Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2009:BI0039

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
19-03-2009
Datum publicatie
03-04-2009
Zaaknummer
07/996502-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

merkenfraude, bewijs

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnummer: 07-996502-07 (P)

Uitspraak: 19 maart 2009

VONNIS IN DE STRAFZAAK VAN:

het openbaar ministerie

tegen

[verdachte]

[geboorteplaats]

thans zonder bekende woon- en/of verblijfplaats in Nederland.

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 4 december 2008 en 5 maart 2009. Op laatstgenoemde datum is de zaak inhoudelijk behandeld, waarbij de verdachte niet aanwezig is geweest. De raadsman van verdachte, mr. V.P.J. Tuma, advocaat te Amersfoort, was wel ter terechtzitting aanwezig en heeft verklaard door de verdachte uitdrukkelijk te zijn gemachtigd om deze ter terechtzitting te verdedigen.

DE TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

(volgt tenlastelegging zoals ter zitting gewijzigd)

1.

Hij op een of meer tijdstippen in de periode van 1 december 2005 tot en met 25 juni 2007 in de gemeente(n) Deventer en/of Haarlemmermeer (Schiphol) en/of Diemen en/of Amersfoort en/of Putten en/of Almelo en/of Hattem, althans in Nederland, en/of in de gemeente Radomir (Bulgarije), althans in Bulgarije en/of België, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk

a. valse, vervalste of wederrechtelijk vervaardigde merken, en/of

b. waren, die zelf of op hun verpakking valselijk waren voorzien van de handelsnaam van een ander of van het merk waarop een ander recht had, en/of

c. waren, die ter aanduiding van herkomst, valselijk van de naam van een bepaalde plaats, met bijvoeging van een verdichte handelsnaam, waren voorzien, en/of

d. waren, waarop of op de verpakking waarvan een handelsnaam van een ander of een merk waarop een ander recht had, zij het dan ook met een geringe afwijking, was nagebootst, en/of

e. waren of onderdelen daarvan die valselijk hetzelfde uiterlijk vertoonden als een tekening of model waarop een ander recht had, dan wel daarmee slechts ondergeschikte verschillen vertoonden, te weten namaak viagrapillen en/of viagratabletten, althans pillen en/of tabletten bevattende de werkzame stof Sildenafil voorzien van het beschermde woord- en/of 3D-vorm- en/of model- en/of beeldmerk VGR50 en/of VGR100, dan wel een daarmee slechts ondergeschikt verschillend (woord)merk, in elk geval voorzien van een beschermd woord- en/of 3D-vorm- en/of model- en/of beeldmerk heeft ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd, verkocht, te koop heeft aangeboden en/of heeft afgeleverd, uitgedeeld en/of in voorraad heeft gehad, terwijl hij, verdachte en/of zijn mededaders van het plegen van dit misdrijf zijn/hun beroep heeft/hebben gemaakt en/of vorenbedoelde handeling(en) als bedrijf heeft/hebben uitgeoefend door voornoemde goederen namens de eenmanszaak [naam eenmanszaak] en/of via internet te koop aan te bieden en (vervolgens) die (bestelde) goederen met de post en/of in persoon te verkopen en/of af te leveren

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meer verschillende tijdstippen in de periode van 1 december 2005 tot en met 25 juni 2007 in de gemeente(n) Deventer en/of Haarlemmermeer (Schiphol en/of Diemen, en/of Amersfoort en/of Putten en/of Almelo en/of Hattem, althans in Nederland, en/of in de gemeente Radomir (Bulgarije), althans in Bulgarije en/of België, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op het recht van de octrooihouder [aangever], door (telkens) diens geoctrooieerd voortbrengsel, te weten de (werkzame) stof Sildenafil (verwerkt in kamagrapillen en/of jelly’s), in of voor zijn bedrijf in het verkeer te hebben gebracht en/of verder te hebben verkocht en/of af te hebben geleverd en/of anderszins te hebben verhandeld, dan wel voor een of ander aan te hebben geboden, in te hebben gevoerd of in voorraad te hebben gehad.

3.

