Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2009:BH9995

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
05-03-2009
Datum publicatie
03-04-2009
Zaaknummer
07/410099-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

oplichting, bewijs overweging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnummer: 07/410099-08 (P)

Uitspraak: 5 maart 2009

VONNIS IN DE STRAFZAAK VAN:

het openbaar ministerie

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortejaar]

[adres]

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 8 januari 2009, 5 februari 2009, 12 februari 2009 en 19 februari 2009. Op laatstgenoemde datum is de zaak inhoudelijk behandeld; waarbij de verdachte aanwezig is geweest, bijgestaan door mr. K. Kok, advocaat te Zwolle. (verdachte en haar raadsman zijn immers niet op alle zittingen aanwezig geweest)

DE TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

zij in de periode van 08-09 mei 2008 tot en met 25 juli 2008 te Hasselt, in de gemeente Zwartewaterland en/of te Hulshorst, gemeente Nunspeet, althans in Nederland met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [x[xxx] heeft bewogen tot de afgifte van geld (EUR 1400,00) hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid - nadat zij via een door haar geplaatste contactadvertentie in contact was gekomen met voornoemde [xxx] - die [xxx] te kennen heeft gegeven [adresnaam] te heten en te wonen aan de [xxx] te Hulshorst en/of (vervolgens) die [xxx] het voorstel gedaan met haar mee te gaan met een door haar geboekte busreis naar Tsjechië, waarna die [xxx] te kennen gaf dat zij de reissom had voorgeschoten, waardoor [xxx] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

2.

zij in of omstreeks de periode van 14 tot en met 16 mei 2008 te Lichtenvoorde, gemeente Oost Gelre, althans in Nederland met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels[xxx] heeft bewogen tot de afgifte van geld (EUR 2000,--), in elk geval van enig geld, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid – nadat zij naar aanleiding van een contactadvertentie naar die [xxx] had gebeld – die [xxx] opgezocht en/of tegen die [xxx] verteld dat zij [naam] heette en in Varsseveld in een boerderij woonde, welke haar eigendom was en/of dat zij weduwe was, waarna zij die [xxx] voorstelde om samen op vakantie te gaan en/of dat die [xxx] haar dan daarvoor een aanbetaling diende te doen, waardoor [xxx] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

3.

zij in of omstreeks de periode van 04 tot en met 09 juli 2008 te Bentelo, gemeente Hof van Twente, althans in Nederland met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [xxx] heeft bewogen tot de afgifte van geld (EUR 1441,63), in elk geval van enig geld, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid nadat zij via een door haar geplaatste contactadvertentie in contact was gekomen met voornoemde [xxx], tegen die [xxx] gezegd dat zij [naam] heette en/of aan die [xxx] gevraagd of hij al een vakantie had geboekt, waarna zij die [xxx] te kennen gaf dat zij nog een mooie vakantie wist en naar het reisbureau zou gaan om een reis te boeken naar Tsjechië en/of dat hij dan wel direct moest betalen, waardoor die [xxx] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

4.

zij in of omstreeks de periode van 23 tot en met 25 maart 2008 in de gemeente Aalten, althans in Nederland met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [xxx] heeft bewogen tot de afgifte van geld (EUR 3900,--), in elk geval van enig geld, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid – nadat die [xxx] had gereageerd op een advertentie van haar - contact met hem gezocht en/of hem verteld dat zij in de buurt van Winterswijk op een boerderij woonde en dat zij al 5 jaar weduwe was en/of dat haar overleden man in een testament had laten opnemen dat haar schoonzus en zwager geld zouden krijgen, gerelateerd aan de melkquote, suikerbietenquote en de machines die ze op de boerderij had en/of dat zij nu die schoonzus en zwager moest betalen en daarvoor al geld had geleend van familie, maar toch nog EUR 3900,00 nodig had, waardoor die [xxx] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

5.

zij op verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 09 augustus 2008 tot en met 31 augustus 2008 te Dedemsvaart, gemeente Hardenberg en/of in de gemeente Zwolle, althans in Nederland meermalen, althans eenmaal met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [xxx] heeft bewogen tot de afgifte van geld (EUR 2350,-), in elk geval van enig geld, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid – nadat zij via een door haar geplaatste contactadvertentie in contact was gekomen met voornoemde [xxx]

