespreksverslag cliënt d.d. 2 februari 2009 opgesteld door R. Zandbergen, reclasseringswerker.

De oplegging van straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 10, 27, 14a, 14b, 14c en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

Benadeelde partij

Bij het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan, dat de benadeelde par[naam 1] te Zwolle rechtstreeks schade heeft geleden ten gevolge van het ten laste van verdachte onder 1 bewezen verklaarde feit.

De hoogte van die schade is, gelet op het voegingsformulier benadeelde partij in het strafproces met de daarbij gevoegde bijlage, genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van € 1.100,-- vermeerderd met de kosten die - tot op heden - worden begroot op nihil.

De vordering van de benadeelde partij, die in die vordering ontvankelijk is, is in dier voege toewijsbaar.

De rechtbank zal voorts aan de verdachte op de voet van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van bovengenoemde geldsom van € 1.100,-- ten behoeve van het slachtof[naam 1].

De rechtbank zal de benadeelde partij [naam2] in zijn vordering niet-ontvankelijk verklaren, omdat verdachte van het onder 4 ten laste gelegde feit ten gevolge waarvan die benadeelde partij schade zou hebben geleden, zal worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het onder 2 en 4 ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

Het onder 1 primair en 3 ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert de strafbare feiten op, zoals hiervoor vermeld. De verdachte is deswege strafbaar.

Het 1 primair, en 3 meer of anders ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden.

De tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, zal bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering worden gebracht.

Van de gevangenisstraf zal een gedeelte, groot 2 maanden, niet worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond van het feit dat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van twee jaar aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde par[naam 1] , wonende [adres] van een bedrag van € 1.100,-- (zegge: elf honderd euro) vermeerderd met de wettelijke rente sinds de dag waarop het thans onder 1 bewezen verklaarde feit jegens de benadeelde partij werd gepleegd, te weten 1 februari 2009, tot die van de voldoening.

De verdachte wordt voorts veroordeeld in de kosten, door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

De rechtbank legt op aan verdachte de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag, groot € 1.100,-- ten behoeve van het slachtof[naam 1], bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 21 dagen hechtenis.

De rechtbank bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij [naam2] in zijn vordering niet ontvankelijk is.

Aldus gewezen door mr. C.A.M. Heeregrave, voorzitter, mrs. H.H.J. Harmeijer en A.J. Louter, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.R. Lageveen als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 april 2009.