Hij op een of meer verschillende tijdstippen in de periode van 1 december 2005 tot en met 25 juni 2007 in de gemeente(n) Deventer en/of Haarlemmermeer (Schiphol) en/of Diemen en/of Amersfoort en/of Putten en/of Almelo en/of Hattem, althans in Nederland en/of in de gemeente Radomir (Bulgarije), althans in Bulgarije en/of België, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk ongeregistreerde farmaceutische specialité(s) en/of farmaceutische preparaten, te weten een of meer (handels)hoeveelheden Kamagra (bevattende Sildenafil) en/of een of meer (andere) farmaceutische spécialités en/of farmaceutische preparaten, als bedoeld in artikel 1 lid 1 onder h en/of i van de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening, heeft verkocht en/of heeft afgeleverd en/of heeft ingevoerd en/of heeft verhandeld en/of ter aflevering in voorraad heeft gehad

4.

Hij op een of meer verschillende tijdstippen in de periode van 1 december 2005 tot en met 25 juni 2007 in de gemeent(n) Deventer en/of Haarlemmermeer (Schiphol) en/of Diemen en/of Amersfoort en/of Putten en/of Almelo en/of Hattem, althans in Nederland en/of in de gemeente Radomir (Bulgarije) althans in Bulgarije en/of in België, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk een of meer (handels)hoeveelheden van het geneesmiddel Sildenafil (onder de merknaam Kamagra), althans een of meer geneesmiddelen, als bedoeld in artikel 1 lid 1 onder e van de wet op de Geneesmiddelenvoorziening, heeft afgeleverd, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededaders niet bevoegd was/waren tot de uitoefening van de artsenijbereidkunst.

5.

Hij op een of meer tijdstippen in de periode van 1 juli 2006 tot en met 31 januari 2007 te Deventer, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

Meermalen, althans eenmaal, (telkens)

- een factuur, gedateerd 1 juli 2006, afkomstig van [naam eenmanszaak] en geadresseerd aan [J.], voor een totaalbedrag van 55 euro en/of

- een factuur, gedateerd 1 september 2006, afkomstig van [naam eenmanszaak] en geadresseerd aan [P.], voor een totaalbedrag van 65 euro en/of

- een factuur, gedateerd 4 november 2006, afkomstig van [naam eenmanszaak] en geadresseerd aan [M], voor een totaalbedrag van 65 euro en/of

- een factuur, gedateerd 2 januari 2007, afkomstig van [naam eenmanszaak] en geadresseerd aan [S.], voor een totaalbedrag van 115 euro en/of

- een of meer andere facturen

elk zijnde een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen – valselijk heeft opgemaakt of vervalst, dan wel valselijk heeft doen of alten opmaken of vervalsen, immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) valselijk op een of meer van die facturen vermeld dat deze betrekking hebben op de levering van voedingssupplementen, althans op andere goederen dan de werkelijk geleverde, terwijl deze facturen in werkelijkheid betrekking hebben op de levering van (handels)hoeveelheden Kamagra zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.

FORMELE VOORVRAGEN

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, de rechtbank bevoegd is van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie in zijn vordering kan worden ontvangen. Voorts zijn geen gronden aanwezig voor een schorsing van de vervolging.

DE BEWIJSMIDDELEN EN DE BEOORDELING DAARVAN

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie, mr. J.W. Bollen, heeft ter terechtzitting betoogd dat hetgeen onder de feiten 1 primair, 3, 4 en 5 ten laste is gelegd wettig en overtuigend kan worden bewezen en heeft ter terechtzitting de veroordeling van verdachte gevorderd ten aanzien van hetgeen onder voornoemde feiten ten laste is gelegd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte acht hetgeen onder feit 1 subsidiair ten laste is gelegd wettig en overtuigend bewezen. De raadsman stelt daartoe dat het feitencomplex niet binnen de door de officier van justitie gehanteerde delictsomschrijving van het primair tenlastegelegde feit past en vordert dat verdachte daarvan wordt vrijgesproken. Ten aanzien van de feiten 2 en 3 refereert de raadsman zich aan het oordeel van de rechtbank, met dien verstande dat de raadsman van oordeel is dat de activiteiten niet in een bedrijfs- of beroepsmatig kader zijn uitgevoerd. De raadsman is tenslotte van mening dat de verdachte van hetgeen onder feit 4 is ten laste gelegd dient te worden vrijgesproken nu volgens de raadsman uit het dossier niet duidelijk naar voren komt dat de pakketjes ook daadwerkelijk zijn afgeleverd aan de op de facturen vermelde personen en niet is vastgesteld dat de pakketjes daadwerkelijk Kamagra bevatten.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank nummert de bij dagvaarding met parketnummer 07-996502-07 onder 3, 4 en 5 ten laste gelegde feiten als 2, 3 en 4.