- die [xxx] te kennen [naam], [naam]] en te wonen te Enter, waarbij zij foto’s liet zien van een boerderij, waarbij zij die [xxx] vertelde dat dat de boerderij van haar en haar overleden man was en/of (vervolgens) - die [xxx] het voorstel gedaan met haar mee te gaan op vakantie naar Tsjechië, waarna die [xxx] haar EUR 950,-- betaalde en/of

- die [xxx] op te bellen en te vertellen dat zij in Rotterdam een auto wilde kopen, maar dat zij het daarvoor benodigde geld niet rond kon krijgen, waarna die [xxx] haar EUR 1300,-- betaalde en/of

- die [xxx] te kennen gaf dat haar beltegoed voor de telefoon op was, waarna die [xxx] haar EUR 100,-- betaalde, waardoor die [xxx] (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

6.

zij in of omstreeks de periode van 01 september2008 tot en met 6 september 2008 in de gemeente Enschede, althans in Nederland met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels[xxx] heeft bewogen tot de afgifte van geld (EUR 1750,--), in elk geval van enig geld, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid – nadat die [xxx] op een advertentie van haar had gereageerd – die [xxx] te kennen gegeven genaamd te zijn [naam] en dat ze zuster (verpleegster) was geweest en/of (vervolgens) tegen die [xxx] verteld dat zij een vakantie naar Praag had geboekt en dat zij graag wilde dat die [xxx] met haar meeging, waardoor die [xxx] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

7.

zij op of omstreeks 08 september2008 in de gemeente Deventer, althans in Nederland met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [xxx] heeft bewogen tot de afgifte van geld (EUR 1700,--), in elk geval van enig geld, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid - nadat zij via een door haar geplaatste contactadvertentie in contact was gekomen met voornoemde [xxx] – die [xxx] opgezocht en/of tegen die [xxx] gezegd dat zij [naam] heette en/of dat die [xxx] met haar mee mocht op vakantie en/of dat het geld voor de vakantie voor 18.00 uur, althans op een bepaald tijdstip in Deventer binnen moest zijn, waardoor die [xxx] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

8.

zij in de periode van 01 mei 2008 tot 1 juli 2008 in de gemeente Heerde, althans in Nederland met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [xxx] heeft bewogen tot de afgifte van geld (EUR 2400,00), in elk geval van enig geld, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid - nadat zij via een door haar geplaatste advertentie in contact was gekomen met voornoemde [xxx] – die [xxx] opgezocht en te kennen gegeven dat haar man was overleden en/of dat zij een vrijgezellenreis zou gaan maken en/of die [xxx] gevaagd met haar mee te gaan op die reis en/of dat die reis EUR 2400,00 zou kosten, waardoor [xxx] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte.

DE VOORVRAGEN

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, de rechtbank bevoegd is van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie in zijn vordering kan worden ontvangen. Voorts zijn geen gronden aanwezig voor een schorsing van de vervolging.

DE BEWIJSMIDDELEN EN DE BEOORDELING DAARVAN

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie, mr. S.T.C. van der Werf, acht alle ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen en heeft ter terechtzitting de veroordeling van verdachte gevorderd ten aanzien van hetgeen onder de feiten 1 tot en met 8 ten laste is gelegd.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank

De vaststaande feiten

Feit 1

Verdachte heeft op enig moment een contactadvertentie geplaatst waarop de heer [xxx], wonende te Hasselt, heeft gereageerd. In de advertentie stond vermeld dat verdachte 64 jaar oud was. Vervolgens hebben diverse ontmoetingen tussen de heer [xxx] en de verdachte plaatsgevonden. Verdachte heeft zich voorgesteld als [naam]. De verdachte verklaart bij de politie dat zij verkeerde bedoelingen had toen zij de advertentie plaatste. Verdachte heeft de heer [xxx] voorgesteld samen op vakantie te gaan. Verdachte heeft aangegeven de reis te hebben geboekt en voorgeschoten, waarna het slachtoffer de verdachte op 9 mei 2009 te Hulshorst ([xxx]) een bedrag van € 1.400,-- heeft overhandigd. Verdachte heeft in een later stadium, zonder de reis daadwerkelijk geboekt te hebben en zonder het geld aan de heer [xxx] terug te geven, het contact met het slachtoffer verbroken .

