Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2009:BH9961

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
17-03-2009
Datum publicatie
03-04-2009
Zaaknummer
07/440116-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

verduistering in dienstbetrekking, strafmaatmotivering

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnr. : 07.440116-08

Uitspraak: 17 maart 2009

Vonnis in de zaak van:

het openbaar ministerie

tegen

[verdachte]

[geboorteplaats]

[adres].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 4 maart 2009. De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. M.B.W.G. Beutener, advocaat te Deventer.

De officier van justitie, mr. S.T.C. van der Werf, heeft ter terechtzitting gevorderd de veroordeling van verdachte terzake het onder parketnummers 07.440116-08 ten laste gelegde tot:

- een werkstraf van 200 uur met aftrek van voorarrest subsidiair 100 dagen vervangende hechtenis;

- een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaar;

- integrale toewijzing van de vordering benadeelde partij [benadeelde partij] te Amersfoort alsmede oplegging van de schadevergoedingsmaatregel overeenkomstig artikel 36 f van het Wetboek van Strafrecht en de verdachte voor de vordering, voorzover toegewezen, naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk te stellen.

De officier van justitie vordert dat het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis zal worden opgeheven.

TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 9 april 2008 tot en met 4 juni 2008 in de gemeente Deventer (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een grote hoeveelheid kleding, in elk geval enig goed, (telkens) geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s).

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 9 april 2008 tot en met 4 juni 2008 in de gemeente Deventer (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk een grote hoeveelheid kleding, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan [benadeelde partij], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en welk(e) goed(eren) verdachte en/of zijn mededader(s) uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking van/als

vorkheftruck chauffeur, in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had(den), wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

BEWIJS

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1 primair ten laste is gelegd, met dien verstande dat:

hij op verschillende tijdstippen in de periode van 9 april 2008 tot en met 4 juni 2008 in de gemeente Deventer telkens tezamen en in vereniging met een ander of anderen, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid kleding, toebehorende aan [benadeelde partij].

Van het meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

STRAFBAARHEID

Het bewezene levert op:

Diefstal door twee of meer verenigde personen,

strafbaar gesteld bij artikelen 310 en art 311 van het Wetboek van Strafrecht.

De verdachte is deswege strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden gebleken zijn die die strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten.

OPLEGGING VAN STRAF OF MAATREGEL

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de na te noemen beslissing passend.

De rechtbank acht het, gelet op de aard en ernst van het bewezenverklaarde, noodzakelijk dat aan verdachte een taakstraf, te weten het verrichten van onbetaalde arbeid wordt opgelegd. Bij haar beslissing heeft de rechtbank rekening gehouden met een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 4 februari 2009. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat het vertrouwen van de werkgever in verdachte en/of zijn personeel ernstig geschonden is door het bewezenverklaarde. Ter terechtzitting heeft verdachte echter spijt betuigd en heeft hij blijk gegeven van het feit dat hij inziet dat hij verkeerd gehandeld heeft. Verdachte heeft daarbij de indruk gewekt dat hij niet nogmaals een strafbaar feit zal plegen. De rechtbank heeft tevens rekening gehouden met het feit dat verdachte door het gebeurde zowel emotioneel als financieel getroffen is. Immers is verdachte, als gevolg van het bewezenverklaarde, ontslagen.

De oplegging van straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 22c, 22d, 24 en 27 van het Wetboek van Strafrecht.

Benadeelde partij

Bij het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan, dat [benadeelde partij] te Amersfoort rechtstreeks schade heeft geleden ten gevolge van het ten laste van verdachte bewezen verklaarde feit. De hoogte van die schade is door benadeelde partij berekend op een bedrag van € 78.992,--.

De vordering van [benadeelde partij] is naar het oordeel van de rechtbank niet van zo eenvoudige aard dat deze zich leent voor behandeling in het strafgeding. De rechtbank zal derhalve bepalen dat de benadeelde partij in die vordering niet ontvankelijk is en dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

BESLISSING

Het onder 1 primair ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert het strafbare feit op, zoals hiervoor vermeld. De verdachte is deswege strafbaar.

Het meer of anders ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De rechtbank legt aan verdachte op een taakstraf, te weten de werkstraf het verrichten van onbetaalde arbeid gedurende 200 uren.

De rechtbank beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 100 dagen hechtenis, althans een aantal dagen hechtenis dat evenredig is aan het niet verrichte aantal uren taakstraf .

De tijd, door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, zal bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde taakstraf in mindering worden gebracht, berekend naar de maatstaf van 2 uren taakstraf per dag.

De rechtbank bepaalt dat [benadeelde partij] te Amersfoort in haar vordering niet ontvankelijk is en dat zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Aldus gewezen door mr. H.H.J. Harmeijer, voorzitter, mrs. E.W. Akkerman en A.J. Louter, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.M.A.T. van der Geest als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 maart 2009.

Mr. H.H.J. Harmeijer en mr. E.W. Akkerman voornoemd waren buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.