De vaststaande feiten

Feit 1

Verdachte heeft samen met twee medeverdachten (waaronder zijn broer) gehandeld in Kamagra-pillen en Kamagra-sachets. In december 2005 heeft verdachte de eerste contacten gelegd met leveranciers. Begin 2006 zijn de eerste pakketten met Kamagra-pillen door verdachte ontvangen. In een later stadium heeft verdachte een eenmanszaak opgericht, te weten [naam eenmanszaak] van waaruit de handel in Kamagra-pillen door verdachte werd gecoördineerd. Ook heeft verdachte de pillen via het internet te koop aangeboden. Verdachte heeft Kamagra-pillen en -sachets ingekocht via verschillende handelaren in Nederland, Bulgarije en België en verkocht aan diverse particuliere kopers. De postbus te Deventer, welke gekoppeld was aan het bedrijf, werd gebruikt voor het ontvangen van de pakketten en betalingen. Verdachte heeft verklaard dat de handel in Kamagra heel belangrijk voor hem was nu het zijn voornaamste bron van inkomsten betrof . Verdachte gebruikte tevens pseudo-namen ter ontvangst van de pakketten. De bestellingen die verdachte plaatste bij de diverse leveranciers werden afgehandeld in codetaal . Verdachte heeft minimaal 3 leveringen pillen van [medeverdachte] afgenomen. Verdachte kende [medeverdachte] als zijnde “Kamagra-Rob” .

Bij verdachte was bekend dat de Kamagrapillen eenzelfde werkzame stof (Sildenafil) bevatten als Viagra-pillen en in eerste instantie dezelfde blauwe kleur en vorm hadden als Viagra-pillen. Verdachte was bekend met de werking van Sildenafil . Verdachte heeft naar eigen zeggen ongeveer € 1.000,- per maand aan zijn activiteiten met het handelen in Kamagra-pillen verdiend .

Feit 2

In de periode van 1 december 2005 tot en met 25 juni 2007 heeft verdachte samen met medeverdachten, Kamagra-pillen, welke pillen als farmaceutische spécialités zijn aangemerkt en niet in Nederland zijn geregistreerd , verkocht, afgeleverd, ingevoerd en verhandeld en ter aflevering in voorraad gehad in Nederland, Bulgarije en België .

Feit 3

In de periode van 1 december 2005 tot en met 25 juni 2007 heeft verdachte, tezamen met zijn medeverdachten, de Kamagra-pillen, bevattende de werkzame stof Sildenafil, geleverd aan klanten in Nederland, Bulgarije en België terwijl hij, verdachte, niet bevoegd was tot de uitoefening van de artsenijbereidheid .

Feit 4

Verdachte heeft in de periode van 1 juli 2006 tot en met 31 januari 2007 te Deventer, facturen afkomstig van [naam eenmanszaak] uitgegeven aan onder andere [J.], [P.], [M] en [S.] evenals meer andere facturen waarop vermeld stond een bedrag, dat diende te worden voldaan ter betaling van voedingssupplementen. In werkelijkheid waren aan voornoemde personen echter Kamagra-pillen geleverd .

De verdere beoordeling

Naar het oordeel van de rechtbank kan wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het hem ten laste gelegde onder feit 1 primair, 2, 3 en 4.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het handelen in Kamagra-pillen. Door op deze wijze te handelen heeft verdachte niet alleen een wederrechtelijk vervaardigd merk in omloop gebracht maar tevens inbreuk gemaakt op de rechten van [aangever] nu de Kamagra-pillen een sterke gelijkenis vertoonden met Viagra-pillen. Kamagra is een farmaceutische spécialité die in Nederland geen geregistreerd geneesmiddel is. Verdachte heeft dusdoende een ongeregistreerd middel in het verkeer gebracht waartoe hij niet bevoegd was. Verdachte heeft voornoemde activiteiten gedurende een lange periode ontplooid met behulp van zijn bedrijf [naam eenmanszaak]. Mede gezien de verklaring van verdachte dat het handelen in Kamagra zijn voornaamste bron van inkomsten was, is de rechtbank van oordeel dat, in tegenstelling tot wat namens verdachte naar voren is gebracht, verdachte beroeps- en bedrijfsmatig heeft gehandeld door de Kamagra-pillen en -sachets in te voeren en te verkopen.