Feit 2

De verdachte heeft op 14 mei 2008 gereageerd op een advertentie, geplaatst door de heer [xxx] in dagblad “De Gelderlander” en de weekkrant “Het Achterhoekse Nieuws”. Naar aanleiding van die reactie heeft een ontmoeting plaatsgevonden op 15 mei 2008. Tijdens die ontmoeting heeft verdachte met het slachtoffer gesproken over een gezamenlijke vakantie naar Italië. Verdachte heeft zichzelf voorgesteld als [naam], een weduwe die in Varsseveld woonde op een boerderij. Ter betaling van de vakantie heeft de heer [xxx] uiteindelijk, na lang aandringen van de zijde van verdachte, op 16 mei 2008 te Lichtenvoorde een aanbetaling aan haar gedaan ter hoogte van € 2.000,--. Hierna heeft het slachtoffer niets meer van de verdachte vernomen. Het geld is niet teruggegeven aan de heer Winter, omdat verdachte hiermee haar eigen rekeningen heeft betaald .

Feit 4

De heer [xxx] heeft op 23 maart 2008 contact gehad met verdachte naar aanleiding van een door haar geplaatste contactadvertentie. In de advertentie had verdachte aangegeven een vrouw te zijn van 78 jaar. Verdachte heeft zich voorgesteld als [naam].

Verdachte heeft aangegeven € 3.900,-- nodig te hebben om haar zwager en schoonzus te kunnen betalen in verband met kosten, welke verband hielden met het overlijden van haar man. Op 26 maart 2008 heeft de heer [xxx] te Aalten een bedrag van € 3.900,-- aan verdachte overhandigd. Hierna heeft de heer [xxx] nog getracht contact te krijgen met verdachte maar dit is niet meer gelukt. Het geld is door verdachte niet aan de heer [xxx] teruggegeven .

Feit 5

Verdachte heeft vanaf 9 augustus 2008 te Dedemsvaart contact gehad met de heer [xxx] naar aanleiding van een contactadvertentie in de krant. Verdachte vertelde dat zij [naam] heette en dat zij in Enter woonde in een boerderij. Verdachte liet weten wel met de heer [xxx] op vakantie te willen, waarop de heer [xxx] haar een bedrag van € 950,-- gaf, alsmede € 100,-- in totaal aan beltegoed voor haar telefoon en nog een bedrag van € 1.300,-- voor de aanschaf van een auto. Hierna heeft verdachte nooit meer contact opgenomen met de heer [xxx] .

Feit 6

Verdachte heeft in de periode van 1 september 2008 tot 6 oktober 2008 de heer [xxx] leren kennen via een door verdachte geplaatste contactadvertentie. Verdachte vertelde aan de heer [xxx] dat zij [naam] heette en verpleegster was geweest. De heer [xxx] had op de advertentie gereageerd omdat hij suikerpatiënt is. Tijdens de ontmoeting werd gesproken over een vakantie naar Praag. Verdachte gaf aan dat zij graag wilde dat de heer [xxx] met haar meeging, waarop deze haar daaropvolgend een bedrag van € 1.700,-- heeft overhandigd. De heer [xxx] heeft verdachte hierna nooit meer gesproken .

Feit 7

Verdachte heeft naar aanleiding van een door haar geplaatste contactadvertentie op

8 september 2008 een ontmoeting gehad met de heer [xxx]. Verdachte stelde zich voor als [naam]. Verdachte vertelde de heer [xxx] dat zij samen op vakantie zouden gaan. Verdachte gaf aan dat zij het geld voor deze vakantie voor 18.00 uur die dag moest afleveren. De heer [xxx] heeft hieropvolgend een bedrag van € 1.700,-- opgehaald bij de bank te Arnhem en aan verdachte overhandigd. Na de overhandiging heeft de heer [xxx] de verdachte niet meer gezien .

Feit 8

Naar aanleiding van een door verdachte geplaatste advertentie heeft de heer [xxx] in juni/juli 2008 contact opgenomen met verdachte. Verdachte en de heer [xxx] hebben elkaar enkele keren ontmoet. Verdachte heeft verteld dat haar man was overleden en dat zij een vrijgezellenreis zou gaan maken. Aan de heer [xxx] werd door verdachte gevraagd om mee te gaan op reis. De reis zou € 2.400,-- kosten. De heer [xxx] heeft dat bedrag opgehaald bij de bank en aan verdachte gegeven. Hierna heeft verdachte zich nooit meer laten zien. De heer [xxx] is uiteindelijk nooit met verdachte op vakantie geweest .