De illegaliteit van het in het verkeer brengen van deze middelen was, naar verdachte stelt, niet aan hem bekend. Uit het dossier blijkt echter dat verdachte er alles voor over had om zijn ware identiteit gedurende zijn aan- en verkoopactiviteiten af te schermen. Zo heeft verdachte voor de aan- en verkoop van Kamagra valse namen gebruikt. Ook heeft verdachte tijdens de aankoop van Kamagra gebruik gemaakt van codetaal. Voorts verklaart verdachte dat hij zich er van bewust was dat hij geen “broodjes kaas” aan het verkopen was. Ten slotte heeft verdachte valselijk opgemaakte facturen verzonden naar de afnemers van Kamagra en heeft hij deze inkomsten weliswaar vermeld in zijn belastingaangifte, zonder daarbij te vermelden dat het handel in Kamagra betrof. Gezien het vorengaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte wel degelijk op de hoogte was van de strafbaarheid van zijn handelen. Dat verdachte uit het feit dat het middel veelvuldig op het internet werd aangeboden, de conclusie heeft getrokken dat het middel niet illegaal zou zijn en dat het middel werd gedoogd, doet daar niet aan af. Verdachte had zich er immers op andere wijze van kunnen en moeten vergewissen of deze aanname juist was, bijvoorbeeld door informatie in te winnen bij (toezichthoudende) overheidsinstanties. De rechtbank is dan ook van oordeel dat er sprake is van opzettelijk handelen van verdachte.

Door op deze wijze te handelen heeft verdachte de handel in deze verboden middelen in stand gehouden en gestimuleerd.

BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte is ten laste gelegd met dien verstande dat:

1.

Hij op een of meer tijdstippen in de periode van 1 december 2005 tot en met 25 juni 2007 in in Nederland, Bulgarije en België, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen, telken) opzettelijk

a. wederrechtelijk vervaardigde merken, en

d. waren, waarop of op de verpakking waarvan een handelsnaam van een ander of een merk waarop een ander recht had, zij het dan ook met een geringe afwijking, was nagebootst, en

e. waren of onderdelen daarvan die valselijk hetzelfde uiterlijk vertoonden als een model waarop een ander recht had, dan wel daarmee slechts ondergeschikte verschillen vertoonden, te weten pillen en tabletten bevattende de werkzame stof Sildenafil voorzien van het beschermde model- en beeldmerk VGR50 en/of VGR100, dan wel een daarmee slechts ondergeschikt verschillend (woord)merk, in elk geval voorzien van een beschermd woord- en model of beeldmerk heeft ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd, verkocht, te koop heeft aangeboden en heeft afgeleverd, uitgedeeld en in voorraad heeft gehad, terwijl hij, verdachte en zijn mededaders van het plegen van dit misdrijf hun beroep hebben gemaakt en/of vorenbedoelde handelingen als bedrijf hebben uitgeoefend door voornoemde goederen namens de eenmanszaak [naam eenmanszaak] en/of via internet te koop aan te bieden en (vervolgens) die (bestelde) goederen met de post en in persoon te verkopen en af te leveren.

2.

Hij op een of meer verschillende tijdstippen in de periode van 1 december 2005 tot en met 25 juni 2007 in Nederland en in Bulgarije en België, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen, telkens opzettelijk ongeregistreerde farmaceutische specialités, te weten een of meer (handels)hoeveelheden Kamagra (bevattende Sildenafil) als bedoeld in artikel 1 lid 1 onder h en/of i van de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening, heeft verkocht en heeft afgeleverd en heeft ingevoerd en heeft verhandeld en ter aflevering in voorraad heeft gehad.

3.

Hij op een of meer verschillende tijdstippen in de periode van 1 december 2005 tot en met 25 juni 2007 in Nederland en in Bulgarije en in Belgie, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen,(telkens) opzettelijk een of meer (handels)hoeveelheden van het geneesmiddel Sildenafil (onder de merknaam Kamagra), als bedoeld in artikel 1 lid 1 onder e van de wet op de Geneesmiddelenvoorziening, heeft afgeleverd, terwijl hij, verdachte, en zijn mededaders niet bevoegd waren tot de uitoefening van de artsenijbereidkunst.

4.

Hij op een of meer tijdstippen in de periode van 1 juli 2006 tot en met 31 januari 2007 te Deventer, althans in Nederland, alleen, meermalen, telkens

- een factuur, gedateerd 1 juli 2006, afkomstig van [naam eenmanszaak] en geadresseerd aan [J.], voor een totaalbedrag van 55 euro en

- een factuur, gedateerd 1 september 2006, afkomstig van [naam eenmanszaak] en geadresseerd aan [P.], voor een totaalbedrag van 65 euro en

- een factuur, gedateerd 4 november 2006, afkomstig van [naam eenmanszaak] en geadresseerd aan [M], voor een totaalbedrag van 65 euro en

- een factuur, gedateerd 2 januari 2007, afkomstig van [naam eenmanszaak] en geadresseerd aan [S.], voor een totaalbedrag van 115 euro en

- een of meer andere facturen

elk zijnde een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen – valselijk heeft opgemaakt, immers heeft, verdachte telkens valselijk op een of meer van die facturen vermeld dat deze betrekking hebben op de levering van voedingssupplementen, althans op andere goederen dan de werkelijk geleverde, terwijl deze facturen in werkelijkheid betrekking hebben op de levering van (handels)hoeveelheden Kamagra, zulks telkens met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.

Van het meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

DE KWALIFICATIE

Het bewezene levert op:

Feit 1 primair

Het medeplegen van het opzettelijk binnen Nederland verkopen van wederrechtelijk

vervaardigde merken en nagebootste waren, alsmede waren die valselijk hetzelfde

uiterlijk vertonen als een model waarop een ander recht heeft, terwijl hij daar zijn

beroep en/of bedrijf van heeft gemaakt.

Strafbaar gesteld bij artikel 337 van het wetboek van Strafrecht

Feit 2

Het medeplegen van overtreding van artikel 3 van de Wet op de

Geneesmiddelenvoorziening

Strafbaar gesteld bij artikel 1, 2 en 6 van de Wet Economische Delicten

Feit 3

Het medeplegen van overtreding van artikel 2 van de Wet op de

Geneesmiddelenvoorziening

Strafbaar gesteld bij artikel 1, 2 en 6 van de Wet Economische Delicten

Feit 4

Valsheid in geschrift

Strafbaar gesteld bij artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht

DE STRAFBAARHEID

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor wat te zijnen laste bewezen is verklaard.

DE STRAFOPLEGGING

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een

werkstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair te vervangen door 100 dagen hechtenis.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft gesteld de eis van de officier van justitie te hoog te

vinden. De raadsman stelt daar toe dat verdachte geen strafblad heeft en volledige openheid van zaken heeft gegeven. Daarnaast heeft de raadsman aangevoerd dat de delicten slechts gedurende een korte periode zijn gepleegd. De raadsman heeft primair verzocht een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met een proeftijd en als bijzondere voorwaarde Elektronisch Toezicht, subsidiair een geldboete ten belope van € 1.400,- en meer subsidiair een werkstraf van maximaal 120 uren.

Het oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank

gelet op de aard van het bewezen verklaarde en de omstandigheden, waaronder dit is begaan

en de persoon van de verdachte.

De rechtbank is in dit geval van oordeel dat een onvoorwaardelijke straf noodzakelijk is, omdat aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak miskend zouden worden. Bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel zouden moeten voeren, acht de rechtbank niet aanwezig.

De rechtbank rekent het de verdachte ernstig aan dat hij gedurende ruim anderhalf jaar in omvangrijke mate heeft gehandeld, tezamen en in vereniging met anderen, in erectiebevorderende farmaceutische middelen, terwijl hij daartoe niet bevoegd was. Verdachte heeft hierdoor mede de handel in ongeregistreerde farmaceutische middelen in stand gehouden en gestimuleerd, puur voor eigen geldelijk gewin.

De rechtbank is echter van oordeel dat de eis van de officier van justitie te hoog is, met name gelet op het feit dat er geen sprake is van recidive. De rechtbank acht een werkstraf van een kortere duur passend en geboden.

De rechtbank heeft bij haar beslissing ten slotte rekening gehouden met een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 21 januari 2009.

De oplegging van straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 22c, 27, 47, 57 en 91 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank:

Verklaart wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1 primair, 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan en verklaart verdachte derhalve strafbaar.

Het meer of anders ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

Veroordeelt verdachte tot een taakstraf, te weten een werkstraf voor de duur van 180 uren.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 90 dagen hechtenis, althans een aantal dagen hechtenis dat evenredig is aan het niet verrichte aantal uren taakstraf .

Bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht.

Aldus gewezen door mr. A.J. Louter, voorzitter, mrs. G.P. Nieuwenhuis en A.P. de Jong - de Goede, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.A. van den Hoek als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 maart 2009.

Mr. A.P. de Jong – de Goede voornoemd was buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.