De verdere beoordeling

Naar het oordeel van de rechtbank kan wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan hetgeen haar onder feit 1, 2, 4, 5, 6, 7 en 8 ten laste is gelegd.

Verdachte heeft op diverse tijdstippen contactadvertenties geplaatst met het specifieke doel vooral oudere mannen te laten reageren. In die advertenties heeft de verdachte onder andere aangegeven zelf een vrouw op leeftijd te zijn. Tijdens het latere contact met de slachtoffers heeft zij valse namen gebruikt en heeft zij de slachtoffers valselijk een gezamenlijke vakantie voorgespiegeld. Ook heeft verdachte aan een slachtoffer, in strijd met de waarheid, voorgehouden schulden te hebben in verband met de erfenis van haar overleden echtgenoot. Door bewust misleidende informatie te verstrekken aan de slachtoffers heeft verdachte de slachtoffers bewogen haar geld te geven. Een gezamenlijke vakantie of een relatie lag echter nooit in de lijn der bedoelingen van de verdachte. Zoals verdachte zowel bij de politie als ter terechtzitting d.d. 19 februari 2009 heeft verklaard was het haar slechts te doen om het geld, waarmee zij privé-schulden bij het Centraal Justitieel Incassobureau wilde aflossen .

De verdachte zal worden vrijgesproken van hetgeen onder feit 3 ten laste is gelegd. De rechtbank overweegt daartoe dat zij ervan overtuigd is dat verdachte het tenlastegelegde feit, de oplichting van de heer [xxx], heeft begaan. Gezien echter de omstandigheid dat het proces-verbaal van aangifte van de heer [xxx] niet door de aangever zelf is ondertekend en het dossier geen enkel ander, door de heer [xxx] getekend en naar deze specifieke aangifte verwijzend, document bevat, is het wettige bewijs onvoldoende om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. De omstandigheid dat de heer [xxx] de avond na zijn aangifte is overleden kan daaraan niet afdoen. Nu feit 3 niet wettig bewezen kan worden wordt de verdachte daarvan vrijgesproken.

BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdacht is ten laste gelegd, met dien verstande dat:

1.

zij in de periode van 08-09 mei 2008 tot en met 25 juli 2008 te Hasselt, in de gemeente Zwartewaterland met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en door een samenweefsel van verdichtsels, [xxx] heeft bewogen tot de afgifte van geld (EUR 1400,00) hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en in strijd met de waarheid - nadat zij via een door haar geplaatste contactadvertentie in contact was gekomen met voornoemde [xxx] - die [xxx] te kennen heeft gegeven [adresnaam] te heten en te wonen aan de [xxx] te Hulshorst en (vervolgens) die [xxx] het voorstel gedaan met haar mee te gaan met een door haar geboekte busreis naar Tsjechië, waarna die [xxx] te kennen gaf dat zij de reissom had voorgeschoten, waardoor [xxx] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

2.

zij in of omstreeks de periode van 14 tot en met 16 mei 2008 te Lichtenvoorde, gemeente Oost Gelre, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en door een samenweefsel van verdichtsels, [xxx] heeft bewogen tot de afgifte van geld (EUR 2000,--), in elk geval van enig geld, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - valselijk en in strijd met de waarheid – nadat zij naar aanleiding van een contactadvertentie naar die [xxx] had gebeld – die [xxx] opgezocht en tegen die [xxx] verteld dat zij [naam] heette en in Varsseveld in een boerderij woonde, welke haar eigendom was en dat zij weduwe was, waarna zij die [xxx] voorstelde om samen op vakantie te gaan en dat die [xxx] haar dan daarvoor een aanbetaling diende te doen, waardoor [xxx] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

4.

zij in of omstreeks de periode van 23 tot en met 25 maart 2008 in de gemeente Aalten, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en door een samenweefsel van verdichtsels, [xxx] heeft bewogen tot de afgifte van geld (EUR 3900,--), in elk geval van enig geld, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – valselijk en in strijd met de waarheid – nadat die [xxx] had gereageerd op een advertentie van haar - contact met hem gezocht en/of hem verteld dat zij in de buurt van Winterswijk op een boerderij woonde en dat zij al 5 jaar weduwe was en dat haar overleden man in een testament had laten opnemen dat haar schoonzus en zwager geld zouden krijgen, gerelateerd aan de melkquote, suikerbietenquote en de machines die ze op de boerderij had en dat zij nu die schoonzus en zwager moest betalen en daarvoor al geld had geleend van familie, maar toch nog EUR 3900,00 nodig had, waardoor die [xxx] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

5.

zij op verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 09 augustus 2008 tot en met 31 augustus 2008 te Dedemsvaart, gemeente Hardenberg, meermalen, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en door een samenweefsel van verdichtsels, [xxx] heeft bewogen tot de afgifte van geld (EUR 2350,-), in elk geval van enig geld, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – valselijk en in strijd met de waarheid – nadat zij via een door haar geplaatste contactadvertentie in contact was gekomen met voornoemde [xxx]

- die [naam]te kennen [naam], [naam]] en te wonen te Enter, waarbij zij foto’s liet zien van een boerderij, waarbij zij die [xxx] vertelde dat dat de boerderij van haar en haar overleden man was en (vervolgens)

- die [xxx] het voorstel gedaan met haar mee te gaan op vakantie naar Tsjechië, waarna die [xxx] haar EUR 950,-- betaalde en

- die [xxx] op te bellen en te vertellen dat zij in Rotterdam een auto wilde kopen, maar dat zij het daarvoor benodigde geld niet rond kon krijgen, waarna die [xxx] haar EUR 1300,-- betaalde en

- die [xxx] te kennen gaf dat haar beltegoed voor de telefoon op was, waarna die [xxx] haar EUR 100,-- betaalde, waardoor die [xxx] (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

6.

zij in of omstreeks de periode van 01 september2008 tot en met 6 september 2008 in de gemeente Enschede, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, [xxx] heeft bewogen tot de afgifte van geld (EUR 1750,--), in elk geval van enig geld, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – valselijk en in strijd met de waarheid – nadat die [xxx] op een advertentie van haar had gereageerd – die [xxx] te kennen gegeven genaamd te zijn [naam] en dat ze zuster (verpleegster) was geweest en (vervolgens) tegen die [xxx] verteld dat zij een vakantie naar Praag had geboekt en dat zij graag wilde dat die [xxx] met haar meeging, waardoor die [xxx] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

7.

zij op of omstreeks 08 september2008 in Nederland met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam end en door een samenweefsel van verdichtsels, [xxx] heeft bewogen tot de afgifte van geld (EUR 1700,--), in elk geval van enig geld, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – valselijk en in strijd met de waarheid - nadat zij via een door haar geplaatste contactadvertentie in contact was gekomen met voornoemde [xxx] – die [xxx] opgezocht en tegen die [xxx] gezegd dat zij [naam] heette en dat die [xxx] met haar mee mocht op vakantie en dat het geld voor de vakantie voor 18.00 uur, althans op een bepaald tijdstip in Deventer binnen moest zijn, waardoor die [xxx] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

8.

zij in de periode van 01 mei 2008 tot 1 juli 2008 in de gemeente Heerde, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en door een samenweefsel van verdichtsels, [xxx] heeft bewogen tot de afgifte van geld (EUR 2400,00), in elk geval van enig geld, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – valselijk en in strijd met de waarheid - nadat zij via een door haar geplaatste advertentie in contact was gekomen met voornoemde [xxx] – die [xxx] opgezocht en te kennen gegeven dat haar man was overleden en dat zij een vrijgezellenreis zou gaan maken en die [xxx] gevaagd met haar mee te gaan op die reis en dat die reis EUR 2400,00 zou kosten, waardoor [xxx] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte.

Wat meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

DE KWALIFICATIE

Het bewezene levert op:

Feit 1

Oplichting

Strafbaar gesteld bij artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht

Feit 2

Oplichting

Strafbaar gesteld bij artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht

Feit 4

Oplichting

Strafbaar gesteld bij artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht

Feit 5

Oplichting

Strafbaar gesteld bij artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht

Feit 6

Oplichting

Strafbaar gesteld bij artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht

Feit 7

Oplichting

Strafbaar gesteld bij artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht

Feit 8

Oplichting

Strafbaar gesteld bij artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht

DE STRAFBAARHEID

Er zijn geen feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor wat te haren laste bewezen is verklaard.

DE STRAFOPLEGGING

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van dertig maanden met aftrek van de tijd die door verdachte in voorlopige hechtenis is doorgebracht, alsmede toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partij [xxx] tot een bedrag van € 1.400,--, benadeelde partij [xxx] tot een bedrag van € 2.000,-- en benadeelde partij [xxx] tot een bedrag van € 3.900,--, alsmede het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht ten aanzien van de vorderingen van voornoemde benadeelde partijen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft een lagere straf bepleit dan de officier van justitie heeft gevorderd. De raadsman heeft daartoe gesteld dat verdachte volledig aan het onderzoek heeft meegewerkt en bereid is het geld aan de benadeelde patijen terug te betalen.

De raadsman heeft een gevangenisstraf bepleit voor de duur van vierentwintig maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk. De raadsman heeft dienaangaande betoogd dat op 29 augustus 2006 verdachte door het Gerechtshof te Arnhem voor soortgelijke feiten tot een lagere gevangenisstraf is veroordeeld.

Voorts is de raadsman van mening dat de verdachte een psychotherapeutische behandeling dient te ondergaan ter behandeling van haar problemen.

Voor het overige heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van de toewijzing van de vorderingen van de voornoemde benadeelde partijen.

Het oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard van het bewezen verklaarde en de omstandigheden, waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte zoals onder meer naar voren is gekomen in het Pro-Justitiarapport en het reclasseringsadvies .

Verdachte heeft ten aanzien van zeven bejaarde en kwetsbare personen op meedogenloze wijze misbruik gemaakt van het vertrouwen dat die personen in haar hebben gesteld. Verdachte heeft met valse namen, valse beloften en leugens de slachtoffers geld afhandig gemaakt terwijl verdachte geenszins van plan was haar beloften na te komen. De slachtoffers hebben door het handelen van verdachte emotionele en financiële schade geleden. Verdachte heeft op zeer berekenende wijze contactadvertenties geplaatst met de bedoeling oudere mannen te ontmoeten en hen geld afhandig te maken. Deze strafbare feiten zijn door verdachte begaan, zoals verdachte zelf aangeeft, ter aflossing van een schuld, ontstaan uit vorderingen ter zake eerder gepleegde soortgelijke delicten als thans bewezen zijn verklaard. Het zich op dergelijke wijze verrijken ten koste van onschuldige en kwetsbare slachtoffers is zeer kwalijk en dit rekent de rechtbank de verdachte zwaar aan.

Uit de rapportage van psychiater C.J.M. Vredeveld komt naar voren dat verdachte een gecompliceerde persoonlijkheidsstoornis met overwegend narcistische-antisociale kenmerken heeft. De psychiater adviseert een intensieve psychotherapeutische behandeling in een forensische polikliniek en een intensief contact met de Reclassering. Aan het onderzoek van psycholoog F. van Nunen heeft verdachte niet mee willen werken. Aan de rapporteur van het Leger des Heils Jeugdzorg & Reclassering heeft verdachte te kennen gegeven niet mee te willen werken aan een behandeling noch aan een verplicht reclasseringscontact. Gezien het voornoemde onthoudt de Reclassering zich van advies.

Ondanks het advies van psychiater C.J.M. Vredeveld en het verzoek van de raadsman van verdachte dienaangaande is de rechtbank van oordeel dat een psychotherapeutische behandeling in deze zaak niet is geïndiceerd. De rechtbank acht het niet aannemelijk dat verdachte voldoende gemotiveerd is om een behandeling op gedegen wijze te volbrengen; dit klemt temeer nu verdachte aan zowel de psycholoog als aan de reclasseringswerker heeft aangegeven niet mee te willen werken aan enige vorm van behandeling.

De rechtbank heeft voorts rekening gehouden met een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 8 oktober 2008.

Naar het oordeel van de rechtbank ziet verdachte weliswaar in dat zij strafbare feiten heeft begaan maar legt zij slechts in geringe mate de schuld bij zichzelf. De mogelijkheid om inzicht te krijgen in haar laakbare gedrag en daar mogelijk op een positieve manier verandering in aan te brengen is door verdachte verworpen. Een deels voorwaardelijke straf met daaraan gekoppeld een psychotherapeutische behandeling, zou, bij oplegging, naar het oordeel van de rechtbank zijn doel voorbij schieten.

De rechtbank zal om die reden de eis van de officier van justitie volgen, ook al wordt verdachte vrijgesproken van hetgeen haar onder feit 3 is tenlastegelegd. Naar het oordeel van de rechtbank rechtvaardigt reeds het bewezenverklaarde een straf van hierna te melden omvang, te meer nu verdachte reeds meerdere malen voor soortgelijke feiten is veroordeeld en die veroordelingen geen omslag in de handelwijze van de verdachte teweeg hebben gebracht.

De oplegging van straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 10, 27, en 36f van het Wetboek van Strafrecht.

BENADEELDE PARTIJ

De benadeelde partij [xxx] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 1.400,-- gevoegd in het strafproces ten aanzien van het tenlastegelegde.

De benadeelde partij [xxx] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 2.000,-- gevoegd in het strafproces ten aanzien van het tenlastegelegde.

De benadeelde partij [xxx] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 3.900,-- gevoegd in het strafproces ten aanzien van het tenlastegelegde.

De officier van justitie heeft gevorderd tot toewijzing van de voornoemde gevorderde bedragen.

De raadsman heeft zich gerefereerd aan de ingediende vorderingen van de benadeelde partijen [xxx], [xxx] en [xxx].

De rechtbank overweegt dat is komen vast te staan, dat de benadeelde partijen [xxx],

[xxx] en [xxx] rechtstreeks schade hebben geleden ten gevolge van het ten laste van verdachte bewezen verklaarde feit.

De hoogte van die schade is, gelet op de bijbehorende voegingsformulieren, genoegzaam komen vast te staan voor: de heer [xxx] tot een bedrag van € 1.400,-- vermeerderd met de kosten van tenuitvoerlegging die - tot op heden - worden begroot op nihil; de heer [xxx] tot een bedrag van € 2.000,-- vermeerderd met de kosten van tenuitvoerlegging die - tot op heden - worden begroot op nihil en de heer [xxx] tot en bedrag van € 3.900,-- vermeerderd met de kosten van tenuitvoerlegging die - tot op heden - worden begroot op nihil.

De verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht aansprakelijk.

De rechtbank zal aan de verdachte op de voet van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van bovengenoemde geldsommen van respectievelijk € 1.400,--, € 2.000,-- en € 3.900,-- ten behoeve van de benadeelde partijen, te weten respectievelijk [xxx], [xxx] en [xxx].

BESLISSING

De rechtbank:

Verklaart niet bewezen dat verdachte het onder feit 3 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte het onder de feiten 1, 2, 4, 5, 6, 7 en 8 ten laste gelegde heeft begaan en verklaart verdachte derhalve strafbaar. Het meer of anders ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van dertig maanden.

Bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Schadevergoeding

Wijst de vordering van de benadeelde partij [xxx] toe tot een bedrag van € 1.400,--.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [xxx], toe tot een bedrag van € 2.000,--.

Wijst de vordering van de benadeelde partij, [xxx], toe tot een bedrag van € 3.900,--.

Veroordeelt verdachte om tegen bewijs van kwijting aan voornoemde benadeelde partijen te betalen de kosten, door de benadeelde partijen gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om, ten behoeve van de heer [xxx] aan de Staat een bedrag te betalen van € 1.400,-- bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door

24 dagen hechtenis.

Legt aan de verdachte de verplichting op om, ten behoeve van de heer [xxx] aan de Staat een bedrag te betalen van € 2.000,-- bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 30 dagen hechtenis.

Legt aan de verdachte de verplichting op om, ten behoeve van de heer [xxx] aan de Staat een bedrag te betalen van € 3.900,-- bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 49 dagen hechtenis.

Bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de benadeelde partijen in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partijen, daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Aldus gewezen door mr. G.P. Nieuwenhuis, voorzitter, mrs. A.J. Louter en H.J. Buijsman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.A. van den Hoek als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 maart 2009.

Mr. H.J. Buijsman voornoemd was buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.